Het is maar een getal

Ik had het beloofd om er nog op terug te komen. Waarom ik het liefste ‘zestig’ heel klein zou willen schrijven. Zodat niemand het weet maar slechts kan vermoeden. Ik ben nu 1 dag zestig. Tjonge, jonge, jonge.

Dan ben ik zo’n mens van geen gedoe en doe maar normaal. Doe ik het zelf helemaal niet. Gisteren werd ik zestig jaar en wat ik voelde ik daarbij? Schaamte. Om dit hardop te zeggen tegen anderen. Alsof je openbaar maakt dat je er niet meer toe doet. En alle lieve woorden: ‘het is maar een getal’, ‘je voelt er niets van’, ‘jij bent het tenminste nog geworden’, ‘het leven begint nu pas leuk te worden’….

Lichaam en geest

Hoewel mijn lijf in werkelijkheid van gekreun en gesteun aan elkaar hangt, is de verbeelding minder hardvochtig. Zie ik me rennen over heuvels, huppel ik als een gazelle over groene weiden, zie ik me smashen, tennissen en voetballen. De waarheid is hard. Dat voel ik als ik ‘s morgens de trap afstrompel, mijn gekreun hoor als ik buk, mijn moeizame manier bemerk om iets onder de bank op te rapen. Ik heb nog net geen verlangen naar een ‘opstastoel’ maar ‘lekker leggen’ is een favoriete houding geworden.
Mijn geest is een ander verhaal. Mijn spirit noem ik het liever. Die wil nog van alles. Die wil nog opnieuw beginnen. De ideeën blijven stromen, de ambitie is aanwezig, de wil om figuurlijk te groeien. Word ik nog dichter, maar dan echt? Schrijver? Ga ik nog zingen, optreden, mooie dingen maken? Ik denk nog steeds van ‘ja’.

Waar komt dan die schaamte vandaan? Misschien omdat alle stereotypen steeds hardvochtiger worden. Moet ik steeds harder schreeuwen dat ik geen digibeet ben. Dat ik nog steeds denk, wil, voel dat ik beter word in wat ik doe. Dat ik nog steeds niet mijn top bereikt heb alleen is die top niet de top die je als zakelijk persoon voor ogen hebt.
Maar er zijn vele toppen.

Ik ben nu één dag zestig. En het voelt eigenlijk verdomd goed.

Geluk in de liefde

Wie mij een beetje kent weet dat achter het stoere gedrag en uiterlijk iemand anders schuil gaat. Iemand die schrijft over wat ze niet hardop zal zeggen maar wat wel gezegd moet worden. ‘Sucker for love’ klinkt erger dan het is maar in de kern draait het daar toch om. Gisteren kwam ik aan mijn trekken en nu zit ik me toch een partijtje gelukkig te zijn.

We vierden drie verjaardagen. Zwager die 65 jaar werd, en tweelingzus en ik die morgen 60 worden. Kon ik 60 hier heel klein schrijven dan had ik het gedaan. Maar morgen meer daar over. Want gisteren was het feest.

Lieve dingen

Er gebeurden alleen maar lieve dingen. Er werden alleen maar lieve dingen gezegd en gewenst. Verrast met foto’s en video’s en boodschappen. Verrast met persoonlijke kaartjes met nog meer persoonlijke woorden. Op maat gemaakte gedichten, verhalen, boekje. Een lied van mijn superkoor. Te veel om op te noemen. Bij het weggaan zei iemand tegen mij: ‘Je hebt leuke mensen om je heen’.

Geluk

En in die zin zat zoveel waarheid. Wat bof ik met zoveel lieve en leuke mensen om mij heen. Met een familieband die warmer dan warm is, met nichten en neven en achterneefjes en -nichtjes die de cirkel van liefde alleen maar groter maken. Met de groepen waartoe ik behoor en waarin me thuis voel en welkom. Met vrienden die op mijn pad kwamen en waarmee ik al jaren verschillende paden bewandel. Met de vrouw die tien jaar geleden mijn leven heel maakte.

