CategoriePersoonlijk

Hanina Ajarai: had gewoon een dagboek bijgehouden

Hanina Ajarai schrijft wekelijks een column in het AD over wat haar zo bezighoudt. Dit keer was de titel: Nouri vs. MH17. Zelf verwachtte ze al geen vrienden te maken met deze column. Ik vond het vooral een slechte column.

Ze schrijft over het feit dat de ene ramp haar niets doet en de ander haar bij de keel grijpt. Ze is nieuwsgierig naar de redenen daarvan. Ze vraagt zich af of het met haar achtergrond te maken heeft. ‘Waarom rouw ik wel om Nouri (voetballer)? Omdat Nouri moslim is?’

Ik kan haar een beetje volgen. Een ramp dichtbij het figuurlijke huis komt bij mij ook meer binnen dan een ramp in een land dat ik niet ken en waar ik de mensen niet ‘ken’. Dat is niet goed en eerlijk maar het is een soort natuurlijke bescherming. Alle aandacht die de media heeft voor een ramp van nationaal belang zorgt er vanzelf voor dat we meer betrokken raken. We zien beelden, we zien mensen, we zien verdriet en pijn en voelen het daardoor ook.

Wilde je dat zeggen?

Maar ze zegt over de ramp van de MH 17: ‘…Niet boeiend. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het zielig voor de nabestaanden en ik had gewild dat de ramp niet was gebeurd maar het raakt bij mij geen snaar…’ en ‘…Ik moet bekennen: op emotioneel niveau doet het mij niets. Helemaal niets. Ik heb geen seconde getreurd om de slachtoffers…’.

Bij deze woorden haper ik. Wat staat er nu? Hoe kan zo iets vreselijks je niets doen? En hoe hard kun je iets onder woorden brengen. Lef tonen over de ruggen van anderen is makkelijk.

Boos

En natuurlijk bleven de reacties niet uit en ontplofte social media. Gisteravond was ze te gast bij Summernight op RTL4. Wat er zich werkelijk onder de ‘sluier’ afspeelt zien we niet. Wel twee ogen waarin weinig emotie te lezen is. Vandaag biedt ze in het AD haar excuus aan. ‘…Mijn woorden zijn nooit bedoeld als trap na richting nabestaanden…’.

Haar excuus vind ik bijna nog moeilijker te verteren. Het excuus rammelt aan alle kanten van de idiote veronderstellingen. Alsof haar column een discussie bij nabestaanden zou opleveren? Sowieso een discussie oproept? Niet haar overpeinzingen roepen een discussie op maar het schrijven van de column. Dat je je woorden zo slecht kiest waardoor wat je vindt nog honderd keer harder binnenkomt. Daar is geen excuus voor nodig want dat was een weloverwogen keuze.

Geen seconde getreurd om slachtoffers

Dat je dit ervaart en opschrijft. Het is jouw waarheid. En als dat zo is, dan is dat zo.
Maar waarom mensen lastig vallen met je overpeinzingen zonder antwoord? Waarom je iets afvragen en daar een hele column over schrijven zonder oplossing, zonder inzicht, zonder wijsheid?

Dat is betreurenswaardig. Dat zijn gewoon koude woorden op papier zonder doel en inhoud. Leeg. Daar zijn dagboeken voor bedoeld. Daar schrijf je misschien ook op wat ons daglicht niet kan verdragen. Maar Hanina noemt welbewust een ramp die deze week herdacht wordt. Dat zijn geen overpeinzingen. Dat is smakeloos.

Zo stil dat het zondag werd in mij

Vriendin en hond waren een paar dagen de hort op. Honds hort lag heel ergens anders dan die van Vriendin maar ze waren in ieder geval niet thuis. Niet bij mij.

Ik houd van alleen zijn. Tenminste, ik hield van alleen zijn. Vroeger deed je mij geen groter plezier dan de gordijnen dicht te laten en te gaan. Ik en de wereld, zo moest het zijn. Maar blijkbaar is er iets veranderd.

