CategorieBlogs

Ik zou wel willen lachen, maar ik kan het niet meer

Rimpels. Een simpele rimpel tot daar aan toe. Maar deze jongen kan het op zijn buik schrijven. Aan deze hoeveel rimpels is niet heel veel te doen.

Ik zag van de week de aankondiging van de nieuwe cd van Barbra Streisand. Ze staat op de foto en ik kijk en en denk: ‘waar is Barbra’ gebleven? Het is een pop geworden, een standbeeld, een plastic omhulsel.

Ik vind het jammer. Ook ik trek wel eens mijn overtollige nekvelletje naar achteren of trek met twee handen mijn gezicht weer in een oude vorm. Twee handen is niet genoeg om het in één keer voor elkaar te krijgen.

Maar deze totale verbouwing? Dat je je overal opnieuw moet voorstellen. En wat zit er onder de jurk. Of laat je de hele boel stuken?

Mummie

Van de week zat modeontwerpster Sheila de Vries bij Pauw aan tafel. Als een mummie bewogen alleen haar ogen heen en weer. Dus ze leefde nog wel. Maar ook zo’n onnatuurlijk gezicht. Toen ze probeerde een oppervlakkig glimlach te produceren lukte dat amper. Aan een rimpel in haar neus was te zien dat ze lachte. En die rimpel herkende ik. Van Monique van de Ven. Die heeft ook zo’n schattige, dikke rimpel in haar neus als ze lacht. Deze oorspronkelijke, prachtige vrouw heeft ook het een en ander laten doen. Het zal nodig zijn in het vak, maar ik vind het zonde. Alle eigenheid verdwijnt. Ik heb er helemaal geen moeite mee dat vrouwen en mannen rimpeltjes wegspuiten of het een en ander glad trekken. Maar het origineel mag wel zichtbaar blijven.

 

Rode kaart

We waren gisteravond in Theater de Veste, de voorstelling van Sara Kroos. Een aanrader trouwens. Zoals in de recensies te lezen, de meest persoonlijke voorstelling van Kroos. Het ging immers ook over de depressies en andere heftige zaken.

Ze is grappig, grof, brutaal maar ook kwetsbaar en breekbaar. Van mij mag ze de hele avond zingen. Haar stem is zo sterk en mooi. Haar liedjes vond ik eigenlijk het meest breekbaar.

Ze haalt er van alles bij, onzin en zin. Weet een pijnlijke gebeurtenis net weer even anders te benaderen. Een mier blijkt meer dan een mier.

Hoog pottengehalte

En natuurlijk veel grappen over potten en haar overeenkomsten met ‘de man’. Maar waarom dan toch die rode kaart? Niet voor Sara natuurlijk maar voor een dame uit het publiek. Die op het meest breekbare punt in de voorstelling, het moment dat Sara Kroos gaat zitten en ons vertelt over het diepste dal ooit, waar zij in heeft gezeten. Op dat moment besluit een dame op te staan en met flits en al een foto te maken.

Stil

De zaal valt stil en Sara Kroos valt stil. Haar monoloog naar de klote. Ze is maar heel even stil. Ze staat en zegt: ‘Jij dacht juist op dit moment, kom laat ik een foto maken. Die anderhalf uur hiervoor waarop ik stampend en dansend over het podium beweeg waren blijkbaar niet geschikt…

Het mooiste moment is weg. Ook voor de dame in kwestie. Want Kroos komt er nog een paar keer op terug, Grappend en dealend met de situatie. En de dame, ik heb me niet omgedraaid omdat ik niet eens wil weten wie er zo dom is. Maar als zij later thuis naar de foto kijkt, zal ze veel meer zien dan een ontroerende Sara Kroos. Ze zal rood worden, hakkelen en stamelen, alsnog door de grond willen zakken van schaamte.

Dat hoop ik tenminste. Of zal ze lachend haar vriendinnen bellen? ‘Wat ik nu toch weer had vanavond’, ‘gekke ikke’.

