Tag: verdriet

Pijn

imageWe maken van alles mee in het leven. Niemand komt ongeschonden de jaren door. Maar hoe gaat het? Je huilt even, verbijt je, je haalt machteloos de schouders op en je gaat door met het leven. Soms vraag ik me af waar al die pijn blijft of is het gewoon echt over en weg?

Je ouders overlijden, je huilt en gaat verder. Je relatie eindigt op een manier die je niet voor mogelijk had gehouden. Ziektes die ons overkomen. Je verliest iemand of iets? Je gaat door. Totdat…

Er weer iets gebeurt zoal het overlijden van de moeder van Vriendin of de moeder van een ander, een begrafenis waar je bij aanwezig bent. Het leed van anderen. Daar wordt de pijn weer even aangeraakt en herkent. Dat wil je niet, maar het verdriet weet de weg in je lijf. Weet perfect waar het restverdriet waar je niets mee kon, zich ophoudt. En dan voel je het weer, niet een beetje maar alle weggestopte tranen dringen bij de deur. Het moet er uit. Kan er niet uit. Je gaat niet brullen als het jouw ‘feestje’ niet is en al was het dat wel: dan nog niet. Een kloppende kluwen en te veel om geluid aan te geven.

Je slik en zucht het weg en … het zakt weer terug in de beschutting van de eigen haven waar het water tegen de muren bonkt. Tot er weer iemand averij oploopt.

In memoriam – B

sad-505857_640Een collega van een andere afdeling vraagt of ik een paar minuutjes heb. We gaan een kamer binnen, ze sluit de deur. Ze vertelt dat B. is overleden. Ik kijk haar wazig aan. B? Ze laat nog wat woorden vallen en het dringt tot me door. B. is overleden? Mijn B? Ik voel hoe het bloed uit mijn gezicht wegtrekt alsof iemand je met platte hand geslagen heeft. Ik deel wat herinneringen met mijn collega en ga terug naar mijn werkplek. De dag is bijna om en dat is goed want ik ben tot niets in staat.

Op internet zie ik de overlijdenskaart. Een foto van B van toen. Een foto van B van niet zo lang geleden. Een oudere dame, grote zonnebril op, grote hoed, flaporen die olijk door haar rode haren steken, een zuurstofslangetje in haar neus en twee vingers die triomfantelijk in de lucht worden gestoken. Wat zou ze zeggen? ‘Fuck alles?’

Ik zeg wel eens gekscherend dat ik twee levens heb, dat van vroeger en dat van nu. Het leven van vroeger kan en wil ik met weinig mensen delen. Uit dat leven komt B. B. was de wijze en onwijze vrouw die mij ooit oppikte toen het niet meer ging. Ze was groot en klein, dapper en bang, woest en liefdevol. Net een gewoon mens zou je zeggen maar B. was extreem in alle hoogte- en dieptepunten. Ze was moeder en kind. Heel veel jaren deelden we alles wat er was. Leefden een leven buiten de realiteit maar het was wel mijn realiteit. Een wazige periode. Een aaneenschakeling van gevoelens, van diepe dalen, van grote stappen, van mezelf kwijtraken en terugvinden. Haar dochtertje, haar mannen, het overlijden van haar engelachtige baby binnen het jaar, het gieren van plezier, het krijsen van verdriet.  Er hing een groep van ‘groupies’ om B. Mensen die nog te klein waren om op eigen benen te staan. Die haar aanbaden en de mensen die dat niet deden maakten dat ze weg kwamen uit die gekte.

Ik heb van de een op de andere dag gebroken met haar en haar wereld. Dertig jaar geleden nu. Breken om heel te worden. Een deken over het leven van toen dat af en toe even oppiept maar er zijn geen mensen meer uit die tijd, dus ook geen herinneringen om te delen met hen die het weten. Natuurlijk weet ik het zelf diep van binnen nog wel. En gisteren, starend naar de foto van B komt het naar boven, heftig en groots. B. wordt vandaag in kleine kring begraven.

Op haar kaart staat:

Als je aan mij denkt, onthoud dan de tijd, dat je mij het meeste lief hebt gehad. (Rainer Maria Rilke)

Lieve, lieve B. Dat is niet moeilijk. Makkelijk zelfs.

