Bubbelen in bubbels

Als het maar bubbelt dan is het al snel goed bij mij. Ik word blij van bubbels. Slaat nergens op. Want de ene bubbel is de andere niet, dat weten we maar al te goed.

Wat een verrassing dat gisteren alle gasten met dezelfde flessen bubbels aankwamen. Maar bubbels zitten niet alleen in champagne. Bubbels zitten ook in plezier en blijheid. En hoewel ik een oudejaarsavond altijd tergend langzaam het einde zie naderen, had ik gisteren gewoon plezier door te kijken naar de kinderen die er waren. Als bijna grote mensen deden ze mee in het uitzitten en het onderdrukken van geeuwen want ‘we zijn helemaal niet moe’.

Boven en beneden

De kinderen waren boven. Lagen met z’n allen onder het dekbed naar de televisie te kijken zodat wij, volwassenen beneden konden praten ‘enzo’. Dex, vier jaar, komt de trap af en zegt tegen zijn vader met een serieus gezicht; ‘Papa, kunnen jullie stiller zijn want wij zijn boven aan het spelen”. Alleen al door onze verbazing bleven we inderdaad even stil. Dex weer naar boven, tevreden gesteld dat er aan zijn verzoek gehoor werd gegeven.

Aftellen

Dan is het zover en staan we met elkaar in een cirkel en tellen af. Wij met de echte glazen in de hand, de kinderen met de nep champagne. Ik kijk naar hun gezichtjes vol verwondering en blijdschap. Ogen die glinsteren want hier staan we met elkaar samen te zijn en zij doen mee. We juichten als het oude jaar voorbij is. We huggen en kussen en de kinderen huggen mee. Met witte bekkies zeggen ze ‘gelukkig nieuwjaar’. En je ziet een traditie herboren worden.

Later

En ik denk aan hen en aan later. Wat gaan ze doen, wat gaan ze worden? Gelukkig hoop ik en blij. Tevreden met zichzelf en daardoor in staat om om anderen te geven. Zoals ik ze nu zie, komt dat wel goed. Alleen moet de wereld een beetje meewerken.

Terugblikblog

De laatste dag van het jaar. Reflecteren en vooruitzien. Een jaar is veel om op terug te kijken maar ik heb mijn blogs. Door mijn blogs krijg ik een aardig beeld van wat er allemaal is gebeurd aan fijne en minder fijne momenten. Maar vandaag kijk ik terug op mijn blog.

Als ik kijk naar mijn unieke bezoekers dan word ik blij. In 2017 waren dat er ruim zesduizend meer dan het jaar daarvoor. Een mooiere beloning is er eigenlijk niet. Een blogger, ik dus, wil gelezen worden. Hoe vaker hoe liever.

Bedankt

Ik wil alle lezers bedanken. Door jullie blijf ik mijn grootse hobby uitvoeren. Eerlijk gezegd zou ik niet zonder mijn blog en zonder jullie willen. Ik weet hoe bijzonder het is dat mensen ook bijna dagelijks mijn blog lezen. De ‘diehards’, noem ik ze maar. En dat die mensen niet alleen maar familie of mensen zijn die toch wel van me houden, maakt me blij. Hoe bijzonder dat jullie reageren met een duimpje, een hartje of met woorden. Dan zijn er ook mijn stille lezers. Die lezen en knikken of met hun hoofd schudden. Wat te denken van de geheime lezers? Geheim voor mij dan. Door een opmerking kom ik erachter dat ik gelezen ben. En afhankelijk van wie dat is, schrik ik soms even. Kon het door de beugel of kost het me mijn baan… oh, nee, zo’n baan heb ik niet meer.

Hartje

Deze hartjes zijn voor jullie! Vanuit het diepst van mijn hart.

Ik wens jullie een hele fijne jaarwisseling. Pak het nieuwe jaar uit als een cadeautje. Haal het papier er voorzichtig af en laat je verwonderen, verbazen en ontroeren.

