Koudwatervrees bij boeren

Och, och, och. Die boeren toch. En dan vooral Marnix met zijn Janneke en boer Jaap en Marian. Wat een gepieker en gestuntel. Komen er plotseling achter dat het geen spel is, niet zomaar voor de leuk. Dat er misschien een leven komt na de laatste uitzending. En willen ze dat wel, een leven samen?

Stel, ik ben Janneke. Een vrolijke, goedlachse, positieve vrouw met pit. En ik val op de ondeugende ogen van Marnix. Maar kom er dan achter dat zijn gesprekken alleen maar gevuld zijn met slechte clichés en metaforen waar de honden en boeren geen brood van lusten…

Marnix en Janneke

“de vraag is, ga je stroomopwaarts of stroomafwaarts”
“kies je ervoor om te zwemmen of te watertrappelen”
“Poeh hé, zou Bobbie zeggen”

Stel ik ben Janneke en vergeet die ogen eventjes, dan zie ik een boer die geen man wil worden. Die zichzelf opsluit in de slachtofferrol van geofferd lam. Dan zou ik echt niet gaan knuffelen met het lam en hem schouderklapjes geven, dat het beter is zo, dan maar vrienden… Ik zou stoer weglopen, handen in mijn zakken en even nonchalant, zonder me om te draaien mijn hand en vinger opheffen. Dag Marnix, nix.

Jaap en Marian

Verliefd zijn ze, Jaap en Marian. Kusje hier, kusje daar. Kopen dezelfde truien in maatje xxl. Een relatie moet groeien natuurlijk. Zij is leuk, hij is ook wel leuk. En na al het geklef en gekleef deelt hij haar mee dat ze niet te snel van stapel moeten lopen. Achter haar rug om zegt hij tegen de camera dat ze niet ineens volgende week met haar koffer bij hem voor de deur moet staan…’stel je voor’, hakkelt hij.

Zegt de man die in het begin heel duidelijk maakte dat dat precies was wat hij wilde. Geen gelat, geen gemaar maar kiezen voor elkaar. Ze zitten naast elkaar en terwijl zij zich bijna verslikt in de wijn pakt hij haar liefdevol bij de kin en zegt (vier keer): “Ik twijfel helemaal niet hoor, maar we moeten wel met beide voeten op de grond blijven. Hier is alles heel mooi en romantisch maar thuis…, maar ik twijfel niet aan jou hoor”.

Van het potje en dekseltje

Dat op elk potje een dekseltje past bewijzen Steffi en Roel. Die zitten van de ochtend tot de nacht op het stenen muurtje, hun benen bengelen in harmonie. Zij zegt “ik vind jou leuk” en hij zegt “ik jou ook”. Geen spannende televisie maar de eerlijke eenvoud van liefde spat van het scherm.
Over Wim en Marit ben ik niet zeker. Een leuk stel om te zien. Maar Wim veinst diepgang waar die niet is, vrees ik. En daar komt zij natuurlijk achter. Want hij houdt niet van hiken, van bergbeklimmen, van reizen naar het onbekende. En als zij uitgehiked is op hem, wat dan?

Oh en dan Michelle en Maarten. Zij lacht net iets te veel haar pijn weg. Bitched hem alle kanten van de kwekerij op en eist op een meisjesachtige manier zijn aandacht op. Een dame die met haar op d’r tanden een bedrijf leidt maar in de liefde hopeloos klein is gebleven. Over Maarten maak ik me geen zorgen. Die weet precies tot hoever hij zich gek laat maken en dat is, vermoed ik zomaar, niet zo heel ver.

Volgende week zien we wat er overgebleven is van alle liefdes. Of was het toch allemaal boerenbedrog?

 

 

 

Grof afscheid

Dit is niet mijn grof afval maar het had gekund. Een andere stijl maar net zoals deze meubels nog herkenbaar als zodanig. Deze week hadden we ook een grofvuilafspraak. Hout en ijzer gescheiden. Jawel mijnheer, doen we.

