(G)een groepsdier

“Na 59 jaren in dit leven maak ik het testament op van mijn deugd’. Boudewijn de Groot zong ooit (bijna) zoiets over zijn 32 jaar’. Maar ik heb het niet over ‘jeugd’ maar ‘deugd en ondeugd’. Ik betrap mezelf regelmatig op een zuurtje als ik een nieuwe groep binnenstap.

Toen ik honderd jaar geleden mijn afstudeerscriptie presenteerde op de Sociale Academie, zei een docente tegen mij: ‘het lijkt alsof groepen voor jou bijna een baarmoederfunctie hebben’. Waar dan ‘baarmoeder’ staat voor veiligheid, geborgenheid, thuis. Die opmerking ben ik nooit vergeten omdat ze gelijk had.

Deze week bezocht ik voor de derde keer een BNI-bijeenkomst. BNI staat voor Business Network International en is een Amerikaanse franchise-netwerkorganisatie met wereldwijd heel veel leden. Leden komen wekelijks bijeen om zaken te bespreken en elkaars zaken te ondersteunen door elkaar aan te bevelen.
Ik heb lang gewikt en gewogen want ‘duur’, ‘intensief’, ‘Amerikaans’, enzovoort, enzovoort. Toch leverde ik bij binnenkomst op de introductiebijeenkomst meteen mijn aanmeldingsbrief in. Zo iets van ‘geen weg terug’. Want één ding weet ik van mezelf: ik vind altijd wegen terug. 

Groepsproces

Ik ben een van de weinige mensen, denk ik, waar het groepsproces een individuele gebeurtenis is. Ik kan het bijna uitschrijven.
1 Ik vind de groep niets
2 Ik vind de leiding niets
3 Ik vind de inhoud ‘mwah’
4 Ik ga in de aanval
5 Ik geef mijn grenzen aan alsof ik een oorlogsverklaring afgeef
6 Ik vind de groep leuker dan eerst
7 Ik vind de leiding leuker dan eerst
8 Ik vind de inhoud geweldig
9 Ik laat me omarmen
10 Ik noem het ‘mijn groep’

Eigenlijk kan ik elke groepsgebeurtenis op deze manier uittekenen. Waren het collega’s, een schoolklas, een koor, een sportvereniging, een therapiegroep, elke ‘zomaargroep’.

Er bij horen

Diep in mij zit de behoefte om ergens compleet bij te horen maar niet voordat ik aan iedereen duidelijk heb gemaakt dat ik niet in hokjes pas. De waarheid is op zijn minst aandoenlijk. Als ik naar dat kleine meisje kijk in mijzelf zie ik haar worsteling. De wil om aardig gevonden te worden toon ik door onaardig te zijn en te denken. Achterwaarts lopend duw ik mijn eigen kont naar binnen om ergens in het centrum van die groep mijn plek te vinden.

Zonde

Dat zou je inderdaad kunnen zeggen. Zonde van die verspilde energie. Ik accepteer met een glimlach mijn proces van ‘bonding’. Ik ken het, ik weet het en meer nog, ik weet dat het goed komt. Ik heb opgegeven dat dit ooit nog gaat veranderen maar het zal sneller gaan en ik zal mezelf op die momenten niet zo serieus nemen. Dat is winst. Al denken ondernemers daar waarschijnlijk heel anders over. Winst.

PS: ik ben zestig maar dan kun je het niet meer zo lekker zingen. Probeer maar.

 

Laat een reactie achter