CategorieBlogs

Zwoele zomeravonden

Het blijkt dat we in 1976 ook zo’n zomer hebben gehad. Zoals nu. Ik weet er niets meer van. Zomers vervagen in herinneringen van lopen zonder jas en glaasjes rosé op een terras. Maar deze zomer, ga ik niet vergeten.

In april waren Vriendin en ik op Kreta om alvast een voorproefje te nemen van wat warmte op huid en hart. In Nederland bleek het warmer dan op Kreta en we gunnen iedereen altijd alles maar niet als wij op vakantie zijn. Toch bleek er gelukkig nog zon over toen wij terugkwamen en nu, drie maanden verder, staat ‘ie nog steeds te branden alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Maar dat is het niet.

Hittegolf en boeren

Het nieuws dat er misschien wel een ongekende hittegolf op komst is, houdt de gemoederen bezig. Nog warmer, nog langer de zon in de zee zien zakken maar nu met de zekerheid dat ‘ie er morgen weer is, onze zon. Moeten we blij zijn of ons zorgen maken? De droogte zorgt nu al voor veel problemen, de boeren hebben het zwaar. IJssalons daarentegen halen dit jaar omzetten waar ze nog jaren op kunnen teren, terrassen zitten bomvol met korte broeken en luchtige jurkjes.

Cultuur

Ik merk nu al dat mijn tempo van wandelen niet meer lijkt op dat van mijn wintertempo. En zo hoort het ook. We horen te slenteren, het liefst met een liefje aan de hand, op blote voeten. Dag- en nachtritme zijn niet meer strikt gescheiden maar lopen grenzeloos over in elkaar. We begrijpen steeds beter waarom er landen zijn waar siesta’s worden gehouden, waar het buitenleven belangrijker is dan het cocoonen in prachtig ingerichte huizen. De rust van een zon die er altijd is, maakt dat we niet meer in de zon MOETEN. Het doet er niet meer toe wat we aantrekken als het maar luchtig en licht is.

Zwoel

Zwoel is misschien wel een van de mooiste woorden die ik ken. Het woord zelf is zwoel. Letterlijk betekent het vochtig en warm weer. Maar het woord heeft iets sensueels, iets van verwachting, broeierig maar niet vervelend. Wie had ooit gedacht dat ‘zwoel’ bij Nederland zou kunnen horen. Maar je ruikt het, je proeft het bijna. En dan muziek. Natuurlijk muziek waarin de zon aan het woord is, vrolijk, optimistisch, zwoel.
Wat is jullie mooiste, zwoelste zomernummer ever?

Voor mij is dat dit nummer:

Zeggen of denken

Minister Stef Blok waande zich onbespied tijdens een besloten bijeenkomst en zei daar dingen die hij nu eenmaal denkt. Nederland staat op zijn kop. Links en rechts buitelen weer over elkaar heen. Er worden excuses geëist. En daar snap ik nu weer niets van.

Dat hij geen voorbeelden kent van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont en waar een vreedzaam samenlevingsverband is, is zijn tekort aan kennis. Dat je het niet kent, wil niet zeggen dat het niet bestaat. Hooguit dat je beter moet kijken en moet willen zien.

Sorry seems to be the hardest word

Maar goed. Hij vindt dat en dat mag. Van mij mag iedereen vinden wat hij of zij wil. Zeggen ook. Maar biedt dan niet je excuses aan. “Sorry seems to be the hardest word?”, ik geloof er helemaal niets van. Hoe kun je je excuses aanbieden als je hardop uitspreekt wat je zachtjes denkt. Hoe kunnen we excuses aanvaarden als die excuses totaal geen waarde hebben want bedoel je het dan opeens niet meer?

Herkansing

Blok verdient na zijn gemaakte fouten een herkansing, vinden enkele deskundigen. “Blok heeft snel excuses aangeboden, en mensen kunnen beter worden na hun fouten.” Over welke fout hebben we het hier? Mensen kunnen leren van hun fouten, daar ben ik het mee eens. Maar als mensen alleen maar leren dat ze voortaan iets niet meer hardop moeten zeggen omdat het ten koste kan gaan van hun reputatie, de reputatie van Nederland, de politiek, het buitenland dan mogen die excuses van mij met een scheut bleekwater door de plee worden gespoeld. Fake news? Fake sorry!

