CategoriePersoonlijk

Nog één keer over de voetbalvrouwen, Waterreus!

Ik heb genoten van de voetbalwedstrijd gisteravond. Van het stadion, de mensen, het gejuich. Genoten van een feestje in augustus.

En natuurlijk is het niveau (nog) niet te vergelijken met het groten-mannenvoetbal. De wereld van geld en macht en ego’s. Hoewel de egootjes van de dames ook niet te onderschatten zijn, maar hé; vrouwen zijn net mensen. En een beetje topsporter gaat er helemaal voor.

Zuur

In zijn column (waarom krijgt iedere bekende Nederlander een column?) schrijft oud-PSV-doelman Waterreus: ‘het is, een uitzondering daargelaten, vooral dartelend over het veld rennen. Een sport in ontwikkeling. Het laatste wat die meiden bedrijven is topsport.’ Hij noemt het een marketingmachine die ‘we’ door de strot geduwd krijgen.

Waarom zo zuur, Waterreus. Het is toch dezelfde marketingmachine die we al jaren door de strot geduwd krijgen als het over mannenvoetbal gaat? Die ervoor gezorgd heeft dat jullie belachelijke bedragen verdienen omdat je toevallig een spel speelt dat wereldwijd belangrijk wordt gevonden. Je hebt er zelfs een column aan overgehouden en niet omdat je goed kan schrijven. Houd eens op met vergelijken.

Realiteit

Als we eerlijk kijken naar de Nederlandse vrouwen dan zie je dat ‘we’ er nog lang niet zijn. Maar we zijn goed op weg. Het is nu al zo’n enorm verschil met een paar jaar geleden. En het feestje is wat mij betreft een feestje omdat er eindelijk vrouwen zijn die voetballen. En die dat goed doen en die dat, over een jaar of wat, geweldig doen. Ze mogen van Waterreus heus wel een rondvaart door de grachten… dat is fijn.

Misschien overdrijven we het nu allemaal wat. Die vrouwen met (verplicht?) lang haar en een bal aan de voeten. Maar toen ik een jaar of tien was, was het echt wel gek als je als meisje ging voetballen. De hoorde niet. En met dat in gedachten, vind ik het feit alleen al een rondvaart waard.

Juichende mannen

Op de tribune gisteravond zitten ook juichende mannen. Dat is een mooi gezicht. Er worden voetballiedjes gezongen van honderd jaar geleden. Er zit een gezellige, ouderwetse ondertoon in de manier van toejuichen.  Het scheelt echt maar een haar of de hele tribune gaat ‘van links naar rechts, van voor naar achter’. Dat Waterreus, is nu blij zijn. En mogen we? De vrouwen zijn er nog lang niet. Eerlijk gezegd hoop ik dat ze er ook niet komen. Niet op de manier die bij mannenvoetbal de norm is geworden. Gewaardeerd worden is mooi, overgewaardeerd worden neemt alle realiteitszin weg. Blijkbaar verlangen we terug naar vroeger, toen voetbal een uitje was en je voor weinig geld een kaartje kon kopen. Dat verlangen zie je nu terug op de tribunes als de Nederlandse vrouwen ‘dartelen’ over het veld.

 

 

Supermarket flowers

De kenner roept gelijk: Ed Sheeran. Dat rode wonderjoch met zoveel talent dat hij alleen maar hoeft te schudden met zijn armen om liedjes uit zijn mouw te toveren.

Soms neem ik de tijd om echt naar teksten te luisteren. Zoals nu met de laatste cd van Ed Sheeran. Divide. Wat een prachtig album, gevarieerd en gewoon lekker om keihard in de auto af te spelen. Bij sommige nummers draai ik de volumeknop steeds een kwart slag naar rechts. Tot Vriendin (die rijdt) ingrijpt.

Oh I’m in pieces, it’s tearing me up, but I know
A heart that’s broke is a heart that’s been loved

Al die liefdes

Hij zingt veel over liefde en over dansen. Bij dat dansen zie ik niet direct een plaatje voor me, bij de liefdes wel. Ed Sheeran, de rode kabouter, zo’n doorsnee jongen: zo gewoon dat hij bijzonder wordt. Benaderbaar, aaibaar en invoelbaar. En tel daar dan eens dat enorme talent bij op. Ze vallen blijkbaar in bosjes voor hem en hij voor hen. Dat levert mooie liedjes op.