Gisteren kwam naast mijn liefde voor wijn… ook mijn liefde voor smartlappen naar voren. Eigenlijk een stille liefde. Maar echt, meezingen met ‘de vlieger’ of ‘samen zijn is samen lachen, samen huilen’, gelukkiger kan je mij niet maken. Want elke traan, elke lach, elk pijntje, elk verlangen… ik ken het. En zou je mijn eigen liedteksten en gedichten die ik heb geschreven ontdoen van diepere lagen en mooie woorden dan blijft dat over: een levenslied om bij te huilen van geluk.

Hell of a party

Met een gevoel van schaamte bekijk ik de beelden van het feestje op het strand van Scheveningen. Alsof ik als inwoner van onze prachtige stad medeschuldig ben. De gekte van gek doen tot het niet gekker kan.

Burgemeester Krikke zat op oudejaarsdag bij de talkshow van Vijf uur Live. Het viel me op hoe ze herhaaldelijk sprak over het fantastische vreugdevuur op het strand. Hoe zij er bij zou zijn die avond. Het leek bijna een uitnodiging om met z’n allen te komen.
Hoe vaak zal ze gedacht hebben: had ik dat maar niet gedaan?

Afspraak is geen afspraak

Pauline Krikke antwoordt met overslaande stem op vragen van hoe dit mogelijk was? ‘Er zijn strenge afspraken gemaakt. We gaan het onderzoeken’.
Wat een blamage. Eén van de organisatoren van het vreugdevuur schreeuwt nu al weer dat het volgend jaar gewoon doorgaat. En ik snap er onderhand niets meer van.

Knallen en vergallen

Er gaan miljoenen euro’s de lucht in. En het kost miljoenen euro’s om de schade te herstellen. Die Hollanders kunnen er wat van. Laat dat feestje bouwen maar aan hun over. Eerlijk? Ik vond het ook een mooie traditie. Dat vuurwerk afsteken voor je deur. Dat feestje bouwen met z’n allen. Maar het is doorgeslagen zoals alles doorslaat in dit land. Het gaat allang niet meer om ‘vieren’ maar om slopen. In het buitenland kijken ze met verbazing toe hoe wij hier oorlogje spelen. Ons verwende kikkerland stort van verveling in elkaar, behalve met Oud en Nieuw of als Oranje een voetbalwedstrijd wint of verliest. Of … verzin maar een idiote reden.

Handhaven

Burgemeester Krikke ontkent dat het toestaan van het vreugdevuur, het toestaan van de overschrijding van regels, voornamelijk gebeurt om escalatie te voorkomen. Omdat anders honderden jongeren de buurt kort en klein zullen slaan. Uit frustratie. Maar lees ik net, oogluikend wordt toegestaan dat er in het geheim vrachtwagens met pallets ‘s nachts de voorraad komen aanvullen. Dat de politie toekijkt want ‘er zijn afspraken gemaakt’.

En dan hebben we het nog niet eens over alle dieren die van angst niet meer weten waar ze weg kunnen kruipen. De lucht die zo vervuild raakt dat we elkaar niet meer kunnen zien. De doden en gewonden.

Hell of a party.

Verlangen naar niets

1 januari 2019. Een heel nieuw jaar ligt voor mij als een blank papier. Zo’n papier waarvan je het zonde vindt om er op te schrijven, om fouten te maken, om onvolkomenheden te veroorzaken. Liever laat ik het wit en leeg. Dan kan er niets fout gaan ook.

Ik weet niet hoe het bij jullie is maar voor mij is er geen avond die langer duurt dan een oudejaarsavond. De minuten tikken voorbij alsof ik elke seconde, en niet alleen de laatste tien van het oude jaar, hardop mee moet tellen. Alsof ik wacht op iets wat nooit gaat gebeuren. Een wonder? Het licht?

Sterren staren

Altijd zijn er mensen om me heen waar ik van houd en die van mij houden. Daar ligt het niet aan. Rijkdom die nooit gewoon zal worden. Maar diep in mij verstopt zit er een heel klein meisje dat met sterretjes in haar hand met open mond naar de lucht wil staren. Om daar het goede te zien.

