Mist

Ik open de deur naar buiten en stap in een mistige wereld. Een wereld die me bevalt. Zelfs de geur is mistig. Ik zet mijn voet daar waar ik een trottoir vermoed. De mist hangt om me heen als in een sprookje. Ik hoor stemmen en zie geen mensen. In deze mistige wereld is het goed toeven als je net wakker bent.
In de tram hangt het nog in mijn kop. Met moeite stap ik uit waar ik uit moet stappen. Liever had ik uren rondgereden, in mijn eigen mistige wereld.

Zeker weten

Het is vast niet goed het zeker te weten
de goden verzoeken of zoiets
toch meen ik bijna het zeker te weten

zeker weten dat van ons
dat van ons zal blijven
dat van ons zal zijn

Mannenpabo

Er is een mannenpabo. Waarom? Omdat meesters voor de klas nodig zijn voor een gewenste afspiegeling van de maatschappij.
Er wordt een man geïnterviewd die op die Mannen-pabo zit.
“Waarom heeft u deze keuze gemaakt?”
“Ach”, zegt de man. “Als kind droomde ik er al van om directeur te worden van een school”.

Zielig

Onze hond hapt naar alles dat vliegt. Bijen, wespen, vliegen. Hij vangt nooit iets. Het enige dat we horen is het klappen van zijn kaken op elkaar. Soms vinden we het zielig, meestal niet. Zijn wespentrauma heeft ons ook niet onberoerd gelaten.
Vanavond liep er een spinachtig beest over de muur. Later zag ik er een op de grond lopen. Voor het gemak ga ik er van uit dat het dezelfde is.
Nog weer later horen we de kaken van Bas op elkaar slaan. En hij kauwt. En hij spuugt iets uit. En we zien een spinachtige glazenwasser nog stuiptrekkend maar toch behoorlijk gehavend, natrillen op de grond.
Bas heeft eindelijk iets gevangen. We prijzen Bas om zijn goede smaak. Hij heeft iets gevangen maar god zij dank niet opgegeten. En de glazenwasser is een zinloze dood gestorven.

Zomer

Het waait. Hard. Na het eten is het ineens donker. De regen klettert zo hard tegen de ramen dat we de volume van de televisie harder zetten. De hond wil niet uit behalve als we hem een kluifje geven en wij zitten binnen wetend dat het heus weer een keer zomer wordt. ‘Schrijf eens wat vrolijks’, zeg je. ‘Heb ik net gedaan’, zeg ik.

Bisschop Gijsen

Oud bisschop Gijsen is beschuldigd door een man van 63 jaar.
De man zegt jaren geleden te zijn begluurd door de bisschop toen hij in bed aan het masturberen was.
Maar de man kon juist masturberen omdat hij begluurd werd.

Een bedankje was wel zo aardig geweest.

Symboliek

Gisteren hoorde ik iets wat ik al wist maar waarvan nu pas de betekenis  tot mij doordrong. Als een vlieger/piloot slaagt, dan krijgt hij ‘wings’ uitgereikt. Deze wings worden doormidden gebroken en vaak geeft de vlieger 1 of beide helften aan personen die voor hem/haar belangrijk zijn.

Dat is toch prachtig? Kunnen we niet zoiets bedenken voor andere beroepen. Neem bijvoorbeeld: als je slaagt voor je ambtenaarschap, dan krijg je een horloge. Deze breek je doormidden en dan geef je de secondewijzer aan je partner en de uurwijzer aan een ander.

Ik ga me er hard voor maken. Als ik tijd heb.

Tramperikelen

Als je elke dag op een vast tijdstip met het openbaar vervoer reist, dan ga je mensen herkennen.
Sterker nog, je gaat mensen missen.
‘Zeker vrij’, denk je dan, of ‘op vakantie’.
Er zijn mensen die je groet en er zijn mensen die je niet groet en ik heb geen idee waarom ik bepaalde mensen wel gedag zeg en anderen niet.

Alle moeite doe ik om te ontkomen aan de tramgesprekken.
‘Zo, weer een weekje voor de boeg’.
“Zo, de kop is er weer af”.
“Zo de week is weer doormidden”.
“Zo bijna weekend”.
“Zo, nog 1 dagje”.

Maar vandaag deed ik. Totaal onverwacht loop ik bijna tegen de man aan die ik uit principe niet groet.
Van schrik zeg ik “goedemorgen”.
Hij zegt goedemorgen terug.
“Zo, zeg ik, daar gaan we weeer”.

En ik schaam me.