Kan je dan nooit spijt hebben van iets wat je gezegd hebt? Ja natuurlijk. Je kunt andere inzichten krijgen, andere argumenten horen, je kunt zelfs iets zeggen wat je helemaal niet meent maar zegt omdat je op dat moment pissig bent. Dan zijn excuses op zijn plaats. Maar Stef Blok sprak niet uit de losse pols vermoed ik.

Geert Wilders en kornuiten

Blok’s uitspraken worden bejubeld door Wilders, Thierry Baudet en gelijkgestemden. Belangrijk verschil is dat deze mensen ook zeggen wat ze denken en dat wij, kiezers, dit weten. Daarom weten we ook op wie en waarop we stemmen.
Een minister van Buitenlandse Zaken die zegt dat hij zijn woorden beter had moeten kiezen…
Daar ging en gaat het niet om Stef Blok. En dat weet jij natuurlijk best. Dat vind ik pas erg.

 

Ik wil geen grenzen meer verleggen. Maar ja.

Om je te ontwikkelen en te groeien moet je grenzen verleggen. Dat verleggen begint al jong in je leven. De eerste keer dat je figuurlijk je moeders rokken loslaat… de eerste stapjes zet in wat een eigen leven heet. We hebben ze allemaal gezet. Soms, ben ik het een beetje moe. Dan vind ik dat ik recht heb op de grenzen die er zijn.

Mijn leven als zzp’er is best oké. Heel soms, al fietsend en mijmerend, vraag ik me in verbijstering af wat ik heb gedaan. Hoeveel ik verdiende toen ik nog een baas had, hoeveel vrije dagen ik gewoon kreeg zonder inkomsten te verliezen, hoe gestructureerd het leven was. Maar nee, geen spijt. Ik zou de keuze elke dag opnieuw doen.

Onbekend

Het leuke en tegelijk toch ook het enge van kiezen voor je eigen koers, is het onbekende. Wist ik met de baan die ik had wat mijn taken waren, hoe laat ik mocht komen en gaan, wie mijn collega’s waren, als zzp’er moet je plotseling weer zelf initiatief nemen. Keuzes maken. Maar vooral moet je elke keer grenzen verleggen. De comfortzone bestaat niet meer. Soms zijn het muizenstapjes over grenzen heen, soms, voor je gevoel, heb je een paspoort nodig om de comfortzone te kunnen verlaten.

Werknemer of werkgever

Als werknemer volg je de baas. De directie bepaalt de weg die zij op willen gaan en samen wandel je er al dan niet mopperend, achteraan. Je kunt je schouders ophalen als je de keuzes weer eens niet begrijpt, denken ‘het zal mijn tijd wel duren’ of er weer vol enthousiasme voor gaan. Als je jezelf werk moet geven (grappig, ik bedacht bij het kopje ‘werknemer of werkgever’, dat ik ‘werkgever’ zelf als woord bedacht had – goed bezig dus :-)) ben je zelf de keuze. En dat elke dag opnieuw. Voor iemand met een tamelijk autistische inslag, het liefst blijf ik mijn eigen donkere hol, zijn dat megastappen.

Grenzeloos moe

Deze week voelde ik een grenzeloze moeheid opkomen. Als holbewoner vind ik het zzp’er zijn prima. Me, myself, I, in mijn kamer, achter mijn computer, mijn taal en tekens. Maar soms moet je ook freelancen in de grote wereld. Hoor je jezelf stomme vragen stellen: ‘hoe gaat deze computer aan?’, ‘kan ik direct naar buiten bellen?’, ‘wil er iemand koffie’. Nieuwe dingen leren, nieuwe dingen doen. Grenzen verleggen. En ik weet dat over een week of wat, deze grenzen opgeheven zijn en niet meer bestaan, tot de volgende grenzen opdoemen.