Verlepte oliebollen

Vorig jaar hadden we op nieuwsjaarsdag geen oliebol in huis. Dat is eigenlijk ondenkbaar. Bij nieuwjaarsdag hoor je met een katerig gevoel in een verlepte oliebol te happen. Dus dit jaar hebben we oliebollen voor nieuwjaarsdag gekocht. Ze lijken in de verste verte niet op de oliebollen die mijn vader bakte. De appelflappen al helemaal niet. De flappen die je tegenwoordig kan kopen zijn suikerbommen waar je de appel amper nog proeft. Maar zo’n zelfgemaakte appelflap. Zo’n slappe. Heerlijk.

Ach, misschien verlang ik gewoon weer terug naar het plaatje van vroeger. Naar onschuld, naar niet beter weten.

Vandaag leef ik nog even een dag van niets. Lekker niets.

Meubelboulevard loopt dood

We willen een andere salontafel. Wat precies weten we niet. Vorm, materiaal, hoogte: alles is een vraag. Met plank of zonder (maar waar laten we dan onze rotzooi die we dichtbij willen hebben?). Plaatjes zeggen niet zo veel. Dus op naar de meubelboulevard.

Niemand gaat voor de lol naar een meubelboulevard, ook al lopen er nog zo veel leuke meisjes en jongens rond met wit bepoeierde oliebollen. En toch waren die oliebollen het meest in het oogspringende van ons hele bezoek.

Geeuw, geeuw, geeuw

Als je ons had zien rondlopen had je vast gedacht dat we op weg waren naar een crematie. Onze mondhoeken hingen er treurig bij en bij elke woninginrichtingszaak die we binnenliepen, werd het alleen maar erger. We bezochten zo’n tien verschillende zaken. Bedrijven van naam of van geen naam maar eigenlijk maakte het niet uit. Ze verkopen allemaal eenheidsworsten. Alles is hetzelfde. Kleur, materiaal: allemaal één pot nat. Elke winkel heeft dezelfde banken staan. Complete huiskamerinrichtingen die zo treurig zijn dat je vanzelf bij de pakken neer gaat zitten. Toen we uiteindelijk tegen elkaar zeiden bij een salontafel ‘nou, als het dan moet’, toen wisten we dat we moesten gaan.

Aantrekkelijk

En dan lees ik dat meubelboulevard nog steeds aantrekkelijk wordt gevonden. Misschien is het een dagje uit om de totale verveling van het leven zelf tegen te gaan maar ik vind er niets. Geen leven, geen idee, geen stimulans, geen inspiratie. Winkels verdwijnen uit ons straatbeeld en dat is jammer voor het straatbeeld. De bedrijvigheid en reuring is fijn. Maar wat bieden troosteloze winkelboulevards ons anders dan inzicht in troosteloos leven?

Allerergste

En toen moest het allerergste nog komen. We zien een winkel met een naam en een uitstraling die anders is. Als we naar binnen lopen en de trap opgaan krijgen we het idee dat we in nachtmerrie zijn belandt. Er hangen geuren die ik niet wens te definiëren. Er staat een mijnheer waarvan we niet zeker weten of hij nog leeft. Het is donker en unheimlich. Vriendin en ik draaien ons op hetzelfde moment op en vluchten bijna het pand uit. Buiten ademen we diep in.

Maar dat is dus de toekomst. De meubelboulevard als spookstad met bedrijven als spookhuizen. Waar uit kasten en lades gekke figuren komen, waar je vanonder een salontafel wordt vastgegrepen door smerige handen, waar de bank je verslindt als je er op gaat zitten, waar het bed geen bed is maar een doodskist, draaimolens van relaxfauteuils waar je nooit meer uit kan komen, en verkopers die niets meer zeggen maar alleen kwijlend en hijgend achter je aan lopen.

We draaien straks wel twee verhuisdozen om die dienst kunnen doen als tafel. Daar zijn we nu ook al aan gewend.

Decembermist

Elk jaar opnieuw gebeurt het. Vormen de dagen tussen kerst en Oud en Nieuw een aaneengeregen mist van uren die zich voortslepen in een traag tempo dat, achteraf, heel snel bleek te zijn.

Ik neem me dan voor om het anders te doen. Om te genieten van al die ‘vrije’ dagen. Om niet na Nieuwjaar het gevoel te hebben van ‘wat hebben we eigenlijk gedaan?’. Maar midden in de mist moet ik constateren dat het weer niet lukt. Dat het een ontbijt lijkt van zeven dagen, een diner van duizend gangen. The never ending story of ‘niets’. De decemberblues die een beetje zeer doet.

