CategorieBlogs

Bella Ciao – vaarwel schoonheid

Herinner jij je nog de kampvuren van vroeger? Het tegen elkaar aan hangen met glaasjes hele verkeerde wijn of iets wat daarvoor door moest gaan? En dan altijd die ene jongen met gitaar. Die goedbedoelde gezelligheid kwam brengen?

En dan samen zingen onder de flonkerende sterren op een of ander terrein. Tussen de benen zitten van diegene die je heel erg leuk vond. Starend naar de flakkerende vlammen, hoesten van de zwarte rook die altijd net jouw richting op kwam.

Oude liedjes

Wat zongen we? Ons zelfgemaakte ‘mag ik bij jou op je vuilniszak’ maar ook altijd ‘ Bella Ciao’. In een oer-Hollands ritme waar we op de tel een einde maken aan elke vorm van fijngevoeligheid. Rampetampen in het Italiaans. Wisten wij veel. Totdat daar die serie was van La Casa de Papel en het lied werd gezongen zoals het ooit bedoeld was. Stil worden van de stilte, van de pijn, van de betekenis van het lied.

Verzetslied

Het lied won aan populariteit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar werd het door de antifascistische beweging in Italië opgenomen en gebruikt als verzetslied. Na de val van Mussolini en de aansluiting van Italië bij de geallieerden werd het gebruikt om de vrijheid, van Mussolini, het Italiaanse fascistische regime en nazi-Duitsland, te vieren. Het lied gaat over het verzet van de partizanen, een soort verzetsstrijder.

Even op deze donderdagochtend, terwijl ik honderd andere dingen moet doen, genieten en stil worden. De Nederlandse vertaling staat onder de video.

Tekst (gevonden op de website van newsmonkey)

Op een ochtend trof ik de vijand,
o bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
Op een ochtend trof ik de vijand
heel alleen voor dag en dauw.

Kameraden, laat mij niet liggen!
O bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
Kameraden, laat mij niet liggen!
Want ik voel: de dood komt gauw.

Ik zal sterven als partizaan
o bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
Ik zal sterven als partizaan,
delf mijn graf, maar pleeg geen rouw.

En begraaf mij hoog in de heuvels.
o bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
En begraaf mij hoog in de heuvels
onder bloemenschaduw blauw.

In ’t voorbijgaan zeggen straks mensen
o bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
In ’t voorbijgaan zeggen straks mensen:
“Voor wie bloeit die bloem daar nou?”

“‘t Is de bloem van de partizanen”,
o bella, ciao, bella, ciao,
bella, ciao, ciao, ciao!
“’t Is de bloem van de partizanen,
die voor de vrijheid vielen – voor jou!”

Wat een grote kast!!!

Voor ons nieuwe, veel kleinere appartement, hebben we kasten nodig. Kledingkasten om onze inloopkledingkastkamer enigszins te vervangen. We hebben er eentje op het oog en staan verlekkerd te kijken naar al die ruimte en handige oplossingen. Die kopen we.

We maken er een foto van en gaan naar huis. Als ik in ons huidige huis in die kledingkastkamer sta bedenk ik om eens de maat te nemen van de kleinste kast in die kamer. De kast is net zo groot als de kast die we gaan kopen.
Dus onze nieuwe kledingkast is nog geen derde van wat we nu hebben aan kastruimte. Een beetje paniek slaat toch wel toe.

Laatjes en vakjes

Ik schuif de deuren open om te zien wat er nu eigenlijk allemaal opgeslagen ligt. De bovenste twee planken? Daar kom ik eigenlijk nooit. Daar liggen spullen voor later, voor als, voor dan, voor je weet maar nooit. Van de zeven laatjes trek ik de bovenste twee wel eens open. De anderen zijn gevuld met kledingtroepies, halve sjalen, enkele handschoenen, vergane glorie van weleer.
Van de ongeveer vijfentwintig schoenparen kan ook de helft zomaar weg.