 

Nooit meer

Naarmate de jaren verstrijken, en wij dus ook, veranderen er dingen die onomkeerbaar lijken. De natuur houdt huis en niet te zuinig. En hoewel we heel hard blijven schreeuwen dat we er best nog mogen zijn, schreeuwt een stem van binnen: ‘help’.

Zo is het lichamelijk verval. Zo is er het geestelijk verval. We verliezen echt onze wilde haren, we worden trager, zijn eerder moe en er zijn weinig nieuwe ervaringen. En zijn er al nieuwe ervaringen, dan zijn het dikwijls niet de leukste en kondigen ze een periode aan van herhaling.

Nieuwe ervaring

Zo’n ervaring had ik laatst. Meer een bewustwording eigenlijk. Ik kon me namelijk niet meer herinneren dat ik een zak chips onbekommerd openrukte en gewoon ging eten. Ik herinner me wel zo’n zak en een emmer schuldgevoel.
Gewoon een patatje eten? Na het stappen? de shoarmatent in? Nemen we bitterballen? bij de borrel?

Elk chipje vormt plotseling 100 gram vet rond de buik. Je kan gewoon voor de spiegel staan en je ziet jezelf van vorm veranderen. Vroeger kon je me wakker maken voor een moorkop, iets wat trouwens nog nooit iemand heeft gedaan. Nu moet ik zelfs moorkoppen links laten liggen. Meer dan het stukje ananas wat er bovenop ligt, zit er niet in.

Oliebollen

Deze week liepen Vriendin en ik langs een oliebollenkraam. Waar mensen in de rij staan om zakken te vullen. We ruiken lekkere luchten maar ik heb zelfs opgegeven om hardop tegen Vriendin te zeggen: ‘zullen we’. Want Vriendin is sterker dan ik. Ik ken het antwoord. We lopen in stilte voorbij en mijn hoofd hangt treurig naar beneden.

Ik vrees dat het zo gaat blijven. De tijd van graaien en snaaien is voorgoed voorbij.

 

Dichter bij de dood (kan ik niet komen)

Gisteren, 2 november Aller Zielen, deed ik voor de eerste keer mee aan Dichter bij de dood. Een stemmige bijeenkomst op de begraafplaats Oud Eik en Duinen, waar zoveel kunstenaars, dichters, schrijvers liggen begraven. De bezoekers wandelden een met fakkels verlichte route en stonden stil bij de zeventien dichters die verspreid over de route, een voordracht hielden.

Voor mij een unieke ervaring om iets te vertellen over Jean Louis Pisuisse, die daar begraven ligt, en een eigen gedicht over de dood voor te dragen.
Maar het zat niet allemaal mee.

Stikdonker

Mijn plekje was stikdonker. Tot ik het lumineuze idee kreeg om een oliefakkel van een eindje verderop te verplaatsen naar mijn standplaats. Maar die was vast geplaatst door een krachtpatser van jewelste want hoe ik het ook probeerde, ik kreeg de fakkel niet in de grond. Stel je voor: donker, een zwevende fakkel met rond wakkerend vuur en een onhandige dichter die met de naderende voetstappen van de eerste bezoekers in het oor, een fakkel probeert te plaatsen. Uiteindelijk heb ik met twee handen mijn nagels kapot gegraven in de harde ondergrond. Zonder resultaat. Uiteindelijk het ding weinig respectvol op een grafzerk van een onbekende buurman geplaatst. Ik moest immers mijn handen vrij hebben om voor te kunnen lezen.
Niet echt een goede voorbereiding kan ik je verzekeren.

Mensen, mensen, mensen

Er was veel aanloop en voor een dichter die niet wekelijks in het openbaar spreekt, een goede oefening om de juiste toon en het juiste timbre te vinden. Omdat er zoveel groepjes langskwamen had ik de gelegenheid om dat te oefenen en kon ook steeds meer ‘zomaar’ vertellen. Mooie reacties, dankbaar publiek en een ludieke plek natuurlijk voor deze viering.

