Geneuzel op de neuzelbeurs

Ik ben niet van de rommelmarkt. Ik zie alleen maar wat de titel zegt: rommel. Nu heb ik zelf ook rommel en met de verhuizing in het vooruitzicht en een overmaat aan plots nutteloze dingen waagde zus en ik de stap. We huurden een tafel.

Dan moet je er heel vroeg zijn, dus om 07.00 uur scherp stonden wij met onze rolcontainer in de rij om naar binnen te mogen. Het is dan een hele kunst om andere rolcontainers te ontwijken want de markt is er mee bezaaid. Om acht uur hadden we acht van de zestien verhuisdozen op tafel uitgestald en gingen we zitten. Twee uur zitten. Want het begon pas om 10.00 uur.

Deuren open

Precies om tien uur werden we opgeschikt door de deuren die opengingen en drommen mensen, als koeien die voor het eerst de wei op mogen, binnen kwamen springen. Ze stoven alle kanten op alsof ze wisten waar het ging gebeuren en toen werd het al met al een hele leuke dag. Wat een mensen, wat een volk, wat een tassen vol rommel. Wat een verschillende mensen. Armoedzaaiers met afzakkende joggingsbroeken, kruiskrabbers met kauwende monden, buitenlandse mensen met drommen kinderen, keurig sjaaldragende heren met neusjes voor iets? Een oude dame die voor de gelegenheid haar gezicht wit geschminkt had. In combinatie met haar pikzwarte ogen en haren leek het even of de Adamsfamiliy een openbare repetitie hield.

Aasgieren

Aardige mensen, vriendelijk, zacht en eerlijk, opdringerige mensen, mopperend over de prijs, en mannen die met ogen als aasgieren, handen op de rug de markt rondstruinen. Ze zien niet wie er staat, ze zijn gefixeerd op sneakers en oude telefoons. Op onze aanbieding van een schattig bonbonschaaltje gingen ze niet in.

Rolstoel

Met verbazing keek ik naar een dame in rolstoel, nou het was eigenlijk een rolauto. Ik denk dat ze blij was dat ze kon zitten want lopend had ze al die tassen nooit kunnen vervoeren. De rolstoel werd er mee in evenwicht gehouden. De rolstoel was padbreed en ze manoeuvreerde met een handigheid die ervaring verklapte. Een toeter zat er op. Ze toeterde zich een weg door de menigte. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze later die dag met haar hele hebben en houwen over de weg haar huis zou bereiken. De druk bepakte Sinterklaas was er niets bij.

Buren

En je hebt buren natuurlijk. Onze buren, een moeder en een dochter, waren ook ervaren. Toen ik hun mededeelde dat wij er maar 1 dag zouden staan en de spullen en tafel achterbleven gaf de naar rechts loensende moeder me een hand. ‘Deal, die nemen wij wel’. De hele dag liepen ze opgewonden rond met het vooruitzicht van nog een dag met extra tafel en spullen. Bij elk artikel dat wij nog verkochten voelde ik de ogen in mijn rug. Rond een uur of drie lispelde de dochter: ‘Zo, zakken jullie in? Lang heh, zo’n dag, waarom gaan jullie net lekker naar huis?’ De gespeelde bezorgdheid om ons kwam binnen.
Maar dan kennen ze mijn zusje niet. Met ons wordt niet gespeeld. Arrogant staat ze op en zegt: ‘een vrouw, een vrouw, de dag duurt tot 17.00 uur, wij blijven tot 17.00 uur’.

Totaal doosloos gaan we naar huis. Doosloos. Wat een prachtig woord. De kosten van de tafel hebben we er dik uit. En ‘s avonds eten we bij de Griek wat over was gezamenlijk op. De Griek vraagt of we wat overblijft bij het eten mee willen nemen in een doosje. We schudden ons hoofd.

Er komt geen doos het huis meer in. (maar wat zou ik graag stiekem willen kijken naar onze buren….).

 

Laat een reactie achter