Monsterwandeling 5 – Ontmoeting

Regelmatig wandel ik met Ami op de hondendijk in Monster. Zij los, ik los, goede deal. Op de Hondendijk ben je gefocust op ‘honden’. Iedereen. Gesprekken gaan over de hond, de naam van de hond, de vacht van de hond of het eigenzinnige karakter. Dat laatste gebruik ik ook vaak trouwens. Dan hoef je niet te zeggen dat je hond niet opgevoed is of niet luistert, je gebruikt het woord ‘eigenzinnig’ of ‘karakter’. Dat geeft het net wat meer cachet.

Er komt een eigenzinnige hond op ons af. Een leuke rommelhond, noem ik dit soort altijd. Deze is jong, speels en blaft ons tegemoet. Ik aai de rommelhond en hoor dan:

‘Dag Anja.’
Ik kom omhoog en kijk in de zonnebril van W. Dit kan niet waar zijn. W. denkt dat ook en wijst naar E. die naast haar staat.
We kijken elkaar alleen maar aan en slaken kreten van ‘nou ja zeg’ en ‘dit kan niet waar zijn’. Hoe origineel kan je zijn op een hondendijk?

We praten en halen herinneringen op aan lang geleden. Wat doe je nu? Waar woon je nu? Als we onze weg willen vervolgen zegt W.: ‘Misschien kunnen we weer een keertje….’, de zin blijft hangen in het fragiele zonlicht. Zo fragiel was onze vriendschap ook. Ik loop door volkomen in gedachten verzonken. Dertig jaar minstens. En het lijkt alsof we de draad zo weer op kunnen pakken. Waarom deze ontmoeting op de Hondendijk. Waarom nu, vandaag? Waarom al die ontmoetingen de laatste tijd met mensen van toen? De vriendschap was fragiel omdat het dieper ging dan diep. Verder dan ver, dichter dan dicht. Maar breekbaar. En het is gebroken. Met een kracht dat het leek alsof er een bom insloeg. Een bom in onze liefdesvriendschap. Jaren later zie ik haar weer als ik haar dom uitnodig voor mijn (eerste) huwelijk. Ze komen, W. en E., helemaal uit Frankrijk en de hele feestavond halen we herinneringen op. En delen we wat we altijd deelden, onszelf.

Op de weg terug over de dijk staat W. halverwege te wachten. We vervolgen ons gesprek alsof er geen halve hondendijk tussen heeft gezeten, geen dertig jaar verder gaan met leven. We zeggen weer gedag.
Bij de auto vraag ik me af of Ami het leuk heeft gehad. Ik heb haar zien spelen en rennen. Maar heeft ze gepoept en geplast? Ik weet het niet. Ik werd even afgeleid op de Hondendijk.

 

 

Laat een reactie achter