Broeken en panty’s

De broeken hangen soms met vier tegelijk over een hanger. Broeken met ook weer beloftes voor betere tijden maar gelukkig ook als herinnering aan slechtere, dikkere tijden. In het kopje staat panty’s. De eerlijkheid gebied mij om te zeggen dat er in het huis geen panty te vinden is. Een huis van twee vrouwen met enkel twee pantykousjes. Treurig nietwaar. Op het koor Vrouw & Co brak deze week een discussie los over welke panty’s te dragen tijdens het optreden. Er werd gesmeten met begrippen die mij vreemd zijn: ‘nearly black’, dichtheid, stevigheid, transparantie, optrekdikte, afzakhulpjes. Dat scheelt zo een aardige la in mijn kledingkast.

Opgelucht

Ik ben opgelucht. De helft kan zomaar weg en ik zal het niet missen. Totdat ik me realiseer dat dit alleen maar mijn kast met mijn kleding is. Die van Vriendin is nog een meter langer.
Ik strijk over mijn hart. Zij krijgt ook een laatje in mijn nieuwe kast.

Gewoon aardig werkt het beste


Ik las van de week aan artikel op Linkedin over storytelling en het einde dat in zicht is voor deze vorm van marketing. Bij storytelling staat het persoonlijke verhaal centraal. Hiermee proberen bedrijven informatie te geven over een product of dienst om zo de verkoop te stimuleren.

Storytelling zou nu vervangen worden door de kritische werknemer waarnaar echt geluisterd moet gaan worden. Want met alleen maar ja-knikkers en hielenlikkers redt je het niet als bedrijf. Deze week had ik twee fijne ervaringen met bedrijven waardoor ik dacht: dit is het. Geen ‘story’ of gefabriceerd ‘good feeling’ over je werk. Maar mensen die echt zijn en dat mogen zijn.

Nieuwbouw

We wachten al ruime tijd op de vorderingen van ons nieuwbouwappartement. Tijdens de bezoekdagen valt me op hoe vrolijk de gasten aan het werk zijn. Ze lachen, ze groeten, ze zijn betrokken, ze zijn gewoon aardig. Dat is even wennen. Geen gezeik, geen chagrijn, geen gemopper. Van de week worden we in bouwlift begeleid door de uitvoerder en wat bouwmannen. Het was bijna leuker om met hen in de kleine ruimte te staan dan in ons nieuwe appartement. Bijna dan, hè

Uit eten

Gisteravond werden we getrakteerd op een etentje in een leuk restaurant in Den Haag. De sfeer was direct goed en makkelijk. Het gemak waarmee de medewerkers contact maakten en hun werk met zoveel passie en lol uitvoerden was een verademing. Dan doet het eten er niet zo meer toe want alles smaakt beter met een oprechte lach. (Het eten was trouwens heel goed). Er is geen menukaart. De jongen schuift aan bij ons en vertelt over de gerechten. Ontspannen, alle tijd (met een volle zaak), persoonlijk.

De jonge vrouw die er werkt ploft later op de avond ook even bij ons neer als we buiten zitten om af te koelen. Precies lang genoeg om ons een goed gevoel te geven. Kort genoeg om niet weggekeken te worden. Met goed personeel heb je geen marketingplan nodig.

Visies en beleid

Precies 25 jaar werkte ik als ambtenaar bij de gemeente Den Haag. Lang genoeg om te zien hoe processen zich herhalen. Te zien hoe er om de zoveel tijd een koers wordt uitgezet waar vooral het management in gelooft. Hoe de ene koers net zo makkelijk wordt omgeruild voor een tegengestelde richting, hoe personeel zich dan losweekt van visies en beleid en besluiten om gewoon maar hun ding te doen, dan maar niet betrokken.

Ik hoef geen rekening meer te houden met visies van anderen. Met kernwaarden die een leugen vertegenwoordigen. Maar ik maak me nog steeds boos over de onderwaardering van organisaties voor hun medewerkers. Waar mensen ondergeschikt zijn aan het product of de dienst. Waar communicatieafdelingen onzin recht praten en er vooral zelf heel erg in gaan geloven.

Een bedrijf, een dienst, een product is geloofwaardig als het door mensen die echt zijn wordt aangeboden. Omdat zij zelf geloven in wat ze doen. Wat daarvoor nodig is? Waardering, interesse, oprechtheid.