De mooiste liedjes gaan over voorbije liefdes. Ik hoop dat hij veel liefdes gaat krijgen. Die dan om de een of andere reden stuk gaan, heftig soms of teder. Maar zo dat het weer nieuwe teksten oplevert.
Hoeveel verschillende teksten kan je schrijven over verliefd zijn of over de pijn van het over gaan? Veel, dat blijkt. Dat ik hem veel voorbije liefdes wens is niet gemeen. Zo zingt hij zelf in Supermarket flowers: ‘a heart that’s broke is a heart that’s been loved’. En zo is het maar net.

Supermarket flowers

Supermarket flowers gaat over de dood van een moeder. Hij zingt vanuit zijn moeder en de dood van haar moeder, zijn oma. Een prachtige, liefdevolle tekst en zo kwetsbaar gezongen. Alleen de titel al is zo veelzeggend. Supermarket flowers. Ik moet gelijk aan mijn moeder denken die altijd een bosje fresia’s kocht. Klein en goedkoop maar ze had tenminste bloemen in huis.

Dit is het refrein:

So I’ll sing Hallelujah
You were an angel in the shape of my mum
When I fell down you’d be there holding me up
Spread your wings as you go
And when God takes you back we’ll say Hallelujah
You’re home

Luister:

 

Ze zijn er weer bijna

Het is weer begonnen. Het programma We zijn er bijna, waarin een groep ouderen met caravan of luxe camper samen op vakantie gaat. Inclusief reisleiding, technische mijnheer die van geen ophouden weet en plastic glaasjes voor het happy hour. Wij gingen er voor zitten.

Het is elk jaar een andere groep en toch zijn ze inwisselbaar, de campingmeneren en mevrouwen. Of komt het doordat de meesten al heel lang samen zijn en ook vakanties moeten voldoen aan de rites van het huis? Ze heten Jan en Annie en Koos en Wilma, en vaak is er een man alleen bij. Daar zal zorgvuldig over nagedacht zijn. Niet te veel ‘enkeltjes’ erbij. Dat is vragen om problemen.

Afspraken

Elk stel is op elkaar ingespeeld. Hij draait aan de wielen, zij opent de gordijntjes. Hij gebruikt de mover, zij knikt afkeurend, Hij rolt het buitenkleed uit en zet de satellietontvanger klaar. Zij zet koffie.

Vroeger had ik met een andere vriendin een caravan en ook afspraken. Met een knoop in de maag gingen we op weg naar de plek waar het ding gestald stond. Eigenlijk wist ik van te voren al dat we gingen ruziën. Want elke keer opnieuw wist ik niet meer hoe de spiegels gemonteerd moesten worden en liepen we door mij uit op het schema.

Dan moest het ding achter de auto maar dat ging niet vanzelf. Omdat ‘zij’ niet van schreeuwen hield naar elkaar (kom maar, ho, stukje verder, ho, stop, STOPPPPPPPPPPP) hadden we armgebaren afgesproken (afgekeken van een erudiet stel op een naturistencamping). Als een circusact gaven we met handen aan hoe ver je nog achteruit moest rijden, duimpje naar links, duimpje naar rechts en het stopteken.

Fun

En nu zie ik in dat programma mensen allemaal dingen doen die ik nooit meer, nooit meer wil doen. In de uitzending gisteren regende het een hele dag lang. ‘Man, man, wat een nattigheid’, zegt Wilma monter. Wat we niet zien is hoe ze zichzelf naar binnen wurmen zonder dat de caravanvloer nat en vies wordt. Ik durf te wedden dat er kleedjes achter de deur liggen of dat Annie klaar staat met een wegwerpdweil. Want eenmaal troep binnen dan krijg je het niet meer schoon. En het is een groep op doorreis. Dus alle handelingen herhalen zich met een dag of wat.

Pootjes neer, pootjes op, fietsen op de aanhanger, fietsen van de aanhanger, jerrycan vullen met water, stroomsnoer uitrollen en inrollen, wc-pot vullen en legen (dat laatste was het ergste), caravan weer achter de auto, lampjes controleren, links (top), rechts (top). Vanuit het niets schreeuwde ik gisteravond ineens heel hard ‘neeeeeee’. Vriendin keek me niet aan, zij wist het al, oude trauma’s herleven.

Blijven kijken

En toch blijf ik kijken naar het programma. Misschien is het de voldoening, dat ik nooit meer hoef, wel het cadeautje dat ik elke keer ervaar. Want zo’n groepsreis vind ik wel leuk maar ik wil bij een club die alles voor me regelt. Die de deur van de caravan voor me openhoudt, waar dan iemand staat met een (glazen) glas met witte wijn, mijn bed is opgemaakt, de wc-rol ligt klaar voor gebruik, de douchemuntjes voor het grijpen.

Een all-inclusive van ‘je bent er bijna’. Omroep Max, is dat een idee?

Burgemeester van der Laan en daarom Amsterdammer willen zijn

Gisteravond was Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO. Een tijd geleden maakte hij bekend ernstig ziek te zijn, longkanker, en dat er geen herstel mogelijk was.

Hij stopte niet met werken. Het is juist zijn wens om zo lang als dat verantwoord was, burgemeester van Amsterdam te blijven.

Zijn ‘zomeravond’ gisteren, werd mijn zomeravond. En niet van mij alleen. Twitter ontplofte een keer niet door woede en afschuwelijke oneliners die het daglicht niet verdragen kunnen. Nee, Twitter ontplofte van respect en warmte. Voor hem en voor Janine Abbring, die het programma fantastisch presenteert.

Ziek zijn

In hoeverre ziek-zijn te maken heeft met het succes… natuurlijk. We zien allemaal een kwetsbare, breekbare man. Maar een man die ook zonder zijn ziekte, kwetsbaar en breekbaar leek. Ik weet nog dat hij burgemeester werd en ik echt aan hem moest wennen. Een man met weeïge wangen, wat slapjes om te zien, een vrouwelijk gezicht bijna. Maar hij kreeg steeds meer het gezicht van de burgemeester van de grootste en belangrijkste stad in het land. Door zijn uitstraling, zijn woorden en daden, door zijn sympathieke benaderbaarheid. Kom daar maar eens om in Den Haag, om maar eens een stad te noemen. Misschien krijgt elke stad ook wel de burgemeester die hij verdient?

Amsterdam van ons allemaal

Wat mij raakte in het interview was zijn visie op de hoofdstad en het belang voor het land. ‘Je moet als inwoner van Nederland, Amsterdam iets gunnen. Ik vond dat een hele mooie gedachte: Amsterdam gunnen om Amsterdam te zijn. Ik ben als geboren Hagenees trots op onze hoofdstad. Een stad met internationale allure. Een stad waar ik ook graag naar toe ga. En dat Amsterdammers soms hoog van de toren blazen, ik haal mijn schouders dan maar op.

Door Eberhard van der Laan is Amsterdam van ons allemaal geworden. Sterker nog, gisteren wenste ik dat hij burgemeester van alle steden in het land zou zijn. Premier noem je dat geloof ik.

Gisteren werden er beelden getoond van het Prinsengrachtconcert in Amsterdam. Het kijken naar de beelden riep bij mij dezelfde ontroering op als het kijken en luisteren naar Eberhard van der Laan.
Ik wilde er bij zijn, ik wilde mee wiegen op de tonen van geluk, huilen met tranen van goud en alleen maar ‘dank je wel’ zeggen.

Opgeruimd staat netjes

Soms kom je op Social Media van die handige lijstjes tegen. Hoe vind ik de man van mijn dromen, hoe word ik rijk in veertig dagen en tien tips om je huis opgeruimd te houden.

In de eerste twee heb ik geen interesse maar dat van het opgeruimde huis… Ik ben een meester in opruimen, hoewel, echt opruimen kan ik het niet noemen. Ik verstop rommel. Bij andere rommel. In een afgesloten kasje of la. Reuze handig in eerste instantie. Toen ik de tien tips las viel ineens het kwartje.

Weg met de rommelbakjes

Ik heb inderdaad rommelbakjes. Onder de tafel staat zelfs een rommelbakje; eentje voor Vriendin en eentje voor mij. Rommel is dan een snoertje waarvan je zo snel niet weet waar het bij hoort. (Daar heb ik er heel veel van die niet in dit mandje passen, daar heb ik een hele kastplank voor ingeruimd). Rommel is ook een tijdschrift dat ik nog wil lezen, een aanbiedingsfolder, een batterij die toch niet leeg was, een knoopje, een elastiekje, een tubetje lijm, een pen, een kaartje, een schaartje. Zal ik doorgaan?

In de tien tips staat dat, als je geen rommelmandje hebt, je ook geen rommel verzamelt. Daar zit iets in. Maar denk ik gelijk, zo ken ik er ook nog wel een paar. Als je geen relatie hebt, heb je geen relatieproblemen. Maar stel dat ik geen rommelopruimmogelijkheden meer heb, waar laat ik dan mijn rommel?
Ik kom wel eens in huizen waar het echt helemaal opgeruimd is. Hoe doen mensen dat? Hoe verberg je het feit dat je leeft, dat je kinderen hebt, dat je vrienden hebt?

Hechten

Ik hecht niet echt aan spullen. Dat heeft echter niet voorkomen dat ik er veel heb. Ik vermoed dat als Vriendin mijn mandje in de prullenbak leegt, ik er niets van zal missen. Als zij mijn hele kast zal legen, zal ik weinig missen. Waarom sta ik dan toch in die bewaarmodus? Ik bewaar zelfs dingen waar ik niets om geef. Vaak heeft het te maken met dat ik het zonde vind om iets weg te doen wat in principe helemaal goed is. Dat kan een schrijfblok zijn, een tijdschrift dat ongelezen is of een heel geinig tasje waar een cadeautje in zat.

Mijn tip

Het beste wat je kan doen als je echt wilt ruimen is verhuizen. Een drastische maatregel maar soms zit er niets anders op. Je hebt alles tenminste nog een keer in je handen. Verhuis dan wel naar een kleiner huis natuurlijk want anders verdwijnen hele dozen gewoon onaangeraakt een nieuwe zolder op.

De kans op verhuizen is aanwezig. In de verre toekomst weliswaar maar toch. Ik voel opluchting en paniek. Stel dat iemand zou zeggen, je mag maar tien dingen meenemen. Wat zou ik dan kiezen?

De vraag stellen maakt duidelijk wat ik allang weet. Er zijn maar een paar dingen belangrijk. En die zitten in mijn hart en hoofd. Daar heb ik geen verhuiswagen voor nodig.

De les van Nouri – omarmen duurt maar even

Ik kijk graag naar discussieprogramma’s. Hollandse Zaken is er zo één. Bij omroep Max, een programma waarbij de mensen waar het om gaat, aan het woord worden gelaten.

Gisteravond ging het om het trieste lot van Nouri, voetballer Ajax. Dat het vreselijk is, is een understatement. Maar links en rechts hoor je ook hoe mooi het is wat er gebeurde. Mensen kwamen samen om te treuren, om te steunen, om uiting te geven aan verdriet en zorg. Verschillende geloofsculturen, nationaliteiten en aanhangers van diverse voetbalclubs, gingen voorbij aan hun eigen groepscultuur.

De les van Nouri

De les van Nouri werd het genoemd in het programma. Omdat Nouri naast een geweldige voetballer blijkbaar ook een geweldig mens was, werd hij een voorbeeld tot verbroedering. Tot zover heb ik er niets op tegen. In Hollandse Zaken werd het echter opgeblazen tot een bijna buitenaards wonder. Hoe mensen elkaar ineens omarmen tegen wil en dank, doordat het hart op hetzelfde moment geraakt werd.

Cynisch

Natuurlijk ontbraken de cynische opmerkingen niet. Dat het van korte duur zou zijn. Iemand noemde het een ‘hype’. Een volkomen misplaatst woord in deze setting. Saamhorigheid is geen hype, wel wat de media er van maakt. Maar waarom het cynisme? Waarom iets wat normaal is, een hart is een hart nietwaar, opblazen en daar een uur lang, domme dingen over zeggen? Natuurlijk zijn Feijenoord supporters straks gewoon weer Feijenoord supporters. Wijzen we weer angstvallig naar mensen die er anders uitzien. Maar we zullen het moeten hebben van de momenten van ontmoeten en die ontmoetingen koesteren als een mogelijkheid tot meer.

Omarmen duurt maar even

Natuurlijk. Gelukkig maar. Liever een korte oprechte omarming dan een vasthouden aan cynisme.
Ik zou willen dat Nouri als de verlosser de geschiedenis ingaat. Maar de verlossing zit in onszelf.

 

Geef je tweeling echt hele, verschillende namen

Een foto uit het archief anno lang geleden. Mijn moeder en de tweeling. Ze verwachtte er geen twee. Dus dat was even schrikken. Maar net zoals haar oudere zus en later haar jongere zus, kreeg zij er twee voor de prijs van één.

Een van die meisjes ben ik, die ander is Zus. Omdat er maar op één kind gerekend was, was er ook maar één naam bedacht van te voren. Daar moest nog snel een andere naam bij. Hoe leuk en begrijpelijk is het als je dan kiest voor twee namen die samen lekker bekken. Het werd dus Anna Maria en Astrid Maria.

Paardenstaarten

Heel vroeger waren onze namen geen probleem. Mensen wisten alleen nooit goed welke naam bij wie hoorde. Mijn moeder verzon daarom andere kleuren strikken in de haren. Vaak werden we in één naam genoemd: de tweeling.
De problemen kwamen pas bij officiële stukken. Paspoorten, identiteitsbewijzen, ziekenhuisopnames. A.M. Verhaar, daar waren er dus twee van. Ook nog eens op dezelfde dag en in hetzelfde jaar geboren. Zo kwam het voor dat ik in het ziekenhuis op de operatietafel lag en de chirurg zei: ‘Maar u bent al een keer geopereerd aan de linkerknie’. Of geen identiteitsbewijs kon krijgen want die had ik al.

Huis kopen

Maar nu is het al een tijdje rustig op namengebied. Tot deze weken, en wij bezig zijn met het kopen van een huis. Ik overdrijf niet als ik zeg dat we bijna onze hele hebben en houwen op tafel moeten krijgen en moeten toveren want waar is alles gebleven? Blijken er stukken van mij niet te kloppen omdat ik ook op andere adressen gewoond heb en die nergens vermeld staan… en ik dan heel lullig stamel maar dat is mijn tweelingzus. We hebben eerder huizen gekocht maar dit is nieuw voor ons. Het komt allemaal goed met uittreksels uit de basisregistratie maar wat een gedoe!

Tweeling-zijn is leuk. Om je, zo dicht bij elkaar, samen één te voelen, is een groot cadeau. Maar bij ons is het wel heel erg ‘twee-tesamen-één’ geworden.

 

 

Hieperdepiep

Gisteren vierden twee kleine jongetjes hun verjaardag. Samen. De één werd vier, de ander zes. Neefjes van elkaar, zoontjes van twee neven van mij. Een dag ervoor deden Vriendin en ik een armzalige poging om cadeautjes te scoren voor hen. Moedeloos werden we ervan.

Ik besprak het met Zus die het zelfde probleem had, alleen nog een stapje erger. Want zij wilde gewoon echt iets leuks voor een jarig kind kopen, iets aparts, met aandacht uitgekozen. Die hoop heb ik allang geleden opgegeven. Ik wil iets kopen. Maar Zus is al snel een uur of drie bezig met een cadeautje voor een jarige dreumes.

Tafel

Maar we weten allemaal hoe het gaat. Je komt binnen, het kind staart aandachtig naar het pakje, het pakje wordt uitgepakt en op tafel gezet bij de rest van de cadeautjes. Uitpakken, daar gaat het om. Scheuren en de spanning van wat er in het pakje zit.

Voetbal en een tekenblok

De dag ervoor staan Vriendin en ik met een bal in onze hand. Dat vinden wij leuk. Een mooie bal van leer en helemaal niet duur. En een badmintonset met shuttle. En twee badjes met een bal. Dat vinden wij ook leuk. Maar ja, vinden zij dat leuk? Dan sta ik bij de tekenspullen en herinner me hoe blij wij vroeger waren met een leeg, dik, tekenblok. Met stiften en kleurpotloden. Maar ja. We lopen een andere winkel in. Een boek, ook zo lekker educatief is dat, lezen is goed maar lezen zij? Volgens mij heb ik ze nooit kunnen betrappen of hun voorliefde voor letters. Dus die boeken slaan we over. Snoep dan? Zo’n hele, grote zak? Nee natuurlijk niet.

Geld

Als je het echt niet meer weet geef je geld. Ik bedenk hoe leuk het is om een portemonneetje te kopen en daar wat centjes in te doen. Dan hebben ze én een cadeautje én centjes. Dus gaan we op zoek naar jongensportemonneetjes. Die zijn er niet. Wel voor meisjes, die moeten op de centen letten maar voor stoere jongens? Uiteindelijk vinden we portemonneetjes in de vorm van een hondenkop. Maar ja, van één jongetje weten we zeker dat ‘ie niet echt van  honden houdt, sterker nog, bang is. We laten het uit onze handen vallen.

We kopen uiteindelijk twee radiografisch bestuurbare auto’s (voor een belachelijk prikkie dus of ze werken….),  dingen die wij leuk vinden. En zeggen hoopvol tegen elkaar dat, als zij het niet leuk vinden, wij er tenminste nog mee kunnen spelen. Op naar de volgende winkel voor de batterijen (9 volt en 4 maal AA), die erbij horen maar er niet bij zaten. Als we thuis de cadeautjes willen inpakken komen we erachter dat we geen kindercadeaupapier hebben…

Dat moet anders kunnen

Vroeger had je een conference van Wim Sonneveld, als oude opa. Hij blijft bij de deur staan en krijgt een pakje in de hand gedrukt en er wordt gewezen naar het kind dat hij moet zoenen. Dat wil ik ook. Dat wijzen hoeft (nog) niet maar zo’n pakketservice bij de deur. Ik zeg: Doen.

Ik juich voor de vrouwen

Johan Derksen heeft wel gelijk als hij zegt niets te snappen van die volle tribunes als ons vrouwenteam voetbalt. Hij gunt hen de aandacht maar vermoedt dat Nederland gewoon weer een keertje de polonaise wil lopen.

Jort Kelder kan er maar niet aan wennen: vrouwen met spieren. En al vindt hij boksende vrouwen erger, voetbal is ook voor hem een stap te ver. Maar als hij kijkt naar de vrouwen laat hij een goedkeurend hummetje horen want ‘dat ziet er appetijtelijk uit’.
Ene Angela die schrijft voor het AD is ook trots op de vrouwen, alleen die rochel? Kan dat achterwege blijven?
En dat vrouwen oprechter voetballen? De eerste schwalbes zijn al gevallen.
Maar weet je wat. Het maakt mij geen reet uit. Ik ben trots en een tikkie jaloers.

Vroegah

Belden jongetjes aan de deur. ‘Mevrouw, mag Anja komen voetballen.’ Anja mocht. Ik pingelde mee met de gastjes en keek vol afgunst naar een jongen die behendiger was dan ik. Ik was in het voetballen één van hen en hoorde er bij. Dat je als meisje echt zou kunnen voetballen bij een club met een shirtje en een broekje? Een stap te ver. Toen. Het maakt niet uit, ik ging handballen en dat was ook heel leuk.

Kloppend hart

En zo zit ik nu met kloppend hart voor de televisie. Mijn hart klopt snel maar niet alleen door de spanning. Mijn hart klopt vol verrukking door de mogelijkheden die ik zie. Het vrouwenvoetbal staat nog maar aan het begin van een hele, lange weg. Maar ze staan er toch maar mooi. Dat ze nu nog denken een vrouwencoach nodig te hebben, dat mag ook. Later komt pas de vraag, wie de beste trainer is en dat kan best een man zijn. Over een jaar of wat heeft een mannenclub uit de eredivisie misschien ook wel een vrouw als trainer. De eerste vrouwelijke scheidsrechters bij mannenvoetbal lopen al rond op het veld.

De beste

Ik ben niet zo van ‘vroeger’ en achterom kijken. Maar als ik mijn ogen sluit dan zie ik hoe ik zelf in dat Nederlandse elftal speel en goed ben natuurlijk. Ik scoor natuurlijk, pingel iedereen er uit en ben snel en ben natuurlijk gewoon de beste. Als ik mijn ogen open zie ik een iets te zwaar lijf kreunend pogingen doen om een tram te halen. Schuifel ik bijna voetje voor voetje de trap af omdat de k-knie nog steeds niet wil.
Soms is het echt te laat voor gevoelens van spijt en heimwee. Is de tijd die achter je ligt een gepasseerd station (of stadion) die zelfs met foto’s amper nog tot leven komt.
Maar vrouwen voetballen, meisjes gaan voetballen, vaders en moeders vinden dat niet raar en staan net zo goed schreeuwend langs de lijn.

Rolmodellen

Als ik hoor wat mannen en vrouwen van voetballende vrouwen verwachten lijken zij een extra taak te hebben. Een soort van ‘supermensen’ moeten het zijn, die met een glimlach opzij gaan bij een aanstormende spits. Want vrouwen moeten toch vooral vrouwen blijven. Binnenkort zal de kledingindustrie zich storten op het maken van sexy outfits.

Maar weet je wat. Vrouwen zijn net mensen. Een rochelende man vind ik net zo onaantrekkelijk als een rochelende vrouw.
Dus moet je rochelen? Rochel lekker.

 

 

Hanina Ajarai: had gewoon een dagboek bijgehouden

Hanina Ajarai schrijft wekelijks een column in het AD over wat haar zo bezighoudt. Dit keer was de titel: Nouri vs. MH17. Zelf verwachtte ze al geen vrienden te maken met deze column. Ik vond het vooral een slechte column.

Ze schrijft over het feit dat de ene ramp haar niets doet en de ander haar bij de keel grijpt. Ze is nieuwsgierig naar de redenen daarvan. Ze vraagt zich af of het met haar achtergrond te maken heeft. ‘Waarom rouw ik wel om Nouri (voetballer)? Omdat Nouri moslim is?’

Ik kan haar een beetje volgen. Een ramp dichtbij het figuurlijke huis komt bij mij ook meer binnen dan een ramp in een land dat ik niet ken en waar ik de mensen niet ‘ken’. Dat is niet goed en eerlijk maar het is een soort natuurlijke bescherming. Alle aandacht die de media heeft voor een ramp van nationaal belang zorgt er vanzelf voor dat we meer betrokken raken. We zien beelden, we zien mensen, we zien verdriet en pijn en voelen het daardoor ook.

Wilde je dat zeggen?

Maar ze zegt over de ramp van de MH 17: ‘…Niet boeiend. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het zielig voor de nabestaanden en ik had gewild dat de ramp niet was gebeurd maar het raakt bij mij geen snaar…’ en ‘…Ik moet bekennen: op emotioneel niveau doet het mij niets. Helemaal niets. Ik heb geen seconde getreurd om de slachtoffers…’.

Bij deze woorden haper ik. Wat staat er nu? Hoe kan zo iets vreselijks je niets doen? En hoe hard kun je iets onder woorden brengen. Lef tonen over de ruggen van anderen is makkelijk.

Boos

En natuurlijk bleven de reacties niet uit en ontplofte social media. Gisteravond was ze te gast bij Summernight op RTL4. Wat er zich werkelijk onder de ‘sluier’ afspeelt zien we niet. Wel twee ogen waarin weinig emotie te lezen is. Vandaag biedt ze in het AD haar excuus aan. ‘…Mijn woorden zijn nooit bedoeld als trap na richting nabestaanden…’.

Haar excuus vind ik bijna nog moeilijker te verteren. Het excuus rammelt aan alle kanten van de idiote veronderstellingen. Alsof haar column een discussie bij nabestaanden zou opleveren? Sowieso een discussie oproept? Niet haar overpeinzingen roepen een discussie op maar het schrijven van de column. Dat je je woorden zo slecht kiest waardoor wat je vindt nog honderd keer harder binnenkomt. Daar is geen excuus voor nodig want dat was een weloverwogen keuze.

Geen seconde getreurd om slachtoffers

Dat je dit ervaart en opschrijft. Het is jouw waarheid. En als dat zo is, dan is dat zo.
Maar waarom mensen lastig vallen met je overpeinzingen zonder antwoord? Waarom je iets afvragen en daar een hele column over schrijven zonder oplossing, zonder inzicht, zonder wijsheid?

Dat is betreurenswaardig. Dat zijn gewoon koude woorden op papier zonder doel en inhoud. Leeg. Daar zijn dagboeken voor bedoeld. Daar schrijf je misschien ook op wat ons daglicht niet kan verdragen. Maar Hanina noemt welbewust een ramp die deze week herdacht wordt. Dat zijn geen overpeinzingen. Dat is smakeloos.