Na maanden geleur met spullen is het grof vuil het laatste station. Tegen die tijd heb je al afscheid genomen van spullen waar jij nog alle schoonheid van inzag. Met een man of wat zetten we de spullen op straat. Zo klaar gezet dat elke willekeurige voorbijganger precies kan pakken wat nodig is. Alleen de gebruiksaanwijzing ontbreekt.

De buren komen kijken en slepen veel van wat wij neerzetten bij hun naar binnen. De buurman kijkt zorgelijk als zijn vrouw overal wel plekjes voor weet en ik denk: waarom heb ik niet eerder aangebeld bij de buren?

Overschot

Er blijft nog voldoende over om niet alsnog het grofvuil af te bellen. De volgende dag hoor ik heel vroeg de vuilniswagen stoppen. Ik werp vanaf boven een blik op de spullen en zie hoe complete kasten, een leren fauteuil, de hondenmand van onze Bas en ander spul de vrachtwagen ingaat. Het is geen hele grote wagen maar in de auto zit het grofvuilmonster verstopt. Hij hapt en slokt alles naar binnen, vermaalt tussen krachtige kaken spullen die onverwoestbaar leken. Maalt herinneringen tot gruis, hakt een relaxstoel terug naar de oorspronkelijke staat van toen het nog niets was, een teer roze zwembadje voor onze waterreus Ami breekt in duizenden stukjes plastic (sorry), de houten kerstboom met liefde door zwager in elkaar gezet, worden weer treurige plankjes zonder doel en nut.

Vijf minuten duur het hooguit. De mannen vegen de handen schoon aan hun overall en rijden weg. Het monster in de auto likt de lippen nog af en boert een ongezonde lucht van restafval. De straat is leeg. Spullen weg. Ik zucht. Wetend dat ik ze nog een keer ga bellen. Maar eerst de buren vragen natuurlijk. Als de buurman even niet thuis is.

 

 

Niet de muziek alleen, maar die liefde

We waren gisteren in Paard voor een optreden van Danny Vera. Voor velen onbekend en dat is vooral voor ‘velen’ jammer. Heerlijke America-muziek. Tikkie rock, tikkie country, tikkie balads. Wat een leuke avond.

Het is de eerste show van Danny Vera met band in een lange reeks. Bij binnenkomst is het angstvallig stil maar gelukkig druppelen er veel mensen binnen na het voorprogramma, dat ook zeer de moeite waard was.

Danny Vera staat als een huis en dat bedoel ik letterlijk. Een mooie man met twee voeten stevig op de buhne. Een vlotte babbel maar vooral heel veel bescheidenheid. Als hij zegt dat hij al ruim twintig jaar bezig is, meestal in de luwte, maar dat hij de laatste drie jaar bekend aan het worden is. Dat hij dankbaar is dat hij dit werk kan blijven doen. Hij dankt het publiek.

Gitarist

Ik kijk van boven op het publiek dat in de zaal staat. Wat een lekker sfeertje altijd. Geroezemoes alsof iedereen elkaar jaren niet gezien heeft. Een lange, oer-Hollandse man die in z’n eentje danst of iets wat daarvoor doorgaat. Armen in de lucht, stelletjes die zoenen en overal blije mensen. Den Haag komt langzaam los.

Ik kijk naar de gitarist. Zijn solo’s, een gezicht dat meejankt met de snaren en ik denk, dat wil ik ook. Ik weet het zeker, als er een volgend leven komt, ga ik bij een band. Niet als topman of vrouw (ik weet niet wat ik dan zal zijn), maar als tweede man van de band: de gitarist. Die toch wel zijn solo’s pakt, die in zijn hoofd zingt wat de snaren zullen spelen.

Erotiek

Het is bijna erotisch. De blikken die de mannen wisselen met elkaar. De macho-mannen, want dat zijn ze, zullen dat niet eens beseffen maar wat zij doen is bijna intiemer dan de liefde bedrijven. De blikken van genot die ze wisselen met elkaar, het genieten van het samenspelen, de lachjes, de verrukkingen, het plezier. Hoe geweldig moet het zijn om zo met elkaar verweven te zijn in de liefde voor muziek, in iets wat je samen brengt.

