Lord of the rings

Je zal toch bekend zijn in heel Nederland. Lord of the Rings zijn (geweest). En dan weer betrapt worden op het gebruik van cocaïne. Terugvallen is al erg, maar daar door heel Nederland op betrapt worden… Vreselijk. Hij zit in Portugal. Dat is een vlucht zeggen ze, de journalisten. Dat klopt. Hij is gevlogen. Wie zou het niet doen? Als je jaren lang je lijf hebt afgetraind, opgeblazen, uitgewoond. Kom je dan nog toe aan je geest? Waar ook kracht zit. Weet je dan hoe je dat moet gebruiken? Ik heb mijn lichaam niet afgetraind dus ben veel aan de geest toegekomen. En hoe zwak ben ik! Ik hoop dat hij vrienden heeft gemaakt in dat eenzame leven. En dat hij samen met mensen die om hem geven het lichaam weer terug kan brengen naar gewone proporties. Dat hij weer body krijgt. En met body weer spirit. De titel Lord of the Rings mag niemand hem afnemen. Dat is hij, met of zonder cocaïne.
En die mijnheer van de federatie die zo gevat zegt: ‘we willen er niet meer over praten. We zetten er een lijntje onder.”
Die mijnheer is echt grappig. Vind je niet?

Me and the Ziggoboy

Misschien heb je gelezen van mijn eerste contact met ziggoboy M.
Maandagavond, terug op weg naar huis, word ik gebeld. Ziggoboy.
“Hallo, ik zou u terugbellen”.
Ik weet onmiddelijk wie het is, die stem, het ondertoontje, het superieure geluid van een echte ziggoman.
“ja, dat klopt en dat doe je nu”.
“Hoe is het met u?”
“Met mij gaat het goed”
“Ik wil natuurlijk maar 1 ding weten…, is het gelukt?”
“Ja, niet in eerste instantie, maar later wel, een gedoe maar goed, alles werkt.”
“Wat ben ik blij om dat te horen”.
Ik wil niet weten wat ziggoboy op dit moment met zijn handen doet maar dat het hem opwindt, dat is zeker.
“Je hebt me echt geholpen”, geil ik hem op.
Hij stottert. “Ja, daar ben ik goed in. Maar wat fijn om u zo positief te horen!”
“Ja, zeker”. Ik zoek naar een mooie afsluiting.
“Is er iets wat ik nog voor u kan doen?” gaat hij verder.
“Nee”, zeg ik, “eerlijk gezegd hoop ik dat ik je heel lang niet hoef te bellen.”
Hij zucht.
“Dat hoop ik ook. Weet u wat ik nog meer hoop?”
“Nou?”
“Dat als u belt, u mij aan de telefoon krijgt”
“U haalt de woorden uit mijn mond”.
“Dag, mevrouw Verhaar, een hele fijne avond”.
“Dag, ziggoboy”.

Slechts 1 mijnwerker Chili overleeft barre (op)tocht

Eindelijk was het zover dat de mijnwerkers die al weken onder de grond leefden, omhoog gebracht konden worden.
Er brak een kleine oorlog uit. Men wist dat de allereerste en de allerlaatste mijnwerker de meeste aandacht zou krijgen van pers en media. Elke mijnwerker vond zichzelf bij uitstek de meest geschikte voor een van beider rollen, of liever gezegd: beider rollen.

Het in overleg bespreken bleek geen optie.
Men heeft elkaar de hersens ingeslagen.  De sterkste heeft gewonnen. Onder gejuich is hij naar boven gehesen waar hij onmiddellijk door de politie in arrest werd genomen.

Zo kan het ook.

Aandacht

Je hebt dat wel eens. In een gesprek hoor je iets dat je herinnert aan iets dat jij hebt meegemaakt. Dat wil je (nog) een keer vertellen. Maar hoe vraag je daar aandacht voor. Op een verjaardag waar iedereen door elkaar praat is dat lastig. Aan een tafel zit ik met vijf andere mensen. De ene twee hebben het over schaatsen. De anderen over Heereveen. Is er een mooiere brug denkbaar voor mijn vreselijke verhaal. Ik laat heel even iets vallen over Heereveen. Een beetje geoefende luisteraar zou dat aanvoelen en vragen: “goh, wat heb jij dan met Heereveen”. Maar niemand. Ieder is met zichzelf en hun eigen ontzettend interessante verhaal bezig. Mijn vriendin helpt me. Geeft nogmaals een hint waardoor anderen zouden kunnen vragen: “O ja, vertel eens?” Maar niemand. De zin van Vriendin blijft hangen in het luchtledige en niemand die hem vangt. Weg kans, weg unieke mogelijkheid om nogmaals aandacht te vragen voor wat mij toch is overkomen.

In de auto terug denk ik er over na. Zou iemand dat herkennen? Hoe je een gesprek manipuleert om je zin te krijgen. Zin in de zin van zin.

Voel ik me beschaamd? Nee. De volwassen ik lacht om het kind in mezelf dat zo graag het verhaal wil vertellen maar niemand die luistert. Misschien dat daarom een Blog is uitgevonden. Dat je gewoon kan vertellen waar niemand op zit te wachten.

