Spuug

Hij loopt druk gebarend door de zaal waar het publiek aan zijn lippen hangt. Ik word afgeleid door alles er om heen. Een scheve stropdas (waarom groen?), het haar dat leuker kan, een te wijde pantalon en lippen die zonder geluid lijken te bewegen.

Hij herhaalt de anekdotes uit het leven keer op keer met dezelfde gedrevenheid. De toehoorders geloven hem, geloven elke blik, elk woord, elk gebaar. En als zijn enthousiasme toeneemt neemt ook de hoeveelheid speeksel toe in zijn mond. Soms, als hij woorden extra benadrukt, zie ik spettertjes vocht uit zijn mond komen. Als dat geen passie is.

Witte vlok

Dan blijft er een klein wit vlokje speeksel op zijn onderlip hangen. Een vlokje dat niet vanzelf zal verdwijnen vrees ik. ‘Haal het weg’, denk ik, ‘veeg het af’, maar hij lijkt het niet te voelen. Het witte vlokje beweegt mee met de zinnen die hij uitspuwt en mijn ogen haken zich vast op zijn onderlip terwijl mijn maag zich langzaam omkeert. De geluiden verdwijnen naar de achtergrond. De man verdwijnt, het publiek. Het enige dat blijft is die mond, de bewegende lippen met de witte vlok speeksel die groter lijkt te worden. Zo groot dat de lip eronder verdwijnt. Een meedeinende massa van luchtbelletjes die elkaar vasthouden. Ruik ik het nu ook?

Het enige wat hij nodig had was een zakdoek en een vriendelijke dame die hem stilletjes wees op het ongemak dat voor haar ogen groeide tot onmogelijke proporties.
Het verhaal heeft ze gemist maar wat de hele dag bleef hangen was het witte vlokje.

Laat een reactie achter