Mijn wereld

Mijn wereld is groter geworden. Met Vriendin is dat geen wonder en wie Ami kent, begrijpt dat ook. Het waren maar een paar dagen en ik heb me prima vermaakt. Ik ging later naar bed dan ooit, keek films wat ik normaal niet doe, rommelde wat in huis en raakte verzonken in eigen gedachten. Verzonken zijn is een voorwaarde voor elk nieuw lied of gedicht. Toch rolde er dit keer geen letter uit mij.

Maandag werd zondag

Zo liep ik gisteren, maandag, rond in de tuin. Mijn tuin is niet zo groot maar rondlopen kan overal en ik waande mij zondag. Een rustdag van de Heere leek ik wel. Alleen vogeltjes vloten zich naar binnen, de enkele buur die er nog was, fluisterde, de rest was op vakantie. De school tegenover het huis was leeg, de voetbalvelden ook. In de straat stond één geparkeerde auto. De zon scheen en het was stil.

Geen woord hardop gesproken. Dat is niet helemaal waar. Ik werd vroeg in de ochtend gebeld door iemand die heel lang aan het woord was. Ik heb gehummed en geknikt en opgehangen.

Verwachting

Het was een fijne dag omdat ik wist dat Vriendin en Hond terug kwamen. Daarom kon het zondag zijn. Dat is de rijkdom van samenzijn. En ik denk aan mensen die altijd alleen zijn. Voor wie het elke dag ‘rustdag’ is. Ongewild. Die ook rondjes lopen in het huis maar dan met hun kop tegen de muur aanlopen. Of in zichzelf gaan praten om te horen dat ze nog een stem hebben.

Als ik gisteravond de sleutel in het slot hoor en Ami mij onverstoorbaar voorbij rent besef ik mijn geluk. En de kwetsbaarheid van geluk. Ik loop in de open armen van Vriendin en vraag haar wat voor dag het is vandaag.

Zo oranje kan het zijn: Mollema en voetbalvrouwen

Dat was nog eens een zondag in oranje. Bauke Mollema wint een touretappe en de vrouwen verslaan Noorwegen. Thijs Zonneveld bedacht een heel nieuw werkwoord: mollemalen. Ik mollemaal, jij mollemaalt maar Bauke mollemaalt als de beste. Welk werkwoord kunnen we bij de vrouwen verzinnen? Ik ga voor ‘oranjeren’: het mooier maken van een kleur.
Damesvoetbal

Ik geef toe. Vorig jaar zat ik ook met kromme tenen te kijken naar de voetbalwedstrijden tijdens de Olympische Spelen. Hoe erg ik ook niet tenenkrommend wilde zijn: dat ‘we’ er stonden was al een wonder.
Maar er lukte niet veel. Ballen verdwenen in niemandsland, passes kwamen niet aan. En natuurlijk denk je dan dat het tijd nodig heeft, dat de ontwikkeling van vrouwenvoetbal nog maar in het begin staat en haal je je schouders op bij het minzame commentaar van de Heeren.

Nederland – Noorwegen

Maar gisteren was het anders. Nederland speelde soms gewoon goed. Er werd samengewerkt, gevochten, er werd echt een heel mooi doelpunt gescoord, koppend, vallend vanuit een hele mooie aanval. Ik was alleen thuis en schrok van mijn eigen gejuich. Doe eens normaal zeg! Vivian Miedema schijnt een hele goede spits te zijn. Maar ook gisteren lukte het niet. Ze lijkt echt een beetje op Robben. Ze heeft dezelfde slachtofferblik als hij, ze valt ook best makkelijk, ze gaat ook voor eigen succes. Maar zowel zij en Robben mogen dat doen. Dat is nu eenmaal het echte spitsengevoel.

