Verjaardag

Het was goed geregeld. Een tafel buiten besproken in een restaurant vlak bij het verpleeghuis waar mijn schoonmoeder sinds kort woont. Moeder is gelukkig, ze geniet zichtbaar van al haar kinderen en kleinkinderen die gekomen zijn. Ze is steeds meer gewend aan de nieuwe situatie, het niet meer thuis wonen. En als wij vaak genoeg zeggen dat ze vandaag jarig is, dan weet ze dat ook.

Het buitenterras is vol. Geen plek om een tafel voor 12 mensen tussen te proppen. De eigenares wrijft zenuwachtig in haar handen. “Ik heb vanmiddag op het terras gestaan, er stond wat wind en ik dacht dat is niet goed voor uw moeder ….”. Wij kijken haar verbaasd aan. Moeder in haar extra vestje maakt het niet zo uit maar wij hadden dit toch besproken? We worden weggestopt in een hoek van het café waar het muf en donker is. We zijn niet blij. Moeder wel. Ze straalt nog steeds en zegt herhaaldelijk hoe gelukkig ze is.

Na anderhalf uur staren we elkaar wat ongelukkig aan. Nog steeds geen voorgerecht. Het menu stond al vast, dan zou het lekker snel gaan… voor moeder.

Moeder begrijpt het niet meer. “Hebben we al gegeten?”
“Nee mam, we krijgen zo het voorgerecht”.

Na het voorgerecht, wat haar duidelijk niet smaakt, zegt ze: “he, he, als de ober komt. “Krijgen we nou een toetje?’.
“Nee, mevrouw, het hoofdgerecht komt eerst nog”.
Ze trekt haar ogen op alsof ze wil zeggen: die is niet lekker.

Moeder trekt het niet meer. Haar benen bewegen zenuwachtig heen en weer in de rolstoel, ze is allang niet meer jarig. Ze is verward door het lange wachten en het late eten. “Waar moet ik slapen”, vraagt ze,  stom heh, ik weet ineens niet meer waar ik woon”.

We verzekeren haar dat ze niet stom is en we zien hoe een perfecte dag voor haar in een grote ramp eindigt. De weg kwijt zijn in je eigen hoofd. Twee kleinkinderen gaan alvast met oma terug naar het verpleeghuis.

De eigenares vindt het vreselijk als ze het hoort. Met tranen in haar ogen biedt ze haar excuus aan. Zou je net zien, de afgelopen dagen was het helemaal niet druk en juist vanavond… en u was de enige met een reservering… dat maken we niet meer goed.

Neen.

Trouwdag

Vandaag is het 27 juli. De trouwdag van mijn ouders. Tenminste… er waren twee trouwdatums, deze en 23 februari. Omdat er destijds apart getrouwd werd voor kerk en ‘staat’ waren er twee aparte dagen. Mijn ouders waren niet zo consequent in het vieren van deze dagen. Voor ons gevoel was het het ene jaar 23 februari, het jaar daarop 27 juli. Vaak werd die dag bepaald door mijn moeder die mijn vader fijntjes liet weten wanneer hij geacht werd nog mooiere bloemen mee naar huis te nemen.

Het resultaat van die willekeur was dat wij elk jaar meer in de war raakten, we wilden best 1 trouwdag herdenken, maar 2?
En welke dan?
Zo zijn er toch vergeten trouwdagen geweest waarop mijn moeder dan ontdaan liet weten dat ‘niemand er aan gedacht had’.
Dat hadden we wel maar een half jaar eerder.

Vandaag is het 27 juli. De trouwdag van mijn ouders. Mam, pap, ik drink er op! En 23 februari weer.

bellen

Vandaag werd mijn vriendin gebeld door een vriendin die op vakantie is.
Tijdens dat gesprek dacht ik: wat moet het leuk zijn om mijn vriendin aan de telefoon te hebben. Misschien moet ik dat ook eens doen: enthousast zijn tijdens een telefoongesprek.
Maar ach, ik schrijf het gewoon enthousiast op. Merk je dat?

Taalvervuiling

Vanmorgen reed de tram langs een straat met wat winkeltjes. Op een winkelruit lees ik: Kapsalon.

Ik denk: lekker maar wel vet.

Arme kappers, het vak verdwijnt door een patatje oorlog extra.

Sex

Vandaag zag ik twee duiven het doen.
Ik liep naar beneden en op de richel, vlak voor mijn neus, aan de buitenkant van het gebouw waar ik werk
werd een duif geplet door een andere.
Heel even voelde ik me als een kind dat per ongeluk de slaapkamer van haar ouders binnenloopt als zij net dat doen wat ouders nooit meer doen: vrijen.

Ik wilde een foto maken maar de duif was al klaar. En alsof er niets aan de hand was gingen ze onverstoorbaar door met het schoonhouden van hun vleugeltjes. Gewoon op een doordeweekse dag.

Hoedje op, hoedje af

Vanmorgen op een weer zo’n stralende dag zoals we er al veel hebben gehad, loop ik naar de tram en een man op de fiets komt mij tegemoet.
Een gewone man. Overhemd met driekwarts mouwen, nette lange broek, keurige schoenen en op zijn hoofd zo’n ouderwetse hoed. Die je de laatste tijd wel vaker ziet maar niet bij iemand op de fiets. Ik stel me zo voor dat die man de dag ervoor tegen zijn vrouw zegt: “schat, ik ga morgen fietsen en ik kan eindelijk mijn hoed op”. Schatje vraagt hem of dat wel verstandig is. Hij heeft al zo lang niet gefietst. Maar hij is vastbesloten en vanmorgen kon hij niet wachten om te vertrekken. Die ene dag in het jaar, zoiets als rokjesdag maar dan voor mannen. De dag dat je hoed niet van je hoofd afwaait want niets is zo dom om af te stappen en je hoed achterna te rennen. Jammer dat dat niet vandaag was.