CategoriePersoonlijk

Lodewijk Asscher, het stoutste jongetje van de klas

Terwijl partijen al maanden bezig zijn een coalitie te formeren is er één man die eindelijk zijn handen vrij heeft. Lodewijk Asscher lijkt zich hervonden te hebben. Hij is losser en steviger dan ooit. Zelfs zijn haar zit anders.

Boos
Rutte is boos, Buma is boos en de Christen Unie is aangedaan. Want dwars door de onderhandelingen heen slaat Lodewijk ineens een andere kant op. De timing is perfect want ‘ze’ gaan het niet redden om voor september een nieuwe begroting klaar te hebben. En als ‘ze’ het niet gaan redden dan is de begroting een taak die nog hoort bij het demissionaire kabinet. Dus ook bij Lodewijk. En Lodewijk wil meer geld voor onderwijs en voor de onderbetaalde en ondergewaardeerde onderwijzers.

Not done
En iedereen vindt er iets aan. ‘Dat doe je niet’, ‘not done’ zegt Wiegel, ‘niet netjes’ zegt Segers. Maar eens is de eerste keer want nergens staat dat het niet mag. De PvdA heeft veel ingeleverd. Heeft de prijs betaald waar een lachende Rutte mee weg kwam. Lodewijk Asscher heeft niets te verliezen. En als het onderwijs daarbij mee kan scoren… mijn zegen heeft ‘ie.

Zalm
Zalm gaat met de heren aan de slag als informateur en zal haast moeten maken. Welke strategieën zullen ze gebruiken? Wie gaat met de onderwijs-eer strijken? D66 wrijft zich in de handen en wacht af. En Lodewijk trekt zijn stropdas nog wat losser. Hij is vrij, een vrij man. Hij lacht en springt bijna in het mijnenveld dat dit keer niet voor hem bedoeld is.

Ethische kwesties
Ethische kwesties worden maar even buiten de onderhandelingen gehouden. Want dan komen ‘ze’ er niet uit. Onderwijs is zo langzaamaan een ethische kwestie geworden of dat zou het moeten zijn.

Onze kinderen en uiteindelijk ook wij, zijn er afhankelijk van.

Pappie en mammie: shut up

Ik krijg de kriebels, enorme jeuk van sommige mensen, om precies te zijn: ouders van jonge kinderen, die het helemaal goed doen. Die elke zin die ze zeggen tegen hun kruimeltjes, afwegen op een weegschaal van verantwoord ouderschap. Die kwelend en kwijlend hun eigen egootjes oppoetsen en… zal ik doorgaan?

Op de terugreis van onze vakantie haalt de bus andere mensen op. Een gezin stapt in. Een vader, een moeder, twee kinderen. Vanaf de eerste stap in de bus tot aan het moment dat ze plaatsnemen hoor ik hoe ‘lief’ en ‘weldoordacht’ deze engelen van ouders hun kinderen begeleiden naar volwassenheid.

‘Jonatan en Amelie, willen jullie hier zitten, vooraan, dan kun je fijn naar buiten kijken’.

De buschauffeur is het er niet mee eens en roept: ‘No baby in front’. De kinderen trekken hun pruillip.

‘Jonatan, kom maar bij pappie, de chauffeur zegt dat jullie daar niet mogen zitten, omdat jullie te klein zijn en er misschien iets kan gebeuren.’

Honger
De kinderen hebben honger. ‘No food in this bus’, blaft de chauffeur opnieuw als hij in zijn spiegel ziet dat het gezin zich op de meegebrachte taartjes wil storten.
‘Pappie’, huilt Jonathan, ‘ik vind het een stomme bus.’ Pappie legt uit dat de bus schoon moet blijven.
‘Mammie’, zeurt Jonatan, mag ik een cracker dan?’
Mammie zegt dat een cracker inderdaad geen voedsel is en deelt ze uit.