Nog mooier

Nog mooier vond ik de volle tribunes. De vaders en moeders met hun kinderen op de bank. Een gezellige middag. Zo zag het er ook uit. Zo was voetbal ooit bedoeld. Als je de beelden van heel vroeger bekijkt zie je in zwart-wit hoe oranje er uit kan zien. Een feest voor volk en vaderland.

Vrouwen schijnen minder schwalbes te maken, krijgen minder gele kaarten en mopperen niet op scheidsrechters. Hoe lang zal dat zo blijven? Ik daag de vrouwen uit om vooral te mollemalen. Je schouders op te halen als het niet lukt en keihard te werken, elke keer opnieuw totdat het een keer lukt.

‘To the bone’ raakt mij tot het bot

Er is al veel over geschreven. De nieuwe film die nu op Netflix te zien is, over een jonge vrouw met anorexia. Niet onverdeeld goed ontvangen trouwens. Te stereotype, te verleidelijk voor andere jonge mensen om het voorbeeld te volgen. Ik vond het een ontroerend mooie film.

Ik heb geen anorexia en ken niemand in mijn directe omgeving met deze vreselijke ziekte dus ik kan niet echt oordelen over de argumenten tegen het zien van deze film. Ik weet alleen dat ik zelden echt geraakt wordt door een film totdat ik deze zag.

Hoofdrol

De hoofdrol wordt gespeeld door de dochter van Phil Collins, Lily Collins. Zij moest enorm afvallen om die rol te spelen terwijl ze in het echte leven worstelde met anorexia. Toen ik dat hoorde dacht ik ook: link. Neemt niet weg dat ze een fantastisch mooie rol neerzet.

Familie

Wat mij vooral raakt in de film zijn de gecompliceerde familierelaties. Een lesbische moeder met haar stevige, no-nonsense vriendin, de stiefmoeder die wel wil maar die gekmakende dingen zegt, een afwezige vader die elk moment binnen kan wandelen maar dat nooit doet. Egocentrische karaktertrekjes die nu niet direct een liefdevolle en veilige omgeving bieden om beter te kunnen worden. Maar in al die tenenkrommende domheid zie en voel je ook liefde en zorg en onmacht. Heel veel onmacht. Een prachtige scène tussen moeder en dochter ontroert mij echt enorm.

En dan is er de balletdanser. Die gekke jongen die ook van alles mankeert en zo knotsgek en knotslief is.

Voor mij gaat de film vooral over families en hoe ze met elkaar omgaan. Het lijden van iedereen aan een ziekte van één. De dood in de ogen kijken en het niet willen zien.

Een glim van een lach

Soms krijg je vanzelf een glimlach om je lippen. Een mooi woord: glimlach. Een vriendelijke, rustige, lieve manier van laten merken dat je in je hart die lach voelt. Anders dan schateren bijvoorbeeld lijkt de glimlach meer van binnen te komen, van dieper in je lijf.

Deze week had ik een paar momentjes van glimlach. (Naast veel momenten van helemaal geen glimlach maar daar heb ik al over geschreven.) Wat doet mij glimlachen? Een mooie stem, een mooie dans, een mooie zin, een mooi blog, een mooi mens. Glimlachen heeft voor mij met ontroering te maken. Er zijn veel soorten lach trouwens.

Mooie zinnen

Zo hoorde ik van de week iemand zeggen: ‘Die grijns is bijna te groot voor zijn gezicht’.
Hoe groot moet je grijns dat wel niet zijn? Dat het niet past op je gezicht. Ik heb denk ik ook wel eens zo gegrijnsd. Dan ben je heel blij met jezelf. Als ik ‘grijns’ google dan staat er inderdaad: ‘is een voldane lach’ of ‘spottende lach’. Of: ‘een onaangename vertrekking van het gelaat’. Nou, zo’n grijns bedoel ik niet. Maar stel je eens voor dat je grijns van je gezicht valt. Dat je ze van de straat kan plukken. Daar moet ik van glimlachen.