 

Free the bilsplate

Nummertje vier vanaf links heeft het goed begrepen. Free The Bilsplate. Wat een lucht en ruimte geeft dat. Tijdens mijn vakantie viel mijn oog, ik kon er niets aan doen, op bilspleten. Meestal mannelijk maar ook vrouwen kunnen er wat van.
De bilspleet bestaat niet

Filosoferen over de bilspleet, het moet niet gekker worden. Maar bedacht ik, de bilspleet bestaat helemaal niet. Hadden we maar één bil, dan was er ook geen spleet. Anders dan bijvoorbeeld bij Free the nipple: die ‘nipple’ bestaat echt.
Dus waarom zouden we ons schamen over iets wat er eigenlijk niet echt is? De bilspleet is lucht, een illusie, een gat ontstaan door druk van twee andere elementen. Geholpen door een Griekenlandganger heb ik een aantal exemplaren op een rijtje gezet.

Ik heb vooral te doen met de vrouw op foto 6. Als er iemand recht heeft op ‘free the bilsplate’ dan is zij het wel.

Ik had tijdens die vakantie de ene ingeving na de andere. Ik zou een speciale website in het leven roepen onder de naam ‘Bilsplategate’ en iedereen oproepen mij de mooiste exemplaren te sturen. De foto’s moeten wel onherkenbaar zijn, volledig AVG proef, zodat alleen de eigenaar van die ene spleet zou weten, dat is de mijne. Er zouden zomer- en winterbilspleten zijn. Die site zou ongelooflijk goed scoren, iedereen ging op zoek naar zijn of haar eigen spleet. Fabrikanten van lingerie, badkleding zouden in de rij staan om op mijn site te adverteren, de bilspleet zou hot zijn, scoren als een reet. Er kwam een spijkerbroek op de markt met een transparante achterkant ter hoogte van de bilspleet. Er zou een wedstrijd zijn met publiek dat kan stemmen op de mooiste bilspleet van het jaar….

Lummelen

Maar dat was toen de zon scheen en ik tussen dromen en een nooit echt ontwaken lummelde, verstand op nul. Nu sta ik weer met beide voeten in de Hollandse klei en moet ik gewoon aan het werk. Maar mocht je een mooi exemplaar scoren…. ik houd me aanbevolen.

De luie ligbedgeneratie

Jaren geleden fladderden we als vluchtige vlinders over het strand. Ons lichaam voegde zich met gemak in het goudgele strand, onze tenen speelden met het zand. Dat was toen.

Tegenwoordig horen we bij de ligbedgeneratie. Een strand is pas een strand als er bedjes en parasols staan. Decadent misschien maar het lichaam is er aan toe.

Juweeltje

Poedelend in de zee worden we aangesproken door een Nederlands echtpaar. Zij hebben een juweel van een strand ontdekt. Een intieme baai met ligbedjes, met vissen die uit je handen eten en de authentieke Spaanse sfeer waar iedereen naar op zoek is. Zij vertrekken die dag en gunnen ons ook die ervaring.

Een dag later gaan we op zoek en vinden het strandje. Weinig ligbedden staan er maar genoeg voor ons, dus we ploffen neer. Om ons heen storten complete Spaanse families met eten en drinken voor een week zich aan onze voeten. Hun conversaties zijn luid en talrijk.

Ligbedstrand

Dit is geen ligbedstrand. Mooie, jonge mensen met bruine lijven liggen te pronken op het strand. Er wordt gekeken, gelachen, geflirt. Een jonge, hele dikke vrouw in een beschaafde bikini loopt naar de zee. Achter haar wordt gewezen en wordt ze bespot. Ze zal vast de ogen in haar rug voelen maar ze loopt moedig door. Meisjes taxeren hun concurenten en maken oogcontact met vriendjes die niet hun vriendje zijn.

Veilig

Deze week voelde ik me veilig op het strand. Tussen de lekkere-luie-ligbedgeneratie is geen competitie meer. Die tijd ligt achter ons. We laten hangen wat hangt en andermans vriendjes zijn niet meer interessant. Geen spottende blikken. Niets. We zijn verworden tot een generatie die er niet meer toe doet en dat is natuurlijk ook pijnlijk. Maar voor geen goud zou ik terugwillen naar de wereld waarin uiterlijk en schone schijn bepalen wie je bent.

