Verliefd op een robot

Deze maand (november) ontvang je in elke bibliotheek het boekje ‘Ik, robot’. Een boekje geschreven door schrijver (Giphart) en robot (Asibot). Ook op televisie is er veel aandacht voor de robot in en om het werk en privé. Ik werd verliefd op het idee.

Het was een item in Een Vandaag. Een zorgrobot werd tijdelijk toegevoegd aan het leven van een verstandelijk gehandicapte vrouw die in een verzorgingstehuis verblijft.

Lief

Elke keer als de robot de vrouw iets vroeg: ‘Rita, heb je je pillen ingenomen?’, dan kreeg Rita pretlichtjes in haar ogen. De robot zag er vriendelijk uit, vroeg wat nodig was maar gaf iets wat niet te programmeren is: aandacht. Gespeelde aandacht, niet-echte aandacht: noem het zoals het wil, het zal Rita een zorg zijn. Het deed haar echt goed. Na twee weken was het experiment voorbij en werd de robot uit Rita’s huis gehaald. Met grote, betraande ogen vertelde Rita hoe ze de robot mist. ‘Het was gezellig’.

Eng en lief tegelijk

Het zette mij aan het denken. En ik hoef hopelijk niet te zeggen dat er niets boven echt menselijk contact gaat, dat een echte hand fijner is, dat twee armen om je heen net even lekkerder aanvoelen maar ja. De armen, de handen, het hart: het is er niet altijd. De robot mag ook niet de plaats innemen van de menselijke verzorger maar als extra hand en hoofd aan het bed: waarom niet?

Ik heb een hond

Ga ik nu een hond vergelijken met een robot? Natuurlijk mijn hondje ademt, leeft, reageert vanuit een behoefte op mijn aanraking of stem. Maar ik maak van mijn hond ook iets wat het niet is. Ik praat tegen mijn hond alsof zij precies snapt wat het issue in mijn leven is. Ik knuffel haar omdat ik behoefte heb aan de knuffel. Ik interpreteer haar gedrag terwijl ik feitelijk niet weet waarom ze zo zielig kijkt, waarom haar staart hangt of zwaait, waarom ze mij met die grote ogen aankijkt.

Als een robot dat nu ook kan betekenen voor een mens in nood, in verdriet, in eenzaamheid? De verdinging in onze maatschappij is best eng. Want een robot blijft een ding. Een ding waar de mens allerlei weetjes en handigheidjes in stopt. Dat weet ik wel. Maar als nu zo’n ding in staat blijkt om bij een mens een glimlach om de lippen te toveren? Ga ik dan zeggen dat het niet echt is? Zal zij, Rita, daar om malen? Hoeveel lachjes zijn er bij echte mensen oprecht?

 

Misschien vind je dit ook leuk?

Laat een reactie achter