De meegekregen thermoskan met koffie was een lief gebaar. Maar heb je ooit in het pikkedonker een kopje koffie proberen in te schenken. Een kleine vloek, ook weer niet eerbiedig, liet ik toen de hete, zwarte vloeistof over mijn kapotte vingers stroomde.

Morgen meer over Jean Louis Pisuisse en de reden waarom ik hem heb gekozen.

Boer zoekt, maar ik vind het niet

Vriendin heeft een niet eens heimelijke liefde voor Boer zoekt vrouw. En ik heb de laatste jaren ook vaker gekeken dan daarvoor. Eerlijk is eerlijk, vooral om er over te kunnen schrijven. Maar ik heb er nog geen letter aan besteed. Waarom? Er gebeurt niets.

Ik moest de site van BZV er even bij halen voor de namen van de boeren (M/V). Je hebt Marnix. Boer. Echt een boer. Wel een leuke kop maar zijn oneliners zijn tenenkrommend slecht. Grof en onbehouwen. Dat er waarschijnlijk een klein hartje inzit, wil ik best geloven. Wanneer gaan de vrouwen zelf eens denken: ‘wat doe ik hier met deze mijnheer Boer?’

Jaap is oké. En daarom al niet leuk om over te schrijven. Ook zijn dames zijn leuk. Het meest verrassende dat kan gebeuren is dat deze sympathieke man stiekem al getrouwd blijkt.

Wim. Wim werd het leukste jongetje van de klas genoemd. En terecht. Een leuke kop, leuke krullen, leuke kuiltjes in de wang. Maar wat zit er nog meer onder die kuiltjes? De gesprekken die hij met zijn vrouwen voert gaan over niets en dat houdt hij rustig een dag vol. En maar lachen. Een van zijn vrouwen mist diepgang. Flirten is een woord dat hij niet kent. Hij wil genomen worden. Dat zou wel weer leuke televisie opleveren.

Dan hebben we boerin Michelle. Een doortastende, best leuke verschijning. Maar een BoerenBitch. Ze commandeert de leuke jongens als konijnen in een hoed. Ze mogen er pas uit als zij het zegt. ‘Doe dit, doe dat, doe slimmer, doe sneller, doe meer, minder, beter, harder, zachter. De mannen kruipen nog net niet door de champignons maar dat kan zomaar gaan gebeuren.

Steffi. Steffi is Steffi. Geen woord teveel. Een lief, puur mens. Onhandig met haar lijf, onwetend van haar schoonheid. Eerlijke blosjes en oprecht verrast dat zij mannen kan bekoren. Ze heeft aandacht voor haar aardige jongens. Haar mannen zijn jongens, onzeker, onhandig maar flirten als de beste. ‘Ik heb geen cadeau voor jullie’, zegt Steffi. ‘Dat hoeft niet, jij bent er, dat is alles’. Hoe lief.

Ik kan het bijna niet zien als er iemand wordt weggestuurd. Zo pijnlijk en oneerlijk soms. Signalen blijken verkeerd begrepen of verkeerd uitgestraald. Ik wacht op het moment dat de drie vrouwen bij een boer die ze echt niet verdient, voor zijn keuzemoment opstaan en zeggen: ‘Je bent net iets teveel boer. We gaan’.

Nog zo’n mooi document

Schreef ik deze week over de ontroerende film over mijn ouders, er was nog een film die we bekeken. Toen mijn tweelingzus en ik vijftig werden, is er als verrassing een film gemaakt door vrienden. Een film met beelden, interviews en meer.

Het waren gesprekken met onze moeder en met onze partners en de dochters van mijn zus. De film begint met beelden van de keurige woonkamer van mijn moeder. Haar handen die de ketel vastpakken, een kop en schoteltje neerzetten. Beelden van de glazen vitrinekast waar de auto’s in staan die mijn vader met uiterste precisie maakte.