Een tikkie jaloers ga ik naar huis.

Verdraagzaamheid

Ik heb behoefte aan vrede, aan verdraagzaamheid, aan zacht, aan liefde, aan aardig, aan attent, aan weemoed en deernis.

Ik hoorde deze week ‘Stille nacht’ en ik voelde een zo groot verlangen om in een kerk te zijn. Om naar mooie verhalen te luisteren, om niets te zeggen alleen maar te voelen. Een vreemd gevoel want ik ben al jaren niet in een kerk geweest.

De zwartepietendiscussie is een hevige.

Ik zie beelden van mannen, volwassen mannen, vaders, die eieren gooien naar de protesterende antipietmensen.

Ze highfiven elkaar. ‘Dat was lachen zeg, goed gedaan gozer’. En ik kan er niet bij. Want dit soort mannen en vrouwen zijn niet tegen of voor piet, ze zijn voor geweld. Ze zijn voor machtsvertoon, voor vernedering. Ik zie ook de antipietenmensen dingen doen die provocerend werken. De vrouw die zelf met een mobieltje filmt hoe ze zich vrijwillig omgeeft door blanke boze mannen en dan roept ‘ik word ingesloten’…

Eigenlijk heb ik er geen woorden voor.

Sylvana Simons

Sylvana Simons stond op de omslag van de VARA-gids. Abonnees hebben opgezegd. Mensen hebben de cover verwijderd omdat ze het niet aan konden zien. Die vrouw die iets vertelt waar niemand naar wil luisteren.

Ik heb ook lang naar de foto gekeken omdat het iets uitstraalt van onaantastbaarheid, sterkte, ‘jij, blanke vrouw of man, krijgt mij er niet onder’. Dat had anders gekund maar niet gemoeten. Want zij confronteert ons met iets wat we niet willen voelen.

Het is een treurige start van een tijd dat altijd dat feestelijke in zich had. Van verlangen, van thuis zijn, samen. Maar ‘samen’ wordt steeds beperkter. Samen is geen samen maar is samen zonder jou.
De enige manier om echt weer samen te komen is toenadering zoeken. Langzaam de afstand overbruggen om elkaar tenslotte een hand te kunnen geven. Voorlopig zie ik vooral mensen die van elkaar weglopen, de rug toekeren en dan is er bijna geen weg terug.

Hoe een feest verloren gaat

Er was geen leuker feest te bedenken dan het sinterklaasfeest. Als kind en als volwassene heb ik het jaarlijks gevierd. Het sprookje dat niemand gelooft behalve op 5 december zelf. Dan bestaan Sinterklaas en Zwarte Piet echt.

Gisteren kwam ‘hij’ aan in Zaanstad. Het journaal bericht er over maar verder gaat het vooral over de rellen die ontstonden in andere steden waar ‘Piet-moet-blijven-mensen’ hun handjes niet bij zich konden houden.
Blijkbaar ook traditie. Het is een treurige vertoning. Ook de ‘Piet-moet-weg-mensen’ staan een beetje voor joker achter het hek langs de route. ‘Rascisme moet je niet afbouwen maar stoppen’, staat er op de borden. En natuurlijk ben ik het daarmee eens, maar moet het op die plek, op die dag?

Op het sinterklaasfeest maken grote mensen zich belachelijk door zich als mensen zonder verstand te gedragen. Zij maken een kleurrijk feest bijna tot een feest van ondergronds gevierd moet worden. Een feest met een donker randje.

Polderen

Nederland stond ooit bekend als het polderland bij uitstek. Beetje erbij, beetje eraf. Dat werkt alleen maar als er partijen meedoen die niet alles kunnen krijgen wat ze willen en dat weten.

Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat Zwarte Piet bij mij nooit symbool stond voor dom, voor minder, voor ‘slaaf’. Zwarte Piet was net zo belangrijk als witte Sint. Een sprookje van geluk, van geven, van verrassingen, van liedjes en van spanning. Ik weet dat het voor heel veel mensen zo is.
Maar ik vind ook dat je moet luisteren naar mensen die dit heel anders ervaren. Die verdriet hebben, woede omdat zij een geschiedenis met zich mee dragen die ik me, als blanke vrouw, niet eens kan voorstellen.

Maar nu hebben we al jaren last van tegenpolen die geen stap dichterbij komen. In tegendeel. Ze roepen en slaan steeds harder. Het feest dreigt zinkend onder te gaan omdat volwassen mensen het niet op kunnen brengen om te luisteren en te horen wat de ander zegt.

Luisteren, voelen en handelen

Sinterklaas moet worden gered. Het mag niet meer gaan over politie, over vechtpartijen, over domheid. Er zijn zo’n tien maanden per jaar om te praten met elkaar. Vanaf januari tot en met oktober kunnen mensen van alles doen te zorgen dat Sinterklaas gevierd kan worden zoals het bedoeld is. Dat betekent water bij de wijn doen. Met alleen maar schreeuwen ‘dat is onze traditie’ kom je er niet. Dat is geen argument, dat is dom.
Met alleen maar eisen dat Zwarte piet van het toneel verdwijnt en iedereen verantwoordelijk maken voor het slavenverleden/heden kom je er ook niet.

November en december moeten weer de maanden worden van verlangen, van de maan, van de winterwarmte, van samen.  En kan je het in tien maanden niet regelen samen, dan wordt het hoog tijd dat je bij jezelf te rade gaat.
Naar jezelf kijken levert dikwijls meer op dan naar een ander wijzen, het doet wel een beetje pijn misschien maar jij bent de enige die daar iets aan kan doen.

Ik zou wel willen lachen, maar ik kan het niet meer

Rimpels. Een simpele rimpel tot daar aan toe. Maar deze jongen kan het op zijn buik schrijven. Aan deze hoeveel rimpels is niet heel veel te doen.

Ik zag van de week de aankondiging van de nieuwe cd van Barbra Streisand. Ze staat op de foto en ik kijk en en denk: ‘waar is Barbra’ gebleven? Het is een pop geworden, een standbeeld, een plastic omhulsel.

Ik vind het jammer. Ook ik trek wel eens mijn overtollige nekvelletje naar achteren of trek met twee handen mijn gezicht weer in een oude vorm. Twee handen is niet genoeg om het in één keer voor elkaar te krijgen.

Maar deze totale verbouwing? Dat je je overal opnieuw moet voorstellen. En wat zit er onder de jurk. Of laat je de hele boel stuken?

Mummie

Van de week zat modeontwerpster Sheila de Vries bij Pauw aan tafel. Als een mummie bewogen alleen haar ogen heen en weer. Dus ze leefde nog wel. Maar ook zo’n onnatuurlijk gezicht. Toen ze probeerde een oppervlakkig glimlach te produceren lukte dat amper. Aan een rimpel in haar neus was te zien dat ze lachte. En die rimpel herkende ik. Van Monique van de Ven. Die heeft ook zo’n schattige, dikke rimpel in haar neus als ze lacht. Deze oorspronkelijke, prachtige vrouw heeft ook het een en ander laten doen. Het zal nodig zijn in het vak, maar ik vind het zonde. Alle eigenheid verdwijnt. Ik heb er helemaal geen moeite mee dat vrouwen en mannen rimpeltjes wegspuiten of het een en ander glad trekken. Maar het origineel mag wel zichtbaar blijven.

 

Rode kaart

We waren gisteravond in Theater de Veste, de voorstelling van Sara Kroos. Een aanrader trouwens. Zoals in de recensies te lezen, de meest persoonlijke voorstelling van Kroos. Het ging immers ook over de depressies en andere heftige zaken.

