Foute boel

Dit stuk is met goedkeuring van A. geschreven

Vorig jaar spraken collega A en ik over het borstonderzoek dat ik had ondergaan en waar zij een oproep voor had gekregen. We lachen als boerinnen met kiespijn want zo’n onderzoek heeft toch een beetje ‘boer keurt vee’ gehalte. Mijn uitslag was goed. Twee weken later hoort A. dat haar uitslag er niet goed uitziet. Of ze langs kan komen, zo snel mogelijk. Pas als je dan de uitslag hoort: ‘foute boel’, slaat de bom echt in.
Van een gewone collega is A. dan ineens een zieke collega. Van een gezonde vrouw is A binnen een vijf minuten gesprek tot ziek bestempeld.
Later blijkt er ook een kleine uitzaaiing te zijn. De behandeling begint, bestraling en ontelbare chemobehandelingen.
De ergste zijn nu achter de rug, nog zes te gaan. Heel langzaam begint er weer licht te komen aan de einde of begin van die tunnel.
Afgelopen vrijdag heb ik met A. afgesproken om koffie te drinken. Zij gaat daarvoor eerst sporten, in hetzelfde pand als waar wij werken.

Om elf uur loopt ze mijn kamer binnen. Gelig ziet ze, hijgend, buiten adem. Ze is kapot en in plaats van de hartelijke knuffel waarmee ze altijd iedereen begroet, stort ze neer op de dichtstbijzijnde stoel. Te moe, te rot om een woord uit te brengen. Ik schrik er van.
Na een kwartier komt er weer wat kleur op haar wangen en komt uit de ‘stoelenvrouw’ weer langzaam mijn collega A. tevoorschijn. ‘Zoveel heb ik ingeleverd’, zegt A later. ‘Ik kan niets meer, zelfs opstaan kost me alle energie die ik heb.’

Het is verbijsterend. Je kent en hoort de verhalen. Maar zo dichtbij, besef je weer wat een klote ziekte het is en wat een vreselijk medicijn je moet slikken om van die ziekte af te komen. En gelukkig is het medicijn er maar wat krijg ik respect voor al die mensen die dit moeten ondergaan. Die niet zielig zijn of worden maar hun schouders er onder zetten. ‘Wat moet ik anders, ‘ zegt A. ‘Het is zoals het is’.

Dat is zo.

Een lullig vervelend onderzoek, één keer in de twee jaar. We lachen er om maar soms valt er niet veel te lachen. Mag je blij zijn met dat onderzoek en het feit dat ze iets vinden dat niet goed is maar nog wel verholpen kan worden. Respect voor A. die na zoveel maanden eindelijk kan gaan aftellen. En daarna weer zegeningen kan tellen. Maar misschien kan dat nu ook al!

Laat een reactie achter