CategoriePersoonlijk

Zomergasten is pootje baden voor de televisie

VPRO’s Zomergasten vind ik één van de leukste televisieprogramma’s die ik ken. Niet altijd natuurlijk en afhankelijk van presentator en zomergast, maar verrassende televisie. Leerzaam, rakend, onderhoudend.

Janine Abbring, de presentator dit seizoen, kende ik niet. Een leuk mens, licht kritisch en open. Die mag terugkomen wat mij betreft. Op de aflevering van gisteravond had ik me echt verheugd. Claudia de Breij te gast. Maar ik merkte dat ik na een kwartier al enigszins onrustig op mijn stoel zat, ging er nog iets gebeuren?

Nee. Dit was gewoon Claudia de Breij. Waar ik toch al van hield. En Claudia de Breij laat zich genoeg kennen via de teksten die ze schrijft dus daar zat weinig verrassends bij. Dat had ik kunnen verwachten. Dat ze hoopvol gestemd is, uit gaat van het goede van de mens en gelooft in de liefde… ik wist het.

Het mooiste fragment wat mij betreft, is bovenstaande foto. Een optreden van Barbara Streisand met Judy Garland. Twee vrouwen die ik ook enorm bewonder. Judy Garland, moeder van Liza Minelli, die zichzelf een overdosis gaf maar zong ‘somewhere over the rainbow’.

Perfecte zomergast

Wat is nu de perfecte zomergast voor mij? Iemand die ik niet goed ken, die mij iets kan laten zien en voelen dat nieuw is. In principe kan dat iedereen zijn. Een wetenschapper, een sportmens, een arts, een schrijver, een vrouw, een man: een verhaal. Daar gaat het om, een goed verhaal.

Maar het is weer voorbij. Zomergasten 2017. Jammer maar ook wel fijn. Blijft er meer tijd over voor andere verhalen.

Rupsje Nooit Gedacht

Zit je, tijdens een weekendje Vinkel, aan tafel na te genieten van een nieuw record op je stappenteller.

Filosofeer je wat over dit blog, wat schrijf je wel, wat schrijf je niet? Soms vallen onderwerpen af, gewoon omdat je nu eenmaal niet alles kan schrijven wat je vindt en denkt. Je zoekt met je lege hoofd naar een onderwerp… komt er een rups voorbij gekropen.

Antenne

Hangen drie volwassen vrouwen over de tafel om het beest te inspecteren. Hij heeft een antenne op zijn kop. Hebben ale rupsen dat? Met de Ipad in de hand speuren we naaar ‘rupsen met uitsteeksel/antenne/sprieten’.  We komen in een omvangrijpe wereld terecht van rupsen in duizendtallen, alle kleuren van de regenboog, met wel of geen antennes op de kop. Op één pagina wordt gesproken over de antenne op het achterste segment van de rups. Die van ons heeft het op het voorste segment!!

Man

Er schuift een man aan. We leggen hem de rups voor, vertellen over de platsbepaling van de antenne. Man zou man niet zijn als hij niet met de oplossing komt: onze rups loopt achteruit.

Tevreden klikken we de Ipad uit en klinken op het leven.

‘s Nachts droom ik over een stappenteller voor rupsen. Niet eerlijk hoeveel stappen zo’n rups, schijnbaar in volkomen harmonie met de wereld om hem heen, kan nemen. Met z’n twintig pootjes. Dat tikt nog eens aan.

 

 

Tienduizend stappen, 1, 2, 3

Vanaf vorige week woensdag ben ik ook bevangen door het tienduizendstappenvirus. Een onschuldig virus, maar toch eentje waar je niet makkelijk vanaf komt.