Geen poppenkast meer.

 

Goed nieuws is geen nieuws

Toch, een bekend gegeven, goed nieuws is geen nieuws. Dat ga ik veranderen. Ons vertrek naar Lanzarote verliep meer dan soepel.

Dat we op een onchristelijk uur vertrekken laat ik buiten beschouwing want hé:  vakantie. Geen rij bij de incheckbalie, een en al vriendelijkheid om ons heen, zelfs’ het fouilleren is prettig. Het vliegtuig vertrekt op tijd. De huilende kinderen zijn rijenver verwijderd van ons. De rij voor ons wordt in beslag genomen door een jong gezin met een lief meisje, een verstandige moeder en een toffe vader.

Slapen

We worden welkom geheten door de ‘crew’ en het meisje spreekt alsof ze een verhaal aan kleuters voorleest. Met onze duim in de mond vallen we in slaap. Als we wakker worden zijn we er al bijna.

De koffer rolt voor ons de bagageband af. We zijn de eersten bij de autoverhuurbalie. De auto is goed en rijdt.

Tegenvaller

Dat we blijkbaar op het meest bewolkte gedeelte van het eiland zitten, mij hoor je niet. Dat we geen trui bij ons hebben, want altijd goed klimaat, mij hoor je niet. Dat ik Vriendin met een verrekijker moet zoeken in ons bed van zes meter breed… dat de douche niet werkt…

Mijn reisgezelschap zit buiten. Ik zie hen zitten met achter hen palmbomen, bergen, witte wolkjes en zon.  Er staat koffie klaar.

Goed nieuws scoort.

 

Vuile lafbekken

Ik wilde vandaag over iets anders schrijven maar bij het ontwaken voel ik me akelig, verdrietig en machteloos. De kinderen Lili en Howich worden vandaag uitgezet. Wat een vreselijk woord voor kinderen die niets hebben misdaan. Uitgezet, opgehoepeld, opgerot.

En ik heb niets nieuws toe te voegen aan alles wat al gezegd en geschreven is. Aan datgene wat mensen met verstand en compassie al gemeld hebben. Mijn tranen zullen niet de druppel zijn die de witte heren uit Den Haag op andere gedachten zullen brengen en maak je geen zorgen, met ‘witte heren’ bedoel ik ook de ‘vrouwen’. Ik bedoel de hele kliek die nu over elkaar heen struikelt met een vastberadenheid die ik ze nog nooit ergens heb zien tonen. Gadverdamme.

Rutte ging dansen

Rutte had nog wel wat te zeggen. Het deed hem echt ook wel iets maar als ze nu geen statement zouden maken dan zou er helemaal geen draagvlak meer zijn voor mensen die echt opgevangen moeten worden. En toen ging hij dansen bij Anouk in Scheveningen. Ik weet dat Anouk haar nieuwe Nederlandse single daar niet gezongen heeft maar had ze het maar gedaan. Stilte gevraagd en het opgedragen aan heer Rutte himself en aan zijn makkers die naast hem heupwiegend genoten van de Nederlandse geneugten.

‘Ik heb het met je rotkop gehad’. jij huichelaar’

Ik val in herhaling. Want zorg ervoor dat procedures die een kinderleven duren niet meer mogelijk zijn. Het is een misdaad en heeft niets maar dan ook niets met ‘rechtvaardigheid’ te maken. Als je zo stoer wilt zijn zoals je nu lafhartig doet, zet die stap dan eerder.

Toen ik gisteravond het laatste nieuws hoorde over de kinderen dacht ik alleen maar ‘ren, ren, ren voor je leven’. Maar Vriendin opperde dat ze waarschijnlijk al ergens zijn waar niet meer gerend kan worden.

