Zo moeder zo dochter

Ik weet niet meer hoe oud ik was, twaalf, dertien jaar misschien. We zaten in de wachtkamer van een ziekenhuis, de reden van het bezoek is me niet meer helder. Maar ik kijk naar mijn moeder, naar haar handen en het ergert me.

Mijn moeder was zo’n ouderwetse huisvrouw die bijna dagelijks bezig was met het huis. Maar in de schaarse momenten van ‘niets’ zat ze op de kleine moederfauteuil en ik kan haar bijna uittekenen.
Nooit echt ontspannen zit ze schuin, bijna op het puntje van de stoel met haar handen ineen gevouwen. Haar duimen wrijven beurtelings langs elkaar, een beweging die als een mantra eindeloos wordt herhaald.

Wachten

In het ziekenhuis kijk ik naar haar handen en het zien van de ‘mantra’ ergert me zo dat ik het liefst haar handen los wil trekken. De rusteloosheid, de nervositeit, ik kan het bijna niet aanzien. 

Bus 23

Deze week maak ik een ritje in bus 23. Een lange rit, van Rijswijk naar Scheveningen. Ik houd er van, het niets doen, het schommelen op een bank in een bijna lege bus. Me laten rijden en soms wegdommelen in de warmte van de prille zon die ik door het raam heen kan voelen. Ik voel hoe ik mijn handen in elkaar gevouwen heb en hoe mijn duimen langs elkaar heen wrijven. En zelfs nu ik deze blog schrijf en even pauzeer om terug te lezen wat ik nu eigenlijk geschreven heb, heb ik mijn handen ineen en wrijven de duimen geruststellend langs elkaar.

Precies dat moment maakte de herinnering aan mijn moeder in mij wakker. Ik vraag me af waarom ik mijn handen net zo beweeg als zij dat deed. Wat geeft het mij, waarom doe ik dit? Als ik probeer om mijn handen stil te houden kost dat heel veel moeite.
Het geeft me een prettig gevoel, stelt gerust, houvast die ik mezelf kan bieden. Ik heb geen kind die aan het gebaar allerlei vage negatieve bedoelingen toedicht. 

Mijn schuld

De duimen van mijn moeder. Ik zag het als een zenuwtrek. Een bevestiging van haar ongelukkige leven waar ik natuurlijk (weer) de schuld van was. In die kleine beweging zag ik alles wat haar leven moeilijk maakte: de geldzorgen, het huis, de kinderen, haar verdriet, haar angsten, haar alleen zijn. 

Maar wat vertellen mijn duimen dan? Niet van mijn eenzaamheid en ongeluk. Hooguit van een wat nerveuze inslag. Zoals ik als kind herhaaldelijk mijn voet heen en weer bewoog en iedereen gek maakte. Een beweging om innerlijk tot rust te komen. 

Misschien

Als ik toen ouder was geweest, had ik misschien haar handen even kunnen vastpakken. Ze strelen en haar geruststellen. Dat het allemaal wel goed zou komen. Alleen, weet ik nu, liet zij zich niet door haar kinderen geruststellen en zou het helaas ook niet echt helemaal goed komen.

Maar niets weerhoud me nu om in gedachte haar zachte handen vast te houden. Die handen te strelen en haar vertellen hoe graag ik had gewild dat het leven makkelijker was geweest. En dat ik van haar houd.

1 reactie

Neeltje 13 mei 2019 at 17:25

Mooi!

Reply

Laat een reactie achter