Tag: oorlog

Toen er nog geen oorlog kwam

Als kind al realiseerde ik me wat een bofkont ik was. Om te leven in een wereld zonder oorlog. Mijn wereld was nog klein: het was mijn vader en moeder, mijn zusjes en broertje. Later werd de wereld de stad waar ik woonde, het land waar ik leefde. Wat een geluk dacht ik toen, dat wij nooit, nooit oorlog zouden hebben.

Gisterochtend word ik wakker en zoals altijd bekijk ik direct het nieuws. ‘Amerika vuurt kruisraketten af in Syrië’. Mijn hart slaat even over. Wat gaat er gebeuren, wat staat er te gebeuren? Ik scroll door naar ander nieuws, beter nieuws alsjeblieft. Gelukkig iets over Dotan met zijn nep-accounts.

In je slaap

Ik bedenk dat als er in onze nacht, toen we veilig sliepen, er ergens raketten zijn afgevuurd. En dat ik dat niet wist. Dat ik het dus misschien ook niet bewust zal meemaken als die raketten hier een keertje vallen. Dat het zomaar, van de een op de andere dag, voorbij kan zijn met deze ‘verrukkelijke’ wereld. Verrukkelijk natuurlijk tussen aanhalingstekens want zo verrukkelijk is het niet en is het waarschijnlijk ook nooit geweest.

Maar mijn en jouw wereld is eigenlijk toch verdomd verrukkelijk geweest. In ons landje met zijn petieterige gezeik over non-dingen. Het belangrijkste nieuws is altijd nog het weerbericht.

Kinderen

En ik denk aan de kinderen die nu opgroeien. Net zo onbevangen als ik destijds. Met belletje blazen en kiekeboe spelen. Hoe ik destijds dacht aan mijn ouders die wel de nasleep van de oorlog  als kind meemaakten. Aan de generatie voor hen die er midden in zaten.
En toen wij, gelukkige wij. In een wereld zonder oorlog. En ‘onze’ kinderen kennen dat geluk ook. Niet bewust en dat is goed. Zo zou het voor alle kinderen moeten zijn. Maar we weten allemaal hoeveel kinderen er opgroeien in een wereld die om hen heen afbrokkelt. Die rennen voor hun leven om in de rustige tussentijd die er soms is, een potje te voetballen.

En ik merk hoe bij mij een bericht over kruisraketten, over bomaanslagen, over IS, nu al minder heftig binnenkomen dan toen ooit het eerste bericht. Toen mijn kinderlijke blik op de wereld plotseling instortte. Hoe de dood mijn wereld binnenkwam.

Geef mij een sprookje om in te geloven. Geef iedereen een sprookje om in te geloven.
(Vrij vertaald naar Vasalis: ik zoek een misverstand om te geloven).

 

Ik wil het niet horen, niet zien, niet voelen

Ik zocht naar een plaatje over oorlog maar kwam uit bij een plaatje over vrede. Die bevalt me zo veel beter.

Vriendin en ik hoorde een fragment uit Kijken in de Ziel. Een programma waarin Coen Verbraak dit maal praat met militairen. Ik besluit het later terug te zien. Gisteren was ‘later’. Ik heb het niet afgekeken want ondanks mooi en indringend, kwam het mij te dichtbij.

Oorlog

Op de vraag of wij in Nederland nog oorlog krijgen, antwoordde elke (hoge) militair: ja. Geen twijfel was er. Mijn hart sloeg over.
Ook spraken ze over het imago van de militair. In tijden van vrede kun je het je veroorloven een makkelijke mening te hebben over de militair. Ik dacht toch ook een beetje zo: uniformgeil, machtswellust, mannenwereld, veel normen, veel waarden. Wist ik veel, ze waren niet echt nodig behalve als er een dijkje doorbrak.

Dienstplicht

De vraag of de dienstplicht terug moest komen werd verschillend geïnterpreteerd. Een kapitein zei: ‘ja, maar laten we het dienplicht noemen’. Dienen in landen als bijvoorbeeld vrijwilliger in een oorlogsgebied of in een gebied met grote armoede. On zo te leren we hoe dankbaar je mag zijn voor de wereld waarin wij leven. Een ander zei: ‘Nee, we hebben alleen iets aan gemotiveerde mannen en vrouwen’. Ik begrijp dat. Ieder mens kan zandzakken sjouwen maar je land verdedigen tegen monsterlijk, menselijk geweld? Wie zijn daar voor in de wieg gelegd, wie heeft zoveel landliefde?

Oorlogje spelen

Er is zoveel wegbezuinigd bij het leger dat het enige dat nog kan is oorlogje oefenen in een virtuele wereld. Geen geld voor geweren, voor munitie, voor een onderzeebootje of zo. Legervoertuigen vallen van ellende uit elkaar en de laatste tanks zijn aan Duitsland weggegeven.

Het feit dat ik in mijn leven geen oorlog heb meegemaakt schijnt bijzonder te zijn. Tijden van vrede waren vroeger heel schaars. Een golfbeweging van geweld en vrede, geweld en vrede, geweld en vrede. De relatieve rust die we nu ervaren duurt al zo’n zeventig jaar. Dat is dus lang. En ik was me daar niet, nooit bewust van. Dat wij zo boffen, zo gelukkig zijn dat we konden kiezen voor een leven waarin het niet ging om overleven maar over leven.

