We kopen een bad en bouwen daar een huis omheen

We hebben (geloven wij) een appartement gekocht. Tenminste, we hebben in woord en schrift gezegd: ‘ja, we willen’. Maar er moet nog veel gebeuren voordat de eerste paal de grond ingaat. Zo kan de buurt zich er nog mee bemoeien en zijn er nog wat ‘kleine’ dingetjes die de boel kunnen vertragen of tegenhouden.

Dus in afwachting van iets dat pas over twee jaar een feit is, verblijven wij nietsvermoedend, zonnend in de achtertuin. Dan belt een dame van het sanitair. Of we met gezwinde spoed hun kant op willen komen. Je lacht eerst nog maar ze is bloedserieus. Oké, we komen er aan.

Sanitair en andere ongemakken
En zo liepen we dus gisteren rond in een grote showroom met douches, toiletten die vanzelf open en dicht gaan, spiegels die pas licht geven als je er zacht met je hand langs beweegt en badkuipen waarin je met een compleet volleybalteam kunt badderen.
Maar zo groot als dat bad, wordt onze badkamer.

Keuzes
Ik ben niet van keuzes. Ik heb er moeite mee. Omdat het me vaak niet interesseert. Kies jij maar voor mij. Eerlijk gezegd zal het mij een worst zijn of de wasbak een smal subtiel randje heeft of ouderwets porselein gietwerk is. Een voeg van een millimeter of anderhalve… Een ronde ophangbeugel of een rechte…, een stortdouche met veertig gaatjes of honderd, links- of rechtsdraaiende deurtjes, constante stroom of niet, een kraan van chroom of een ander soort chroom. Laat het mij niet zien want dan ga ik er over nadenken. En dat is zonde van de tijd omdat ik het niet weet.

Doe maar
We zeggen nee tegen dingen, ja tegen dingen, we doen wat weg, we voegen toe aan ons badkamerwinkelmandje en zitten uren later bij de mijnheer aan tafel. Hij gaat rekenen en ingewikkelde ordernummers intikken. Wij kijken elkaar aan en als  hij koffie haalt, fluisteren we tegen elkaar wat wij denken dat de prijs onder de streep zal zijn. Een virtuele streep van een virtuele kamer in een virtueel huis dat we nog gaan kopen.

Virtuele prijs
We schrikken niet eens van de prijs. Zoiets hadden we ook gefluisterd tegen elkaar. Met een dikke enveloppe lopen we naar buiten. De zon schijnt, er ligt een leuk terras aan de overzijde waar we aan een tafeltje de middag laten passeren. Nee, we hebben nog geen ‘ja’ gezegd maar de enveloppe laat zien dat we een eind op weg zijn. We bestellen een wit wijntje want hebben we nu iets te vieren of niet?

Wie ons kent weet dat wij altijd iets te vieren hebben. Maar nog nooit hadden we zoveel moeite om het onder woorden te brengen.

 

Laat een reactie achter