Met de dood in de ogen

In de serie ‘Over mijn lijk’ worden zes jongeren gevolgd die nog maar kort te leven hebben. Trieste televisie natuurlijk maar ook mooi en betekenisvol. Het raakt mij in elke vezel van mijn lichaam en het geeft hoop omdat de lessen zo mooi zijn.

Zo kiest elke jongere voor een eigen strategie om om te gaan met het bericht dat je niet meer beter kan worden. Daan, een negentienjarige uit Texel, lacht veel weg en maakt grapjes. Soms zie je zijn gezicht betrekken omdat hij heus wel weet hoe het echt is en zal gaan. In de uitzending gisteren zien we dat Daan het niet redt. Hoe zijn vriendin hem liefdevol steunt en begeleidt bij alles wat hij nog kan en wil doen maar uiteindelijk naast hem ligt, op bed, als hij zijn laatste adem uitblaast.

Jong en wijs

Vooral de jongsten uit deze serie: Daan, Gerianne (16) en Tom (21) zien we in een leven met veel vrienden om hen heen. Wat doet zo’n bericht met een vriendengroep? Waar eerst het leven bestond uit feesten en het leven vieren komt er ineens een dimensie bij waar ze eigenlijk te jong voor zijn maar hen ook iets biedt dat waardevol is. Stilstaan en beseffen, misschien wel voor het eerst, dat het leven soms niet eerlijk is en leuk.

Liefde

De jongeren hebben partners. Ook zij maken iets mee dat zo heftig is en confronterend. En dan zien hoe die jonge mensen er blijven voor elkaar en elkaar steunen. En dan de ouders, zussen en broertjes. Wat een zware tijden maken ze mee, maar ook wat een mooie tijden maken ze mee. Dichterbij elkaar kun je bijna niet komen.

Met tranen in de ogen kijken we mee in levens die verloren gaan. En zoals altijd met dood en afscheid nemen, brengt het mij terug naar de basis van nietig zijn en klein. Maar ook bij de grote vragen over het waarom en waarvoor.

Gerianne gelooft in het wederzien van mensen, een leven na de dood zonder pijn en frustratie.
Ik bid, heel soms doe ik dat, dat het er allemaal is voor haar. Een wereld waar wij niets van weten.

‘Mijn hart is niet dement’

Bij toeval zie ik een uitzending van Nieuwsuur. Over dementie. Een portret van drie patiënten. Een vrouw doet yoga-oefeningen in haar woonkamer. Een mooie, oude dame in fel gekleurde kleding. Modern kapsel. Een vrouw van tachtig. En wat een vrouw.

Ze weet dat ze aan het dementeren is. Ze zegt ook zelf als ze haar keuken laat zien: ‘Koken mag ik niet meer. Als ik hier iets sta te doen is er een hele grote kans dat ik vijf minuten later in de tuin aan het werk ga. Het stond hier al een keer blauw’. Ze haalt haar schouders op.

Ze vertelt dat ze bijvoorbeeld naar een laatje loopt en dan niet meer weet wat ze ging doen. En dat ze dat de hele dag heeft. Achter haar eigen feiten aanloopt. Ze schildert niet meer maar geeft nog wel yoga-lessen. ‘Om toch nog het gevoel te hebben dat je er toe doet’.

Yoga juf

We zien haar op het matje de benen strekken. Het gaat natuurlijk niet zo makkelijk maar ze strekt ze beter dan ik de mijne kan. Ze is slim, betrokken en sociaal. Ze vertelt haar verhaal zonder haperingen. Maar ze heeft het wel: dementie.

Contact

Contact met anderen is belangrijk. En dan zegt ze iets dat mij ontroert. ‘Mijn hart is niet dement’. En ik denk, je hebt gelijk. Je huid heeft het allemaal onthouden. De aanraking, de beroering, de kus op de wangen, op de lippen, de hand door je haren. Je huid weet alles nog. Je hart heeft niet alleen technisch geslagen, zoveel slagen per minuut maar heeft ook de liefde gevoeld. En ze heeft een ruim hart, dat kun je zien en voelen.