Pappie en mammie
Elke keer als ik de jongen ‘pappie’ hoor zeggen, bij elke vraag, elke opmerking, elke zin, denk ik dat het een grap is. Dat pappie zal zeggen: ‘praat eens gewoon, joh’. Maar pappie heeft dit zelf geleerd aan zijn kinderen omdat het zo lief en dichtbij klinkt. Pappie stelt voor om een spelletje te doen, een woordspel of een vraagspel. Vol geduld speelt hij het spel met zijn zoon. Keurig corrigerend als de jongen een fout antwoord geeft, niet boos maar onderbouwd met spellingsregels en didactisch inzicht.

Als ik de ouders later in de vertrekhal observeer (drie uur vertraging dus je moet iets), zie ik dat ze nog steeds woordspelletjes doen. Jonge mensen die spelen dat ze ouders zijn. Die elkaar over de hoofden van de kinderen heen, corrigerende blikken toewerpen. Ik explodeer bijna van hun ingehouden emoties. Woorden, woorden, woorden. Een vader die zo jong is dat hij zelf eigenlijk nog ergens het beest in zichzelf moet ontdekken, een moeder die van keurigheid aan elkaar genaaid lijkt.

Het verklaart niet mijn ergernis. Maar we voelen het allemaal. Pappie die elke keer meer uitlegt dan dat er gevraagd wordt. ‘Ja, de busrit duurt nog een kwartier. Dat is vijftien minuten. Weet jij Jonatan, hoeveel minuten er in een uur zitten, zullen we ze tellen?’

Nee pappie, we gaan niet tellen. Houd een keer je mond. Ik wil niet al je woorden pappie, ik wil dat je je bek even dichthoudt. Neem een joint of stop tien crackers in je mond. Shut up.

De glimlach van een kind

‘De glimlach van een kind, doet je beseffen dat je leeft’. Gerrit den Braber schreef het lang geleden en menigeen zingt het met het grootste gemak en vol overgave mee. Ik ook. Maar misschien na deze vakantie met nog meer bezieling.

Op het prachtige eiland Kassandra waar wij waren en vaak aan het strand verbleven, zaten  veel mensen van verschillende nationaliteiten. Vooral de Oostbloklanden waren goed vertegenwoordigd. Roemenen, Serviërs, Russen, Oekraïners, Hongaren. Allemaal met hetzelfde doel als wij: genieten van een fijn land met een heerlijk klimaat.

Kinderen
Nog nooit ben ik me tijdens een vakantie zo bewust geweest van kinderen. Met mijn ogen dicht op een heerlijk strandbed, hoorde ik hen gillen van plezier. Schateren van de lach. Zoals kinderen dat altijd en overal zouden moeten doen.

Ook ‘s avonds laat, zag ik de ouders met kinderen slenteren over de boulevard. ‘Bedtijd’ is een Nederlands begrip. Er is geen ‘bedtijd’, er is ‘samentijd’. De lol die ouders met hun kinderen hebben, de tijd die ze nemen om te genieten en te lachen en te spelen: een feest om gade te slaan.

…dat nog een heel leven voor zich heeft
Want zo is het. Kinderen met nog een heel leven voor zich en die eigenlijk overal hetzelfde zijn. Ze lachen om dezelfde dingen. Een vader die zijn dochter hoog optilt en rond zwiert, de moeder die met haar kindje de zee in gaat. Peuters die het koude water trotseren en met applaus worden begroet. Kinderen die lachen en leven. Het doet mij beseffen dat we in het begin helemaal niet verschillen van elkaar. We willen liefde, warmte, spelen en eten en drinken. We willen dat er van je gehouden wordt, gewoon omdat je leuk bent zoals je bent.

Ergens
En ergens onderweg, worden wij ons bewust van verschillen. Van talen, van volkeren, van huidskleuren, van geloof. Van mooi, van rijk en van arm. Dat ‘bewustzijn’, daar werken wij, volwassenen, allemaal aan mee. Wij leren kinderen wat wij denken dat ze moeten leren. Wat zou het mooi zijn als we allemaal elkaar ook blijven herinneren aan het kind in ieder van ons. Aan de behoeftes die universeel zijn. Universeel mooi.

(Op de terugweg naar huis zag ik een irritant staaltje van ‘super-ouders’ zijn. Morgen meer daarover.)

Nu alleen maar met een glimlach terugdenken aan alle glimlachjes die ik zag.

