CategorieBlogs

Hondenleven (2)

Onze hond heet Bas en is een MAN. Net zoals vaak de te kleine man van ons eigen soort, gedraagt Bas zich alsof hij heel groot is. Zijn borst vooruit, zijn poten stevig onder het gedrongen lijf. Bas loopt nergens voor om, in tegendeel. Op alles gaat hij af, gedraagt zich als heer en meester op plekken waar hij niets te vertellen heeft. Soms moet hij dat bekopen met een vechtpartij maar zelfs als hij duidelijk verloren heeft behoudt hij zijn trots.
I’m the man. Dat draagt hij uit, op het irritante af. Als we uitgaan, we, want dat is echt een gezamenlijke activiteit, bepaalt Bas de route. Op elke willekeurige kruising blijft hij staan. Zijn kop in de richting die hij uit wil. Met zijn ogen schuin kijkt hij naar mij die de andere kant op wil. Soms staan we zo een minuut. Hij stoïcijns, ik net zo goed. Een korte ruk aan de riem helpt niet. Hij maakt zich niet alleen groot, hij voelt ook ineens heel groot. Meestal wint hij. Eén pas van mij in zijn richting en hij huppelt vrolijk verder op zijn pad dat hij kennelijk al van te voren bepaalt heeft.
Ja, Bas is een man.
Loopse vrouwtjes opgelet. Hij ruikt van verre waar het feest kan plaatsvinden. Maar och arme, arme Bas! Hij heeft het nog nooit gedaan. Weet ook niet hoe het moet. Hoe redt hij zich daaruit?
In een volgend hondenleven meer hier over.

tweet, tweet

Ik heb een rijk sociaal leven
geen mens doet mij dat na
vraag nooit meer: ‘heb je even’?
volg mij maar waar ik ga
een kleine irritatie
een groot geheim geluk
te veel aan stimulatie
ik plaats gewoon een stuk

ik heb een rijk sociaal leven
doe overal aan mee
ik twitter echt zojuist nog
“ga nu naar de wc”
mijn vrienden zijn steeds om me heen
online toch wel het meest
dus nee, ik voel me nooit alleen
het leven is een feest

ik hyves, ik tweet
mijn anonieme leven
heeft toch zin, ik wist het wel
het duurde enkel even
ik geef mijn mening ongevraagd
begin mijn eigen site
zou leuk zijn als nu iemand zei
dat is een leuke maid.

Het eendenpad

Elke morgen als ik naar de tram loop, ben ik weer verbaasd als ik de hoek om ga en mij plotseling in een andere wereld waan.
Waar ik ook kijk: eenden. Grote, kleine, mooie en lelijke. Tussen de vele eenden door lopen de ganzen en zwanen, statig, wakend over de meute. Nu wilde ik al eerder hierover schrijven maar de waarheid is dat ik nog geen onderscheid kan maken tussen een eend en een fuut. Om dan te schrijven over vogels… Maar vanochtend was het weer zover. Ze lopen over de straat alsof het van hen is. Het is nog een wonder dat ik er door mag. Elke keer verwacht ik dat ze op één moment zich verzamelen en, als in een afschuwelijke horrorfilm, op mij af komen rennen, mij insluiten en me gaan pikken. De kleintjes beginnen aan mijn voeten, de brutalen springen op mijn schouder en trekken de geblondeerde haartjes een voor een uit mijn kop. Ze vreten me op. Helemaal. Er wordt niets meer van me teruggevonden. Tot de volgende argeloze voorbijganger hetzelfde overkomt. Verdwijnt. Op klaarlichte dag.

Daar denk ik dan zo over na. Gewoon op een doordeweekse dag.

Net even gegoogled op eenden. Verder als groot en klein kom ik niet, maar nu is dat over. Wat dacht je van kuifeenden, bergeenden, pijlstaarten, zaagbekken, eidereend, de smient, tafeleend, krakeend, zwarte zeeëend, de wintertaling!
Dan kan je ze nog eens opdelen in soorten ook: grondeleenden, duikeenden en fluiteenden.

Ik ga van mijn ochtendmoment iets moois maken. Ik ga er van leren. Zulke dingen komen niet voor niets op je eendenpad!
Wordt vervolgd.

Voor H.

Klein Liedje

Een vlinder in de zon
een nestje op het water
een roos op het balkon
een schitterende schater

de tere bloemen die je ziet
waar niets meer werd verwacht
de tonen van een prachtig lied
een kind dat naar je lacht

de geur van zomer op je huid
de wind die zachtjes zucht
de man die vrolijk naar je fluit
het ijle van de lucht

laat alles maar de lente
het nieuwe, het ontstaan
laat alles maar de lente
en wen er langzaam aan

mei 2010

deze maand herdenken wij
de moeder, de vader
herdenken de maand mei in alle levenden

herdenken we de kracht en kunde
haar manier hem toe te lachen
als er niet zoveel te lachen viel

herdenken wij de lust tot leven
zijn manier om mee te zingen
op haar tonen in mineur

herdenken wij de vrede in het huis
als het buiten guur was en
ijsbloemen op de ramen bloeiden

herdenken wij de vader, de moeder
de aarde, de zon
waardoor het leven mogelijk werd

Portiek

in de muren van het portiek staan
onze namen in de muur gekrast

paardenstaarten, kusjes, korte rok
de jongen op de derde tree

bietengeur vermengd met de schrale lucht
van oude mensen

het peertje aan het plafond, niet genoeg licht
om thuis te komen

de trapleuning van ijzer voelt koud
honderd kinderhanden kleven aan

ontelbare voetstappen van jongens
meisjes, ieder rennend
om altijd ergens op tijd te komen

en binnen de lucht
van thuis