Klein maar klein

Natuurlijk weet ik ook wel dat de uitdrukking ‘klein maar fijn’ is maar in dit geval gaat het echt niet op.

Je kent het wel. Je bent samen op vakantie in een piepklein huisje, een tentje, een caravannetje. En je kijkt elkaar gelukzalig aan en zegt dan: ‘waarom hebben we zoveel meuk om ons heen? Kijk ons hier nu toch gezellig zitten. Meer hebben we toch niet nodig?’. En de ander knikt instemmend. Want zo is het. Op dat moment heb je niets meer nodig.

Warm en vrij

Dat gevoel heb je vooral in landen waar het warm is. Waar je liever buiten dan binnen bent. Waar ‘het’ buiten ook veel leuker is dan binnen. En ‘het’ is de sfeer, de mensen, de mooie plekken aan het strand, de ondergaande zon, de terrasjes. Ooit ben ik op een wintersportvakantie gegaan met onze eigen caravan. Toen bleef er van het ‘klein maar fijn’ weinig over als je met je ski’s je caravan binnen wilt komen zonder de hele boel nat te maken. Dan mis je plotseling een bijkeuken om maar eens iets te noemen.

Niet zeuren

Ik moet mezelf toespreken deze week. Ons verblijf in Scheveningen zouden we, zeiden we tegen elkaar, zien als een vakantie van een maand. En laten we eerlijk zijn, alles is aanwezig. Er is strand, zee, restaurantjes, leuke winkeltjes, een boulevard, toeristen, gezellige drukte en we ‘wonen’ boven een café.

Elke nadeel heeft een voordeel

Cruijff zag het goed. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Ik ga ze noemen.

  • We kunnen de auto nergens kwijt, we rijden een kwartier in het rond, geen plek. Maar we hebben wel een parkeervergunning.
  • We hebben geen kasten maar we hebben wel dozen.
  • Als we iets nodig hebben openen we een doos of wat en vinden het altijd in de laatste. Maar we vinden het wel.
  • We hebben niet allebei een eigen stoel, er is 1 bank in de kamer. Maar we zitten soms wel ouderwets hand in hand en dat is eigenlijk heel prettig.
  • De kamer waarin het bed staat is ongeveer even groot als het bed. Maar er hangt wel een televisie aan de muur.
  • Als ik me zijdelings het bed probeer in te wurmen, buk ik voor- en zijwaarts om de televisie te ontwijken. Maar we hebben wel televisie in de slaapkamer.
  • De keuken is onderdeel van de kamer, het aanrecht staat vol met alles wat normaal in kastjes staat. Eigenlijk valt er niet te koken. Maar we hoeven niet te koken.
  • We kunnen niet echt onze weightwatchersrecepten bereiden maar we kunnen ons wel laten uitnodigen bij ‘anderen’.
  • De voorspelling is dat er sneeuw gaat komen. Elke dag. Ik kan mijn zwarte Ugg’s nergens vinden. Maar ik heb wel badslippers.
  • We zitten hier nog een week of drie. Maar zo lang duurt een gemiddelde vakantie ook.
  • We wonen nu even heel klein. Vergeleken met ons oude huis dat sinds gisteren niet meer van ons is gaan we klein wonen. Maar vergeleken met dit vakantieverblijf gaan we straks heel groot wonen.

Ik heb echt wel eens gedacht dat we allemaal, als het ijskoud is, maar met één handschoen naar buiten mogen gaan. Net zolang totdat we niet langer zeuren over die ene handschoen die we missen maar blij zijn met die handschoen die we hebben.

Ik heb maar één handschoen kunnen vinden in de vierentachtig dozen.
Maar een ‘UGG’, dat dan weer wel.

1 reactie

Neeltje 15 januari 2019 at 10:47

Ja, Johan helpt je zo wel deze tijd door.

Reply

Laat een reactie achter