 

Loungen als overtreffende trap van masochisme

Zo ongeveer zou ‘loungen’ er uit moeten zien. Lekker comfortabel hangen zodat je even helemaal kan relaxen. Maar.

Wij, mensen, zijn niet in de wieg gelegd om ons lijf zodanig om een tak te slingeren om daar dan heel gelukzalig bij te kijken. Dat lijf heb je hooguit de eerste vier maanden van je leven maar wie hangt z’n kind in een boom?

Loungebanken
Om te loungen heb je loungebanken nodig. Vaak van steigerhout gefabriceerd met wat mollige kussens er in. Daar hang je dan zo goed en zo kwaad in als gaat, en chill je met een trendy drankje in je hand en blije mensen om je heen.

Ik dacht dat het over zou waaien maar niets is minder waar. We worden lamgeslagen met loungemuziek als we bij beachclub ‘Heaven’ op de ligbedden plaatsnemen. Loungemuziek is net geen muziek, wat ondefinieerbare tonen en akkoorden die ons de hemel op aarde beloven maar je uiteindelijk zo gaan irriteren dat je met de trendy jongen wil gaan smijten.

Zitkussen
Picture this. Een volslanke dame of heer in bikini of zwembroek, in een zitkussen op het strand. Niet op een zitkussen maar in een zitkussen. Erop plaatsnemen gaat nog wel maar met enige gratie en elegantie uit die zitzak komen …. Echt, daar is niets relaxerigs aan, ook niet voor hen die kijken.

Fake news
Daar is het ergens begonnen, toen in 2003 de eerste lounge-activiteiten als fake-news vanuit Amerika onze kant op kwam waaien. Fake-relaxen met vrienden in een fake-wereld.

 

Een zoen op je wang

Wij lopen richting boulevard. Aan de overkant steekt een oudere dame over. Kwiek, een heldere blik. Ze maakt oogcontact, ik verwacht een vraag maar het moment is al voorbij.

Achter ons lopen Vriendin en Zus. Wij horen ze plotseling lachen en praten, we draaien ons om. Tussen hen in staat de oudere dame die hen liefdevol aankijkt. Ze roept dingen in een taal die wij niet spreken, flarden Duits en Tsechisch.

Zoen

Ze zoent eerst Vriendin op de wang, even later ook de wang van Zus. Ze streelt de arm van mijn zus met zoveel zorg en warmte, dat ik bijna ook naar het knuffelgroepje toe hol. Wie wil dat niet?

Blij

De vrouw is blij, dankbaar voor de ontmoeting. Ze laat de handen los, bedankt en loopt verder. Wij blijven staan en vragen ons af wat Er nu was gebeurd.  De vrouw was niet ‘gek’ of anderszins de weg kwijt. Wij waren dat wel ineens. Op een warme zomeravond in Griekenland, kwam de warmte plotseling van een hele andere kant.

Zou zij vermoeden dat wij met een glimlach aan haar terugdenken?

Sandra Reemer overleden. Weer die klote ziekte.

Dinsdag op het nieuws. Sandra Reemer overleden. Ik schrik. En wil iets. Maar wat? We zijn niets van elkaar. Ik vond haar vroeger een leuke zangeres en zag haar de laatste tijd weer wat vaker op televisie. Leve omroep Max.

Ik heb dat vaker. Dat het overlijden van een ‘bekend’ persoon mij raakt alsof het mij persoonlijk treft. Vaak door een gevoel van sympathie voor iemand, een herinnering, een gevoel. Maar meer nog raakt het mij nu door het onverwachte van de boodschap. En dan lezen: borstkanker.

Borstkanker
Deze week zag ik een reportage van vrouwen met borstkanker. In het Alexander Monro Borstkankerziekenhuis in Bilthoven, een gespecialiseerd en eigentijds ziekenhuis, hebben ze net dat beetje meer aandacht voor vrouwen en hun families. Het ziekenhuis oogt als een mooi hotel, de kamers zijn prachtig en zo ingericht dat je er samen kunt slapen/zijn. Bij zo’n rot ziekte lijkt me dat een omgeving net dat verschil kan maken.

Veel vrouwen
Eén op de zeven vrouwen krijgt jaarlijks dit bericht. Dat een bommetje legt onder een leven. Ik ken vrouwen, veel vrouwen helaas, die dit bericht krijgen en dan doorgaan. Natuurlijk door gaan. Ik kan me er alleen maar een voorstelling van maken, hoe zo’n boodschap van een levensbedreigende ziekte, jou als mens voorgoed verandert.

Verliezen
En gelukkig zijn er heel veel vrouwen die, hoe dan ook aangedaan of beschadigd, de ziekte overwinnen. Maar er zijn er ook die het verliezen. Zoals Sandra Reemer. Te jong en zo midden in het leven.

Wat dat betreft begrijp ik het wel, dat er nu ineens een storm raast over ons landje. Dat verdient zij.

Somewhere over the rainbow

Gisteravond was het concert  van Ariane Grande, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van Manchester en triest genoeg, ook ineens ter nagedachtenis aan de doden en gewonden van Londen. 

En natuurlijk schreeuwen we dat we ons er niet onder laten krijgen. Maar als je kijkt wat een chaos het breken van een reling tijdens een voetbalwedstrijd te weeg brengt, de angst en paniek. IS houdt huis.

Het concert was indrukwekkend. Katy Perry, Miley Cyrus en Ariane Grande zelf, wat een girl power. Cold Play, met een prachtige set van liedjes, die door het televisiescherm heen spat.

Somewhere over the rainbow
Maar dan eindigt Grande de show met een bijna eeuwenoud lied. Ooit gezongen door Judy Garland, moeder van Liza Minelli. Een liedje van weleer, een feel-good maar ook feel-sad nummer. Een nummer dat mij altijd ontroert. Nu ook weer. Juist op deze avond, met de noodzaak om vertrouwen te blijven hebben. Waar we uit troost elkaars handen vastgrijpen en zingen over een betere wereld. Ik ben voor.

Somewhere over the rainbow
Blue birds fly
And the dreams that you dreamed of
Dreams really do come true ooh oh
Someday I’ll wish upon a star
Wake up where the clouds are far behind me
Where trouble melts like lemon drops
High above the chimney top
That’s where you’ll find me
Oh, somewhere over the rainbow bluebirds fly
And the dream that you dare to,
Oh why, oh why can’t I?

 

Afdingen bij de Mediamarkt… ook een vak

Vriendin heeft een stoere bui. Bij de Mediamarkt kopen we alvast mijn verjaarscadeau: een koffieapparaat, je weet wel, met verse bonen en zo. Eindelijk hebben we een keuze gemaakt. We trekken de doos uit de stelling. Een vriendelijke verkoopster adviseert een paar ontkalkproducten en verzamelt ze voor ons. Vriendin heeft sterke verhalen gehoord van vrienden die het altijd voor elkaar krijgen om af te dingen en hoewel wij niet voor afdingen in de wieg zijn gelegd, neemt Vriendin het heft in eigen handen.

‘Krijgen we nu als extraatje een zak bonen cadeau’, vraagt Vriendin allerliefst. De verkoopster knippert niet eens met de ogen.
“Nee, dat doen we echt niet”. Vriendin voelt de bui al hangen.
“Oh, maar we horen juiste dat jullie juist altijd zo meewerken met dit soort aadigheidjes”.
De verkoopster schudt weer het hoofd. “Nee, sorry, dat doen we niet. Ja misschien als er iets heel duurs wordt gekocht, een televisie bijvoorbeeld…” (Wat moet je nu met bonen bij een televisie, of kan dat ook al tegenwoordig?).

Vriendin gaat het verliezen maar is geenszins van plan dit te accepteren. Het gaat nu alleen nog maar om ‘winnen’. Wij niet, jij ook niet. ‘Nou’, zegt Vriendin met de moed der wanhoop, ‘dan weet ik niet of wij het wel gaan kopen’.

Ik denk alleen maar, wat gaat ze nu toch doen, we hebben geen tijd voor dit gedoe, we hebben een mooie machine staan, we willen echte koffie, het is mijn cadeau’. Vriendin zoekt mijn steun terwijl ik haar toch in stilte wanhopig aankijk. Wat een moment om je gelijk te halen.

‘Nee’, zegt Vriendin, ‘we denken er nog over na’ en loopt weg. De verkoopster en mij in stomme verbazing achterlatend. Als een trouwe echtgenoot loop ik een beetje beschaamd achter vriendin aan. Achter de stelling van gloeilampen kijkt ze mij ontzet aan en we schieten onbedaarlijk in de lach. Zo lief zoals ze dan zegt: ‘ik kon toch niet anders’. Ik leg niet eens uit wat ze ook al weet. Wij hebben verloren.

We willen toch die koffiemachine met bonen en ontkalktabletjes. We kijken stiekem om het hoekje waar het meisje gebleven is en kruipen dan op handen en voeten weer terug naar de koffiehoek. Vriendin sleurt de doos weer uit de stelling, ik weet mijn weg inmiddels naar de ontkalkprocedures en samen lopen we zo hard we kunnen naar de kassa. Buiten geef ik haar een knuffel en koop een pak bonen voor Vriendin. Ah, gossie.

COLUMN: Verstrooiing en televisie

Als je ‘verstrooiing’ opzoekt in het woordenboek, krijg je, naast de droevige vorm van (as)verstrooiing, de volgende synoniemen: aardigheid, amusement, blijdschap, divertissement, gein, jolijt. Dat televisie het medium blijkt om dit te bewerkstelligen lijkt mij juist.

Nu hebben woorden als aardigheid en jolijt, laat staan ‘gein’ niet voor iedereen dezelfde betekenis. Voor sommigen is het geinig om bushokjes kapot te slaan of een meisje te verkrachten. Voor anderen is gein een avondje Frans Bauer. De televisieproducers hebben het hier moeilijk mee. Hoe geef je inhoud aan verstrooiing als iedereen daar zo’n andere betekenis aan geeft?

Gisteravond vraag ik Vriendin: ‘komt er nog wat’. Komt er nog wat? Vriendin weet wat ik bedoel en ook wat ik bedoel met ‘wat’. ‘Wat’ is dat wat wij leuk, interessant, boeiend, amusant vinden. Vriendin noemt op: Sterren op het doek, Puberruil, Je zal het maar heben, Pownews, Cash op zolder, uitstel van executie, mijn huis vol dieren, Barbies baby, Zon, zuipen en ziekenhuis’.

Zomaar een gemiddeld avondje televisie op de Nederlandse buis. En ik zeg: ‘Filmpje kijken?”
Dat doen we niet. We blijven kijken. Naar bijvoorbeeld een huis vol dieren. Het is ontluisterend te zien hoe een vrouw haar huis, haar leven opoffert om voor dieren een goed huis te bieden. Ze slaapt zelf op de bank, tussen de honden in, waar ze met haar astmatische kwaal naar adem hapt en jeukend vlooien verwijdert van haar lijf en uit haar haren. De vrouw wordt geholpen door wijze mensen die haar vertellen dat het niet gezond is zo te leven. Eind goed al goed? Dat weten we niet. Ze zal nog maanden begeleidt worden, zegt de presentator.

Inmiddels is er weer bijna een avond voorbij aan onzinnigheid. Ik doe het allemaal zelf, blijven hangen waar ik niet wil blijven hangen. Onbenullige televisie over een baby van een Haagse Barby, dat is lachen…

Bij Pauw en Witteman wordt weer gesproken over Haren. Niets nieuws gehoord.
Wij hebben de beschikking over zo ontzettend veel zenders dat de hoeveelheid mij het bijna onmogelijk maakt om te kiezen. Onmogelijk is niet het goede woord. Het verpulvert de zin in ergens voor kiezen. Er is te veel.

Te veel van iets maakt onverschillig. Dat is niet alleen met televisieprogramma’s zo maar ook met geld, tijd, mogelijkheden, kansen, uitwijkmogelijkheden en regels.

Ik wil niet onverschillig leven. Ik weet niet of het woord bestaat: verschillig.
Maar ik wil het wel worden. Verschillig. Dat maakt pas verschil!