Meubelboulevard loopt dood

We willen een andere salontafel. Wat precies weten we niet. Vorm, materiaal, hoogte: alles is een vraag. Met plank of zonder (maar waar laten we dan onze rotzooi die we dichtbij willen hebben?). Plaatjes zeggen niet zo veel. Dus op naar de meubelboulevard.

Niemand gaat voor de lol naar een meubelboulevard, ook al lopen er nog zo veel leuke meisjes en jongens rond met wit bepoeierde oliebollen. En toch waren die oliebollen het meest in het oogspringende van ons hele bezoek.

Geeuw, geeuw, geeuw

Als je ons had zien rondlopen had je vast gedacht dat we op weg waren naar een crematie. Onze mondhoeken hingen er treurig bij en bij elke woninginrichtingszaak die we binnenliepen, werd het alleen maar erger. We bezochten zo’n tien verschillende zaken. Bedrijven van naam of van geen naam maar eigenlijk maakte het niet uit. Ze verkopen allemaal eenheidsworsten. Alles is hetzelfde. Kleur, materiaal: allemaal één pot nat. Elke winkel heeft dezelfde banken staan. Complete huiskamerinrichtingen die zo treurig zijn dat je vanzelf bij de pakken neer gaat zitten. Toen we uiteindelijk tegen elkaar zeiden bij een salontafel ‘nou, als het dan moet’, toen wisten we dat we moesten gaan.

Aantrekkelijk

En dan lees ik dat meubelboulevard nog steeds aantrekkelijk wordt gevonden. Misschien is het een dagje uit om de totale verveling van het leven zelf tegen te gaan maar ik vind er niets. Geen leven, geen idee, geen stimulans, geen inspiratie. Winkels verdwijnen uit ons straatbeeld en dat is jammer voor het straatbeeld. De bedrijvigheid en reuring is fijn. Maar wat bieden troosteloze winkelboulevards ons anders dan inzicht in troosteloos leven?

Allerergste

En toen moest het allerergste nog komen. We zien een winkel met een naam en een uitstraling die anders is. Als we naar binnen lopen en de trap opgaan krijgen we het idee dat we in nachtmerrie zijn belandt. Er hangen geuren die ik niet wens te definiëren. Er staat een mijnheer waarvan we niet zeker weten of hij nog leeft. Het is donker en unheimlich. Vriendin en ik draaien ons op hetzelfde moment op en vluchten bijna het pand uit. Buiten ademen we diep in.

Maar dat is dus de toekomst. De meubelboulevard als spookstad met bedrijven als spookhuizen. Waar uit kasten en lades gekke figuren komen, waar je vanonder een salontafel wordt vastgegrepen door smerige handen, waar de bank je verslindt als je er op gaat zitten, waar het bed geen bed is maar een doodskist, draaimolens van relaxfauteuils waar je nooit meer uit kan komen, en verkopers die niets meer zeggen maar alleen kwijlend en hijgend achter je aan lopen.

We draaien straks wel twee verhuisdozen om die dienst kunnen doen als tafel. Daar zijn we nu ook al aan gewend.

1 reactie

Nicole Orriëns 1 januari 2019 at 10:32

Ik krijg soms ook een onprettig gevoel als ik in een winkelcentrum of inderdaad meubelboulevar ben. Wat een boel zooi is er dan eigenlijk… Daarom koop ik liever bij de kringloop. Dat is goedkoper, milieuvriendelijker en je slaat minder dood door de enorme hoeveelheid keus.

Reply

Laat een reactie achter