Vrouwen

Sommige vrouwen zijn er mee geboren:
de onbedwingbare neiging om andere vrouwen
te overschaduwen om dan
als dat niet lukt
genadeloos toe te slaan, pootje te haken
de valse schijn te wekken
met een, waarschijnlijk, weerzinwekkende glimlach.

Niemand die het ziet, alle lelijke
trekjes zijn weg geplamuurd
in poederdons en everlasting
lipstick.

The Hague Jazz (3)

Bescheiden jongen
gitaar om de schouders
verlegen blik in de zaal
het gaat niet om hem
voelt zich onbespied
raakt de snaren met handen
van binnen gestuurd
van hart naar vingers
ogen knijpen samen
mimiek begeleidt
wat onzichtbaar was
tonen zijn binnenkant
pijn, vreugde, genot.

Vooral genot
doet pijn.

The Hague Jazz (2)

In het publiek, twee mannen, witte overhemden
ik zie de rechte ruggen
ze bewegen bijna synchroom
schouders op en neer,
hoofd op de tel iets schuin naar achter
de heupen, links, rechts
door de knieën en weer opnieuw
schouders op en neer
heupen, links, rechts

homo’s kunnen niet dansen.

The Hague Jazz (1)

Gelukzaligheid als groepsgevoel
bij de band, de jongensband
de mannenband, geen gevoel, mannen?
de gepijnigde glimlach om de lippen
net voor de riff
het snijdende gevoel van genot
bij die hoge toon uit koper
de schorre schuiftrompet

de bas en man niet te onderscheiden
de glimlach naar de jongens
de mooiste muziek.

Dat je geen noten kan spelen?
Yes.
Maar nooit zo genieten!

Stemmen

de duidelijkheid van Wilders
het vaderlijke van Cohen
de humor van Roemer
de kracht van Rutte
de taal van Pechtold
de integerheid van Rouvoet
de drive van Balkenende
de vrouwelijkheid van Halsema
zo iets.

en kiezers die verder kijken
dan hun huurhuis en hun koophuis
hun lening en hun pijn
hun schulden en hun toekomst
hun woede en hun onmacht
hun grenzen en de arme taal
waarin zij spreken.

Vooruitzien

plannen en vooruitzien, ik weet het niet
morgen wel of zullen we straks …..
maar over een jaar, of over tien…
hoeveel kleine momenten gaan er nog komen
van een wereld die onder je voeten uiteenvalt
of een nieuwe wereld die ontstaat
en dat ik dan onzinnigheden heb vastgelegd
die bijna lachwekkend zijn
zeker als ik het vergelijk met
samen met jou zijn. Vandaag.

eindelijk zomer

De eerste zomeravond aan het strand
staren naar de zee waar mensen als
zwarte silhouetten figureren
witte wijn in de koeler en
tinkelend in onze glazen
het restant van geluk

het zonlicht op de golven
breekt de zee in vieren
vogels die op vliegers lijken
vliegers die op vogels lijken
meeuwen die zachtjes krijsen
en boven onze hoofden blijven hangen.

Obers die nog glimlachen
in die eerste zon waar alles
weer mogelijk lijkt.

Hondenleven (2)

Onze hond heet Bas en is een MAN. Net zoals vaak de te kleine man van ons eigen soort, gedraagt Bas zich alsof hij heel groot is. Zijn borst vooruit, zijn poten stevig onder het gedrongen lijf. Bas loopt nergens voor om, in tegendeel. Op alles gaat hij af, gedraagt zich als heer en meester op plekken waar hij niets te vertellen heeft. Soms moet hij dat bekopen met een vechtpartij maar zelfs als hij duidelijk verloren heeft behoudt hij zijn trots.
I’m the man. Dat draagt hij uit, op het irritante af. Als we uitgaan, we, want dat is echt een gezamenlijke activiteit, bepaalt Bas de route. Op elke willekeurige kruising blijft hij staan. Zijn kop in de richting die hij uit wil. Met zijn ogen schuin kijkt hij naar mij die de andere kant op wil. Soms staan we zo een minuut. Hij stoïcijns, ik net zo goed. Een korte ruk aan de riem helpt niet. Hij maakt zich niet alleen groot, hij voelt ook ineens heel groot. Meestal wint hij. Eén pas van mij in zijn richting en hij huppelt vrolijk verder op zijn pad dat hij kennelijk al van te voren bepaalt heeft.
Ja, Bas is een man.
Loopse vrouwtjes opgelet. Hij ruikt van verre waar het feest kan plaatsvinden. Maar och arme, arme Bas! Hij heeft het nog nooit gedaan. Weet ook niet hoe het moet. Hoe redt hij zich daaruit?
In een volgend hondenleven meer hier over.