Haar wens

Ze wil haar leven eindigen als ze ‘er nog is’. Met haar kinderen om haar heen. Niet wegkwijnend in een niemand. Ik begrijp dat zo goed. Wie wil dat eigenlijk wel? We hebben allemaal voorbeelden om ons heen van mensen die niet meer weten, niet onthouden en herkennen. Die pijn hebben en lijden.

Maar ook bij hen is het zo: het hart is niet dement.

Dat wil ik onthouden, zo lang als het gaat.

Lessen te leren

We volgen een serie: American Crime. De eerste aflevering weten we het nog niet. Het is anders. Niet de politiemensen staan centraal of de daad die gepleegd is, maar de mensen die ergens een rol spelen in het verhaal. Maar dan pakt het ons bij de kladden. Treurige kladden.

Af en toe zucht ik mijn diepste zucht. Als ik de donkere, schimmige wereld zie van dancescene en drugs. Van mensen die zichzelf compleet kwijt zijn geraakt en met henzelf ook hun naasten.

Racisme, verslaving en gewoon verknipte gezinnen

Er is een misdaad gepleegd. Er zijn verschillende mensen bij betrokken: mogelijke daders, slachtoffers en de familie van al deze betrokkenen. De moeder van de vermoorde jongen heeft lang geleden besloten dat haar gezin een idyllisch gezin zou zijn en dat blijft ze volhouden ondanks alle keiharde feiten die ons, de kijker, vertellen dat het heel anders is.

Er is een Mexicaans gezin dat weet dat ze beter moeten zijn dan de gewone Amerikaan om niet op te vallen. Het harde werken en zorgen van de vader is pijnlijk om te zien.

Keuzes

Naar aanleiding van de moord en de situatie moet iedereen keuzes maken die soms niet meer terug te draaien zijn. Pijnlijk en ontluisterend en zo dicht bij de waarheid dat het binnen komt. De American dream is voor velen een utopie. Je ziet mensen afglijden in een wereld waaruit ze nooit meer terug kunnen komen. Het Amerikaanse rechtssysteem is tergend langzaam en onrechtvaardig soms.

Nadenken

De serie maakt dat je gaat nadenken over het leven. Het grote leven, het Westerse leven met alle overvloed en teveel aan niets en leegte. Dat doet het in ieder geval bij mij. En dan bekruipt mij toch het vaak weggeduwde gevoel dat we het anders moeten gaan doen hier. Dat we onze leegte op een andere manier moeten invullen.

En dan heb ik nog een grote les te leren.

Deze serie is te zien bij Ziggo. Aanrader.

 

Er bestaat geen medicijn, tegen oud en eenzaam zijn

Die regel: ‘er bestaat geen medicijn, tegen oud en eenzaam zijn’, uit Cirkels van Herman van Veen, zingt rond in mijn hoofd. Juist omdat ik wel een medicijn heb ontdekt. Nu ben ik niet eenzaam en oud maar soms kun je wel een medicijn gebruiken. De mijne heet Ami.

Na een weekend van heel veel drukte, voelde ik me brak. Keelpijn, koud, moe, best een sneu type was ik. En buiten was het nog kouder dan ik van binnen was. Vriendin is zo’n type die door weer en wind met muts en sjaal de koude trotseert en met Ami onderweg gaat, om jaloersmakend opgeruimd terug te komen. Maar wat zij kan, kan ik toch ook zeker?

Monster

Dus we vertrekken rillend naar Monster, waar we al even niet geweest waren. Het zonnetje schijnt en dat is al een wereld van verschil. Ami heeft er zin in. De Shiba staat er om bekend te lachen als ze het naar haar zin heeft. En dat heeft ze. En ik merk dat er vanzelf een glimlach om mijn mond kom. Ik word steeds een beetje blijer van binnen. De bal die ik weggooi brengt ze terug om er daarna weer als een gek achteraan te gaan.
De kuil die ze tegenkomt, graaft ze nog dieper uit om daarna uit pure opwinding een rondje of twintig als een malloot om me heen te rennen. Ze weet van gekkigheid en blijheid niet wat ze moet doen.