Ik mis niet de zekerheid van inkomen. Maar soms mis ik de geruststelling van ergens komen en weten wat de regels zijn. Er zijn mensen die van nature ‘outgoing’ zijn. Dat openene, die ontwapende lach, die teksten die vanzelf uit hun monden lijken te stromen. Dan wil ik ook zo’n mond.

Vandaag bedacht ik om aan het woord  zzp’er een andere betekenis te geven.
Zij Zet Punten. Letterlijk en figuurlijk mijn eigen grenzen aangeven. Ik kom er niet onderuit. Weer wat geleerd.

Arrogante ettertjes

Dit is een beeld van, drie keer raden… Ronaldo. De ballen moesten er op, dat is wel duidelijk. Het drie meter hoge standbeeld van Cristiano Ronaldo staat op zijn geboorte-eiland Madeira. Het beeld schijnt niet echt te lijken maar niemand kijkt naar het gezicht. Een voetballer als ‘erected statue’.
WK Voetbal

Ik heb met veel plezier gekeken naar het WK voetbal. Halverwege de finale gisteren verging mijn plezier een beetje want Frankrijk won. Maar enfin… wat maak ik me verder druk? Waar ik echt druk over maak is de arrogantie van sommige superhelden. Dit beeld is er maar een klein voorbeeld van. Waarom worden sommige topspeler van die arrogante eikels? Neem nu Kylian Mbappé. Je ziet aan alles dat hij een grote is en nog groter zal worden. Hij is pas 19. Hij maakt stappen die niemand maken kan, heeft een souplesse waar menig balletdanser met afgunst naar zal kijken. Een knappe kop op een prachtig lijf.

Talent

De opvolger van Pele wordt hij genoemd. Voetbaltechnisch dan want verder onderscheidt Mbappé zich nu al door onuitstaanbaar gedrag op het veld. Gaan liggen en zeiken en zeuren als het niet nodig is. Waarom ga je je zo gedragen als je al een groot talent hebt meegekregen waarvoor je eigenlijk alleen maar nederig dankbaar zou moeten zijn? Waarom moeten vooral voetballers zichzelf nog groter maken dan ze al zijn.

Voorbeeld

Deze jongens worden op handen gedragen omdat ze iets heel goed kunnen. Ze geven ook veel aan anderen want we genieten er met miljoenen van. Maar hun idiote gedrag wordt te makkelijk geaccepteerd. Zij zouden een voorbeeld kunnen zijn van hoe je omgaat met een groot talent. Maar ze laten alleen maar zien hoe klein ze diep van binnen gebleven zijn. Een bijtende Suárez, een pruilende Ronaldo, een intimiderende Pogba, een rollende Neymar. Grote voetballers, kleine mannen.

Standbeeld met ballen

Stel je voor. Je bent Ronaldo. Je krijgt een drie meter hoog bronzen beeld. Je kijkt en zegt: ‘ik wil meer ballen in het broekje’. En dat er dan een groot kunstenaar opstaat en zegt: ‘Ik laat alleen de waarheid zien. Zorg dat je ballen krijgt, dan maak ik ze’.

 

Wachten

Wij wachten al geruime tijd op een appartement dat gebouwd wordt. Lange maanden (jaren bijna) van beslissingen maken, twijfelen, hopen, maar vooral van wachten. Om ons heen wordt ondertussen al druk verhuisd. Familieleden die nog geen week geleden een huis kochten staan al te trappelen met verhuisdozen opgestapeld in de gang. Ik wil dat ook.

Wat is wachten eigenlijk een aparte bezigheid. Ik zocht een foto voor bij dit blog en kwam prachtige plaatjes tegen. Foto’s van mensen die ongeduldig of gelaten maar vrijwel allemaal ernstig zijn. Wachten is een serieuze bezigheid. En er zijn zoveel vormen van wachten. Wachten op een trein is heel anders dan wachten op de komst van je geliefde. Wachten op God vraagt ook weer andere overtuigingen. Soms kun je wachten totdat je een ons weegt.

