Wat zijn WE goed!

Niet alleen hadden of hebben we een fantastische zomer dit jaar maar ook worden we nu al een maand of wat overspoeld door sport en nog een sport. En wat zijn we goed. We, Nederland en We, vrouwen. Ik ben misplaatst trots want veel meer dan nagelbijtend toekijken doe ik niet.

Het begon met de WK voetbal waar wij godzijdank niet bij waren. Genieten van voetbal zonder het zure van verliezen en oranje straten zien vergaan in een soort van troosteloze mismoedigheid. Niets is zo pijnlijk dan een oranje slinger te zien die nutteloos om een lantaarnpaal wappert.

Ik vergeet vast wat maar we hadden tennis met een super prestatie van Kiki Bertens. Er was volleybal succes tijdens het EK Beachvolleybal waar twee vrouwen de titel wonnen. Wielrennen met wederom topprestaties van vrouwen. ‘We’ werden derde als klein landje in het EK turnen voor landenwedstrijden. We wonnen de 5 km en 10 km open water zwemmen. We werden met de vrouwen hockeykampioen. En er waren weer mooie prestaties bij het EK zwemmen.

Samen

Vroeger sportte ik veel. Ik handbalde en volleybalde en was super fanatiek en (best wel) goed. Niet kon mij blijer maken dan een toernooi in een weekend, mijn trainingspak aan trekken, mijn voeten in sportschoenen snoeren en de yell aan het begin van een wedstrijd uitschreeuwen van trots en plezier. Het ‘samen’ speelde zo’n grote rol. Het napraten, het voorpraten, de lol tijdens trainingen.

Sportmeisje

In mijn hoofd ben ik nog steeds een sportmeisje hoewel ik pijnlijk moet constateren dat het alleen maar in het hoofd zit. Het lijf doet al heel lang niet meer mee. Door echte blessures en knietjes die niet meer werken maar ook door luiheid en een slappe instelling. Ik heb pogingen gedaan om te fitnessen en aan apparaten te hangen. Maar daar is weinig teamsport aan. En er was ook maar weinig voor nodig om niet te gaan.

Van sportmeisje ben ik gedegradeerd tot vrouw op leeftijd op de bank die sport kijkt. Een vrouw die alle spelregels kent maar zelf niet meer speelt.

Heel soms, als ik mijn witte sneakers aantrek onder mijn zwarte joggingsbroek, komt dat vreugdegevoel omhoog. Voel ik mijn voeten op de grond, de lichte vering in mijn benen en een drang om te springen en een bal over het net te slaan. In mijn hoofd kan ik alles nog. Maar ja, dat is in het hoofd.

Teamsport voor OSM

Is er nog een teamsport over voor Ons Soort Mensen? Die wel willen maar niet meer durven. Die nog één keer in  korte broek en kniekousjes over een veld willen rennen, achter een bal, naast een bal, voor een bal? Ik neem me voor om me voor te gaan nemen om weer iets te doen. Straks. Als de tijd er rijp voor is. Ik ben er rijp genoeg voor.

 

Laat een reactie achter