Glimlach

‘Een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt’. Dat is waar, een glimlach is een onhoorbare lach.

Ik wilde eigenlijk schrijven over mooie zinnen die mij doen glimlachen maar ben tijdens mijn zoektocht blijven hangen bij de betekenis van lachen. Dat is helemaal niet erg. Zo lees ik dat, als mannen zeggen: ‘Zij heeft gevoel voor humor’, de man dikwijls bedoelt dat de vrouw lacht om zijn grapjes (hij zou dus eigenlijk moeten zeggen ‘Zij heeft gevoel voor mijn humor’.)

“Als je een vriend zonder glimlach ziet,
geef er dan een van jezelf.”

Quotes over lachen

Om dan toch maar met een glimlach het weekend in te gaan:

 “Als je lacht als niemand om je heen is, dan meen je het echt.” – Andy Rooney
 
 “Vrede begint met een glimlach.” – Moeder Theresa
 
“Een glimlach is de goedkoopste manier om je uiterlijk te veranderen.” – Charles Gordy
 
“Een glimlach is de zon die de winter van je gezicht verdrijft. ” – Victor Hugo
 
“Je bent nooit helemaal gekleed zonder glimlach.” – Martin Charnin
 
 
 
 

Vlieg op en snel

Ik zocht naar een foto van een smerige vlieg. Zo’n kleine etterbak die in mijn huis rondvliegt alsof hij de heer des huizes is. Maar ik krijg alleen prachtige foto’s van vliegen te zien en die eer gun ik ze niet. Dit is geen liefdesverklaring. Integendeel. Vlieg op.

Ik sla geen insecten dood. Niet uit nobele gedachtes of zo, ik durf gewoon niet. Mijn grootste angst is dat al het vliegend verkeer dat leeft, samen zal spannen en zich gaat beraden op een aanslag op mijn leven. Mij nooit meer met rust laat.

Fruitvliegjes

Zijn ook erg. Van die kleine griezeltjes die mij overal jeuk bezorgen. Sinds een jaar of wat staat er in de zomer nu een vliegjesvanger klaar voor ze. Maar ik heb ze nog niet gezien. Maar deze week duiken er ineens van die kleine, zwarte vliegjes op die zich nauwelijks laten zien en op alle gebied de strijd van mij winnen. Een kriebel in mijn nek, een gezoem in mijn oor. Ik sla, ik mep, maar niets. Een pijnlijke nek.

Ik google op oplossingen en vind er een paar. Bakjes met azijn staan in de kamer maar ze hebben er maling aan. De slotsom dat uiteindelijk vliegen alleen maar afkomen op eten en ik dus zelf verantwoordelijk ben voor hun aanwezigheid, stemt mij ook al niet blij. Mijn keuken is schoon, al het eten is verpakt. Oh, er kan ook een dode muis liggen waar ze op af komen…

Genoeg

Gisteravond was het ineens genoeg. Als een vliegenvanger die zijn weerga niet kent ben ik door het huis gaan rennen. Met handdoeken sla ik links en rechts om me heen, spring hoger dan ik dacht te kunnen en af en deel af en toe een goede klap uit. Ik sla zo hard dat Ami elke keer verschrikt opkijkt naar haar gekke baasje om uiteindelijk alleen nog maar haar ogen open te doen en mij, vanuit haar mand, ietwat meewarig aankijkt. Zelfs Vriendin zwijgt zoals iemand dat kan doen die weet wanneer het beter is te zwijgen.