Alleen het zien van die ‘stille’ beelden roepen bergen herinneringen op. Die roze auto staat nu bij mij ergens te staan. Waardevolle spullen van mijn ouders, waar ze hun leven lang zo zuinig op waren en die na hun dood, ook vergaan bleken. Als de ziel uit huis is, is het dikwijls ook uit de spullen.

Moeder

Mijn moeder was nerveus, zegt mijn zus die er destijds bij moest zijn. Want hoewel slechts een camera van vrienden, voor haar was het een spannende aangelegenheid. Ze vertelt over haar leven, het gezin van vroeger. Dan gaat het over ons. Veel te moeilijke vragen soms voor een generatie die niet is groot gebracht met navelstaren. ‘Welke eigenschap van Anja had u willen hebben?’. Het blijft lang stil en dat begrijp ik heel goed. Soms zit je te dicht op elkaar om iets te willen hebben van diegene.

De zusjes

De zusjes waren wij. Heel soms hadden mensen onze namen goed. De karakterschets die mijn moeder van ons maakt is haar karakterschets. Het is niet zozeer pijnlijk of ontroerend, het stemt tot nadenken, tot er nog even over willen praten met haar.

Wat blijft hangen is haar antwoord op de vraag: ‘Als u alles over zou kunnen doen, wat zou u dan overdoen?’
‘Alles’, zeg mijn moeder. Ik hoor een nerveus lachje van de vriendin die het interview afneemt. Niet het antwoord dat zij en wij wilden horen maar we begrijpen haar zo goed. Ze legt uit: ‘Er was geen tijd voor vriendinnen, voor studeren, voor werken. Er waren vooral altijd zorgen’.

En ik weet zeker dat ze geen andere man had willen hebben, geen andere of meer of minder kinderen. Ze was zo’n moeder die er altijd was en waar je altijd bij terecht kon. Maar wat had ze graag meer lol willen hebben. Willen zingen en lachen. Zorgeloos leven. Het leven hebben dat wij, haar kinderen, leiden.

Wat een prachtig cadeau is dit toch. Bijna 10 jaar later zien we het weer voor het eerst. Horen we haar stem, zien we haar vingers die altijd nerveus bewogen. Zien we hoe ze al ziek was maar dat allemaal nog niet wisten. Een jaar later zou ze overlijden.

Ik ga mijn vrienden nog een keer bedanken.

Een beetje passie alsjeblieft

Via Linkedin krijg ik felicitaties. Twee jaar is het al dat ik als zzp’er begon. Twee jaar, het is voorbij gevlogen. Het lijkt korter, het lijkt sneller, het is zeker intenser. Minder inkomsten dan voorheen, minder structuur maar veel meer passie.

Mijn keuze om voor mezelf te beginnen was er eentje recht uit het hart. Niet gedwongen door omstandigheden maar gedwongen vanuit datzelfde hart. Gisteren had ik een afspraak met twee mannen die door omstandigheden plotseling een keuze moesten maken die ze misschien anders niet hadden gemaakt.

Restauraanteigenaren

Daar zaten ze aan een tafeltje te wachten op mij. Het verhaal? Beide enthousiaste horecamensen, krijgen te horen dat het restaurant waar ze werkten, er mee op zou houden. Bedankt voor de mooie jaren. U kunt gaan. Beide mannen niet meer echt piep maar met wel een nog heel leven voor zich. Zich afvragend of ze ooit nog ergens aangenomen zullen worden, besluiten ze het roer om te gooien. ‘We gaan het zelf doen’.

En nu zijn ze eigenaar van een klein restaurant. Ze werken zich al maanden uit de naad om de boel op poten te zetten. Ze staan vroeger op dan ooit, maken langere dagen dan ooit, genieten  en zitten soms ook met gierende spanning in het lijf want gaat het lukken?