Je hoeft niet te gaan zitten

clouds-747254_640Je wordt wakker onder een zware, grijze wolkendeken. Het wakker worden verandert niets aan de dichtheid van het grijs. Alle stappen die je daarna neemt lijken je eerder achterop te brengen dan vooruit. Alsof iemand met twee handen tegen je borst drukt en jij net doet alsof je ergens naar toe gaat.

Eergisteren schreef je over het groene bankje, de foto bovenaan je blog. Hoe je daar kan zitten en wachten totdat iemand naast je komt zitten en vertelt. Hoe je zou luisteren, echt luisteren en later zou vertalen wat je hoorde. Maar soms, dat was je vergeten, komt er iemand naast je zitten die je liever niet wilt horen. Dat je al voelt, met de klap waarmee hij zich laat vallen naast je, dat het slecht nieuws is. Maar ook slecht nieuws moet zitten en vertellen. Terwijl alles in je schreeuwt: ‘Je hoeft niet te gaan zitten. Ga deze bank voorbij, verderop staat er ook eentje’, het helpt niet. Hij moet hier zijn. Net toen de zon scheen. Net toen je nog zeurde over een pijntje ergens ver weg. Net toen je je nog kon troosten met een foto aan de muur. Dat je groots kon vertellen over de weg die we allemaal bewandelen, die omhoog en omlaag gaat. Zo als het leven is.

De grijze wolkendeken voegt zich om je lijf, ademt in als jij inademt en uit als je loslaat. Toch, een deken die meebeweegt is hoopvol. De wolkjes die ergens heus wel licht willen doorlaten. Niet meteen. Niet nu. Maar straks zullen er wolkjes ruimte geven aan licht en lucht. Kan je weer ademen en de weg vinden met elkaar.

Het is uit

Ik beland gisteren in de laatste vijf minuten van Goede Tijden Slechte Tijden (echt waar, ik volg het niet). Daar zie je mooi acteerspel van twee mensen, een jongen en een meisje, die uit elkaar zijn. Je ziet hun verdriet, mooie tranen en de wanhoop is voelbaar.

Dat en de prachtige tekst van Robert Long:
Je zit tegenover mij en kijkt me aan
en vertelt me dat de vlam is uitgegaan

Jeetje, wat is dat erg, uit elkaar gaan. Ik herinner me alle keren van verdriet, van het niet kunnen loslaten, van het vooral niet willen loslaten, ook al was het nog zo slecht. Zelfs de kinderliefdes sloegen bij mij in als een bom, minder verdriet maar wel zeer, deed het.

Na de laatste keer dacht ik: het hoeft niet meer voor mij, maar ja, wat doe je als er een prachtig mens jouw pad op een bijzondere manier kruist? Ik ben haar gaan volgen en dat blijf ik doen.

Van alle liefdes die overgaan is misschien wel het mooiste, dat er nieuwe komen. Dat ervaar ik als een groot geschenk.
En zelfs de vele verdrietige momenten over wat niet meer is, zijn mooie geschenkjes.

Nooit meer huilen

Gisteren was de herdenkingsbijeenkomst van I. Een mooie, warme samenkomst van heel veel mensen, allemaal verbijsterd door dit plotseling verlies.
Ik ga meestal volkomen onbewogen naar dit soort trieste bijeenkomsten. Alsof ik een werkafspraak heb, een afspraak met een dokter. Zoiets. Maar altijd word ik overvallen door een groot verdriet als andere mensen spreken, huilen, troosten. Overvallen is het goede woord, van volkomen rationeel naar volkomen emotioneel. Het gevoel dat je het uit zou willen brullen maar geen recht heb op zoveel verdriet tijdens een herdenken van het leven van I. En dat is ook zo.
En elke keer verbaas ik mezelf over de hoeveelheid aan tranen die in mij verborgen zit. En de gedachte: ik wil nooit meer huilen.
Te laat besef ik ook steeds weer dat nooit meer huilen niet hetzelfde is als: nooit meer verdriet.

Bij het weggaan kijk ik naar de foto van I. Een blozende vrouw, lachend en genietend van het leven. Ik onderdruk de neiging de foto aan te raken. Zucht en neem afscheid. Dat verdriet is voor haar.