De onschuld van de vroege ochtend

In de tram zo vroeg, is het eigenlijk al redelijk druk. Allemaal mensen die vroeg beginnen of nog een lange reis voor de boeg hebben. Het is echt een ochtendtram. We sukkelen door Den Haag er heerst absolute rust omdat iedereen nog in het naslaapje zit. Er zijn thuis nog geen discussies of ruzies geweest, er waren nog geen kinderen wakker om de les te lezen, het huis was nog niet licht genoeg om de dag, als dag te ervaren. Ik houd daar van.

Op de bank tegenover me zit een donker meisje het haar zoontje op schoot. Hij zit met zijn ruggetje tegen haar aan, de benen wijdbeens om haar schoot. De moeder houdt met beide handen zijn handjes vast. In zijn mond een groene speen waar hij af en toe aan sabbelt. Ook zij zijn nog niet wakker. Waarschijnlijk onderweg naar de opvang op dit onchristelijke uur. Hij is er stil van, te vroeg uit zijn slaap gehaald zodat hij met grote ogen rondkijkt maar niet de fut heeft om te reageren. Ik wed dat over een uur of wat, het ventje rond rent en lacht en schreeuwt en leeft.

Maar nu niet. Als het liefste jongetje van de wereld zit hij op schoot bij mama die hem elke keer kleine kusjes geeft op zijn wangetjes. Dat is heerlijk wakker worden lijkt mij.

En uit dit stukje zal ook niet blijken dat ik sjagrijnig ben. Zolang je mij met rust laat, komt dat ook helemaal goed.

Laat een reactie achter