Somewhere between

Het grijze buiten is naar binnen geslopen en misschien is dat eigenlijk helemaal niet zo erg. Zitten we ergens tussenin. Wachtend op wat komen gaat, ons klaarmakend voor het nieuwe, het schone, het mooie.

Lichtgeraakt

Lichtgeraakt ben ik. Maar dan in de kleine emoties. In een traan die net niet rolt, in een zucht die net niet slaakt. Een wee hart. Zitten we samen ineens te kijken naar een optreden van André Hazes en willen we erbij horen. Meezingen, handen vastpakken, samen zijn.

J. vroeg wat ik wilde hebben voor mijn verjaardag. Wat mijn wensen zijn. Ik haal mijn schouders op. ‘Niets’, zeg ik. Maar dat is dus niet waar.
Ik wil liefde. Heel veel liefde. Om te delen.

The ‘fucking’ Voice Of Waylon

In The Voice of Holland zijn de ‘battles’ begonnen. Kandidaten strijden tegen elkaar. Gisteravond was het een battle tussen coach Waylon en kandidaat Jade.

Toen Waylon haar uitkoos in de voorrondes vond hij het vooral ‘cool’ dat ze al zo’n personality was. Met haar zonnebril en maniertjes. Stoer, vond hij. Tijdens de repetities voor de battle denkt hij daar heel anders over. Omdat zij te weinig tijd in het oefenen heeft gestoken houdt hij een tirade die niets te wensen overlaat. Is de zonnebril plotseling een manier om alleen maar buitenkant te laten zien en gaat ze het daarom nooit redden in de industrie. Is hij niet te spreken over haar ‘atitude’. Met elke zin die hij uitspreekt wordt de woede groter.

Ontluisterend

Hoewel ik Jade niet geweldig vind is het vooral Waylon die door de mand valt. Die woede en die minachting, waar komt dat vandaan? Jade staart hem verbijsterd aan. ‘Maar jij vond die zonnebril juist leuk’. Ze loopt woedend bijna weg maar besluit dan toch te blijven. Ze laat zich niet kennen.

Nog erger

Het kan nog erger. Tijdens de uitzending en een matig presteren van beide kandidaten zegt Waylon nog een keer wat hij ervan denkt en ‘oké, misschien was ik te heftig maar dan weet je ook dat ik het bloedserieus neem’. Lof gaat er naar de andere kandidaat die zo helemaal zichzelf was. Alles wijst er op dat hij voor haar zal kiezen.

Maar als zijn keuzemoment komt verbijstert Waylon alles en iedereen. Hij strijkt over zijn hart en kiest toch voor Jade. Hij is niet bang voor de confrontatie met haar, zegt hij.

Ik vind het een walgelijke vertoning. Zijn grootsheid om toch voor haar te kiezen is onoprecht en vooral voor zijn eigen imago bedoeld. Kijk mij eens knap omgaan met mijn woede en kijk mij toch eens beslissingen nemen ongeacht alle emoties die ik voel. Dan ben je een topcoach. Toch?

Nee, dan ben je een egoïstische lamzak.

And so this was Christmas

Koken met Annie

Ik hoefde maar één dingetje te doen, deze Kerst. Nog zelf aangeboden ook. ‘Ik zorg voor het dessert’. Makkie. Wist al precies wat ik ging maken, had al geoefend. Alleen nog even een goede bakvorm kopen. Niks stress. Gewoon een kwestie van doen.

Tarte Tatin met caramel

Ik zou meer rust bewaren en achter mijn kont opruimen. Een schoon aanrecht doet wonderen. Twee quichevormen gekocht met een losse, uitneembare bodem zodat de tarte tartin makkelijk in ene keer omgedraaid kon worden.

Van Heel Holland Bakt had ik geleerd dat je vooral niet in karamel moet roeren maar er naar kijken totdat het een substantie wordt waarvan je denkt: ‘ja’. Wel bruin van kleur maar niet té.

