Wijnfeest in Pforzheim

Bij toeval terecht gekomen op een wijnfeest in Pforzheim waar we drie halbe liters weis bier bestellen. Duh.
Er speelt een band alle bekende schlagers die wij niet kennen maar door alle tafels meegezongen worden. Men beweegt ritmisch heen en weer. Het publiek is oud, ouder dan wij. Waar we ook kijken: rollators, oude mannen die met geile blikken naar de mooie serveersters kijken, oude vrouwen die het niet meer kan schelen dat hun mannen dat doen, rolstoelen met vanzelf meedeinende hoofden door de parkinson.

Ik heb nog nooit zoveel mislukte mensen bij elkaar gezien op een feest. En al die mensen vormen koppels in een mislukte wereld. Volkomen op de plaats zijn wij dus ook.

Het regen (echt) vandaag pijpenstelen… wat zijn pijpenstelen eigenlijk?

De pijpensteel komt onder meer voor in een van de bekendste uitdrukkingen voor ons klimaat: het regent pijpenstelen. Men zegt dit van harde regen, die in rechte stralen neervalt, stralen die lijken op de lange witte stelen van de Goudse pijpen. Die stelen waren heel rank, vandaar uitdrukkingen als benen gelijk pijpenstelen en zo dun als een pijpsteel. De eenvoudigste Goudse kleipijpen waren niet veel waard, vandaar dat men zei: dat is geen pijpensteel waard. Van een kortademig iemand zei men, aldus een Vlaams woordenboek, zijn asem is zo kort als een pijpsteel. Een lezer uit Limburg stuurde de uitdrukking je kunt het niet fijner opmaken dan door een pijpensteel (je geld) en in Friesland zeggen ze de wereld door een pijpensteel zien voor ‘weinig ruimdenkend zijn’.

Zwager

De turkse pizza’s zijn in Duitsland niet meer wat het geweest is. Het vlees wordt steeds dunner. Schilfers zijn het bijna, dat klinkt inderdaad niet zo smakelijk.
Mijn zwager ziet het anders. ‘Je hebt toch ook dunner kebab besteld?’

Duits

Waarom spreek ik in gedachten vloeiend duits en komt het zo belabberd uit mijn mond?

Als ik een man een zin hoor spreken in het Duits moet ik altijd aan Derrick denken?
ich weis es nicht of
das habbe ich schon gesagt

Een regel per week

Geen internetverbinding hier in Duitsland. Een kleine ramp toch wel. Hoe gewend ben ik om even snel iets op te zoeken, te checken en meer nog, mijn regel per dag te schrijven. Dus nu maar een verzameling van deze eerste week.

Vertrek
Als je geen moeder meer hebt, wie zegt dan nog ‘rij voorzichtig’ en ‘bel je me als je er bent?’
Als je wel een moeder hebt, maar een moeder die alles vergeet en niet weet dat ze vergeet. Wie zegt dan nog ‘rij voorzichtig’ en ‘bel je me als je er bent?’.
Voor die moeders: mam, we zijn er.

Verkering
Is weer aan.

Morgen
Morgen gaan we meer minderen.

Handig
Op je tenen staan omdat je dan net je gezicht in de speciale make-up spiegel kan zien en dan een heel dun eyelinerlijntje aanbrengen.
Makkie.

Bad Wildbad
Bad Wildbad is één groot verpleeghuis. Alleen als je bijna dood bent is het aan te raden hier naar toe te gaan. Grote kans dat je je ineens heel goed voelt.

Afval
Ik word gek van al dat afval scheiden hier. Wat is gewoon vuil? Bio, batterijen, plastic, metaal, papier en karton en restafval.

Connie Mus
Connie Mus dood. Gewoon in Nederland. Gewoon aan een hartaanval.
Bizar en triest.

Joepie, we gaan naar de Aldi.

Uit

De verkering is uit en ik voel het verdriet. Niet mijn verkering. Maar van haar. Ik voel hoe zeer, hoe pijn. En ik zou willen troosten en dingen willen zeggen als: het is niet voor niets, dit is ergens goed voor. Maar als vroeger, wat heet vroeger, als iemand drie jaar geleden tegen mij had gezegd: dit is niet voor niets, dit is ergens goed voor, dan had ik waarschijnlijk mijn knuppeltje gepakt.

Maar eerlijk is eerlijk: 🙂 Het is ZO goed gekomen. Het was ZO ergens goed voor.
Dus lieverd, ik zeg niets, ik hou van je, en weet dat het goed komt.

Zingen

In het verzorgingstehuis is een nieuwe bewoonster. Dat horen wij van verre. Ze zingt de hele dag. We zien er nog geen gezicht bij, we horen alleen een hele hoge stem ‘zingen’.
Een bewoonster loopt langs en mompelt: ‘die zingt de hele dag, mijn god.”
In de kamer kijk ik voorzichtig om een hoekje om de zangeres te aanschouwen. Een grijze dame, pittige ogen, kijkt mij aan en zwaait. Een verzorgster komt binnen en zet de radio uit en loopt naar haar toe.
“Mag ik niet zingen?”, vraagt de vrouw.
“Natuurlijk wel, gezellig juist”, zegt het meisje.
“Iedereen loopt weg als ik zing”,
Ik loop de kamer binnen.
“Kijk, zegt ze, daar heb je er zo een, die wegloopt”.
“Nee hoor”, zeg ik, “ik vind het mooi”. En ze heft aan alsof ze de voorzanger is van de operettevereniging. Ik herken wijsjes, van opera tot ‘ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’.
En dat hoop ik zo voor haar.

Maar hoe mooi en ontroerend ik het ook vind. Ik mag weg als ik dat wil.

Een ode aan de man

Die mannen die helpen, steunen, klussen, sturen, troosten, lachen, vervangen, draaien, duwen, klaren,
zweten, steunen, leunen, tillen, sjouwen, praten, leren.
Zonder die mannen konden wij niet echt vrouwen zijn.

Wespennest

Letterlijk. We gaan eten bij de pizzaria en onze hond mag niet binnen. Maar de ober heeft een tafeltje vlak bij de deur naar de tuin. Daar kan Bas aan een paaltjes vast. Goed plan. De ober steekt een stok in de grond, riem van Bas er om heen en wij gaan aan het tafeltje zitten. Nog geen minuut later stormt Bas met stok en al naar binnen, in paniek, blaffen, draaien, rennen, janken. Om hem heen een zwerm bijen die hem echt op de huid zitten. Ik sla bijen weg en Vriendin haalt zelfs bijen uit zijn vacht. Ik word gestoken. Bas weet het niet meer. Eenmaal weer buiten loopt hij met de staart tussen de benen van links naar rechts. Als zijn lijf net zo zeer doet als mijn hand? Hij is meer dan 1 keer gestoken vermoed ik.

Dit is geen leuk verhaal. Geen mooi verhaal. Geen ontroering. Gewoon kudt.