Gluurder

Net bij het wandelen langs de voetbalvelden prijs ik me gelukkig dat ik vrouw ben. Want zoals ik sta te gluren tussen de bomen door, om een glimp op te vangen van de voetballende mannen… dat zou je als man niet moeten doen. Je werd direct opgepakt verdacht van vermoedde oneerbare handelingen.

Ik hou van voetballen. Als ik getrouwd zou zijn dan zou mijn man voetballen. Ik zou langs de kant staan en aanmoedigen. De thee zou uit mijn pot komen, de opbeurende woorden uit mijn mond. Maar ik ben niet getrouwd en, ik schrijf het met tegenzin op, mijn man zou nu dan ook een ruime vijftiger zijn, met een iets bollend buikje, een man die in de verdediging staat omdat hij die sprintjes niet meer kan trekken.

Dat is een pijnlijke conclusie. Geen zonen, geen kleinzonen/dochters die voetballen. Dus laat mij gluren nu het nog kan. Hou me niet aan, ik heb niets kwaads in de zin. Ik hou gewoon zo vreselijk veel van voetballen en het gevoel dat het oproept ergens bij te horen.

De ontroering van jong blad

Sinds ik woon waar ik nu woon heb ik  meer oog voor flora en fauna. Ik hoor ineens de roep van vogeltjes en zeg af en toe hardop: goh, wat mooi.

Maar weet je wat mij echt kan ontroeren? Een jong blaadje. En dan denk ik niet aan ouwe mannetjes die dat ook blijken te hebben (vanaf een jaar of vijftig…)

Heb je wel eens goed gekeken naar een blad dat net ontluikt? Het kleine, gladde oppervlak, glimmend van nieuwigheid, nerfjes als babyrimpeltjes, alles nog in wording, Ik kan de neiging nauwelijks onderdrukken om het blad voorzichtig te beroeren.

Nu kan ik proberen om daar iets moois over te schrijven maar Rutger Kopland heeft dat al lang geleden gedaan en zo goed. Ik zal zijn gedicht hieronder plaatsen.


Jonge sla (Rutger Kopland)

Alles kan ik verdragen,
Het verdorren van bonen
Stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september
Net geplant, slap nog,
In vochtige bedjes, nee.


En dan toch ook maar direct de persiflage van Ingmar Heytze

Ik kan een hoop hebbe,
modder op me pijpe,
kots op straat, een portiek
met naalde stamp ik met droge oge
doorheen, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar hondestront in oktober,
net gelegd, warm nog,
onder me zole, nee!

8 mm film

stomme film kijken het geluid
is van een andere planeet
toen de mooie mevrouw
onze moeder was
ze lacht naar hem

de grote bakkebaarden als vraagtekens
op zijn wang
een stoere man
die onze vader was
hij kust haar op de lippen

en nergens is te zien
waar het lachen stopte
geen millimeter film gewijd
aan wat nog komen moest
toen er wel geluid was
maar geen woorden.

Koffie kopen

In mijn pauze spoed ik mij naar de Bijenkorf om eindelijk onze voorraad nescafécupjes aan te vullen. Er staat een flinke rij voor de nescafébalie. Daarachter staan zeker vijf keurig geklede jonge mensen met een dikke koffielach om de lippen. Yep, de klant is koning. Ze nemen alle tijd voor je. Alle tijd.

Als ik eindelijk aan de beurt ben en hij vraagt naar mijn klantenkaart, zeg ik hem dat ik geen interesse heb in een klantenkaart, ik wil gewoon wat cupjes voor expresso en cappacino. Na vijf minuten heb ik toch een klantenkaart waar ik volgens hem allemaal hele bijzondere dingen kan doen. Dan laat hij mij ook de bon zien.

“kijk”, zegt hij, “hier staat wat u heeft gekocht, daaronder wat u heeft betaald, dat is handig toch?
Kan ik u nog een heerlijk kopje koffie aanbieden?”

Ik weiger beleefd.
“Dan houdt u die tegoed van mij”.