Verwachten

Verwachten is iets dat zekerheid biedt. Je verwacht een brief of een loonsverhoging. Verwachten is wachten met verlangen. Dat verzin ik niet zelf hoor maar ik vind het wel mooi. Afwachten is weer heel anders. ‘Wacht nu maar af’, hoe vaak hebben jij en ik dat niet gehoord. Afwachten kan lang duren, tenminste zo lang totdat de persoon komt of er iets gebeurt. Afwachten vraagt geduld, verwachten geeft zekerheid.

Ik ben niet goed in wachten. Ga drentelen. Kan niet rustig afwachten en mijn ding doen. Wachten ziet er uit als niets doen maar het tegendeel is waar. De passiviteit van wachten staat haaks op het ongeduld ergens van binnen. Soms wil ik gewoon beginnen om een eind te maken aan het wachten.

Verhuisdozen

Er staan verhuisdozen. Wat zou ik wachten?

 

Even bellen…

Dit is mijn telefoon. Wat ik er mee doe? Nieuws volgen, twitter en facebook bekijken, agenda bijhouden, appen. Waar het ding in eerste instantie voor bedoeld is, vermijd ik meestal. Ik haat bellen.

Op de een of andere manier boezemt iemand bellen mij angst in. Geen ‘wegrenangst’ maar ‘uitstelangst’. De ‘vibe’ moet goed zijn en dat houdt in mijn geval nogal wat in.
Het liefst regel ik alles via andere kanalen. Mailen, appen, ik draai er mijn hand niet voor om. Geen van mijn vrienden zal ooit zeggen: ‘Je belt me teveel’, zoveel is zeker. Maar nu.

Even bellen

Nu is alles anders. Bij de krant is mijn werk vanaf deze week veranderd. Van teksten maken uit andere teksten word ik nu geacht iemand te bellen en wat vragen te stellen. Voor iedereen een fluitje van een cent.  Voor mij een bijna onneembare horde waar eerst alles perfect voor geregeld moet zijn: juiste afstand, timing, buitenstem.

Buitenstem

Mijn buitenstem moet ik zoeken. De stem die contact maakt, die beleefd is en de juiste woorden weet te vinden. Mijn binnenstem is een hele andere. Die begrijp ik heel goed maar anderen minder vrees ik. En niet alleen moet ik praten door zo’n ding, maar ook onthouden wat een ander zegt en dat naar waarheid weergeven. Niets leuke dingen toevoegen, grappig zijn of iemand willen doorgronden of bekritiseren. Neutraal. Correct. Kritisch. Waar ik normaal een telefoongesprek zo snel mogelijk beëindig moet ik nu zeker weten dat ik genoeg weet. Om niet naderhand terug te moeten bellen met ‘met wie heb ik eigenlijk gesproken?’.

Toen ik gistermiddag thuiskwam vroeg Vriendin hoe mijn dag was geweest.
‘Zwaar’, zei ik. ‘Ik moest iemand bellen’.

 

 

Vrouw & Co is een cadeau

Toen ik bekend maakte te gaan stoppen bij Vrouw & Co was de verrassing compleet. Niet het minst bij de mij meest dierbaren. ‘Weg bij je kindje?’ en ‘dit betekent zoveel voor je’. En het is allemaal waar. En de titel ‘Vrouw en Co is een cadeau’ meen ik ook uit de grond van mijn hart. Maar eigenlijk moet er staan: een groep waar je je thuis voelt is een cadeau.

Dit is een foto van een buitenoptreden van een paar weken terug. Gisteravond hadden we onze laatste repetitie voor de zomervakantie en traditiegetrouw wordt dat gevierd met heel veel hapjes en drankjes. De avond daarvoor had ik een etentje met mijn schrijfgroep als afsluiting voor de zomer. Mij net zo dierbaar.

Zo lang al…

Maar het koor gisteravond. Bij een van ons thuis in een heerlijke tuin. En met twee vrouwen erbij die door ziekte al enige tijd niet konden komen. En ik kijk vanaf de bank naar ze en geniet en ben ontroerd. Zoveel maken we samen mee. Lief en leed. Die ene die altijd teveel beweeg, beweeg nog steeds teveel. Die ander die vol passie en overgave wil zorgen dat het werkt, is de passie niet verloren. Kwetsbaar staat ze tussen het koor, op zoek  naar haar stem, want hoe klinkt het ook weer, wat is dat ook weer: zingen?

