Uit

De verkering is uit en ik voel het verdriet. Niet mijn verkering. Maar van haar. Ik voel hoe zeer, hoe pijn. En ik zou willen troosten en dingen willen zeggen als: het is niet voor niets, dit is ergens goed voor. Maar als vroeger, wat heet vroeger, als iemand drie jaar geleden tegen mij had gezegd: dit is niet voor niets, dit is ergens goed voor, dan had ik waarschijnlijk mijn knuppeltje gepakt.

Maar eerlijk is eerlijk: 🙂 Het is ZO goed gekomen. Het was ZO ergens goed voor.
Dus lieverd, ik zeg niets, ik hou van je, en weet dat het goed komt.

Zingen

In het verzorgingstehuis is een nieuwe bewoonster. Dat horen wij van verre. Ze zingt de hele dag. We zien er nog geen gezicht bij, we horen alleen een hele hoge stem ‘zingen’.
Een bewoonster loopt langs en mompelt: ‘die zingt de hele dag, mijn god.”
In de kamer kijk ik voorzichtig om een hoekje om de zangeres te aanschouwen. Een grijze dame, pittige ogen, kijkt mij aan en zwaait. Een verzorgster komt binnen en zet de radio uit en loopt naar haar toe.
“Mag ik niet zingen?”, vraagt de vrouw.
“Natuurlijk wel, gezellig juist”, zegt het meisje.
“Iedereen loopt weg als ik zing”,
Ik loop de kamer binnen.
“Kijk, zegt ze, daar heb je er zo een, die wegloopt”.
“Nee hoor”, zeg ik, “ik vind het mooi”. En ze heft aan alsof ze de voorzanger is van de operettevereniging. Ik herken wijsjes, van opera tot ‘ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’.
En dat hoop ik zo voor haar.

Maar hoe mooi en ontroerend ik het ook vind. Ik mag weg als ik dat wil.

Een ode aan de man

Die mannen die helpen, steunen, klussen, sturen, troosten, lachen, vervangen, draaien, duwen, klaren,
zweten, steunen, leunen, tillen, sjouwen, praten, leren.
Zonder die mannen konden wij niet echt vrouwen zijn.

Wespennest

Letterlijk. We gaan eten bij de pizzaria en onze hond mag niet binnen. Maar de ober heeft een tafeltje vlak bij de deur naar de tuin. Daar kan Bas aan een paaltjes vast. Goed plan. De ober steekt een stok in de grond, riem van Bas er om heen en wij gaan aan het tafeltje zitten. Nog geen minuut later stormt Bas met stok en al naar binnen, in paniek, blaffen, draaien, rennen, janken. Om hem heen een zwerm bijen die hem echt op de huid zitten. Ik sla bijen weg en Vriendin haalt zelfs bijen uit zijn vacht. Ik word gestoken. Bas weet het niet meer. Eenmaal weer buiten loopt hij met de staart tussen de benen van links naar rechts. Als zijn lijf net zo zeer doet als mijn hand? Hij is meer dan 1 keer gestoken vermoed ik.

Dit is geen leuk verhaal. Geen mooi verhaal. Geen ontroering. Gewoon kudt.

Grote broer

Ons slot is kapot.

Op internet gezocht naar slotenmakers en ik zie een professionele site. 25 uurs service, meerdere monteurs die in prachtige bussen door Nederland rijden. De man die ik bel komt wel even kijken zegt ‘ie.

Een uur later rijdt een stinkend brommertje voor. De man trekt onhandig de helm van zijn hoofd en staart naar het slot. Dat het lastig was, hadden wij ook al bedacht. Hij neemt het slot mee en zal later bellen. Dat doet hij ook. Het slot moet besteld worden, hij moet allerlei leveranciers af, voorrijkosten 70  euro, wachttijd een week. “Zet voorlopig maar iets voor de deur”, suggereert hij.

Mijn broer denkt er anders over. Mijn broer, 2 meter lang en 1 meter breed besluit om de winkel een bezoek te brengen. Dat is lastig. Er is geen winkel. Na een uur vindt hij het woonhuis met een heel klein bordje waarop staat: slotenmaker. De man doet nietsvermoedend open en op de vraag of hij die morgen in de L van Vuurdestraat is geweest stamelt hij: ja.
Broer: “Ben je wel lekker om die meiden zo achter te laten. Slot mee te nemen en niet meer terug te komen. Vraag je 70 euro voorrijkosten voor dat ding? Een brommer? Ben jij slotenmaker? ”

Om kort te zijn, Broer maakt korte metten met de man en adviseert mij om hem mee te delen geen gebruik meer te willen maken van zijn ‘winkel’.  Ik twijfel, hij heeft wel tijd gestoken in dit geval… Toch mail ik het hem met de vraag wat ik hem verschuldigd ben voor het langskomen en dergelijke. Een uur later krijg ik een antwoord.

“Nee hoor, u bent mij niets verschuldigd. Veel succes met het slot’.

Twee lessen:
1. Ga nooit af op een goed uitziende website.
2. Neem een grote broer.

Gluurder

Net bij het wandelen langs de voetbalvelden prijs ik me gelukkig dat ik vrouw ben. Want zoals ik sta te gluren tussen de bomen door, om een glimp op te vangen van de voetballende mannen… dat zou je als man niet moeten doen. Je werd direct opgepakt verdacht van vermoedde oneerbare handelingen.

Ik hou van voetballen. Als ik getrouwd zou zijn dan zou mijn man voetballen. Ik zou langs de kant staan en aanmoedigen. De thee zou uit mijn pot komen, de opbeurende woorden uit mijn mond. Maar ik ben niet getrouwd en, ik schrijf het met tegenzin op, mijn man zou nu dan ook een ruime vijftiger zijn, met een iets bollend buikje, een man die in de verdediging staat omdat hij die sprintjes niet meer kan trekken.

Dat is een pijnlijke conclusie. Geen zonen, geen kleinzonen/dochters die voetballen. Dus laat mij gluren nu het nog kan. Hou me niet aan, ik heb niets kwaads in de zin. Ik hou gewoon zo vreselijk veel van voetballen en het gevoel dat het oproept ergens bij te horen.