Meest gelezen blog dit jaar: Pappie en mammie: SHUT UP  (720 keer)

 

Idem dito

Gisteren schreef I. ‘Gaat alles nog wel goed met je, je blog is zo leeg’. Ik kon oprecht zeggen dat het goed gaat maar dat ik het even niet weet.

Zoals het meisje op het plaatje zit ik dagelijks achter mijn scherm. Zit ik met koffie, pen, papier toch verder wel leeg te zijn. En dat valt voor zo’n regelaar niet mee.

Stilte voor de storm

Daar hoop ik op. Stilte voor de storm. Dat alles weer gaat stromen in mij. Verder werk ik hard aan opdrachten. Dat gaat goed. Maar het is de creativiteit die mij in de steek laat. Ik laat columns van anderen aan mij voorbij gaan omdat het niet nieuws is wat ik zal lezen. Als ik ergens boos over ben, dan zijn heel veel mensen dat en als ik heel blij over iets ben, idem.

Idem

Een grappig woord waardoor ik moet denken aan een man. Zijn vrouw zei: ‘ik hou van jou’. Hij zei ‘idem’.
‘Idem’ komt van het Latijnse woord ‘idem ditto’ of zoals wij het zeggen ‘idem dito’. Het betekent zoveel als: precies zo, en hetzelfde. Zou ‘idem’ een gevoel zijn, dan is dat waar ik last van heb momenteel. Niets eigens, niets van mij alleen maar alles is ‘idem dito’. En soms is ‘idem dito’ niet erg, het kan niet altijd iets zijn dat puur is en eigen. Misschien zijn het deze feestdagen. Dagen die verglijden in hetzelfde als de dag er voor, als het jaar ervoor en alle jaren daar weer voor. Zijn het deze donkere, grijze dagen die mij en mijn gevoelens toedekken en wachten we op het licht. Over wachten schreef ik al, over licht ‘idem’.

Stilstaand watertje

Een stilstaand watertje, zo’n plasje waar niets mee gebeurd. Een pan soep die op het fornuis staat maar nog niet borrelt. Dat ben ik idem dito. En ik neem me voor, omdat ik nu eenmaal niet mezelf letterlijke een schop onder de kont kan geven, dat ik op een andere manier roering ga veroorzaken. Niet in de wereld of in het leven van anderen maar wel in het leven van mij. En met dat voornemen neem ik me voor om deze twee laatste dagen van het jaar gewoon uit te zitten en te vieren. Stilte voor de storm.

 

Wachten

Na kerst zijn er altijd een paar loze dagen van wachten. Wachten op oud & nieuw en vooral op nieuw. Die dagen breng ik in gedachten ook wachtend door. Het liefst zoals op deze foto. Een halte waarvan ik weet dat er niets gaat komen. Geen mensen, geen tram, geen bus. Niets. Ik wil wachten.

Het gekke is dat ik dikwijls opzie tegen januari. De maand dat het licht weer aangaat. Alsof je een hele avond en nacht in een donkere kroeg heb zitten drinken en diepe gesprekken hebt gevoerd en dat dan ineens de kroegbaas het licht aandoet. Dat je elkaar aankijkt en denkt: ‘verrek, was jij dat waar ik de hele avond mijn ziel en zaligheid aan heb blootgelegd’. Dat je je schaamt voor wie je was in het donker en dat ineens de hele wereld kan zien wie je werkelijk bent. Januari, de maand dat je je niet meer kan verstoppen achter je kerstboom en voor je open haard maar dat je naar buiten moet treden. Want zelfs al heb je geen voornemens, het jaar maakt ze zelf wel voor je.

Donker

Al mijn hele leven houd ik meer van donker dan van licht. Leefde ik liever in een kamer met de gordijnen dicht en de wereld buiten. Dat heb ik inmiddels afgeleerd maar het roept me nog wel eens stiekem. En deze dagen kan ik daar aan toe geven omdat ik niets hoef en moet. Wachten hoort bij donker. Ik wacht ook niet op iemand of iets, ik wacht vooral op mezelf. Dat ik zelf voorbij kom lopen, met nieuw elan, nieuwe ideeën, zin en energie om weer verder te gaan. Dat ik het ben die die hand uitsteekt en mijn schaduw omhoog trekt. Naar het licht.

