Je ne suis pas Charlie

Daarom leef ik nog.

Wrang nietwaar? ‘Je suis Charlie’ wordt er geroepen, hangt er op doeken, als een statement, als een nieuwe levensvisie. Ik begrijp goed dat iedereen wil laten weten hoe gruwelijk en mensonterend de aanslag is op journalisten en cartoonisten. Maar er zijn er maar weinigen die oprecht Charlie mogen gaan heten. Over een paar van hen schreef ik gisteren al.

Omdat ik geen Charlie ben, ik de moed niet heb om een Charlie te worden; juist omdat ik het wel zou willen zijn maar geen vezel in mijn lichaam aanstalten maakt om de barricaden op te gaan, zal ik niet overgaan tot het kopen van één van de miljoenen sickers die nu al gedrukt zijn om indruk te maken. Soms wordt protesteren te makkelijk gemaakt. Door een stickertje verander je niet ineens in een moedig mens.

Ik ben niet echt een fan van Hans Teeuwen. Maar zijnzelfmoordtape maakt diepe indruk op me. Temeer omdat ik hem een paar jaar geleden hoorde verkondigen niet zomaar alles nog te durven zeggen, na de moord op zijn vriend Van Gogh. Indruk maken ook de mensen die naar de bijeenkomsten zijn gegaan in onze steden en daar huilend reageren op de aanslag in Parijs. Huilend omdat ze het niet weten, net zoals ik.

En als Rutte zegt: ‘Die vrijheid zal ons nooit worden afgenomen’, dan hoop ik dat Rutte meer weet dan ik en hij de ballen heeft om zijn woorden kracht bij te zetten. En niet alleen Rutte: ik gun elke Europeaan de ballen om op te staan voor iets waarvan wij dachten er gewoon recht op te hebben.

Laat een reactie achter