De hoogste tijd vond een aantal vrouwen in de familie om af te vallen. Voor mij ook? Voor jou ook. We zouden gaan Weightwatchen. Een bijzondere ervaring vond ik. In de rij om op de weegschaal te mogen. Slechts één avond kon ik het aan, het wachten, het showen van de bovenarmen aan elkaar. Het voordoen van een ‘lunge’ door een dame die daarna bijkans omhoog gehesen moest worden. Dit gaat het niet worden voor mij. Op naar de online versie dan maar.

Stappenteller

Wel gaan we stappen tellen. Dagelijks zo’n tienduizend. En dat valt niet mee. Tot nu toe heb ik het gered elke dag. Ik kom met hond Ami op plekken die zij en ik niet eerder hebben besnuffeld. Gaan we uiteten, een hobby van Vriendin en mij, dan wandelen we naar het restaurant, zo’n vijf kilometer verder. De stappenteller tikt welwillend voort.

Verslaafd

Ik ben gezegend met het verslavingsgen. Gezegend is natuurlijk maar waarvoor je het gen inzet. Na heel veel foute keuzes ga ik het nu inzetten voor mijn stappen. Gisteren had ik een oef-dag. Je kent dat wel. Je ogen gaan niet open, je lijf bemoeit zich er mee en de stappen komen niet vanzelf. Met een onwelwillend hondje die ik met me meesleur, kom ik amper aan de tweeduizend stappen. Als Ami domweg weigert om aan mijn nieuwe hobby mee te werken, kom ik tot bedaren. Hondje heeft gelijk. Gewoon snuffelen aan een plas is ook lekker. Als we naar huis gaan weet ik zeker dat vandaag geen tienduizend stappen zal bevatten.

Knaagt

Zoals het een goede verslaving betaamt, knaagt het aan je. Als Vriendin boodschappen gaat doen, vergeet ze gelukkig een paar dingen. ‘Zullen we gaan lopen naar AH en dan daar de boodschappen doen? Ik val bijna stil van mijn eigen opmerking. Of is dit de manier van Vriendin om mij te manipuleren. Vergeet ze bewust die dingen die ik nodig heb, zodat ik wel moet gaan lopen? Ze speelt het in ieder geval heel overtuigend.
We gaan lopen en nemen een omweg. Ik haal het niet, die tienduizend stappen maar met ruim negenduizend kan ik leven.

Punten tellen

Niet alleen stappen tel ik, ik tel ook punten. Van WW. Een hele klus om me door het programma online heen te worstelen maar ik krijg het voor elkaar. De grootste sport maak ik er van om zo met mijn punten uit te komen dat er ruimschoots genoeg over is voor een wijntje. Aan het eind van de week heb ik zoveel punten over (Activepoints van het lopen, Weekextrapunten) dat ik zondag de hele dag wijn kan drinken. Non stop.

(Had ik al verteld van mijn verslavingsgen?)

 

Ik wil het niet horen, niet zien, niet voelen

Ik zocht naar een plaatje over oorlog maar kwam uit bij een plaatje over vrede. Die bevalt me zo veel beter.

Vriendin en ik hoorde een fragment uit Kijken in de Ziel. Een programma waarin Coen Verbraak dit maal praat met militairen. Ik besluit het later terug te zien. Gisteren was ‘later’. Ik heb het niet afgekeken want ondanks mooi en indringend, kwam het mij te dichtbij.

Oorlog

Op de vraag of wij in Nederland nog oorlog krijgen, antwoordde elke (hoge) militair: ja. Geen twijfel was er. Mijn hart sloeg over.
Ook spraken ze over het imago van de militair. In tijden van vrede kun je het je veroorloven een makkelijke mening te hebben over de militair. Ik dacht toch ook een beetje zo: uniformgeil, machtswellust, mannenwereld, veel normen, veel waarden. Wist ik veel, ze waren niet echt nodig behalve als er een dijkje doorbrak.