Dus luister. Het was tijdens een familieweekend. We waren in Heerenveen en we gingen schaatsten. Ik zou eigenlijk niet meedoen maar…

Ach, ik heb er nu geen zin meer in. Mijn pols doet pijn.

ziezoziggo

De vierde keer dat ik belde over de problemen met mijn interactieve televisie zei de jongen: ‘Mevrouw, ik maak een aantekening dat als het nu niet lukt, wij een monteur sturen’. Ik blij.

Het werkt niet dus ik bel terug

‘dag, ik heb zojuist gebeld en uw collega heeft mij beloofd….”
“Nou, we beginnen gewoon maar even bij het begin, lijkt mij, wat is het probleem?”
“Ik heb geen interactie tv.”
“Okee, als u nu even naar instellingen gaat dan..”
“Dat heb ik al honderd keer gedaan”
“Dat kan wel zijn maar ik wil toch even dat u het doet.”
“Okee, ik zit in instellingen, zeker nu alle fabrieksinstellingen wissen… heb ik al gedaan”
“Mevrouw, u kan het blijven zeggen maar u heeft nu met mij te maken en ik ben een kei in dit soort dingen en we werken gewoon mijn lijstje af”.
“wat u wilt, mijnheer”.
“Wist u alle fabrieksinstellingen”
“zucht”
“wat ziet u?”
“nog steeds niets”.
“Goed, dan gaan we naar de kabel…
“Luister nou, ik heb alles, alles al gedaan, stuur nu een monteur”.
“mevrouw, zo’n monteur komt op mijn naam en voordat ik daar in meega wil ik zeker weten dat dat ding het niet doet”

Om een heel lang verhaal kort te maken. Een eigenwijze vent, die gozer, een brakebal, maar uitieindelijk kwam hij achter dingen waar de anderen helpdeskmedewerkers nog nooit van gehoord hebben. Ik bind langzaam in tot de volgzame mevrouw die ik doorgaans ben. Ik bied zelfs mijn excuses aan.
Hij lacht gemelijk. Mevrouwtje, ik bel u vrijdagavond persoonlijk op, ik heb belrechten, eigenlijk heb ik een andere dienst, maar ik blijf u van dienst. Dat vind ik belangrijk.

Tjonge, die ziggo toch!

Antonie Kamerling

Iedereen heeft het er over. Waarom? Elke dag zijn er heel veel mensen die dood gaan. Ook door zelfmoord. Waarom zijn we met z’n allen hier zo ondersteboven van? Misschien omdat het een man is die we denken te kennen. Natuurlijk kennen we hem niet maar hij was altijd zo dichtbij, zeker toen de soap lang geleden begon.

Ik las vandaag iets waar ik ook ineens aan dacht. Jaren geleden had je de film Spetters. Een mooie jongen met rood haar speelde de hoofdrol. Hij pleegde een jaar later zelfmoord. Deze jongen had wat voor mij Antonie Kamerling had. Wat dan? Pijn. Ik zag altijd pijn in die gezichten. Gezichten als van Ramses Shaffy, gezichten waar je een leven achter vermoedt met onpeilbare diepten. Onpeilbaar ook voor de mens achter het gezicht. Die pijn te zien en te herkennen wellicht… Dat is waar ik zo van schrik. En iedereen die denkt: wat een lul, wat makkelijk. Die weten niet waar ze het over hebben. En erger nog, ze weten niet hoe blij ze mogen zijn dat ze niet weten waar ze het over hebben.

Ik vind het doodzonde van zo’n man.

naarambte

Ik heb een vraag voor een collega M.
Collega M. verwijst mij door naar collega R. Die daar over gaat.
Collega R. stuurt mijn vraag door naar collega H, die er meer over weet.

Collega H. reageert naar mij dat ik maar moet doen wat ik dacht dat ik zou moeten doen.
Collega R. reageert dat hij dat toch anders ziet.
Ik reageer naar collega H en collega R.
Collega R vraagt aan collega M om het met mij op te nemen.

Ik heb een vraag voor collega M.
enz. enz. enz. enz.

Stilte

Onze televisie doet het niet. In stilte eten we, af en toe elkaar verbaasd aankijkend.
Die stilte. De klok tikt. We hebben een klok die tikt.
Muziek aanzetten? Nee, laat maar. Mooi, die klok. Dat die tikt.

Fotoboek

Als je een fotoboek maakt van een vakantie die niet leuk was
wordt het vanzelf leuk
herinner je je later alleen nog die momenten
want van die andere
zijn geen opnames gemaakt

Meer respect voor politie

Dat willen ze. Dat we weer respect krijgen voor de sterke arm op straat.
En ik ben voor. Ik ben echt voor. Dat er weer van die grote mannen lopen, met dat korte haar, met die rimpels in het gelaat die wijzen op levenswijsheid. Die je ‘oom’ wilt noemen.

Respect begint van binnen uit. Teveel agenten ken ik die ik nog niet als krantenjongen aan de deur wil hebben. Jongetjes zijn het, die teveel drinken en stoer doen. Met wapens willen spelen en mijn god, dat mogen ze ook. Jongetjes die nooit geleerd hebben man te worden. Idealen te hebben. Ergens in te geloven. Daar kunnen zij niets aan doen. Dat was die generatie die alles al had en ook niets meer te wensen had.

En daar moeten wij weer in geloven? Die pet past er maar een paar.