Huilen

Vanmorgen zit ik in de kamer. Een kriebel in mijn nek. Een onzichtbare vlieg. En ik voel de tranen branden. Om andere dingen dan vliegen. Om de lekkage in de kamer na een heftige regenbui van twee dagen lang. Om de houten vloer die kromgetrokken is. Om de verzekering die eerst een offerte wil.
Om de val van Vriendin van een trapje, maar die stoer weer opstaat. Die dan thuis haar blauwe plekken laat zien en mij weer doet beseffen dat zij 1) een pechvogel is of domweg onhandig en 2) geluk heeft gehad.
Om Vriendin die zo hard haar hoofd stoot dat het huis na trilt en mij weer doet beseffen…
Om een bekeuring van 148 euro omdat wij geconfronteerd worden met een straat waar je ineens niet meer in mag rijden. Om de agent die geen geintje sympathie toont.
Om een hond die mij aankijkt en iets wil maar wat? Om een site die ik maar niet de lucht in krijg.
Om een huis dat gekocht moet worden maar waar nog van alles mee moet.
Om het meisje achter de balie waar ik mijn rijbewijs moet vernieuwen en mij alleen maar aankijkt met een blik van ontzettende verveling als ik mijn eigen telefoonnummer even niet kan reproduceren.

Daarom. En ik weet donders goed dat het vaker meezit dan tegen. Dat ik niet moet zeiken. Dus dat doe ik ook niet.
Daarom vang ik vliegen.

 

 

Focus AV!

Elke ondernemer, elke zzp’er, een ieder die ooit voor zichzelf begon zegt hetzelfde. FOCUS. Ik begrijp dat. Ik begrijp dat het handig is om helemaal te gaan voor één ding. Maar ja.

Laatst las ik op een netwerkbijeenkomst twee gedichten voor. Juist toen ik besloot om mij met AV Teksten meer te richten op de zakelijke (tekst)wereld. Met gedichten valt immers geen droog brood te verdienen.

Het schrijven van een dichtbundel is als een rozenblad de Grand Canyon in laten vallen en dan wachten op de echo.

Dus voordat ik begon met voorlezen vertelde ik nog even snel wat ik ook allemaal doe, kan, zou willen kunnen. En liet ik achterwege dat ik ook nieuwsbrieven maak, songteksten schrijf, ideeën heb voor levensverhalen….

Focus

Tijdens die bijeenkomst was er ook een mijnheer die het allemaal weet. En ook bewezen heeft dat hij het weet. FOCUS.
Maar ik kan me niet focussen, ik wil me niet focussen. Juist die enorme hoeveelheid aan mogelijkheden maakt dat ik soms stuiter van enthousiasme en daar geniet ik van. Van het stuiteren op zich. Nu nog een manier vinden om het stuiteren om te zetten in muntjes.

Uren en uren

Zo ben ik uren en uren (dagen) bezig geweest met een nieuwe template voor deze website. Een knoop in mijn maag omdat het eerst niet lukte. Een knoop uit mijn maag toen ik verschil ging zien. En dan een reactie van A., een vaste lezer van mijn blog. ‘Waarom heb je een ander lettertype gebruikt?’

Het is veel meer dan een ander lettertype, antwoord ik. Maar A. ziet tenminste nog dat er een ander lettertype is gebruikt. Een stemmetje fluistert in mijn hoofd. ‘Focus, Anja, focus op dingen die nu echt belangrijk zijn’.

‘Vroeger was je anders’

Een heel smal straatje in centrum Den Haag. Een uur of elf ‘s avonds. Lallen, lichten en lefgozers. Den Haag heeft het ook.

Na een etentje belanden we in ‘Vroeger was het anders’. De naam van het kleine, gezellige café. Vaste klanten worden met een zoen begroet, onvaste klanten vallen lallend neer op het bankje tegenover de ingang van het café. De witte wijn wordt in een longdrinkglas geserveerd met heel veel ijs. Dat begrijpen we later wel. De wijn ziet er niet uit als wijn en smaakt niet als wijn. Maar het maakt allemaal niet uit.

Je moet hier beginnen
De vrienden met wie we zijn zeggen dat het meer een café is om te beginnen. Als je nog geen betere wijn hebt geproefd. Dan valt het namelijk heel erg mee.

Ik trek de jongen die er werkt aan zijn arm. Waarom heeft dit café die bijzondere naam: ‘Vroeger was je anders’.
‘Nah’, zegt hij, en kijkt me aan, ‘zeg jij het maar, vroeger was je toch anders?’.