Samen appels plakken

Vriendin was ingeschakeld zodat we samen twee taarten in één keer konden maken. De appels moesten in de karamel geplakt voordat het afgekoeld, dus hard, zou zijn. Het resultaat mocht er zijn. Keurige appelschijfjes met de bolle kant naar beneden en een harmonieuze opstelling. Het deeg had gerust. Twee mooie lappen gerold die ook nog eens helemaal pasten. Puur geluk, dat was wat ik voelde.

Oven voorverwarmd, twee taarten naast elkaar er in geschoven en met een gerust hart de overdeur gesloten. Eerst even een bakkie.

Mistig

Het is mistig in huis of mijn ogen zijn nog niet gewend aan het daglicht. Ik concentreer me verder op wat ik aan het lezen ben. Als ik een paar minuten later naar de keuken kijk blijkt de mist daar nog verder te zijn ingetrokken. Blauwe mist lijkt het wel. Dan pas valt het kwartje en komt de karamellucht ongefilterd binnen. Als ik de ovendeur open zie ik hoe mijn prachtige karamel in een dun straaltje uit het bakblik naar beneden sijpelt.

Met grote ovenhandschoenen pak ik de taartvormen al lekkend uit de oven en zet ze op het aanrecht. De oven suddert gezellig na. Belletjes karamel pruttelen enthousiast van al die hitte. De losse bodems van de vorm zijn echt los. Het tweede kwartje valt.

losse bodem – hitte – vloeibare karamel – gaat niet

Met de moed der wanhoop lepel ik appels, deeg en karamel in een grote, rechthoekige bakvorm en zet het terug in de oven. De keuken is een slagveld. Mijn kerstsokken zitten vastgeplakt aan de vloer waar druppels karamel inmiddels zijn gehard tot een zoete lekkernij. De kamer is vergeven van blauwe rook en een zoete lucht. De hond vlucht naar buiten. Ik roep om Vriendin die ik later in de armen val.

Tarte Troepin

Het oog wil ook wat, dat weet ik. Maar deze taart is visueel niet meer te redden. Maar de smaak is goed. De ingrediënten zijn goed. De slagroom is geklopt, het ijs nog niet gesmolten. Het kan nog. Ik besluit om de kerstgedachte ‘het gaat niet om de buitenkant’ om te zetten in daden. De taart gaat mee naar de brunch. In de oven is inmiddels een heel pakje roomboter met heel veel suiker omgetoverd tot een nieuwe, keiharde bodem. Eentje die zacht wordt als ik de oven weer ga gebruiken. De oven die de nieuwe bewoners ook nog even willen gebruiken.

Een schone taak wacht op mij vandaag.

Ikigai

In de auto op een zaterdag is er niets liever dat ik doe dan luisteren naar Radio 1, de Taalstaat en daarna naar Radio 2, Spijkers met koppen. Helaas duren de ritjes te kort om het hele programma af te werken maar fragmenten pik ik mee.

Zo ook een interview met Christina van Geel, schrijfster van het boek ‘In het spoor van Ikigai’. Alleen het woord al is inspirerend en lijkt het nu ook daarover te gaan. Ken je ikigai maar belangrijker nog – wat is jouw ikigai?

Hartsverlangen

Volgens de Japanse traditie heeft iedereen een ikigai, een reden van bestaan. De inwoners van het Japanse Okinawa kennen het goed. Op dit Japanse eiland wonen meer gezonde en actieve honderdjarigen dan waar ook ter wereld. Ikigai: je ware noorden, je hartsverlangen, je bestaansreden. Christine van Geel reist naar het Griekse eiland Ikaria. Het eiland waar mensen vergeten te sterven. Daar zocht Van Geel sporen die ons kunnen helpen zelf ons ikigai te vinden.

Wat is mijn ikigai?

Een logische stap is te onderzoeken wat jouw ikigai is. Op de vraag: waarom sta jij op in de ochtend, zou je kunnen zeggen: ‘omdat de wekker gaat’, of ‘omdat ik moet werken’. Maar het gaat verder dan dat. Stel dat de wekker niet afgaat en je niet hoeft te werken, waarom zou je dan opstaan? In stilte stelde ik mezelf de vraag. Nu ik als zzp’er werk is de vraag beantwoorden nog belangrijker want dat ik vroeg opsta en zin heb in de dag, is misschien wel de grootste verandering in mijn leven. Juist toen de wekker ging om te werken bij mijn ‘baas’, wilde ik me liever omdraaien, verstoppen. En niet eens om lekker te kunnen slapen maar vooral om iets niet te hoeven doen.