Zijn ze er nog?

Zijn ze er nog. Mannen en vrouwen die durven. Die ons gaan verdedigen. Die principes hebben die ik eerst verafschuwde. Die hun leven op het spel zetten voor dat van ons? Een van de geïnterviewden zei: ‘Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog’.

Dat willen we helemaal niet horen natuurlijk. Maar ik vrees dat het waar is. Lafbek. Ik.

 

Na de oorlog

Na de oorlog

Waar te beginnen als alles in puin
in verdriet is verscheurd, in woede gevallen
in zwart is gekleurd
het huis ligt in stukken verspreid in een mist
van flarden van vroeger, een leven gewist

Waar te beginnen als zij er niet zijn
hun adem gestokt, de keten verbroken,
de dood die jou lokt
de speeltuin van vroeger, de schommel is leeg
alles staat stil, niets dat beweegt

Waar te beginnen als alles van toen
kapot is gemaakt, tot stof is vermalen
naar dodengeur smaakt
het spelende meisje, zingt zacht in het zand
verdwaald in de dag, speelt zij een land

Waar te beginnen als niets er meer staat
een volk ontheemd, geschaad in vertrouwen
voor altijd vervreemd
geen scholen, geen kerken, geen straten of plein
kreten van moeders die geen moeders meer zijn

Wapenstilstand – even wachten

Ze zijn het eens geworden over een ‘staakt-het-vuren’. De presidenten van Rusland, Oekraïne en bondskanselier Merkel van Duitsland. Ik was opgelucht toen ik het hoorde maar als je alle voorspellingen hoort dan is het een doodlopende weg. Gisteren zag ik weer troosteloze beelden over bombardementen in Oost-Oekraïne. Een vrouw die huilend in een bed ligt, alles kwijt. Wanhopige mensen die zich afvragen waarom en hoe lang nog.

Nog twee dagen. Hebben ze eergisteren besloten. En ik, in al mijn simpelheid, vraag me af waarom twee dagen? Waarom niet nu? Ik begrijp dat er zaken geregeld moeten worden maar waarom nog heel veel mensen het leven ontnemen als het over 24 uur niet meer nodig is.
Ik zie soldaten die zeggen dat ondanks de wapenstilstand de oorlog gewoon doorgaat. Er is haat gezaaid en daar stop je niet zo mee.

En Poetin. Poetin lacht in zijn Russische vuistje. Wat een slimme man. Wat een strateeg. Een klein mannetje met een ondoorgrondelijk masker. Europa hangt aan een zijden draadje en helaas draait het alleen maar weer om macht. Politiek is een spel maar het wordt langzaamaan een dodelijk spel. Wie staat er echt op als het nodig is? Oorlog was ooit zo ver van ons af en eigenlijk denken we dat nog steeds. Maar gisteren zei een journalist: ‘je neemt in de ochtend de trein en dezelfde dag nog, zit je midden in een smerige oorlog’.

Zo dichtbij.

 

Op de grens van vrede

Schuilen tegen kogels

Schuilen tegen kogels

Op 7 mei 1945 schoot een Duitse militair in op de vrijheid-vierende menigte die zich had verzameld op de Dam. Twintig doden en honderd gewonden vielen er.

Dit soort verhalen roept altijd bij mij een ‘hoe-bestaat-het’ gevoel op. Hoe bestaat het dat terwijl je de vrede aan het vieren bent er iemand is die daar nog niet klaar voor is. Het niet weet, het niet wil weten. Die dag vielen er twintig doden en veel gewonden. Ik stel me voor hoe zo’n verhaal in de familie blijft rondgaan, het zure, cynische feit dat er geen reden was om te schieten voor die Duitse soldaat. Hoe een bevrijding verandert in een hel.
Mijn tante overleed toen ik kind was. Zij was wijkverpleester in Rijp Wetering. Een vrouw met een verhaal. Een vrouw die alleen leefde, een norse vrouw maar met een hart van goud.
Ze werd aangereden door een jongen zonder rijbewijs. Zij en haar jongere collega waren op slag dood.
Nog geen week daarvoor was ze te zien in de krant omdat ze ‘zuster van het jaar’ was geworden. Hoe wrang.

Dat verhaal ging rond in de familie. ‘Ze had het net allemaal voor elkaar’. ‘Ze had juist haar leven op orde, ze was gelukkig’. Doet het er toe of maken we door dit soort verhalen de dood nog ongrijpbaarder? Door er een mystieke draai aan te geven kunnen we wellicht het verlies een plaats geven met verzuchtingen als ‘het was niet nodig geweest’. Bij mij als kind heeft het mijn gedachtenwereld zodanig beïnvloed dat ik heel lang heb gedacht dat het vooral niet ‘goed’ moet gaan. Niet al te gelukkig worden want wie gelukkig is wordt gestraft. Met de dood.
Elk verlies door dood is aangrijpend. Maar soms is de dood nog oneerlijker, ongrijpbaarder dan het gewoonlijk al is.