Cocon

Het klinkt misschien depressief maar zo is het helemaal niet. Wachten levert doorgaans mooie dingen op. Gedachten en gedichten, woorden, zinnen, regels die iets betekenen.
Seizoenen spelen zich blijkbaar ook binnen mijzelf af. Maar altijd weer in de magische kringloop van groei en doorgaan, stoppen en sterven zonder dood te gaan.

Voor heel veel mensen zal het anders zijn. Zij wachten in deze donkere maand met trieste herinneringen totdat eindelijk het licht weer aangaat. Dat ze weer de straat op gaan en de eenzaamheid minder groot zal voelen. Zich niet buitengesloten voelen door al de gezellige warmte achter de huiskamerramen.

We lopen straks allemaal weer buiten. In januari. Als het licht weer aangaat.

 

 

 

Het Kerstsamenzijn

Kerst is toch wel bij uitstek de plek om samen te zijn met familie. Zo’n eerste kerstdag is bij ons in de familie precies het goede moment omdat we elkaar dan een tijd niet echt gezien of gesproken hebben. Dat kan in één dag worden goedgemaakt. Een moment om te koesteren.

Met elkaar aan één tafel zitten is niet meer haalbaar. De club te groot, de woonkamers in de meeste gevallen te klein. Dus we zoeken naar alternatieven en die variëren van buffetten tot winterbarbecue. De familie bestaat uit mijn zussen en broer met partners, de kinderen van de zussen met partners en de kinderen die zij dan weer hebben.

Grut

Inmiddels zijn er negen kleintjes in de familie. De jongste is één, de oudste bijna tien. Wat een leuke club is dat samen. De oudste gaat op haar knieën zitten bij de jongste om die even liefkozend over d’r wangetje te aaien. Er lopen kleine meisjes rond die onze bestelling opschrijven en inschenken. Er zitten er vier wezenloos op de bank naar hun mini beeldschermpjes te kijken of spelen samen in de tuin. Die achternichtjes van mij laten ons nu goed weten wanneer we echt iets stoms doen of zeggen. De rollende ogen en de eerlijke reactie maken dat ik mijn grapjes inslik voortaan. We zijn niet leuk meer en moeten ook vooral niet meer proberen dat te zijn.

Volgen

Het is leuk en fijn om als ‘niet-oma’ en ‘niet-mama’ zijnde deel te zijn van deze kinderrijke familie en te volgen hoe deze kleine mensjes iemand worden. Hoe ze allemaal verschillen en eigen karakters hebben. Hoe gezinnen samen een weg zoeken in de wereld van opvoeden en leren en liefhebben.

Familie

Familie. Je krijgt ze of misschien is het allemaal bepaald daarboven. Je moet het er in ieder geval mee doen. En dan is het een groot cadeau als je familie zo hecht is en toch iedereen zo anders kan en mag zijn. En dat gaat heus niet altijd zonder gedoe, kleine of grote woorden. Maar dat gevoel van ‘samen’ is er altijd. In mooie tijden en in verdrietige tijden.

En het mooie is. Vandaag is er weer zo’n familie.

 

Kerstgevoel

Ik ben er een beetje naar op zoek. Het kerstgevoel. Wat is dat eigenlijk? Is het liefde, sneeuw, samenzijn, vriendschap, kerstboom, kaarsen, vrede? Ik vrees van wel.

Noem het gemakzucht. We gingen er dit jaar niet veel aan doen. Twee kerstdagen zijn we bij anderen onder de (barbeque)pannen, we hebben het druk gehad dit jaar dus even geen gedoe, dus zeker ook geen kerstboom dit jaar. En frutsels en lampjes en kerststukjes al helemaal niet. Dus in huize ‘ONS’ moeten we het deze kerst van onszelf hebben. Zelfs het traditionele kerstgedicht dat elk jaar uit mijn pen rolt, ontbreekt. Er zijn geen woorden en het stemt me een beetje ongerust. Want is het leeg of is het op?

