Geen kleedje, geen knijpertje

We hebben een caravan geheel compleet met inboedel, overgenomen en dit weekend was onze testcase. Testcase geslaagd, het weer was fantastisch, de plaats wonderschoon en de caravan van alle gemakken en meer, voorzien. Als we ergens aan dachten, dan was het er gewoon. Stoffer en blik? Ja, in de buitenkast. Hark? Ja, hoor, naast de buitenkast. Teiltje? In het kastje. Kortom, de vraag werd een vaststelling: Naald en draad. Vast wel. In de la.

Op het gras liggen kabouterknijpertjes die van de tafel zijn gevallen. Kabouterknijpertjes die verzwaard zijn en bedoeld om het tafelkleedje op haar plek te houden. (Tafelkleedje zal toch vrouwelijk zijn?) Ik zie mezelf bukken, kabouterknijpers pakken en ik knijp ze vast aan alle hoeken van het tafelkleed. Er zijn er nog over, dus hoppa, ook een paar in het midden. Ik ga zitten en denk: wat was ik nu net aan het doen?

Was ik nu echt kabouterknijpertjes keurig aan het verdelen over een tafelkleedje van een campingbuitentafel?

Roep in ons huis: kleedje… en er gebeurt helemaal niets. Wij zijn niet van de kleedjes. Wij zijn dus ook niet van de knijpertjes, want geen kleedje, geen knijpertje. Zo simpel kan het leven soms zijn.
Maar zo nog niet helemaal van ons voelt het dus. Alsof we aan het logeren zijn en alles in de oorspronkelijke staat moeten achter laten. Als we een la opentrekken, roepen we verbaasd: ‘kijk dan, dat hebben ze ook’.

‘Ze’ moet ‘we’ worden. Dan pas gaat het kleedje weg en de knijpertjes.

Laat een reactie achter