Wie kan er tegen zoveel waarheid? Vroeger was ik in ieder geval jonger. Is dat ook ‘anders’? Hij buigt naar me toe. ‘Dat heeft mijn broer bedacht.’ Hij wijst naar de man die achter de bar staat. ‘We willen juist als vroeger zijn. Gewoon. Voor iedereen. Ministers, hoeren, travestieten, flikkers: iedereen is welkom. Hoe mooi is het als je hoort zeggen “we gaan naar vroegah“.’

Studentes
Een horde studentes komt zingend aan. Eén meisje draagt een sluier. Vroeger is voor haar bijna voorbij. Ook zij worden joviaal begroet. De oer-Hollandse muziek doet me meedeinen. Ik houd ervan. Geen smartlap is mij teveel. Zelfs de wijn smaakt steeds meer naar wijn.

Dronken
Tegenover mij zit een stel dat, met nog een biertje in de hand, hun behoorlijk alcoholische staat nog wat probeert te verhogen. De man, niet heel jong meer, met een hanenkam en camouflagekleding aan, probeert zijn blonde vrouw te kussen. Dat gaat mis, hij kan amper zijn ogen nog openhouden. Zij lacht en valt ook bijna voorover van het bankje af.

Als wij naar huis gaan, lopen ze voor ons. Van links naar rechts. Hand in hand. In mezelf hoor ik een smartlap ontstaan.

Vroeger was je anders
maar nu ben je oké
Vroeger was je anders
nu ga ik met je mee

We kopen een bad en bouwen daar een huis omheen

We hebben (geloven wij) een appartement gekocht. Tenminste, we hebben in woord en schrift gezegd: ‘ja, we willen’. Maar er moet nog veel gebeuren voordat de eerste paal de grond ingaat. Zo kan de buurt zich er nog mee bemoeien en zijn er nog wat ‘kleine’ dingetjes die de boel kunnen vertragen of tegenhouden.

Dus in afwachting van iets dat pas over twee jaar een feit is, verblijven wij nietsvermoedend, zonnend in de achtertuin. Dan belt een dame van het sanitair. Of we met gezwinde spoed hun kant op willen komen. Je lacht eerst nog maar ze is bloedserieus. Oké, we komen er aan.

Sanitair en andere ongemakken
En zo liepen we dus gisteren rond in een grote showroom met douches, toiletten die vanzelf open en dicht gaan, spiegels die pas licht geven als je er zacht met je hand langs beweegt en badkuipen waarin je met een compleet volleybalteam kunt badderen.
Maar zo groot als dat bad, wordt onze badkamer.

Keuzes
Ik ben niet van keuzes. Ik heb er moeite mee. Omdat het me vaak niet interesseert. Kies jij maar voor mij. Eerlijk gezegd zal het mij een worst zijn of de wasbak een smal subtiel randje heeft of ouderwets porselein gietwerk is. Een voeg van een millimeter of anderhalve… Een ronde ophangbeugel of een rechte…, een stortdouche met veertig gaatjes of honderd, links- of rechtsdraaiende deurtjes, constante stroom of niet, een kraan van chroom of een ander soort chroom. Laat het mij niet zien want dan ga ik er over nadenken. En dat is zonde van de tijd omdat ik het niet weet.

Doe maar
We zeggen nee tegen dingen, ja tegen dingen, we doen wat weg, we voegen toe aan ons badkamerwinkelmandje en zitten uren later bij de mijnheer aan tafel. Hij gaat rekenen en ingewikkelde ordernummers intikken. Wij kijken elkaar aan en als  hij koffie haalt, fluisteren we tegen elkaar wat wij denken dat de prijs onder de streep zal zijn. Een virtuele streep van een virtuele kamer in een virtueel huis dat we nog gaan kopen.