Mooierd

Als iemand dat nog tegen haar zegt: ‘Jeetje, wat ben jij een mooierd’, straal ik als was ik ook een shiba. Als Ami genoeg gerend heeft geeft ze dat heel duidelijk aan. Ze loopt gewoon niet verder. Ze gaat zitten op haar Shibakont en alles zegt: ‘het was genoeg zo, we gaan weer naar huis’. Bij het hek laat ze zich nog geduldig plukken en gaat er zelfs even bij zitten. ‘Pluk maar baasje, als je daar blij van wordt’.

Ze springt de auto in, nestelt zich in haar kussen en sluit tevreden de oogjes. Ik heb het warm gekregen van de activiteit maar vooral van haar. En ik kan me zo voorstellen dat (oudere) eenzame mensen een hondje nemen of vooruit een kat, mag ook. Gewoon zo’n levende knuffel die de dag wat mooier maakt.

 

Ik beken

Ontroering. Bij het zien van een mooi plaatje. Het horen van mooie muziek. De glimlach van iemand. Een traan over een wang. Beelden en woorden. Die kunnen mij raken.

Ik ben makkelijk te raken. Zie er heel groot en stevig uit maar wie mij goed kent weet dat dat buitenkant is. Een goed gebouwd huis ben ik waarbinnen ik me veilig kan bewegen. Soms echter, gaan de gordijnen open en kan men mij zien.

Muziek

Zo kan ik enorm geraakt worden door liedjes, muziek en teksten. En wat ik altijd een beetje lachend weg wuif is mijn liefde voor de smartlap. ‘Lekker meebrullen’ zeg ik dan. Of ‘ach, laat mij mijn quilty pleasure hebben’. Een diep dal ging ik door met ‘laat me alleen’ van Rita Hovink. Mijn allerdiepste dal met ‘Want zij gelooft in mij’. En nu is daar Samantha Steenwijk. Een Haagse scheur van jewelste die meedoet in The Voice. En zij raakt me. En het is altijd de combinatie van uitstraling, waarachtigheid, muziek en woorden.

Pijntonen

Een hoge toon op een viool die een echo-achtige stilte nalaat. Een ster in het donker. Een zwoel briesje in de nacht. De geur van een baby. En de smartlap.
Ik kan niet verklaren waarom zulke simpele muziek en woorden rechtstreeks naar binnen komen bij mij. Gisteren reed ik naar een verjaardag in Zoetermeer. En dan speel ik de ene meehuiler na de andere in de auto. Ik zou er voor om willen rijden om dat gevoel vast te houden. En ik zou willen huilen. Want het gaat wel altijd om verdriet, verlies, eenzaamheid. Ik houd niet van de ‘Tralalalou, wat hou ik van jou’. Dat geloof ik wel dat dat tralala is. Die liedjes die mij ontroeren raken iets van binnen waar ik anders niet goed bij kan komen. Een verdriet dat zo verstopt zit in dat huis van mij dat afbreken de enige optie is om het te zien. Maar dat doen we maar niet. Ik zing gewoon een lied of schrijf er eentje.

En ik ga er voor uitkomen dus. Dat ik daar van houd. En dat mijn volgende zelfgeschreven lied best wel eens een smartlap zou kunnen zijn. En dan ga ik misschien ook wel weer zingen.

En nu: Samantha Steenwijk

 

 

Tweeling

Vandaag is mijn tweelingzus jarig. Tweelingen. Ze komen bij ons in de familie veel voor. Van mijn moederskant hadden twee van haar zussen een tweeling en van mijn vaderskant één van zijn broers. Dus het was niet vreemd dat zus en ik bijna tegelijk ter wereld kwamen.