De ziel

Een fijne en dankbare constatering. Dat ik een keuze heb gemaakt waardoor mijn ikigai verder is ontwaakt. We denken allemaal wel eens na over ons reden van bestaan. Tenminste daar ga ik zomaar van uit.
Mijn reden is ‘creëren’. Ik geniet van iets maken, schrijven, gedichten, liedjes, iets bedenken waar ik de ziel van kan blootleggen. Als het moet mijn eigen ziel. Mijn eigen kleinzielige zieltje.

Ontdaan van alle uiterlijke oneffenheden is de ziel misschien ook wel datgene wat nodig is om te kunnen leven volgens de ikigai. Bij het lezen vond ik ook tien punten die volgens de Japanse traditie nodig zijn om gelukkig en gezond te leven. ‘Eet je niet vol’, is er eentje. ‘Ga de natuur in’ en ‘ga nooit met pensioen’. Die vind ik het mooiste. Natuurlijk gaan we met pensioen maar ga nooit met pensioen van het leven.

Ikkiga nooit met pensioen.

Wat is jouw ikigai?


Liefde is

‘Liefde is’ van Sofie Hildebrand bestaat uit vijf afleveringen die gaan over alle aspecten van de liefde. De mooie maar ook de minder mooie kanten. Ik werd er door geraakt. De eerste aflevering gaat over verliefdheid. De psychiater verbonden aan de serie zegt hierover: verliefdheid is gekmakend.

Er zijn twee verhalen. De man die zijn vrouw na vijftig jaar huwelijk verlaat en verliefd wordt op de nieuwe liefde in zijn leven. En de vrouw die man en vier jonge kinderen verlaat om met haar nieuwe liefde in het diepe te springen.

Moed, moet of overmoed?

Hoeveel mensen hebben de moed om werkelijk hun hart te volgen en is het wel moed, vraag ik me nu af. Bij de vrouw die verliefd wordt is er geen sprake van moed maar van een voldongen feit. Ze moet gaan. Ze laat werkelijk alles achter waarbij elke vorm van logica ontbreekt. Alsof er geen andere weg is dan die weg. We zien haar man en kinderen, de pijn, de gekwetstheid, de wanhoop. Uiteindelijk vindt de vrouw de weg weer terug naar haar gezin maar vooral naar zichzelf. Maar de weg terug is pijnlijk voor iedereen. Beschadigd en gebutst voor het leven. Verliefdheid is soms pikzwart.

Oud en onwijs

De knappe, oude man die zijn vrouw verlaat. Vijftig jaar huwelijk wordt afgesloten anders dan verwacht. Ik vind het moedig en pijnlijk tegelijk. Er is er eentje die achterblijft en die vertrouwd was met een huwelijk dat jarenlang doorsudderde naar dat nog wel te verteren was. Totdat hij ging.

Hij ging en wordt verliefd op een andere oudere dame, een leuke vrouw. De verliefdheid spat er van af. Na hele korte tijd zijn ze samen gaan wonen want geen tijd te verliezen. Een mooi inkijkje in de wonderen van de liefde. Wonderen met een zwart randje.

(Ver)oordelen

Ik heb in mijn eigen leven meegemaakt hoe het kan gaan met liefde. Hoe zwart en rauw, hoe zacht en teder. Ik heb ook mensen gekend die volgens velen van het padje af waren, domme keuzes maakte. Maar wat ik al snel doorhad is dat oordelen niet aan ons is. Er is geen goed of slecht. Er is liefde in al zijn facetten. En soms moet iets doorleefd, doorvoeld en geleefd worden tot het randje. Tot het niet donkerder kan worden. Neem nou J. hij was zo verliefd. En alle tegens werden voors, alles kon en zou kunnen. In zijn ogen zag ik het noodlot van de liefde. En ook dan moet je soms iemand troosten. Want uiteindelijk weet ik het ook niet beter.