Dienstplicht

De vraag of de dienstplicht terug moest komen werd verschillend geïnterpreteerd. Een kapitein zei: ‘ja, maar laten we het dienplicht noemen’. Dienen in landen als bijvoorbeeld vrijwilliger in een oorlogsgebied of in een gebied met grote armoede. On zo te leren we hoe dankbaar je mag zijn voor de wereld waarin wij leven. Een ander zei: ‘Nee, we hebben alleen iets aan gemotiveerde mannen en vrouwen’. Ik begrijp dat. Ieder mens kan zandzakken sjouwen maar je land verdedigen tegen monsterlijk, menselijk geweld? Wie zijn daar voor in de wieg gelegd, wie heeft zoveel landliefde?

Oorlogje spelen

Er is zoveel wegbezuinigd bij het leger dat het enige dat nog kan is oorlogje oefenen in een virtuele wereld. Geen geld voor geweren, voor munitie, voor een onderzeebootje of zo. Legervoertuigen vallen van ellende uit elkaar en de laatste tanks zijn aan Duitsland weggegeven.

Het feit dat ik in mijn leven geen oorlog heb meegemaakt schijnt bijzonder te zijn. Tijden van vrede waren vroeger heel schaars. Een golfbeweging van geweld en vrede, geweld en vrede, geweld en vrede. De relatieve rust die we nu ervaren duurt al zo’n zeventig jaar. Dat is dus lang. En ik was me daar niet, nooit bewust van. Dat wij zo boffen, zo gelukkig zijn dat we konden kiezen voor een leven waarin het niet ging om overleven maar over leven.

Zijn ze er nog?

Zijn ze er nog. Mannen en vrouwen die durven. Die ons gaan verdedigen. Die principes hebben die ik eerst verafschuwde. Die hun leven op het spel zetten voor dat van ons? Een van de geïnterviewden zei: ‘Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog’.

Dat willen we helemaal niet horen natuurlijk. Maar ik vrees dat het waar is. Lafbek. Ik.

 

Waar is het feestje? Niet daar is het feestje.

Vriendin en ik hebben een appartement gekocht dat nog gebouwd moet gaan worden. Sterker, er moet eerst nog afgebroken worden, dus voordat er werkelijk iets staat hebben we nog minstens twee keer Sinterklaas gevierd.

Dit is niet mijn eerste koophuis, het is nummer drie. Maar dit keer ging het allemaal niet van een leien dakje. Wat mis kon gaan, ging mis. En zelfs een dag voor het ondertekenen bij de notaris werden we nog geconfronteerd met kleine lettertjes die, zoals het hoort bij kleine lettertjes, een venijnige boodschap hadden.

Dus helemaal op ons gemak waren we niet gisteren. De afspraak bij de notaris was om 16.00 uur en dat is ongeveer spits bij ons in Den Haag. Met een onrustige buik reden we de file in. Maar we waren tien minuten voor de afspraak aanwezig.

Vertrouwen

Het vertrouwen dat het nu helemaal in orde was, hadden we niet. Waren we niets vergeten? Wat moesten we meenemen? We mogen naar binnen, vijf minuten voor tijd. Onze financiële man was er nog niet. De notaris, een statige, gebruinde, keurige man, wacht ons op achter zijn grote bureau. Onze financieel adviseur schiet ook snel naar binnen. We tekenen en staan om 16.01 buiten. Elkaar hijgend aan te kijken.

Enveloppe

Ik met een enveloppe in de hand. De hypotheekakte. Maar waar is de fles bubbels en het bloemetje? Waar is het feestelijke moment gebleven? Niet in de enveloppe in ieder geval, ik heb er nog ingekeken. Om 16.10 rijden we in de auto naar huis. We zijn stil van het grote gebeuren dat voorbij was voordat we het wisten.

Een kopje koffie bestellen op een verregende dag,

bezorgt meer vreugde dan een huis kopen!

