Ik wil het niet horen, niet zien, niet voelen

Ik zocht naar een plaatje over oorlog maar kwam uit bij een plaatje over vrede. Die bevalt me zo veel beter.

Vriendin en ik hoorde een fragment uit Kijken in de Ziel. Een programma waarin Coen Verbraak dit maal praat met militairen. Ik besluit het later terug te zien. Gisteren was ‘later’. Ik heb het niet afgekeken want ondanks mooi en indringend, kwam het mij te dichtbij.

Oorlog

Op de vraag of wij in Nederland nog oorlog krijgen, antwoordde elke (hoge) militair: ja. Geen twijfel was er. Mijn hart sloeg over.
Ook spraken ze over het imago van de militair. In tijden van vrede kun je het je veroorloven een makkelijke mening te hebben over de militair. Ik dacht toch ook een beetje zo: uniformgeil, machtswellust, mannenwereld, veel normen, veel waarden. Wist ik veel, ze waren niet echt nodig behalve als er een dijkje doorbrak.

Dienstplicht

De vraag of de dienstplicht terug moest komen werd verschillend geïnterpreteerd. Een kapitein zei: ‘ja, maar laten we het dienplicht noemen’. Dienen in landen als bijvoorbeeld vrijwilliger in een oorlogsgebied of in een gebied met grote armoede. On zo te leren we hoe dankbaar je mag zijn voor de wereld waarin wij leven. Een ander zei: ‘Nee, we hebben alleen iets aan gemotiveerde mannen en vrouwen’. Ik begrijp dat. Ieder mens kan zandzakken sjouwen maar je land verdedigen tegen monsterlijk, menselijk geweld? Wie zijn daar voor in de wieg gelegd, wie heeft zoveel landliefde?

Oorlogje spelen

Er is zoveel wegbezuinigd bij het leger dat het enige dat nog kan is oorlogje oefenen in een virtuele wereld. Geen geld voor geweren, voor munitie, voor een onderzeebootje of zo. Legervoertuigen vallen van ellende uit elkaar en de laatste tanks zijn aan Duitsland weggegeven.

Het feit dat ik in mijn leven geen oorlog heb meegemaakt schijnt bijzonder te zijn. Tijden van vrede waren vroeger heel schaars. Een golfbeweging van geweld en vrede, geweld en vrede, geweld en vrede. De relatieve rust die we nu ervaren duurt al zo’n zeventig jaar. Dat is dus lang. En ik was me daar niet, nooit bewust van. Dat wij zo boffen, zo gelukkig zijn dat we konden kiezen voor een leven waarin het niet ging om overleven maar over leven.

Zijn ze er nog?

Zijn ze er nog. Mannen en vrouwen die durven. Die ons gaan verdedigen. Die principes hebben die ik eerst verafschuwde. Die hun leven op het spel zetten voor dat van ons? Een van de geïnterviewden zei: ‘Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog’.

Dat willen we helemaal niet horen natuurlijk. Maar ik vrees dat het waar is. Lafbek. Ik.

 

Misschien vind je dit ook leuk?

Laat een reactie achter