Waar zouden we zijn zonder het weer

Het is warm. Heet. We hebben het nergens anders meer over en ik vind het leuk. Een wandeling met het hondje wordt minstens drie keer onderbroken door mensen die verzuchten dat het ‘nu wel een keer genoeg is’. Voor mij niet. Het mag duren.

Ik ben geen ‘zomaar babbelaar’ met andere mensen. Ik kan het niet. Het lukt me niet om te prietpraten voor de vorm maar realiseer me dat het enorm handig is als je het wel kan. Deze warme dagen zijn voor mij dan ook een soort van snelcursus die ik met succes lijk af te ronden.

Teringlijer

In deze warmte zijn de enige mensen die je tegenkomt, zij die echt onderweg moeten en zij die een hondje hebben die moet. Ik zie de grijze man aan komen slenteren. Zijn hondje hijgt er achteraan. Al vanaf verre zoekt zijn blik de mijne. ‘Godklere, wat is het heet. Ik kan er niet tegen’. Ik beaam dat het warm is want dat is het. De man gaat er op zijn gemak voor staan en wijst naar een stapel matrassen op de hoek van de straat. ‘Teringlijers zijn het van de gemeente. Zouden het grof vuil ophalen, laten ze dat liggen’. Ik vind het ook erg. Binnen no-time leer ik wat er in de buurt zoal leeft. Over ‘de Pool op de hoek’ die de weg kwijt is, over de man die vorig jaar zijn eigen grof vuil in een dronken bui in de fik stak omdat ze het niet kwamen ophalen. “Teringlijers’, zegt de man zwetend. Ami laat deze kans niet onbenut en is er bij gaan zitten.

Oude dame

Als ik de man gedag heb gezegd loop ik om de hoek tegen een oude vrouw aan. Ook zij gaat ten onder aan de hitte maar ‘dat beest moet toch gewoon d’r plasje doen’. Ik hoor mezelf gemeenplaatsen roepen die helemaal niet gek klinken deze dag: ‘het is me wat’, ‘tjonge jonge’ en ‘warm heh?’. Als ik verder loop valt het me op dat ogen van andere mensen op zoek zijn naar dezelfde vragende ogen. De blikken van verstandhouding, van ‘wie zegt het eerste iets’. Ik vind het grappig.

Ik houd er van

Ik houd van deze warmte. Het is een soort van vrijbrief om los te laten. De warmte maakt dat ik minder op mijn hoede ben, me niet verstop in kleding of in de naar binnen gerichte blik. De warmte maakt dat ik me overgeef aan het prettige ‘laissez faire’, een houding die mij niet eigen is. De klamme huid, de zwoele tred, de opgelegde kalmte.
Omdat het zo totaal niet bij mij past, geniet ik er met volle teugen van.

 

 

1 reactie

Nicole Orriëns 26 juli 2019 at 09:25

Ik vind het eigenlijk prachtig klinken zoals je beschrijft dat mensen contact zoeken met elkaar! Gedeelde smart en zo.

Reply

Laat een reactie achter