Ouder

En ik zie hoe we met elkaar ouder zijn geworden. Sommigen denken al over pensioen en stoppen met werken. Maken plannen voor ‘later’. Hoge stemmen worden lager. Maar wat gebleven is, is de lach. Het lachen om niets en daar van genieten.

Eigenlijk maakt het niet zoveel uit wat je doet met elkaar maar vindt een gemeenschappelijk doel en doe het samen. Het verrijkt je leven op zoveel manieren. Ik blijf het bijzonder vinden dan vrouwen, zo verschillend van karakter, een groep vormen waar voor iedereen plek is. En het gaat nooit vanzelf, dat weet ik wel maar juist dat maakt een groep boeiend.

Eén ding weet ik zeker. Ik blijf ‘groepen’.

 

En wel hierom

Marketing. Bedrijven maar ook jij en ik, kunnen niet zonder. Slimme vrouwen en mannen bedenken trucs waardoor jij en ik denken iets nodig te hebben. Of dat we iets missen als we het niet kopen/doen/denken/leren. Maar bij mij valt elke marketingtruc verkeerd. Behalve dan die ik niet doorheb. Dan heb je het goed gedaan (wat in mijn ogen nog steeds verkeerd is).

Ik ontving van een relatie een mail met de tekst: ‘Hoi Anja, ik houd het nog even geheim maar jij (boodschap = we hebben immers al zo’n enorm goede band opgebouwd), bent de eerste die alvast mag kijken”.

Misselijk

Dit soort teksten scoort bij mij niet en nooit. Misselijk word ik er van.
In dit geval gaat het om een product waar ik zelf echt in geloof. Het product is goed, ik gebruik het en zou willen dat meer mensen het gaan gebruiken niet om de laatste reden dat ik daar mijn boterham mee kan verdienen. Maar ik wil het niet op die manier. Toen ik dat antwoordde aan de beste man was hij geschokt en vond hij het jammer dat ik op eigen houtje mijn verkoop wilde doen. Op een nogal belerende toon schreef hij dat ik beter op zijn tips had kunnen wachten want: succes verzekerd. De man ging er van uit dat ik zijn ongeschreven moralistische vingertje niet zag zwaaien tussen de letters door.

Dom

Ik ben geen verkoper. Dan was ik een eigen winkel begonnen en geen tekstbureau waar ik zelf het instrument ben, het product, want het moet uit mijn pen vloeien. Natuurlijk wil ik reclame maken maar dan alleen als ik de lezer oprecht behandel. Ben ik de beste tekstschrijver? Nee, bij lange na niet. Maak ik de beste websites? Nee, absoluut niet. Het enige dat ik te bieden heb naast teksten en websites ben ik zelf. En dus zul je mij moeten leren kennen. Weten dat ik je niet laat vallen, dat ik doorga tot het eind, dat ik niet opgeef, met je je mee zal denken en hopen en bouwen.

Horloge

Een anekdote uit een vorige relatie. De vriendin van toen wilde een heel duur horloge kopen. Wij lopen op een beurs in ons gewone vrouwenkloffie. We worden door vrouwen en mannen in dure pakken niet bekeken. Integendeel. De totale desinteresse in onze aanwezigheid was pijnlijk. Totdat de vriendin aangaf zo’n horloge te willen aanschaffen. Stoelen werden aangerukt. Mantelpakjes brachten koffie en bonbons, we werden nog net niet onder de tafel gemasseerd. Het kwijl liep onze nek in.

Dank je wel. We gaan. Nu. Stik in je horloge maar vooral stik in je eigen vooringenomenheid.

Gunnen

Ik geloof heilig in mensen. Een bedrijf met de juiste mensen, mensen die houden van het werk, van het bedrijf waar ze werken, daar hoef je geen dure trainingen te geven in verkoopstrategieën of iets dergelijks. Dat gaat vanzelf. Product X hebben we misschien allemaal wel nodig maar van wie je het nodig hebt, dat is een hele andere vraag.
Snelle mannen en vrouwen kunnen mij gestolen worden. Ze rennen zo hard dat ze heel veel potentiële klanten missen.

