‘Voor een Shiba is ze heel lief’

Ami loopt al drie weken een beetje mank. Uitgesloofd met een wandeling die we maakten. Haar achterpootje trekt ze op en op drie pootjes hinkt ze van de bank naar de keuken. Toch maar naar de dierenarts deze week.

Als we binnenkomen mag ze eerst op de weegschaal. Ami is te zwaar. Elk jaar een kilo is voor mens maar vooral hond(je) te veel van het goede.

We kijken zwijgend naar de uitslag en kijken dan elkaar fronsend aan. Maar de vrouw bij de receptie roept juichend dat ze gelukkig niet is aangekomen. Ook niet afgevallen dus. Ondanks de boontjes en de langere wandelingen.

Wandelingen

Het valt ook niet mee om met Ami lange wandelingen te maken. Het liefst zou ze een uurtje of twee snuffelen en niets anders dan snuffelen om uiteindelijk te kunnen snaaien. Dat is haar reden tot bestaan. We sleuren een onwillig hondje met ons mee wat andere mensen erg grappig vinden. ‘Ze heeft er echt zin in, heh?’
De bal die ik wegtrap kan ik zelf halen. De stok die ik weggooi, idem. Als Ami niet meer verder wil, wil ze niet meer verder. Mevrouw gaat zitten. En al lopen wij bij haar weg, de hoek om, gespannen kijkend tussen de takken van de boom of ze ons achterna komt rennen…. neen. Mevrouw zit nog steeds te zitten. Reuze interessant wat er om haar heen gebeurt. Als we uiteindelijk teruglopen, we moeten toch een keer naar huis, staat ze pas op als we bij haar zijn. ‘Terug’, zegt ze tevreden.

Dierenarts

De dierenarts en de assistente benadrukken een paar keer dat ze voor een Shiba heel handelbaar is. Terwijl Vriendin haar koppie vasthoudt, knijpt de man in pezen en gewrichtjes. Kermend en mopperend laat Ami weten dat ze niet in haar sas is. De dierenarts kan gelukkig niets vinden. We krijgen tabletjes mee om het een weekje aan te kijken. ‘Ik zou haar niet laten rennen’, zegt de dierenarts.

Oei, dat wordt moeilijk.


Laat een reactie achter