Ik heb ook zo mijn rechten.

Ami is een dagje uit logeren geweest. Met haar grote rode kussen, waar ze als pup altijd op lag. We krijgen een foto opgestuurd van G. en Ami ligt heerlijk te knorren op de haar vertrouwde plek. Wij smelten en herinneren ons hoe ze elke keer van het kussen afrolde omdat ze te klein was.

Als ze weer thuis is leg ik even het rode kussen naast haar mand en kussen dat er nog lag. Een aardige verzameling rustplaatsjes voor een hond. Ook op de bank ligt een kleedje zodat mevrouw elke keer bewust een keuze kan maken waar ze wil relaxen. Voorlopig is het rode kussen weer helemaal haar ding.

Opruimen

Ik fluister tegen Vriendin dat ik straks als zij uit zijn, het kussen zal stofzuigen en naar boven zal brengen: ‘het lijkt wel een kennel, die woonkamer van ons’. Heel even denk ik dat Ami meeluistert. Ik zie haar oren bewegen en ze opent één oog waarmee ze mij bijna dreigend aankijkt. Maar dat zal toch niet? Vriendin en Ami gaan wandelen en ik doe wat ik beloofd heb.

Als Ami weer terug is staat haar eten klaar. Normaal is dat voor haar reden genoeg om haar pas te versnellen. Nu niet. Ze staat aarzelend op de plek waar eerst haar kussen lag. Ze piept en loopt wat heen en weer. Het zal toch niet? In dit huis zijn er nog steeds drie plekken waar ze in zacht dons kan verdwijnen. Maar Ami heeft duidelijk een issue met het verloren paradijskussen. Ze loopt naar de tuindeur waar ook een grote mat ligt die niet voor haar is bedoeld maar waar ze ook anders tegenaan is gaan kijken. Daar ploft ze neer. Een beetje teleurgesteld.

Nichtje

Het doet me denken aan mijn kleine achternichtje die op mijn verjaardag zachtjes tegen haar moeder fluistert: ‘Mam, ze zijn maar met z’n tweeën, moet je kijken hoeveel stoelen ze hebben.’ En inderdaad, als je het aantal zitplaatsen voor ons vergelijkt met het aantal rustplaatsen voor Ami is het een gelopen wedstrijd.

Maar Ami weet haar plaats nu.

 

 

Laat een reactie achter