 

Wat fijn dat ‘we’ niet meedoen

Een willekeurig voetbalteam. Kunnen IJslanders zijn of Engelsen, Fransen of Belgen. Een ding weet ik zeker, niemand hier draagt een oranje shirt en weet je wat: ik vind het heerlijk dat we niet meedoen.

We kijken best veel wedstrijden, Vriendin en ik. Vaak zijn we voor hetzelfde team. Altijd de onderliggende, het kleinste, het liefste, het bedrogen land. De echte grote jongens zijn al uitgeschakeld behalve Brazilië met steracteur Neymar. Beroer hem met een vingertop en hij rolt vijf minuten lang met gegil en geschreeuw over de groene weide. Maar de Belgen krijgen hem wel klein.

Normale hartslag

We kijken met een normale hartslag en optimistisch humeur want we hebben immers niets te verliezen. De oranjehemden liggen ergens te zonnebaden en kunnen inmiddels weer lachen om hun voetbaldebacle. Ik ook. We hebben nog één man in de strijd, onze oranje scheids, die nog geen wedstrijd verloren heeft. En ik geniet van de leuke wedstrijden.

Japan

Japan verloor gisteren van België en waren het de Belgen niet geweest dan had ik ze een overwinning gegund. Geen arrogante kwastjes, geen huilende spierbundels, geen getoupeerde ego’s maar gewoon leuke gasten die echt voetballen. Niet gaan liggen om het minste geringste of met een handje wapperen als zij denken dat er een gele kaart moet worden uitgedeeld. Zelfs hun tranen na afloop, werden verborgen onder de uitgedeelde handdoeken. Zo doe je dat: verliezen.

‘Voor mij geen slingers aan de wand’

Nog een voordeel. Het is rustig op straat. Geen toeterende auto’s, dronkenlappen om een sneue overwinning te vieren, geen oranjeslingers die doelloos wapperen op een leeggelopen plein. Geen kapotgeslagen stoelen, in elkaar geslagen horecamensen, malloten in de vijver en geen Oranje hit van Wolter Kroes.

Doe mij nog maar eens een keer zo een WK.

 

Mijn grote-mensengezicht

Hou ouder ik word, hoe meer ik me realiseer dat sommige dingen van mij nooit veranderen. Ik kan er beter mee omgaan, ik kan het verdoezelen of verzwijgen, maar ze horen bij me, of ik dat nu wel of niet wil.

Zo blijf ik graag in mijn eigen veilige wereld. Voel geen behoefte om een grotere wereld te ontdekken. De wereld in mezelf is groot genoeg en redelijk ontgonnen.

Mijn buitenkant is groot en flink en zelfverzekerd. Mijn binnenkant daarentegen is klein, kwetsbaar en breekbaar en slechts voor een enkeling toegankelijk. Soms.

Veranderingen

Ik kom er nu echt pas achter dat ik gewoon niet van veranderingen houd. Hoe stoer het ook is om te zeggen: kom maar op, I do it my way… Het is niet waar. Zeker, ik doe stoere dingen, maar alleen maar in de ogen van hen die zelf die dingen niet durven. We kijken immers allemaal met onze eigen blik naar de wereld van anderen.

Dat kleine meisje op de foto, dat ben ik. Die hand, dat ben jij. Ik blijf handen nodig hebben al is het maar om ze van me af te slaan. Ik weet hoe ik mijn grote-mensengezicht op moet zetten, die van ‘kom maar op’, die van ‘kan mij niet schelen’ maar eerlijk? Alles scheelt mij.

Met mijn grote-mensengezicht kan ik naar buiten en speel ik dat ik de wereld aan kan.

Stoer

Is het stoer om dit te delen in een blog? Voor heel veel mensen wel. Maar voor mij is schrijven, het onder woorden brengen van dingen die ik niet wil of kan zeggen, een hand naar buiten. Een hand naar mezelf. Een poging om mezelf te laten zien zonder maskers en gedoe. Om zelf de hand te zijn naar het kleine meisje dat nog steeds ergens onder een struik zit en wacht totdat iemand haar er uit trekt.