Reserveren

Hun enthousiasme maakt dat ik nu al bij ze wil gaan eten. En dat is knap want er staat nog geen tafeltje klaar om aan te schuiven. Maar de passie is te lezen in hun ogen en te voelen aan de energie. ‘We zijn nog niet echt oud’, zegt de één. De ander knikt: ‘ik ben nog lang geen vijftig’. Ik glimlach. Ik ben die vijftig al ruim, ruim, gepasseerd. En kijk ons daar zitten. Drie mensen die willen, die kunnen, die gaan. Ik word er blij van.

Ze zijn oprecht blij met elkaar als eigenaar-collega’s. Hun respect voor elkaar is groot. Ze geloven er in. En ik geloof in hun. Met mijn tas vol met hun nieuwe telefoontjes en simkaartjes (want horecamensen moet je niet lastig vallen met techniek) ga ik naar huis. Domeinnamen, acccount, webhosting, google, facebook… je moet ze er niet mee lastig vallen.

Ieder z’n vak. Ieder z’n passie. Ieder z’n eigen stuiter.

Mijn nieuwste oud-collega’s

Toen ik ongeveer een jaar geleden als freelancer bij de krant begon kwam ik terecht in een wazige wereld. Neer geplempt op een stoel achter een scherm had ik geen idee wat er van mij verwacht werd. Mijn nieuwe collega’s keken met dezelfde verwarring naar mij. Het nieuwe avontuur begon.

Een groepje van zes totaal verschillende types gingen hetzelfde werk doen. Geen ingewikkeld werk maar wel werk waarbij enige concentratie vereist was. We werden op de afdeling al snel ‘de stilteplek’ genoemd. Geen tijd voor een grapje of gesprekje. Tikken. Toch ontstond er in die stilte een band.

Oud-collega’s

Sommigen gingen een paar maanden geleden iets anders doen en gisteravond hadden we onze eerste wijken-borrel. Stel je voor, je pikt ad random vijf mensen van de straat en zet ze aan een tafel. ‘Jullie worden collega’s’. Zo ongeveer moet je je dat voorstellen. Het gekke is, dat het klikt met ons. We klikken ondanks al onze verschillen in doen en laten, in leeftijd en levenservaring. De eerlijkheid gebied dat ik de allermeeste levenservaring in jaren heb en zo ook verhalen hoor die ik niet zelf heb meegemaakt want ‘van na mijn tijd’.

Tinderseks

Ik hang aan de lippen om de verhalen over Tinder te horen. De vrouwelijke collega vertelt met smaak over nummer één, twee, drie en vier waarbij we beurtelings onze handen voor de mond slaan want ‘erg’. Ik hoor over ‘tinderseks’ en kan naar waarheid zeggen dat ik dat nooit gehad of gedaan heb maar misschien heette het vroeger anders. Een van de mannen heeft een tinderliefde opgedaan in een ver, ver land. Hij gaat weer terug naar haar. Op de vraag of hij verliefd is zegt hij dramatisch: ‘Ja, denk je dat ik voor mijn lol naar dat prachtige, zonovergoten paradijs ga’. Tinder is dwingend, blijkt.

We gaan van ‘high’ naar (b)low. Zij zijn mijn nieuwste oud-collega’s. Wonderbaarlijk hoe een bijeengeraapt zootje toch een clubje kan worden waarbij je wilt horen. Gewoon door stukjes te tikken over bingo-avonden, brei-groepjes en rommelmarkten.

 

Uggelig


We hebben het weer eens over het weer. Hoe warm, hoe bijzonder. We puffen in oktober van de warmte. Trekken jassen toch maar uit. Mijn lichaam werkt alleen niet mee. Die staat in herfststand.

Ik voel me uggelig.
Dat gevoel dat je verlangt naar andere warmte. Naar samen, naar kaarsjes aan, naar open haard en rode wijn. Als in de lente de eerste zonnestralen het land doen oplichten, licht mijn hart ook een beetje op. Het cadeautje van boven doet wonderen voor hart en ziel. Maar het is wel een keertje klaar, ja!