Ze is grappig, grof, brutaal maar ook kwetsbaar en breekbaar. Van mij mag ze de hele avond zingen. Haar stem is zo sterk en mooi. Haar liedjes vond ik eigenlijk het meest breekbaar.

Ze haalt er van alles bij, onzin en zin. Weet een pijnlijke gebeurtenis net weer even anders te benaderen. Een mier blijkt meer dan een mier.

Hoog pottengehalte

En natuurlijk veel grappen over potten en haar overeenkomsten met ‘de man’. Maar waarom dan toch die rode kaart? Niet voor Sara natuurlijk maar voor een dame uit het publiek. Die op het meest breekbare punt in de voorstelling, het moment dat Sara Kroos gaat zitten en ons vertelt over het diepste dal ooit, waar zij in heeft gezeten. Op dat moment besluit een dame op te staan en met flits en al een foto te maken.

Stil

De zaal valt stil en Sara Kroos valt stil. Haar monoloog naar de klote. Ze is maar heel even stil. Ze staat en zegt: ‘Jij dacht juist op dit moment, kom laat ik een foto maken. Die anderhalf uur hiervoor waarop ik stampend en dansend over het podium beweeg waren blijkbaar niet geschikt…

Het mooiste moment is weg. Ook voor de dame in kwestie. Want Kroos komt er nog een paar keer op terug, Grappend en dealend met de situatie. En de dame, ik heb me niet omgedraaid omdat ik niet eens wil weten wie er zo dom is. Maar als zij later thuis naar de foto kijkt, zal ze veel meer zien dan een ontroerende Sara Kroos. Ze zal rood worden, hakkelen en stamelen, alsnog door de grond willen zakken van schaamte.

Dat hoop ik tenminste. Of zal ze lachend haar vriendinnen bellen? ‘Wat ik nu toch weer had vanavond’, ‘gekke ikke’.

 

Grote ‘oeps’

Je hebt grote oepsen en kleintjes. Klein is bijvoorbeeld een boodschap vergeten, groot is een afspraak vergeten. Je hebt ‘oepsen’ die anderen raken, dat is ook vervelender dan dat het een eigen ‘oeps’ betreft.

We hadden die zondag heerlijk gegeten bij Casa Del Sol. Op de terugweg babbelen we na en vlak bij huis grijp ik in mijn tas op zoek naar mijn telefoon. Mijn vingers voelen van alles maar niet dat ding. Nogmaals proberen. Lichtje aan in de auto. De eerste grom. Schudden met de tas, nog een keer kijken, voelen. Grote grom.

Heel langzaam zie ik beelden terug van hoe ik aan anderen een foto laat zien. Hoe mijn telefoon wordt doorgegeven aan een ander. Dat zij het ook mooi vinden.

Mijn telefoon en ik

En ik heb het niet over een verslaving aan mijn mobiel. Hoewel het dat ook is, is mijn mobiel gewoon mijn hele leven. Mijn wekker, mijn agenda, mijn herinneringslijstje, mijn to do lijstje, mijn afspraken, mijn vrienden, mijn familie, mijn werk, mijn gedachtespinsels, mijn krant, mijn tijdschrift, mijn boek, mijn pauzeermomentje, mijn lach- en huilmomentje, mijn zaklamp, mijn kompas, mijn routekaart, mijn kookboek en niet te vergeten: mijn telefoon.

Gelukkig had ik een dag later mijn leven weer in handen. En ik denk nu maar één ding: back up. Nu.

Vrouwenbubbel

Het zit er weer op. Het optreden van Vrouw & Co. Het samen toewerken naar een optreden is een hectisch gebeuren. Het is net als heel lang in de keuken staan om een heerlijke diner voor te bereiden en dat je gasten het na vijftien minuten verorberd hebben. ‘Het was lekker’.

Wat ik bedoel te zeggen: het werkelijke optreden vliegt altijd voorbij.
Ik zat deze keer in de zaal bij de techniek. Nieuw om niet tussen de coulissen te staan, mijn duim op te steken of heftig te gebaren als er iemand het podium afgaat die er helemaal niet af hoort te gaan.