Terwijl ik wegloop vraag ik me af hoe hij mij de volgende keer zal herkennen. Of zal hij snel op mijn klantenkaart gezet hebben: let op, twee kopjes aanbieden!”

Soms wil ik geen koning zijn, maar gewoon een klant van wie de koffie op is.

Verjaardag

Het was goed geregeld. Een tafel buiten besproken in een restaurant vlak bij het verpleeghuis waar mijn schoonmoeder sinds kort woont. Moeder is gelukkig, ze geniet zichtbaar van al haar kinderen en kleinkinderen die gekomen zijn. Ze is steeds meer gewend aan de nieuwe situatie, het niet meer thuis wonen. En als wij vaak genoeg zeggen dat ze vandaag jarig is, dan weet ze dat ook.

Het buitenterras is vol. Geen plek om een tafel voor 12 mensen tussen te proppen. De eigenares wrijft zenuwachtig in haar handen. “Ik heb vanmiddag op het terras gestaan, er stond wat wind en ik dacht dat is niet goed voor uw moeder ….”. Wij kijken haar verbaasd aan. Moeder in haar extra vestje maakt het niet zo uit maar wij hadden dit toch besproken? We worden weggestopt in een hoek van het café waar het muf en donker is. We zijn niet blij. Moeder wel. Ze straalt nog steeds en zegt herhaaldelijk hoe gelukkig ze is.

Na anderhalf uur staren we elkaar wat ongelukkig aan. Nog steeds geen voorgerecht. Het menu stond al vast, dan zou het lekker snel gaan… voor moeder.

Moeder begrijpt het niet meer. “Hebben we al gegeten?”
“Nee mam, we krijgen zo het voorgerecht”.

Na het voorgerecht, wat haar duidelijk niet smaakt, zegt ze: “he, he, als de ober komt. “Krijgen we nou een toetje?’.
“Nee, mevrouw, het hoofdgerecht komt eerst nog”.
Ze trekt haar ogen op alsof ze wil zeggen: die is niet lekker.

Moeder trekt het niet meer. Haar benen bewegen zenuwachtig heen en weer in de rolstoel, ze is allang niet meer jarig. Ze is verward door het lange wachten en het late eten. “Waar moet ik slapen”, vraagt ze,  stom heh, ik weet ineens niet meer waar ik woon”.

We verzekeren haar dat ze niet stom is en we zien hoe een perfecte dag voor haar in een grote ramp eindigt. De weg kwijt zijn in je eigen hoofd. Twee kleinkinderen gaan alvast met oma terug naar het verpleeghuis.

De eigenares vindt het vreselijk als ze het hoort. Met tranen in haar ogen biedt ze haar excuus aan. Zou je net zien, de afgelopen dagen was het helemaal niet druk en juist vanavond… en u was de enige met een reservering… dat maken we niet meer goed.

Neen.

Trouwdag

Vandaag is het 27 juli. De trouwdag van mijn ouders. Tenminste… er waren twee trouwdatums, deze en 23 februari. Omdat er destijds apart getrouwd werd voor kerk en ‘staat’ waren er twee aparte dagen. Mijn ouders waren niet zo consequent in het vieren van deze dagen. Voor ons gevoel was het het ene jaar 23 februari, het jaar daarop 27 juli. Vaak werd die dag bepaald door mijn moeder die mijn vader fijntjes liet weten wanneer hij geacht werd nog mooiere bloemen mee naar huis te nemen.

Het resultaat van die willekeur was dat wij elk jaar meer in de war raakten, we wilden best 1 trouwdag herdenken, maar 2?
En welke dan?
Zo zijn er toch vergeten trouwdagen geweest waarop mijn moeder dan ontdaan liet weten dat ‘niemand er aan gedacht had’.
Dat hadden we wel maar een half jaar eerder.

Vandaag is het 27 juli. De trouwdag van mijn ouders. Mam, pap, ik drink er op! En 23 februari weer.