Wintermens

Ik ben geen wintermens. Sneeuwpret is niet aan mij besteed. Buitenzijn is geen feestje. Maar binnenzijn omdat ik niet buiten wil zijn, wel. Ik verlang er voorzichtig naar. Naar gordijnen dicht, naar afzonderen, naar in het donker filosoferen over het leven en de liefde, over al die binnenzaken die in de zomer maar moeilijk op gang komen. De zomer is onze buitenkant, de winter onze binnenkant.

Andere zon

De zon is ook anders deze dagen, al bijna afwezig, hij schijnt nog wel maar het gaat niet meer van harte. De ligstoel heeft zijn beste tijd gehad, die zal mij nog maar even kunnen dragen. De tuin weet ook van geen ophouden. Overal springen weer grassprietjes omhoog, denken rozen het nog eens over te kunnen doen maar ze komen van een koude kermis terug.

Seizoenen

Die seizoenen van ons. Altijd wat te zeiken. Te lang, te kort, te koud, te warm, te winderig, te nikserig. Maar de seizoenen doen meer dan het weer in vieren delen. Ze zorgen ook dat wij ons terug kunnen trekken om straks weer met alle energie naar buiten te treden.

Ik doe vandaag mijn uggs aan. Het belooft 26 graden te worden, deze dertiende oktober. Ik daag ze uit. Al die zesentwintig graden.

 

Verrassend avondje uit


Een onverwacht avondje uit als we getrakteerd worden door Zus en Zwager. Bijna traditiegetrouw beginnen we de avond bij café Voorhout op de Denneweg. Als ik er in de buurt zou wonen, zou dat mijn stamkroeg worden. Gewoon gezellig, dat zegt genoeg en zegt alles. En dan in de ambiance van deze prachtige buurt, meer hebben we niet nodig.

Het is nog rustig als we een wijntje bestellen. Maar als we vertrekken om naar het restaurant te gaan zijn alle stoelen en krukken bezet. Zwager rekent af om oog in oog te staan met zijn zus en zwager. Op nog geen meter van elkaar hebben we samen ‘apart’ geproost. De hilariteit in het café is groot als we elkaar lachend en met verbazing begroeten.

Lichtjes

Zwager wil eten in het leuke straatje waar buiten de lichtjes op de grond ons leiden naar restaurant Allard. We worden hartelijk begroet met de boodschap dat de elektriciteit is uitgevallen maar dat er met man en macht wordt gewerkt om alles voor elkaar te krijgen. ‘We kunnen jullie natuurlijk wel alvast een heerlijk voorgerecht serveren’. Zwager, nog in de ban van de Pinot Grigio bestelt een fles zonder om de kaart te vragen. Na het voorgerecht, als de tweede fles wijn ontkurkt wordt, vragen we naar de prijs. We verslikken ons nog net niet. Maar ik voelde al nattigheid omdat onze eerste fles meteen de laatste fles was die zij in voorraad hadden maar de ober ons verzekert van de kwaliteit van hun andere wijnen.

Eerlijk is eerlijk. De wijn is meer dan heerlijk. We nippen zuinigjes en vertrouwen op de goede werking van fornuis en haard. Nog geen tien minuten later staat de kok verontschuldigend aan onze tafel. Het gaat niet lukken. Zowel voor hen als voor ons teleurstellend. Met twee flessen rode wijn als excuus en een fikse rekening, vertrekken we richting Plein.

Piet Patat

Onderhand dromen we van een vette hap. Bij Piet Patat rennen we naar binnen en bestellen bij de Marokkaanse mijnheer Piet vier patatjes oorlog. Op het Plein nemen we plaats tussen al die mensen die op deze oktoberavond genieten van de Haagse Lente. We bestellen nog één glaasje en voeren een diepgaand gesprek over de liefde.
Het leven is goed.