Kerstkaarten

We lachen er met z’n allen een beetje om. Kerstkaarten. Zo anno toen. De digitale kaarten stromen binnen en ik word er niet warm of koud van. Behalve als zo’n kaart ook nog iets persoonlijks bevat. Maar kom daar maar eens om. Vroeger hingen de kaarten als een feestslinger in huis en kon je toch redelijk je populariteit afmeten aan het aantal kaarten dat er hing. Zelfs jaloezie was me niet vreemd. Kreeg mijn tweelingzus wel heel veel kaarten (maar waren er gelukkig allemaal kaarten van de buren bij, die tellen niet mee, dacht ik stiekem). Maar wat valt er af te lezen aan een digitale kerstkaart die met een druk op de knop naar een aantal mensen wordt verzonden? Dit jaar stuurde ik voor het eerst ook digitale kaarten. Met een last in mijn hart en weemoed. En schuldgevoel. Ik ontvang reacties (2) terug. ‘Jullie ook’, staat er dan. Het doet een beetje zeer, dat de ouderwetse kerst er niet meer is. En ik doe er net zo hard aan mee.

Dus ik neem me iets voor. Voortaan doe ik het gewoon weer ouderwets. Met echte kaarten, met gemeende wensen en met iets meer liefde in mijn hart.

Kerstspecial All you need is love

Maar vanavond gaan Vriendin en ik er voor zitten. Zullen we ontroerd raken bij de mooie liefdesverhalen van All you need is love. En het mag tegenwoordig. We mogen voor de liefde uit komen. Dat is toch een mooie kerstboodschap?
Volgend jaar komt er weer een boom, komen er geen kerststukjes in huis maar wel heel veel lichtjes en twinkelingen. De kunst is om zelf te twinkelen. En het kan nog. Kerst moet immers nog beginnen.

Door dit mijmeren over kerst en wat je zou moeten voelen rond deze dagen, denk ik terug aan vroeger thuis. Aan het gezin, aan het huis waarin we woonden. En de enorme druk op ieders schouder om er toch vooral een fijn feest van te maken. Dat ging niet vanzelf. Morgen een terugblik op die kerst van vroeger. Wat zijn jullie herinneringen?

Nu zij nog

Vanmorgen stond ik op de weegschaal en bijna, bijna geeft dat ding tien kilo minder aan dan een maand of wat geleden. Ik ga er bijna aan wennen.

Zo’n maand of vijf geleden ben ik gestart bij weightwatchers. Het was nodig. Van de week zei M. heel lief tegen mij: ik vond je nooit negen kilo te zwaar. Dat is lief en waar. Niemand ziet het echt aan mij. Niet dat ik teveel weeg en dus ook niet dat ik aardig wat kilootjes kwijt ben. Maar de kledingmaat die ik moest kiezen loog er niet om.

Ami

Deze week ging Ami met het vrouwtje naar de dierenarts. (Voordat jullie denken dat ze dat in d’r eentje deed). Ze is te zwaar. Au. Er zijn er die zeggen dat ze te zwaar is. Ik heb het dan over haar vacht en als je heel hard knijpt je haar ribben voelt. En dat ze heel veel beweegt en ook groot is voor haar soort. Eigenlijk zeg ik de dingen die ik over mezelf beweer. ‘Ik heb gewoon zware botten’. Maar nu de arts het zegt moet er wat gebeuren. Aan mij.

Koppie

Ik kan niet tegen het koppie, met die blije ogen, die smachtende blik en likkenbaardende tong. Dus af en toe geef ik iets. Volgens mij nog steeds niet heel veel maar toch. Die kilo’s komen ergens vandaan. Dus ze moet eraan geloven. Gelukkig houdt ze van wortels en courgette. Hoe doen anderen dat met een hond met die ogen en die blik? Ik ben gewoon een watje. Schuldgevoel is mijn tweede achternaam, terwijl ik zo goed begon met haar.

Ze weet nergens van

Dat is het erge. Ze weet nergens van. Of misschien is dat juist wel goed. Weten dat je iets niet meer mag is het ergste. Dan gaat het knagen. Dan moet er radicaal een knop om die ik bij mezelf heb gevonden. Maar haar knopje. Waar zit dat bij mij?