Waar ik zo bang voor ben is dat wij allemaal doorgaan met ons leven en dat is precies wat de politiek al bedacht had en op gehoopt heeft. Volgende week praat niemand er meer over. Mag Blok blijven, mag Pechtold buiten de pot pissen, mogen bedrijven die hier niets te zoeken hebben zich hier investeren en zijn Lili en Howick schaduwen die langzaam verdwijnen in een grijze ledigheid.

Nederland. Nederigland. Schaamteland.

 

Vergeet Mij Niet

Lien de Jong (84) © Ernst Coppejans

Donderdag 6 september was bij Pauw een gast die veel indruk op mij maakte. Lien de Jong. Een krachtige, prachtige dame met een geschiedenis om te willen vergeten. Bart van Es schreef een boek over haar leven.

Het verhaal is al boeiend genoeg maar dat is niet perse wat mij zo raakt. Het is de uitstraling van deze vrouw. De lach, de ogen die spreken, het kordate, het onbreekbare, het tere ook.

Vergeet mij niet

Bart van Es, de schrijver van Vergeet mij niet, woonde bijna zijn hele leven in het buitenland. Een verhaal uit zijn Nederlandse jeugd blijft hem bij. Over het Joodse meisje Lien dat bij zijn familie zat ondergedoken. Hoe het contact plotseling verbroken werd en hij zich afvroeg wat er van Lien de Jong terecht was gekomen. Wat was haar verhaal. Hij zoekt haar op en dat is het begin van een vriendschap en een boek dat deze week verschijnt.

Ik ken het boek nog niet, maar ik hoor in het interview bij Pauw de verschrikkingen. Er wordt een brief voorgelezen van de moeder van Lien aan de pleegouders van het meisje. Een prachtige brief van een moedige moeder. Een liefdesbrief van een moeder waarmee ze haar dochter weggeeft uit liefde.

Generatie

Als ik verhalen als deze hoor of lees, besef ik altijd zo goed dat mijn generatie een gelukkige generatie is. Van na de oorlog en waarschijnlijk ook van voor de oorlog. En ik hoop en bid dat ‘voor de oorlog’ nog heel lang gaat duren. Voor al die jonge mensen die nu spelen en zingen en geloven dat het voor altijd zo zal blijven. Daarom zijn de verhalen van toen het anders was en zoveel slechter dan nu, zo belangrijk. Om het nooit voor lief te nemen.

Deze week was er veel ophef over een interview met priester Antoine Bodar. Met wat hij zegt over transgenders en homoseksuelen ben ik het niet eens, hoe kan ik, maar in essentie begrijp ik wel wat hij zegt. Natuurlijk preekt hij voor eigen parochie maar als we de parochie loskoppelen dan denk ik ook dat wij ons hier over zoveel dingen zorgen maken omdat we de tijd en de ruimte hebben om ons zorgen te kunnen maken.

Leven en overleven

Wij leven en ik heb nog nooit het gevoel gehad te moeten overleven. Niet in praktische zin. En dan zit daar zo’n oude dame aan tafel die alles heeft meegemaakt wat nooit had mogen gebeuren, ze heeft het overleefd en ze leeft misschien juist daardoor wel meer. Zij weet in ieder geval echt waar het om draait. Wij kunnen slechts raden. En ik wil het zelf niet meemaken, natuurlijk niet. Maar ik wil wel herinnerd blijven worden aan hoe het ook kan zijn. En dankbaar blijven.

 

Menschen, menschen

Wat is er leuker, fijner, interessanter en pleasanter dan mensen te bekijken die langs lopen terwijl je zelf vrij relaxt achter een glaasje van ‘t’een en ander’ zit? Bijna niets. In Valkenburg was het dit afgelopen weekend nog vrij druk. We konden een plaatsje bemachtigen en keken onze ogen uit.

Wat zijn er toch veel van ons soort. En hoe verschillend zijn we wel niet van elkaar. Het leuke van Valkenburg is dat mensen minstens twee keer langs komen, heen en terug. Je kan namelijk geen andere kant op. Dus wil je eens gaan kijken waar je gaat eten dan loop je heen, dan loop je weer terug en dan pas de derde keer neem je het besluit.