Gisteren zag ik het vanaf ver gebeuren. Er stonden te weinig vrouwen op het podium. Het duurde niet lang. In het donker zag ik A weer terugkeren naar de groep. Alsof het er bij hoorde.

Trillen

Lang stil staan, voordat iedereen zit…

Bij een optreden is mijn rol grotendeels uitgespeeld. De teksten zijn klaar, het programma is klaar. Het enige dat ik hoef te doen is af en toe op een knopje drukken zodat er een juist achtergrondplaatje bij een lied verschijnt. Maar mijn hart klopt in mijn keel. Mijn hand trilt zo erg dat ik bang ben dat ik als een soort trillende malloot alle foto’s in 1 keer laat zien. Het gebeurt natuurlijk niet. Het gaat goed.
Niets is fijner als ‘artiest’, of je nou prof of amateur bent, om de eerste lach te horen uit de zaal. De klik, de chemie, gaat het werken?

Bijzonder

Na afloop is de sfeer altijd heel bijzonder. Je wilt samen zijn maar je wilt ook naar je publiek. Je wilt elkaar doodknuffelen en alleen maar stil lachend versmelten in het gevoel van… samen. Van samen iets maken, creëren. Die sfeer is zo bijzonder dat ik alleen daarom al iedereen zou willen aanraden om ‘samen’ iets te maken.
Onze groep is een groep van uitersten, van karakters die elkaar ook wel eens niet goed verdragen, met alle rollen die in groepen zo herkenbaar zijn. Maar op het podium is er nog maar één karakter. Het karakter van Vrouw & Co. Dat bereiken is mooi. Is iets om stil van te worden en te koesteren in de spotlight van het hart.

Zorgen om de zorg

Hand met pulsesignaal

Maak een vuist, ook als je niet in de zorg werkt

Ik ken enkele mensen die in de zorg werken. En stuk voor stuk zijn het lieve, betrokken, sterke mensen. Die doorgaan tot ze er zelf bijna bij neervallen. Eén van hen stuurde mij een tekst. Zomaar uit het losse handje geschreven. ‘Doe er maar iets mee’, zei ze’. Doe er maar iets mee? Oké.

Er hoefde geen lied van gemaakt te worden, het was het al. Ik hoefde maar weinig te sleutelen aan de tekst, want het was goed. Maar belangrijker, het is geschreven vanuit het hart. De tekst hoefde alleen maar afgedrukt te worden.

Deel dit. Zorg dat iedereen dit leest. De tekst is van Anja Roerade, verpleegkundig specialist maar vooral specialist in ‘zorg’.

Zorgen om de zorg

De kranten staan er vol van, ziekenhuizen vallen om
De zorg is onbetaalbaar en niemand weet waarom
Komt het door de vergrijzing, kiest niemand voor de zorg
Politici weten het beter maar zij staan niet meer borg

Bij campagnes weten zij het zo goed
Dat de zorg, vooral voor ouderen beter moet
Onze premies blijven stijgen, en niemand maakt kabaal
Het management, bestuurders, ze geven geen verhaal

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

BN-ers zorgen voor extra miljoenen, voor extra handen aan het bed
Anderen kozen voor ander werk, met beleid aan de zijlijn gezet
Ook jongeren kiezen voor een vak met meer salaris en gemak
Maar ik blijf steeds zeggen, de zorg is een prachtig vak.

Van geboorte tot de dood en alles er tussen in
Vele specialisaties, opleidingsniveaus ik zit er middenin
Waarom gaat het van kwaad tot erger de 40 jaar die ik er werk
Weer de barricades op, worden we dan pas sterk?

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

rollators, scootmobiel, alles kon je krijgen
maar nu, als je niet lopen kan, moet je vooral zwijgen
Lieve mensen doe eens mee en kijk niet langer toe
De mensen in de zorg staan alleen, je weet niet half hoe

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang