Groepsgevoel

Na vele jaren ervaring weet je toch onderhand wel hoe jij je in groepen manifesteert.
Een grappig proces doorgaans.

En in de loop der jaren ook wel veranderd. Was mijn eerste aanname van een groep altijd: ‘nee, niets, niks’, om na afloop met iedereen grote vrienden te zijn, dat heb ik niet meer. Dat ‘nee, niet, niks’ niet maar ook geen goede vrienden.

Het is niet meer nodig. Toch?
In de groep van schrijfdocenten worden we geacht intervisiegroepen te starten. Je mag, als je echt niet met iemand in een groepje wil, dat doorgeven aan de docent. Zij delen je dan niet in bij zo’n groep want je moet je veilig voelen. En alleen de docent kent jouw keuze.

Mijn eerste reactie, die ik wijselijk voor me houd, is ‘wat een onzin’. Juist docenten zouden ook met mensen die weerstand oproepen, in een groep moeten kunnen zitten. Juist om dat uit te zoeken en over jezelf iets te leren. Ik geef dus zelf niets aan, heb ook geen voorkeur voor d’een of d’ander.

Mijn groep
De groepssamenstelling wordt per mail doorgegeven. Ik zit in een super veilige groep. Daar kan me niets gebeuren. Heel stiekem voel ik ook wel dat ik het niet erg had gevonden als ‘die’ of ‘die’ bij mij in de groep had gezeten. Juist voor het tegengeluid.

Erg
Maar wat veel erger is: ik betrap me op de gedachte: ‘oké, ik zit in een groepje van vier. Dit zou kunnen betekenen dat er tien anderen hebben aangegeven absoluut niet bij mij in de groep te willen. Zou. Kunnen.

En daar kom ik nooit achter. Want dat is geheim.
Dus, dat waarvan ik dacht, dat ik geen last meer van had, er bij willen horen, willen passen, sluimert nog altijd in mijn onderbewuste.

Al kan je het natuurlijk niet echt ‘onderbewuste’ meer noemen. Au. Ik dacht uitgegroeid te zijn.

Laat een reactie achter