Virtuele prijs
We schrikken niet eens van de prijs. Zoiets hadden we ook gefluisterd tegen elkaar. Met een dikke enveloppe lopen we naar buiten. De zon schijnt, er ligt een leuk terras aan de overzijde waar we aan een tafeltje de middag laten passeren. Nee, we hebben nog geen ‘ja’ gezegd maar de enveloppe laat zien dat we een eind op weg zijn. We bestellen een wit wijntje want hebben we nu iets te vieren of niet?

Wie ons kent weet dat wij altijd iets te vieren hebben. Maar nog nooit hadden we zoveel moeite om het onder woorden te brengen.

 

Voor alle meisjes van zestig

Mijn zus werd zestig. Ik mag het hier eigenlijk niet schrijven want ze wil er niet aan. Ze is en blijft voor de rest van haar leven: ergens eind vijftig.
Mijn vriendin I. werd zestig. Haar feestje werd versie 6.0 genoemd.
Ik heb makkelijk praten want ik ben het (nog) niet en de klap van ‘vijftig’ kwam harder aan dat ik ooit voor mogelijk had gehouden (dus ik sta niet in voor mijn reacties als het zo ver is).

Vroeger als kind of jong volwassene, dacht ik vaak ‘oh, ik ben nog niet eens op de helft’. Een opbeurende gedachte ondanks dat je ook wel wist dat er allemaal vreselijke dingen konden gebeuren die geen rekening houden met leeftijd. Maar de gedachte dat er nog tijd genoeg is, is een prettige. Fouten kun je herstellen, je kunt opnieuw beginnen, nieuwe mensen ontmoeten, talenten ontwikkelen. Maar dan opeens, ben je echt over de betere helft. Want hoe positief we het ook benaderen, we komen krakend uit bed en gaan er al lang niet meer kakelvers in.
Een avond doorzakken doet je de dag daarna verzuchten: ‘we moeten dat niet meer doen’.

Maar het is vooral het fysieke verval wat het ouder worden een beetje ondraaglijk maakt. Want verder, laten we eerlijk zijn, kunnen we nog heel veel.

Daarom, voor alle meisjes van zestig, dit lied. En vooral voor I. (omdat het niet in het boekje zat en speciaal voor haar geschreven is).

 

melodie: meisjes van dertien – Paul van Vliet

Meisjes van zestig

Kijken soms wat fronsend naar beneden
kijken naar de armen, naar verval
Kijken achterom, niet naar het heden
niet, naar wat de toekomst brengen zal
zien veel ongeschoten, grote beren op de weg
bang voor wat er komen gaat, en raken van de leg
zien de mooie meiden vol van energie, elan
kijken dan wat peinzend naar hun eigen, lieve man

refrein

Meisjes van zestig, kom niet zo nukkig
Meisjes van zestig, het is niet voorbij
genoeg nog te lachen, genoeg nog te leven
genoeg te ontvangen of om weg te geven
want ergens nog meisje
in je hoofd zing je liedjes
en diep in je hart
zijn er van die verdrietjes
Meisjes van zestig, het is niet gedaan
meisje van zestig, trek je glimlach weer aan

hebben van die dromerige blikken
denken aan de dingen van weleer
raken in paniek van al die ‘ikken’
willen heus niet alles, maar wel meer!
willen nog gaan stappen, weer eens dansen op het strand
vragen zich vol twijfel af waar zij in zijn beland
bang om te vergeten, bang voor geestelijk malheur
staan te vaak te bonzen op hun eigen dichte deur

Meisjes van zestig, kom niet zo nukkig
Meisjes van zestig, het is niet voorbij
genoeg nog te lachen, genoeg nog te leven
genoeg te ontvangen of om weg te geven
want ergens nog meisje
in je hoofd zing je liedjes
en diep in je hart
zijn er van die verdrietjes
Meisjes van zestig, het is niet gedaan
meisje van zestig, trek je glimlach weer aan

© Anja Verhaar