Knopen tellen op de Gouwzee

Vuurtoren van Marken vanaf het Markermeer

Gisteren gingen we een dagje zeilen met vrienden. Na de hitte van de dag ervoor zou deze dag anders verlopen. Minder warm maar mijn ‘weather pro’ gaf helaas ook veel regen aan. We zouden wel zien.

Op de boot van vrienden schommelen we genoeglijk mee ook omdat we nog veilig aangemeerd liggen. We kijken regelmatig naar boven en vergelijken onze weer-apps. De mijne geeft nog steeds heel veel regen aan maar de app van de kapitein belooft schitterend weer. Zoals altijd kiezen we voor de meest gunstige app in ons voordeel.

Toch wordt de lucht donker en besluiten we eerst een wandeling te maken door het schattige Monnickendam. De zon schijnt steeds harder en lacht ons bijna uit om ons lafhartige besluit te gaan wandelen. Na een lunch aan boord vertrekken we, de zon tegemoet. De zeilen gehesen, keuvelen we over wat wij als bootleken ontdekken. De knopenmachine, de radar, de geheime luiken in de boot, de regels op het water, de vlag aan de mast. Tevreden wieg ik mee. Vriendin staat als een kapitein-in-wording, gelukkig te zijn achter het roer. Ik zie het aan alles in haar gezicht: ze wil ook een boot. Ze wil de wijde wereld in, vrij zijn, zeilen met de wind. Gelukkig weet ik inmiddels dat Vriendin dan vooral bedoelt: zeilen met meewind op een schip dat altijd doet wat jij wilt.

Binnen naar buiten

We gaan niet van bakboord naar stuurbord maar we gaan van binnen naar buiten en vice versa. De kapitein blijft als enige man stoer op zijn plek staan, hij kijkt glimlachend naar binnen waar wij schaapachtig verontschuldigend naar de regen kijken. We zijn die dag meerdere keren van buiten naar binnen gegaan waarbij elke keer de kussens meeverhuizen. We vergeten de regen en Vriendin en vriendin rommelen wat in het vooronder. Ik kijk een keer op zie: niets. Het licht is uitgegaan buiten en als ik naar de man achter het roer kijk zie ik hoe striemend hard de regen en hagel hem te grazen nemen. Ik vertrouw de man achter het stuur maar zie toch iets in zijn ogen dat mij verontrust. Hoe hij krampachtig het stuur vasthoudt en ook niets meer ziet. Vaag zie ik andere boten meedeinen die in hetzelfde stormschuitje zitten. Roerloos zijn we. Stuurloos. Meer knopen tegenwind dan knopen snelheid. De twee vrouwen die zich inmiddels weer bij mij voegen kijken ook met een lichte paniek naar buiten. Een geluk dat net voor deze storm de zeilen werden neergehaald en de motor aangezet. Op een donkere zee ben je echt de weg kwijt. Ik ben vaak de weg kwijt maar zie nog wel genoeg wegen die een zekere vorm van houvast bieden. De zee biedt weinig houvast.

En dan, even plotseling als een bliksemschicht, gaat het licht weer aan. De storm valt letterlijk in het water. Verdwaasd kijken we om ons heen. De kussens kunnen weer naar buiten maar dat hebben we maar even gelaten.

Met een windsnelheid van een zomerbriesje bereiken we de veilige haven. Alsof er niets is gebeurd. De kapitein is wonderbaarlijk snel opgedroogd. De houten banken ook. Niemand zou ons geloven want de zon schijnt en kinderen springen vrolijk in het water.

We drinken een wijntje en als we even later bij het restaurant buiten zitten genieten we in de zon en zie ik hoe eenden gemoedelijk schommelen op de golven van de zee. Een jaloersmakend tafereel. Een windvlaag blaast bijna onze menukaarten uit de hand. We wisselen vier keer van plek maar kunnen gelukkig net op tijd binnen plaatsnemen. Dan breekt het opnieuw los.

We tellen onze knopen voor deze heerlijke dag.

1 reactie

Neeltje 28 juni 2020 at 09:03

Wat een hacehelijk avontuur. Het is dat hier ook van die onverwachte woeste buien zijn gevallen, anders had ik het bij catogerie ‘dromen, in dit geval nachtmerries’ ondergebracht. Golven in zee zijn er niks bij. ๐Ÿ˜…

Reply

Laat een reactie achter

Deel dit met jouw vrienden