Uiterlijk

Terraskijkers mogen gewoon alleen maar op uiterlijk beoordelen. Er is geen tijd voor een nadere kennismaking dus we hoeven ons ook niet te houden aan allerlei beleefdheidsonzin zoals ‘misschien is ‘ie best aardig’ of ‘ze zal toch iets hebben’. We mogen ongegeneerd fluisteren wat we denken in de wetenschap dat we zelf ooit weer dat terrasje af komen en beoordeeld zullen worden. Ik wil het niet weten.

ANWB stellen

Ik heb eerder geschreven over echtparen die in dezelfde kleding (M/V) lopen maar dat bedoel ik nu niet. Wist je dat echtparen ook op elkaar gaan lijken? Of er liepen allemaal broers met hun zussen hand in hand door het gezellige straatje. Baasjes gaan op hun honden lijken, mannen op hun vrouwen of andersom. Stiekem zou ik best op mijn hond willen lijken. Zij krijgt meer complimenten op één dag dan ik in mijn hele, lange leven heb mogen ontvangen.

Maar wat een trainingspakken, dikke buiken, dunne billen, schele ogen, grote neuzen, strakke shirtjes, blauwe ogen, bruine ogen, grote borsten, hangborsten, botoxlippen, hoge hakken, wielrenbroekjes, wielrenbroekjes met hele dikke buiken, kinderen als miniatuurtjes van hun ouders, mannengroepen, vrouwengroepen, moeders en dochters, vaders en vriendinnen, verliefden, verlepten, verlaten mensen.

Vertrekken

Als we opstaan omdat we toch uiteindelijk daar niet kunnen blijven zitten, vervrouwen we ons. Staan rechtop, buiken in en lopen langs de overvolle terrassen met de ogen op ver gericht. Vooral niet kijken wie er naar ons kijken. Niet proberen de blikken te vangen om te vermoeden wat ze tegen elkaar fluisteren. Dat kan nooit veel soeps zijn. We weten er alles van.

Eénakter in Broekhem

We verblijven in een familiehotel in Valkenburg. Simpel, eenvoudig, betaalbaar. Lovende kritieken op internet.

Als we ons melden sloft van achteren een kleine man onze kant op. Kalend, tenger, spreekt hij met een hele zachte stem zonder enige intonatie. Door zijn Limburgse accent en de stilte in het hotel en in de man voel ik me alsof we op de set stappen van een oud Hollandse klucht.

Verhaal

Hij draait zijn verhaal af zoals hij dat al honderd jaar doet. Elke mogelijke vraag die we zouden hebben is als antwoord verwerkt in de monoloog. Het verhaal van de twee sleutels legt hij twee keer uit. Een sleutel voor de kamer en een sleutel voor de buitendeur. Of we dat begrijpen? We knikken. “Wificode is straatnaam”, gaat hij verder. “Kleintjes, nergens grote letters, ook niet de eerste”.

Parkeren

Hij wijst ons hoe te rijden om op de parkeerplaats te komen. Als we ons vijf minuten later melden vanaf de achterkant van het hotel, is hij lichtelijk verbaasd: “U heeft het gevonden?” Er klinkt bewondering door in zijn stem.

Rustig avondje

We gaan ergens eten en rijden nog even langs het hotel omdat ik iets vergeten ben. We parkeren aan de voorkant. Als het belletje klinkt dat onze entree verklapt, is de man er weer. Als een popup-mannetje uit een opengeslagen boek.

“U gaat van achteren weg, u komt van voren weer binnen’ mompelt hij. Zoiets heeft hij nog niet eerder meegemaakt. Hij wenst ons een rustige avond en welterusten. Ik zeg dat we nog weggaan. De man kijkt verbouwereerd en is van slag. “U zei toch net dat u al gegeten heeft, dus ik dacht ….”.

Als we na middernacht via de achteringang naar binnen gaan met de tweede sleutel, komt hij aangeschoven. ‘U gaat van voren weg en komt van achter binnen. Zeker om het huis gelopen.’ Hij verwacht geen antwoord, hij zoekt het zelf al jaren uit. We wensen hem een goede nacht. Als twee ondeugende kinderen glippen we onze kamer binnen. En nu gaan we ontbijten. Wat een spanning.