Voetbal kijken.’Kom op tijd’

Afgelopen Pinksteren zaten wij op een prachtige camping in Saarburg, Duitsland. Helaas, slechte wifi, dus geen mogelijkheid om daar de voetbalwedstrijd Portugal-Nederland te kijken. 

De eigenaresse van de camping verwijst ons door naar een hotel-restaurant met een Nederlandse eigenaar. Die zal de wedstrijd echt wel uitzenden.
Een dag ervoor, je kan maar beter goed zijn voorbereid, lopen we een half uur van camping naar hotel. Gevonden. 

Nadat we de menukaart hebben ontvangen informeren we naar het uitzenden van de voetbalwedstrijd. 
‘Ja zeker, die zenden we uit, het wordt hier een gekkenhuis. Kom op tijd.’ Hij wijst naar onze honden. ‘Laat die maar thuis, want dat is geen goed idee in die drukte’. 

Ik regel het voor jullie

Als hij later het drankje op tafel zet benoemt hij onze beteuterde gezichten. ‘Die honden, is een probleem voor jullie, nicht?’ Wij knikken. Waar laten we twee honden die geen tentje samen hebben. ‘Kein zorgen’, zegt de man, ik regel het voor jullie’. 

De man heeft het druk, zo druk dat hij zijn zinnen niet afmaakt maar wegloopt, druk gebarend en niet meer terugkomt omdat hij halverwege bij een andere tafel ook dingen belooft. 

Hoge tafel met krukken

Maar bij het afrekenen komt hij er op terug.  ‘Ik regel een hoge tafel voor jullie, met krukken, en achter de tafel kunnen de honden liggen, loop maar even mee’. Wat een lieverd. ‘Maar’ benadrukt hij nogmaals, ‘kom op tijd, het wordt een gekkenhuis’. Wij reserveren een tafel om die dag ook buiten te kunnen eten. Lekker vroeg, zoals hij geadviseerd heeft.

Geluk

We kunnen ons geluk niet op en de volgende dag staat alles in het teken van ‘op tijd zijn’ en een sluimerend oranje gevoel. Ik vertel toch maar dat ‘we’ nog nooit gewonnen hebben als ik in een kroeg of in een groot gezelschap een belangrijke wedstrijd zie. Maar dat zal nu anders zijn, beloof en geloof ik. 

We zijn enorm op tijd. De hoteleigenaar heeft een keurige, hoge tafel klaar gezet met daarop ‘reserviert’. We lachen. Wat een toppertje. Precies om acht uur hijsen we ons op de krukken, zoals afgesproken. Ze zitten daar een beetje gek te zitten tussen alle etende mensen maar wat moet, moet. De hoteleigenaar brengt ons wijn en bier en veegt het zweet van zijn voorhoofd. ‘Je hebt het druk’, zeg ik meelevend. Hij zucht. ‘Dit is nog niets, wacht maar, dan zie je het zelf’. 

Hoe lang we ook wachten, het wordt niet echt druk. Het wordt zelfs helemaal niet druk. Wat verdwaalde Belgen lopen irritant langs om stil te blijven staan voor het televisiescherm. Ze maken foto’s met een zo’n ouderwets cameraatje en maken er nog een en nog een. Een dame gaat voor het scherm staan, wijzend naar onze honden en wil met A. een gesprek aanknopen over het hondenleven in het algemeen. Een grote familie lalt elkaar toe hoe leuk ze het hebben en als ze een voor een naar bed gaan, groeten ze elkaar uitgebreid voor onze neus. ‘Gutenacht’. 

Portugal scoort

We verliezen. Heimelijk verdenk ik de eigenaar dat hij straks de deur opent om joelende Duitsers naar binnen te laten die ons uit komen lachen. Gelukkig hebben we onze oranje petjes in het tasje gelaten. Midden in de nacht lopen we terug en drinken een schnap voor onze hut.
Het is doodstil op de camping. Net zo stil als in het restaurant.

Laat een reactie achter