Jullie discrimineren

Ik laat de hond uit en bij het bruggetje staan wat mensen. Aan de gebaren en de stemverheffing vermoed ik dat er iets aan de hand is. Ik kom dichterbij en hoor de twee moeders tegen elkaar praten en eentje spreekt haar zoon toe. ‘Als je nu je mond niet houdt…’, dreigt ze. Verderop in de straat lopen twee jongens weg, ze kijken voortdurend om. De andere moeder roept: ‘Zal ik naar je toekomen?’ Tegen elkaar zeggen ze: ‘Ik begrijp het niet, ze waren altijd vrienden’.

Verderop draait een van de jongetjes zich om, een kereltje met donker haar, iel en slungelig. Hij roept: ‘jullie discrimineren. Ik ben moslim.’ Ik vraag me af of ik het goed gehoord heb maar met een hoge, overslaande stem herhaalt hij zijn boodschap. ‘Jullie discrimeren. Ik ben moslim.

Ik ben verbijsterd. Zo dichtbij komt het dus. En eigenlijk had dat jongetje van alles kunnen zeggen. ‘Jullie discrimeren, Ik ben tien’. Of: ‘Jullie discrimeren. Ik ben een jongen. Want er blijkt geen verband als je moet uitleggen aan iemand waarom je denkt dat er gediscrimineerd wordt, daarom help je ze op weg.

Laat alle wijze moslims, christenen, burgers en buitenlui hun verstand gebruiken. Ik denk ineens aan een liedje: ‘liefde, vriendschap, broederschap, het zijn geen loze kreten’. En zo is het.

Laat een reactie achter