Kan je even je mond houden?

De navigatie in onze auto is voor mij onontbeerlijk. Zonder de stem en de richtingaanwijzer zou ik nooit ergens komen. Na onze verhuizing wordt het ding dus vaak gebruikt want mijn thuis woont ergens anders en ik ben altijd de weg kwijt.

Onderweg naar een vriendin waarmee ik mee ga rijden naar weer een andere vriendin volg ik braaf de instructies. Totdat ik op een weg kom waar die dag een braderie of een ander feestje aan de gang is. In ieder geval mag ik die weg niet volgen. Ik besluit om ongeveer de richting te gaan die ik vermoed te zijn gegaan zonder afgesloten straat in de hoop dat mijn vriend in nood zelf de draad weer oppakt. Maar niets. Het enige wat hij om de paar honderd meter zegt is ‘probeer om te draaien’. Eén ding weet ik zeker, omdraaien heeft geen zin want dan kom ik weer op hetzelfde punt uit.

Frustratie en tranen

Bijna bereik ik het punt dat ik mijn auto in de berm rijd en daar een potje ga zitten huilen, wachtend op redding. Inmiddels is de tijd bijna verstreken voor het beloofde kopje koffie voor de volgende autorit en hoor ik in mijn tas de telefoon overgaan. Vast de vriendin die zich afvraagt waar ik blijf. Ik vraag het me ook voortdurend af. Wonder boven wonder volg ik plotseling een weg die me bekend voorkomt. De weg vanaf mijn oude huis naar deze vriendin. Opgelucht bel ik aan en stap een paar minuten later in een andere auto waarbij ik totaal geen verantwoordelijkheid voel voor ‘de weg’. I. heeft haar navigatie al ingesteld richting Eindhoven. We vertrekken.

Man, wat praat je hard

Wat hebben we altijd veel te kletsen. Jammer dat de mijnheer van de navigatie herhaaldelijk ons gesprek verstoort met zijn zinloze opmerkingen. Geërgerd zeg ik dan ook ‘jezus, wat staat die hard’. Vriendin I. beaamt het. De oplossing is om zelf nog harder te praten. Een goed gesprek hebben we, I en ik.

Plotseling draait I aan het stuur om nog net een afslag te nemen waar we beiden niet op berekend waren. Op het bord staat een onbenullige plaatsnaam. Wie wil hier af? I heeft zich een heel stuk eerder dan ik gerealiseerd dat we eigenlijk best een vreemde route rijden. Amsterdam. Amsterdam? Gaan we naar Amsterdam dan?

Zeker twintig minuten hebben we gereden alsof we het allemaal wel wisten. Heeft de navigatiemijnheer ons herhaaldelijk geadviseerd de andere kant op te gaan. Hij ging steeds harder prater terwijl wij hem monddood maakten. Beiden vonden we het alleen maar irritant dat hij wel vijf keer binnen één minuut onze aandacht vroeg.

We rijden, krom van het lachen, de weg terug naar waar we vandaan kwamen. Aaien de navigatie en bieden onze verontschuldigingen aan. App de volgende vriendin dat we iets verlaat zijn. Ik zweer het je. Ik hoor de navigatiemijnheer zuchtend fluisteren : ‘tjonge, jonge, vrouwen achter het stuur’.

1 reactie

Joke 7 juli 2019 at 12:01

Hahaha, zó herkenbaar. Ik ben een paar jaar geleden ook in een soortgelijke situatie terecht gekomen. Ik was onderweg en mijn TomTom bracht me op een weg waar ik helemaal niet mocht rijden. Ik was al een poosje ongeveer in tranen omdat ik geen idee had waar ik was en hoe ik moest komen waar ik naartoe ging. Plotseling kwam er een politieauto met draaiende lichten en alarm voor me rijden. Of ik maar even van de weg af wilde gaan. Ik aan de kant en huilend tegen die agent dat ik het allemaal niet meer wist. Hij schoot meteen in de vaderlijke hulpverlenersstand: ‘ach meissie, weet je wat? Rijd maar achter mij aan, dan zet ik je wel weer op de juiste route.’ Hij bracht me tot aan de rand vaan de straat waar ik naartoe ging; zeker 15 minuten rijden. Lief hè?

Reply

Laat een reactie achter