Te veel opgeruimd? Ja en nee

Wat was ik trots. Vijf jaar geleden stonden er dozen vol met mijn dichtbundel in mijn kamer. ‘Je bent nog niets van mij’ een serie gedichten en korte verhalen over ‘moeders’. Vlak voor de verhuizing een half jaar geleden stonden er nog steeds twee volle dozen.

‘Weg ermee’. Mijn opruimbuien bevielen me wel. Hoppa, in de papierbak. Een stuk of acht bundels hield ik achter de hand voor ‘je weet maar nooit’.
Gisteren was ‘je weet maar nooit’. Onverwacht natuurlijk want deze dingen gebeuren altijd onverwacht.

Pitch

In de netwerkgroep waarvan ik sinds kort lid ben, houden we allemaal een zestig-seconden pitch. Weet je dat je zelf moe kan worden van je eigen verhaal? Ik wel. Ik dacht gisteren om het eens anders aan te pakken. In plaats van te vertellen wat ik doe, heb ik laten horen wat ik doe. Ik las voor uit mijn bundel.

Een kort stukje tekst paste precies in zestig seconden. Onwennig om in een groep van ondernemende ondernemers mijzelf te laten zien, ben ik gaan staan. Natuurlijk realiseerde ik me van te voren dat het niet echt de plek was om dit te doen. Hoeveel ‘gevoel’ is toegestaan? Maar dacht ik optimistisch: al is er maar één die geraakt wordt, dat is voor mij genoeg want dit ben ik.

Doodstil

Ik tril niet eens (dat is al een wonder eigenlijk) als ik voorlees. Het is stil en als ik ga zitten wordt het nog stiller. Ik kijk bijna verontschuldigend mensen aan en zie dan hoe veel van hen geraakt en ontroerd zijn. Tranen bij mannen en vrouwen. Een van de mannen zegt er vijftig te willen hebben om uit te delen aan zijn vrouwelijke klanten, anderen willen een bundel kopen. ‘Maar’ zeg ik nog steeds verbijsterd en van slag, ‘ik heb ze weggegooid’.

Ik kom plotseling in contact met mensen waarmee de klik er is. De gevoelsklik. Waar ik eerder nog dacht, ik ga naar huis, voelde ik me  plotseling thuis. En wat er verder ook terecht komt van wel of niet verkochte bundels het was vooral voor mij een les. Want ik ken mezelf goed in de aannames die ik maak. Hoe ik van te voren al rijtjes maak van ‘nee’ en ‘ja’. Van ‘wat hoort’ en ‘wat niet hoort’, van het indelen in welles en nietes.

En ik weet niet of dat iets is wat ik kan veranderen. Wat ik wel kan is wachten totdat al die ongefundeerde onzin in mijn hoofd verdwijnt doordat ik me veilig ga voelen. En gek genoeg lukt dat alleen als ik mezelf laat zien.

Laat een reactie achter