Tag: nieuw huis

De sleutel tot…

Gisteren was het zover en mochten we de sleutel ontvangen van ons nieuwe appartement. Twee mannen begeleiden ons naar binnen. De ene namens de aannemer, de ander van een door ons ingehuurd adviesbureau. Onderling klikt het niet zo…

Wat niet klopt: wij zien het huis bijna voor het eerst. Slechts eenmaal waren we in de in aanbouw zijnde woning en was niets echt klaar. Dus we zien de deuren die we besteld hebben, de badkamer waarvan de deur nog dicht is, de ramen, de muren. We willen gillen van plezier, als jonge hondjes achter elkaar aanrennen maar… we waren niet alleen. De twee heren liepen met technische ogen door ons huis en wij liepen er braaf achteraan.

Achter de rug

Achter de ruggen van de mannen weten we elkaar nog blijde blikken toe te werpen om daarna weer te luisteren naar wat er allemaal verteld wordt. Of we circulaire afzuiging hebben… we kijken elkaar aan. Hebben we dat? We zien alle technische snufjes en proberen te onthouden wat we ook weer wel en niet mogen. De aannemerman, Jordy, vinden wij sympathiek. De adviesman ziet er uit alsof hij ons komt redden van de ondergang. En natuurlijk zijn we blij met zijn advies en wakend oog maar het verschil tussen beide mannen kan niet groter zijn. De adviesman lispelt achter de rug van J om dat hij niet voor één gat te vangen is. J. is er wel klaar mee, zegt hij, als de adviesman hem iets opdraagt. Het vertrouwen tussen beide partijen is ver te zoeken. Bijna besluit ik om een mediation-sessie te starten maar dan gaat de deur van de badkamer open en juichen we in stilte om wat het geworden is.

Eindelijk…

Dan is het zover. Krijgen we de sleutels, een hand, een kistje met aardigheden en een toegefluisterd advies van de adviesman. De deur gaat dicht en we maken eindelijk ons rondedansje. Als ik door het raam naar buiten kijk zie ik J. een sigaretje opsteken en eens diep uitblazen. Nog een woning of dertig te gaan. Hij wil liever bouwen volgens mij.

Er staan muren dus het is waar

Gisteren konden we voor de eerste keer een kijkje nemen in ons nieuwe appartement. Om kwart over acht drentelden wij met de buren als een opgewonden klasje dat op schoolreisje gaat voor de ingang heen en weer. Toen eindelijk de man met de helmen kwam.

De hele Bob de Bouwerfamilie neemt de trap naar de tweede. Als we voor ingang van onze woning staan, zien we hoe mannen druk bezig zijn met het leggen van de vloerverwarming. Vriendin en ik kijken elkaar aan. Wordt er nu verwacht dat we met hink-stap-springsprongen door de lussen heen het huis bekijken? Dan komt het verlossende antwoord. We staan een verdieping te hoog.

Van tekening naar muren

We lopen naar binnen. Woonkamer, daar waar de keuken komt, daar waar de badkamer komt, oh kijk, we hebben kozijnen, oh kijk, de ramen lopen best wel ver door. Alles wat op tekening te zien zou zijn, ontdekken we nu pas echt. Overal hangen draden uit de muren en uit de plafonds. Mannen trekken aan een draadje en roepen nummers naar elkaar. Het zal allemaal nodig zijn.

Sommige dingen vallen mee, sommigen tegen. We moeten echt ontspullen en meer dan we in eerste instantie dachten. Dat we de hele woonkamer één op één mee konden nemen… kan, maar lijkt toch niet zo’n goed plan. Maar we worden er toch gelukkig van. De stappen die we door onze woning maken lijken op danspasjes. Misschien dans je vanzelf als je al zo lang moet wachten.

Wonder

Ik vind het altijd een wonder. Een bouwplaats, van die speelgoedmannetjes met gele helmpjes op die druk door elkaar heen lopen, waar elke organisatie lijkt te ontbreken, waar ieder een ding doet en waar al die dingen samen een gebouw worden. Helmpje af.

We bedanken de uitvoerder en zeggen blij te zijn. Hij is ook blij. Bij een andere bezichtiging was er een man compleet uit zijn dak gegaan omdat het allemaal kleiner leek dan hij bedacht had. Gelukkig gaan we zelf al uit van ons onvermogen om een tekening te lezen.

Dat er muren staan, draden hangen, een plek waar een toilet moet komen, een douchebak… het lijkt er op dat er echt een huis gaat komen.

 

De eerste steen

We hadden de eerste officiële steenlegging van ons nieuwe appartement. Met een feestelijke bijeenkomst. Een Rijswijkse wethouder, wat bobo’s en de mogelijkheid om de nieuwe buren te ontmoeten. De zon scheen, de lucht was blauw en steigers blijven steigers.

We wandelen naar ‘ons’ gebouw en ontwaren iets wat ons terras zou kunnen worden. Zien dingen die andere mensen al lang op tekeningen hadden gezien en ik maak me zorgen. Het lijkt veel kleiner dan ik van te voren had gedacht. Bij wat onze balkondeur zal moeten worden zie ik een splinter zonneschijn. ‘Als we aan de deurpost hangen, pikken we nog wat zon mee’, zeg ik optimistisch tegen Vriendin.

Wethouder

De wethouder houdt een praatje en onthult een oude steen die in de nieuwe muur is gemetseld. Een oudere heer naast me bromt ‘eindelijk een ambtenaar die iets doet voor zijn geld’. Ik kijk de man aan. Zou zomaar de voorzitter van de VVE kunnen worden. Dat type. ‘Eén voordeel’, gaat de man verder, ‘zolang hij hier is, kan ‘ie geen foute beslissingen nemen’.
Ik hoop alleen maar dat deze mijnheer een andere sticker krijgt opgeplakt later. Aan de stickers zullen we elkaar herkennen is ons immers beloofd.

Oppepper

In de Rijswijkse Schouwburg vertelt de wethouder verder. Dat deze schitterende appartementen zijn bedoeld als oppepper voor de wijk. Hij kijkt rond en zegt blij te zijn met ‘de grote verscheidenheid aan bewoners’. Ik zie het niet. Vijfennegentig procent van de bewoners is blank en vijftig plus. Er is slechts één homostel te ontwaren: yes.

Buren

We ontmoeten onze buren. De blauwe stickertjes drijven ons in de armen van bouwnummers die grenzen aan de onze. Leuke buren, leuke gesprekken, nu al, we zijn blij. Een vrouw kijkt zorgelijk. Het huis wordt eerder opgeleverd dan ze gehoopt had. Ze is nog niet toe aan afscheid nemen van de oude woning. Wij delen onze zorgen en krijgen bijna medelijden met elkaar. Zielige mensen zijn we, die gedwongen werden hun heerlijke huis met tuin op het zuiden te verkopen, die van de hele dag zon naar een halve dag zon gaan, van drie etages naar slechts één.

Als ik hardop zeg dat we ons moeten schamen lachen we. We proosten op de toekomst, een nieuwe plek om te wonen en ik kan eerlijk zeggen, na een stuk of achttien keer verhuisd te zijn, dat het altijd goed zal komen. Het huis moet alleen nog gaan lijken op het plaatje van de verkoopbrochure.
En de rest is aan ons. Wij zijn het huis.