 

 

 

Een lesje vrouwvriendelijkheid uit Zweden

Gisteravond was bij Jinek de zweedse actrice Sofia Helin te gast. Bij velen bekend door haar rol in The Bridge. Helin speelt een rechercheur met het syndroom van Asperger. Dat verklaart haar gedreven en methodische manier van werken, maar het levert ook humoristische interacties op met collega’s.

Gisteravond zat daar ineens de vrouw die speelt dat. Dat is wennen. Zo echt heeft ze die mooie rol neergezet. Het gesprek gaat over de serie maar al snel vraagt Jinek waarom Helin zoveel kritiek heeft op het prostitutiebeleid van Nederland. En dan gaat Helin los en weet mij te raken.

Hoerenwijk

Helin noemt het feit dat we in Nederland nog speciale prostitutiewijken hebben, achterhaald en niet meer van deze tijd. Het weerzinwekkende feit dat tegen betaling seks gekocht kan worden. Een vrouwenhandel in borsten en billen. De tafel van Jinek valt stil. Want we hebben het hier toch over Nederland waar vrouwen zelf kiezen voor dit beroep? Waar juist de regulatie en acceptatie er voor zorgt dat er geen misstanden zijn? Je ziet Sofia Helin bijna denken: waar ben ik nu in terecht gekomen?

Ontkennen

Ze vraagt zich af als het zo normaal en gewoon is zoals wij beweren, waarom mannen er zelden voor uit komen dat ze een hoer bezocht hebben. Een terechte vraag. Want hoewel gelegaliseerd, het speelt zich nog steeds af in de marge van schaduw en donkerte. Het gaat haar niet om de behoefte aan seks. Maar zegt ze: ‘tegenwoordig kun je op het internet of in speciale groepen gewoon vragen om seks. Zonder betaling. Maar gewoon omdat jij en een ander daar behoefte aan hebben’.

Punt

Zij brengt niet alleen mij in verwarring, volgens mij is de hele tafel dat. Jinek stopt het gesprek door te zeggen dat ‘we er niet uit gaan komen’ maar daar laat Helin zich niet mee wegsturen. Ze stelt voor om het rode-licht-district in Amsterdam te behouden als museum. Om daar later met je kinderen naar toe te gaan en dan uit te leggen hoe er vroeger met vrouwen en seks werd omgegaan. ‘Kijk eens hoe we dat toen deden?’ En dat dan iedereen elkaar beschaamd aankijkt.

Jinek eindigt haar show met een interview met Thierry Baudet . Een man die meestal zorgt voor ophef en vertier. Maar helaas voor hem, is iemand hem voor geweest.

 

Misselijkmakend mannengedrag

Gisteravond tijdens het journaal werd ik echt zo boos over een item met een bericht over de overtreffende trap van bangalijstjes. Meisjes, vooral met een Marokkaanse of Turkse achtergrond worden op een site geplaatst met foto’s van volgens de mannen ‘onzedelijk’ gedrag. Dat kan inkijk zijn of make up dat gedragen wordt. Om maar te zwijgen over naaktfoto’s die ooit in vertrouwen gedeeld werden met de toenmalige partner.
Hoofddoekjes 18+

Dat is de één van de namen van de sites waar je alleen op kunt komen met uitnodiging. Van mannen natuurlijk. Teksten als “Sletje dat ze is. Bel haar”. Met adres en telefoonnummer erbij. De beelden worden daarna verspreid via facebook, instagram en Whatsapp.

Wat een wereld waarin we leven. Waarin mannen bepalen wat wel mag en wat niet mag. Waarin mannen elkaar de hemel in prijzen als ze weer een ‘sletje’ aan de schandpaal hebben genageld. De ‘metoo’ discussie heeft een beerput opengereten met zoveel drek dat we er amper een volledig beeld van krijgen. Mannen die zo slecht in staat zijn om te gaan met macht en seks dat ze vrouwen kapot maken en publiekelijk vernederen.