Tweeling-zijn is iets aparts. Hoewel we totaal niet op elkaar leken en lijken is er een band die bijzonder is. Je bent, ik was, nooit alleen. En jarig zijn doen we nog altijd samen. En het is bijzonder dat we dat gelukkig nog altijd samen kunnen vieren. Zo lang al, want zo oud al.

Ik kwam deze foto tegen. Een mooie jonge moeder die naar haar kinderen kijkt. Hoe oud was ze toen? Zo rond haar 22ste had ze vier kinderen. Vier ukkies die door het huis banjerden zonder alle luxe die we tegenwoordig hebben.

Plotseling

Zonder het te weten kregen mijn ouders er ineens twee tegelijk bij. Stel je voor, geen telefoon om een dokter te bellen en een vrouw die roept: ‘er komt er nog één’. Mijn moeder vertelde vaak en tot ons groot genoegen, want je kan al kind niet vaak genoeg  horen hoe je ter wereld kwam, hoe mijn vader naar een telefooncel rende om een dokter te bellen. Hoe we daarna met spoed naar het ziekenhuis werden gebracht want samen wogen we nog geen 8 pond. Met dat gewicht is het helemaal goed gekomen trouwens.

Tweelingband

Ik ging er van uit dat een tweelingband voor altijd is. Totdat ik van een nichtje hoorde dat zij helemaal geen contact meer heeft met haar tweelingzus. Ik kon me daar niets bij voorstellen behalve een enorm gevoel van gemis en leegte.

Dus vandaag vier ik met nog meer dankbaarheid dat mijn tweelingzus zo dichtbij is.
Er is niets mooiers dan elkaar omhelzen en feliciteren.

Blij van gadgets

Deze foto maakt mij blij en dat gevoel wilde ik uitdrukken. Gisteravond keek ik namelijk naar Jinek en daar waren vijf vrouwen die op de techbeurs CES in Las Vegas hun product gaan promoten. Producten waar ik blij van word.
Buitenspelen gedigitaliseerd

Dat klinkt helemaal niet blij maar dat is het wel. Om kinderen weer aan het buitenspelen te krijgen ontwikkelde een bedrijfje een smartwatch die buitenactiviteiten koppelt aan de digitale wereld. Stel je voor dat je digitale punten verdient door hard te lopen, tikkertje te spelen, in bomen te klimmen of te stoepranden (voor de jonge kijkbuiskinderen: met een bal de stoeprand raken). Dat je door te voetballen iets verdient waardoor je met het superspel op je tablet weer verder kan. Ik zeg: Ja

Beschermen

Of het bedrijf dat er voor zorgt dat we weer alle controle krijgen over onze social media. Het klinkt als een utopie maar ik geloof in een utopie. Of de vrouw die vertelt dat we straks alleen nog maar de magnetron hoeven te ‘scannen’ om stap voor stap de handleiding te zien op onze tablet. Van de week nog lopen googelen op ‘ontdooifunctie’ oude magenetron nadat ik alle lades had doorgeworsteld op zoek naar de handleiding.
Of een spel op je computer waarmee je je stressniveau moet beïnvloeden. Stel je voor dat je weet hoe je je hartslag omlaag kan krijgen, dat je door bepaalde ademhalingsoefeningen zuurstof toevoegt in je bloed. Ik zeg weer: Ja.

Het kan ook mooi zijn

In de wereld van nepnieuws en de harde oordelen die we, waar we waar willen, kunnen laten horen aan en over iedereen, zijn er gelukkig lichtpuntjes. Kunnen we een ontwikkeling die niet meer terug te draaien is ook voorzien van optimistische ontwikkelingen.

Heb jij wensen op dat gebied?

Mijn wens

Misschien zouden we mensen jaarlijks een maximum aantal woorden kunnen toewijzen op Twitter. Je kan woorden verdienen door positieve bijdragen te leveren. Daar gaat een twittercommissie over. Daar wil ik dan in. Om al die mensen die iets vinden en daarmee anderen kapot maken een halt toe te roepen.

 

 

In de soep laten lopen

Het zat me niet lekker. De Creoolse kip voor op brood die ik alvast gemaakt had voor mijn verjaardag. Het smaakte wel maar niet zoals ik had verwacht.

Vriendin en ik eten het gisteren als proef bij wat rijst. En het is oké. Maar is oké wat ik wil? Ik krijg het broodje er maar niet bij gevisualiseerd. Ik slaap er slecht van zelfs en suggereer om iets anders te maken. Maar ja, twee pannen vol…

Google

Vanmorgen google ik op wat ik als  ‘potje’ er bij gedaan heb. Dat was niet het goede potje. Ik heb gewoon Surinaamse kippensoep gemaakt. Maar dan in super verdikte vorm. Niet erg, maar niet de bedoeling.
S. die mij het recept stuurde zal wel denken. ‘Goed lezen An’. Ik hoor het hem zeggen.

Gerust

Toch ben ik geruster nu. Mijn gevoel klopte dat er iets niet in de haak was met mijn recept. Dus opnieuw beginnen. En de soep, eten we later nog wel een keer met een liter of tien bouillon er bij.

‘Sorry seems to be the hardest word’

Ooit zong Elton John die regel. Maar het blijkt niet waar te zijn. Twee ‘mannen’ zeggen het heel makkelijk. Boef 1 en boef 2.
Boef 1

Er is een hoop gedoe over Camiel Eurlings. Sinds september 2013 is Eurlings lid van het Internationaal Olympisch Comité. Een paar jaar geleden sloeg hij zijn vriendin en om zijn baantje bij dat IOC veilig te stellen bood hij zijn ‘excuses’ aan. Met hulp van een team communicatiemensen om hem heen schreef hij een draak van een brief. Om naderhand, toen de onwaarachtigheid er natuurlijk vanaf droop, met zijn huilie-gezicht een interview te geven aan het NRC.

Sorry

Dat hij zijn vriendin heeft geslagen is niet slim. Het is voor niemand slim. Het betekent toch dat je jezelf verliest in een emotie waarin je jezelf nooit wil verliezen. Ik ben ervan overtuigd dat die driften in ons allemaal zitten en dat het de uitdaging is in het leven om om te leren gaan met teleurstelling, woede en pijn. Als volwassen mannen en vrouwen. Maar wat vooral niet slim is om sorry te zeggen op een manier die niet geloofwaardig is. Boven zijn hoofd ontbreekt alleen nog het aureool van heiligheid zodat er alleen nog maar een schijn van heiligheid te zien is. Schijnheilig is een heerlijk woord.

Boef 2

En toen was er ‘boef 2’. Een rapper die het goed doet. Zo goed dat ik hem alleen maar ken van dure horloges en auto’s. Een kleine pocher met mazzel. Hij noemt in zijn vlog drie vrouwen ‘hoeren’. De vrouwen die hem helpen als hij met pech stil staat op de weg. Later biedt hij daarvoor zijn excuses aan maar verklaart zijn gedrag door zijn visie op hoe vrouwen moeten zijn te delen. Ze horen niet in korte rokjes tot de late uurtjes in dancings rond te hangen.

Daarvoor bood hij gisteren weer zijn excuses aan in Boulevard. Een nijdige trek om zijn mond want hier heeft hij godverdomme helemaal geen zin in natuurlijk. ‘Sommige mensen zullen mij nu niet aardig vinden, mijn fans vinden mij misschien nog veel aardiger nu’. Eén ding moet ik Boef 2 nageven: schijnheilig kent hij niet, nog nooit van gehoord. Hij pocht open en eerlijk over zijn rijkdom, over zijn ‘vrouwen’ en over zijn excuus.

De ene boef is de andere niet

Ik heb niets met rapper ‘Boef’. Ik vind het een verwend jong maar hij heeft het wel gemaakt. Op eigen kracht. En dat hij daar stinkend rijk van wordt heeft hij aan zichzelf te danken. Hij vertegenwoordigt vooral zichzelf en doet dat met overgave.

Boef 1 is erger. Hij vertegenwoordigt namelijk ons land. Onze normen en waarden. Bij de Olympische Spelen mag hij een medaille hangen om de nek van Kramer. En om zijn erebaantje te kunnen houden werkt hij zich ook in het zweet des aanschijns. Het heeft alleen niets met sport te maken.

Tip

Eurlings zal waarschijnlijk opstappen. Toch? Er moet in de man toch op een gegeven ogenblik iets doordringen van zijn eigen onhoudbaarheid. Toch? Maar stel, Eurlings blijft. Wat zou ik dan genieten als Sven Kramer op het moment suprême, als Eurlings zich voorover buigt om de gouden plak om Kramers nek te hangen, zich omdraait. Met zijn rug naar Eurlings toe gaat staan en juicht.

Maar ik vrees dat sporters helemaal niet bezig zijn met die gladde Eurlings. En dat zou eigenlijk wel moeten.

 

 

Herinnert u zich deze nog, nog, nog


Gisteren ontvang ik een berichtje. Van R. Een vriend van lang geleden. Zeker wel zo’n dertig jaar terug toen we in een cabaretgroepje zaten waar ik de teksten voor schreef. R. bouwde de decors en zong ook mee.

Hij schrijft: Hé Anja, ken jij dit gedicht?

‘Het dartelt, het springt
het wartaalt, het zingt
het speelt en het leeft
het siddert, het beeft
het slaapt, het ontwaakt
het lacht en het maakt
mij blij

Het kind
een stuk in mij.

Ik ken het niet maar vind het een lief versje. Dat schrijf ik R. Eigenlijk een beetje bang een flater te slaan, want moet ik dit kennen? Hij schrijft: Het is van Anja.

Ik val even stil. Van mij, Anja?, vraag ik suffig. Hij stuurt een foto van een soort van boekje. Met toch wel opgemaakte versjes en gedichtjes. Met de tekst: Foto van Henny, gedichten Anja Verhaar. (Wie is Henny?)

Het boekje

Een foto van een stenen beeldje, het hoofdje van een en kind, beschermd door een hand. Dat beeld ken ik ook, dat had ik ooit. Het zien brengt een stroom aan vragen op gang. Bijvoorbeeld wat heb ik toch met kinderen en beschermen?
Zij die geen kinderen heeft. Maar ook, waarvoor was dit boekje? Vage herinneringen aan een soort van marktje, waar we dat verkochten. En waar zijn al die versjes gebleven.

Bewaren

Ik ben niet van het bewaren van mijn teksten. Een beetje spijt heb ik soms wel want wie weet wat ik er nog mee had kunnen doen. Maar mijn schrijfsels mogen komen en gaan. Ik heb me nooit krampachtig vastgehouden aan mijn teksten. Er op vertrouwend dat er nieuwe regels komen voor zolang het nodig is. Zo stuurde mijn zus mij liedteksten toe die ik ooit had geschreven. Ik kijk er naar zonder enige herinnering. Het is dat mijn naam er bij staat, dus geloof ik het. Ik herken ook wel ‘mijn stijl’.

Proces

Moet ik me zorgen maken over het ‘vergeten’. Of het gewoon maar vergeten? Het hoort een beetje bij mijn idee dat ik regels uit de lucht pluk. Regels die er al zijn. Ik zie ze toevallig en pluk ze en plant ze op papier. In de overtuiging dat ze altijd blijven zweven en ik ze wel weer een keer tegenkom.

Maar R. belooft mij het boekje toe te sturen. Heeft het ooit speciaal voor mij bewaard. Lief. Ik ben benieuwd wat er nog meer in staat. Mijn eerste dichtbundeltje van toen.