Zomer

Het waait. Hard. Na het eten is het ineens donker. De regen klettert zo hard tegen de ramen dat we de volume van de televisie harder zetten. De hond wil niet uit behalve als we hem een kluifje geven en wij zitten binnen wetend dat het heus weer een keer zomer wordt. ‘Schrijf eens wat vrolijks’, zeg je. ‘Heb ik net gedaan’, zeg ik.

Bisschop Gijsen

Oud bisschop Gijsen is beschuldigd door een man van 63 jaar.
De man zegt jaren geleden te zijn begluurd door de bisschop toen hij in bed aan het masturberen was.
Maar de man kon juist masturberen omdat hij begluurd werd.

Een bedankje was wel zo aardig geweest.

Symboliek

Gisteren hoorde ik iets wat ik al wist maar waarvan nu pas de betekenis  tot mij doordrong. Als een vlieger/piloot slaagt, dan krijgt hij ‘wings’ uitgereikt. Deze wings worden doormidden gebroken en vaak geeft de vlieger 1 of beide helften aan personen die voor hem/haar belangrijk zijn.

Dat is toch prachtig? Kunnen we niet zoiets bedenken voor andere beroepen. Neem bijvoorbeeld: als je slaagt voor je ambtenaarschap, dan krijg je een horloge. Deze breek je doormidden en dan geef je de secondewijzer aan je partner en de uurwijzer aan een ander.

Ik ga me er hard voor maken. Als ik tijd heb.

Tramperikelen

Als je elke dag op een vast tijdstip met het openbaar vervoer reist, dan ga je mensen herkennen.
Sterker nog, je gaat mensen missen.
‘Zeker vrij’, denk je dan, of ‘op vakantie’.
Er zijn mensen die je groet en er zijn mensen die je niet groet en ik heb geen idee waarom ik bepaalde mensen wel gedag zeg en anderen niet.

Alle moeite doe ik om te ontkomen aan de tramgesprekken.
‘Zo, weer een weekje voor de boeg’.
“Zo, de kop is er weer af”.
“Zo de week is weer doormidden”.
“Zo bijna weekend”.
“Zo, nog 1 dagje”.

Maar vandaag deed ik. Totaal onverwacht loop ik bijna tegen de man aan die ik uit principe niet groet.
Van schrik zeg ik “goedemorgen”.
Hij zegt goedemorgen terug.
“Zo, zeg ik, daar gaan we weeer”.

En ik schaam me.

Feest: The day after

Ik zou iets heel leuks moeten schrijven want het was heel leuk.
Of iets heel liefs, want het was heel lief.
Iets grandioos, want dat was het ook.
Iets feestelijk want wat een feest!
Iets overtreffend, want dit was het wel.
Iets dat ons bindt, want wat een bonding.
Iets zonnigs. Want wat een weer.
Iets vriendelijks. Zoveel vrienden.
Iets warms. Want wat was het warm
Iets swingends. Wat een swing.
Maar. Het is the day after.

Ik zeg alleen maar dit.
Het is the day after.

Oja, nog even over de BORSTEN. Dat was een grapje.
Het schildersezel valt ook gewoon.

Borsten

Vroeger, toen we strak waren, zeiden we tegen elkaar: “als je een potlood onder je borsten houdt en het valt er onderuit, dan heb je nog lekkere, strakke borsten.

Ik weet niet wat er is gebeurd maar ik kan er een schildersezel onder hangen.

Ambtenaren, wethouders en communicatiemedewerkers

Waar ambtenaren vaak de schuld krijgen van laksheid, werkschuwheid en het met moeite kunnen openhouden van de ogen, wil ik toch een keer een andere kant op wijzen. Steeds vaker denk ik inderdaad: laat ik mijn ogen maar sluiten (let wel: figuurlijk gesproken dan, zo ver gaat mijn moedeloosheid ook weer niet).

Als ambtenaar heb je te maken met wethouders en sinds een jaar of tien met de niet meer weg te denken communicatiemedewerker. Het worden er steeds meer. Als een olievlek breidt het zich uit en niemand weet het gat te dichten. Waar lijkt dat ook weer op? Ze kruipen overal tussendoor, onderuit, om waar ze maar kunnen hun kleine stempeltje ergens op te kunnen drukken.

De overeenkomst tussen de wethouder en de communicatiemedewerker is volgens mij dat eigen stempeltje. Wat ‘in dienst van de burger’? Wat ‘ten dienste van de ambtenaar’?

Elke nieuwe wethouder kan er in zijn eentje voor zorgen dat zorgvuldig gepland beleid van meerdere jaren ‘on hold’ wordt gezet. Ja, om zijn eigen stempeltje te kunnen zetten.

De communicatiemedewerker die zich tijdens ziekte heeft laten vervangen, gaat alles weer overnieuw doen. Want het zinnetje loopt niet zo lekker en dat moet. Het moet lekker lopen.

Het loopt niet lekker. De ambtenaar wordt er moe van. Hij wil wel werken maar niet voor niets. Want iets overdoen om de ijdelheid van één persoon te bevredigen, dat voelt niet goed. En wat je vooral niet moet doen is er over praten. Nou, dat doe ik ook niet.