De eer van de familie

Nederlands Marokkaanse vrouwen dragen de eer van de familie. Zij worden door de omgeving dan ook als schuldigen aangewezen maar dat is de wereld op zijn kop. Gebruikt en misbruikt door hun eigen landgenoten worden ze jaren later soms, te schande gezet met de oproep om ‘ze maar even te doen’. Wat een misselijkmakende ventjes.

Opvoeden

Het kan toch niet zo zijn dat mannen zo nu eenmaal zijn. Dat is te makkelijk. Laten er eindelijk eens mannen opstaan die hun soortgenoten de les lezen. Die duidelijk maken dat dit echt niet kan. Pak mannen op die dit soort berichten op internet verspreiden want het is misdadig, mensonterend en schofterig.

Wat zou het mooi zijn als er een nieuwe definitie van ‘man’ ontstaat. Een definitie die niets met macht, kracht en seks te maken heeft. Maar met gelijkwaardigheid en respect. Het is bijna te banaal om te zeggen en schrijven. Zo ver zijn we verwijderd van iets dat heel normaal zou moeten zijn. Gelukkig zijn er heel veel mannen die ik ken voor wie dit wel normaal is. Misschien moeten zij opstaan. Uit de comfortzone van ‘maar ik doe het toch niet’. Zolang we het toestaan met z’n allen, zijn we allemaal verantwoordelijk.

 

Slissen

Tijdens het kooroptreden zing ik samen met de dirigente een lied. De eerste regel: ‘Ik zie zon’. Na afloop zegt A. glimlachend en ook wel lief eigenlijk: ‘Oh, An, hoe jij met je slisje “ik zie zon” zingt’…

En raar maar op de een of andere manier word ik daar nu nooit meer mee geconfronteerd. Dus in mijn hoofd slis ik al eeuwen niet meer. Wat niet kan want al de spraaklessen ten spijt: mijn tong blijft zich tussen de tanden wurmen.

Spraakles

Als kind sliste ik vaak en veelvuldig. Mijn eerste spraaklessen kreeg ik dan ook al op de lagere school waar ik kunstmatige ‘sjes’ probeerde te produceerde. Die klonken in mijn hoofd zo abnormaal dat ik dat echt niet ging doen. Dan maar slissen. Toch was ik me er erg van bewust. Als mijn moeder mij vroeg om een ons smeerworst te halen vroeg ik haar smekend of het geen ham mocht zijn. Ze lachte. ‘Haal maar een ons saks dan’. Dat was nog erger, twee ‘essen’ zo dicht bij elkaar. ‘Zes sinaasappelen’ werden er bij mij ‘vijf’. Alles om de schaamte te vermijden.

Stuk

Het werd beter toen ook Fransje van Poorten mij vergezelde op spraakles. Hij was het stuk van de school. Een mooie jongen waar elk meisje verliefd op was. Samen met hem was het een stuk minder erg. Werd het ineens wel stoer en wenste elk meisje dat ze sliste. Nog veel later op de opleiding tot kinderverzorging begon ik weer opnieuw. Kinderen mochten immers niet geconfronteerd worden met een slissend voorbeeld. Ze heette juffrouw Samsom. Dat was mijn stoere tijd. Dat ik het gevatte meisje was met de grote mond en de grap altijd voorhanden. Als we dan met de hele groep meiden over de gang liepen en haar tegenkwamen, hield juffrouw Samsom ons staande. Ik zei ‘Goedemorgen’. Zij zei: ‘Zeg eens, ‘goedemorgen juffrouw Samsom’. Met mijn tong in een onmogelijke stand stamelde ik dan te midden van mijn groep ‘goedemorgen juffrouw SjamSjom’. Zo klonk het ongeveer. Iedereen vond mij heel grappig maar ik deed precies wat me geleerd was.

Dus toch

Maar nu weet ik dus dat ik nog steeds slis. Slissen hoort bij hese kleuters niet bij oudere vrouwen. Maar ja.
De spreuk: ‘If you stumble, make ik part of the dance’ neem ik me ter harte. Dat heb ik onbewust al jaren gedaan.