Spelen

Vroeger speelde ik altijd postkantoortje. Dan was ik iedereen. De directeur, het meisje achter de balie, de mevrouw van de stempels. Ik ging elke keer achter een ander tafeltje zitten om mijn handtekening te zetten. Dat gevoel had ik gisteren een beetje. Alleen was ik niet de notaris. Dat was wel duidelijk. Zeker toen hij zei

Deze akte is in minuut opgemaakt en verleden te Rijswijk.

Toen konden we gaan.

Van apatheïst tot GG rubbing

In Zomergasten was dit keer primatoloog Frans de Waal te gast. Ik had geen idee wat ik kon verwachten maar toen ik hoorde over apen en apengedrag, was ik verkocht.

Frans de Waal legt uit waarom wij zo graag naar apen kijken maar er niet mee vergeleken willen worden. De mens als omhoog gevallen aap: daar voelen we ons te goed voor. Ik kijk ook graag naar apen, net zoals ik graag naar mensen kijk in een programma als Utopia. Gedragingen observeren van ‘mensapen’ die de camera vergeten en hun soms waardeloze zelf kunnen zijn.

Liefdesgen

Voor het gemak noem ik dat maar even zo. Het is mogelijk om bij muizen een gen zo te manipuleren dat ongewenst gedrag verminderd wordt en er ‘lieve’ muizen ontstaan. Eureka!!!! Kunnen we niet wat proefpersonen afstaan aan onze primatologen en andere wetenschappers. Ga je gengang zou ik zeggen.

GG rubbing

Ik veerde geamuseerd omhoog toen ik hoorde dat vrouwelijke bonobo’s (de kleinere variant van de chimpansee) openlijk plezier beleven aan het wrijven van de genitaliën tegen elkaar. GG rubbing. In plaats van een high five is het een aardige variant als groet. En volkomen geaccepteerd in de wereld van de bonobo’s. Nog een aardig wetenswaardigheidje: de bonobo wordt wetenschappelijk niet als vol gezien omdat zij te weinig agressie tonen. Ze gaan voor liefde en verzoening. Een soort van hippie-aap. Maar omdat de focus vooral gericht is op agressie en macht bij apen, is de hippie natuurlijk een flauw aftreksel van de ‘werkelijkheid’.

Apatheïst

Frans de Waal noemt zich een apatheïst. Geen atheïst die ‘gelooft’ dat er geen God is maar een apatheïst. Iemand die volkomen apathisch reageert op het wel of niet bestaan van een God. Het doet er niet toe. Wat een heerlijke kijk op geloof. En ook geloofwaardig want we staan er in ons eentje voor, in dit leven. In het verkloten of mooier maken van het leven. Geloven in een God maakt mensen niet perse beter dan ze zijn. Integendeel. In Barcelona weten ze er alles van.

Tranen met tuiten

Figuurlijk dan. Er wordt een fragment getoond van het afscheid van Jan van Hooff die afscheid neemt van ‘mama’. ‘Mama’ was de sterke apenvrouw op de achtergrond. Ze is 59 jaar oud als ze overlijdt. Zo ontroerend, mooi en verdrietig. Als je het gemist hebt, bekijk het hier. Zo mooi kan het leven zijn.

 

Pardon, maar nog even over het kinderpardon…

Zo ongeveer zouden kinderen er in elk deel van de wereld uit moeten zien. Genieten, lachen, vermaakt, gezond, blij. Maar weet je het nog? Begin deze week? Armina Hambartsjumian, de moeder van Howick (12 jaar) en Lily (11 jaar),  uitgezet naar Armenië zonder haar kinderen.

Maar er is veel gebeurd deze week. Ik hoorde dat ‘de politiek’ soms ineens iets anders het land insmijt om een andere kwestie te doen vergeten. Bijvoorbeeld de kwestie dat een moeder zonder haar kinderen, het land wordt uitgezet. De politiek heeft een statement willen maken. Jammer voor Howick en Lily, maar eigen schuld dikke bult voor de moeder.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (die ik eigenlijk een hele leuke man vindt) was spoorloos deze week. De  vreselijke terreurdaad in Barcelona, joeg dit ‘kleine’ nieuws uit alle kranten. Maar in mijn hoofd bleef het zitten.

De kinderen vallen niet onder het kinderpardon, omdat het gezin in een eerder stadium nooit heeft meegewerkt aan een eventueel vertrek en dat is wel een voorwaarde.

Meewerken aan uitzetting is voorwaarde om eventueel te mogen blijven?? Ik begrijp het niet meer. Dat een moeder slim gebruik maakt van de mogelijkheden om via allerlei rechtsprocedures niet uitgezet te kunnen worden, kun je dat die moeder verwijten? Dat zij haar kinderen een blij en vrij land gunt, is dat verwijtbaar?

Als je als land op je strepen wilt staan, zet dan eerst de goede strepen. Als een gezin niet voldoet aan de eisen gesteld aan asielaanvragen, zorg dan dat het gezin direct terug gaat naar het land van herkomst. Verander wetten en regelgeving zodat het niet meer mogelijk is om negen jaar, soms langer, te verblijven in een land en je toekomst daar op te bouwen.

Het mag gewoon niet kunnen

Als kinderen zo lang in een land verblijven, naar school gaan, de taal spreken, vrienden hebben en van hun eigen land geen weet hebben, dan mag het gewoon niet gebeuren dat je teruggestuurd wordt naar een land waar ze vreemdelingen zijn. Het is gewoon niet menselijk, niet sociaal, niet eerlijk.

Als je als land je zaakjes niet op orde hebt regel dat dan eerst. Zeik niet:  ‘ze wisten het, ze wisten tien jaar geleden al dat ze niet mochten blijven, dan is dit de consequentie’.

Elk kind verdient een pardon. Wij, geluksvogels, kregen al zoveel pardon mee bij het geboren worden: de juiste plaats, het juiste land, de juiste mensen. Daar hebben wij niets voor gedaan of gelaten. Dat kun je niet zeggen van mensen die huis en haard verlaten op zoek naar iets meer geluk. Van mij mogen ze.

En dan is er alleen nog maar de stilte

Het aller, aller ergste vind ik nog dat we er aan wennen, samen. Wennen aan niet meer, nooit meer veilig zijn.

Weer een afschuwelijke aanslag. In Barcelona. Beelden van lichamen, links en rechts over de weg. Een lege kinderwagen. Vrouwen die met een verslagen blik om zich heen kijken. Mensen die in paniek rennen, hollen, weg van de terreur. En dat witte busje.

En hoe er in de media ook gesproken wordt over de stagnatie bij IS, slagen die gewonnen worden, landen die heroverd worden… Wat te doen met al die gekken die hun eigen vlucht naar de heilige hemel boeken?

Vakantie

Slenteren in de zon. Flaneren op je nieuwe schoenen, hand in hand met je geliefde. Barcelona, de stad die iedereen gezien moet hebben. Zon, warmte, temperament. In één keer is het stil op straat. Zo stil dat alleen de echo van geweld doorklinkt in een stad die tot zwijgen werd gebracht.

En dan schrijft Pechtold in zo’n makkelijke tweet: ‘Ideaal van verdraagzaamheid lijkt nu weerloos, maar zal alle waanzin overwinnen’. En ineens kan ik het niet meer hebben. Hoezo, overwinnen? Hoe dan? Pechtold.  Het zijn niet meer de woorden die het doen. Verzin iets, doe iets, red ons. Niet ‘ons’ in de zin van ik en de mijne. Maar ons, mens. Met het vermogen om te denken en lief te hebben.
Kunnen we geen nieuwe God creëren? Een God van iedereen? Of beter nog, helemaal geen God meer. Maar jij en ik die verantwoordelijk zijn.

En ik besef dat mijn woorden misschien net zo leeg zijn als die van Pechtold. Zwijgende woorden zijn het.

We gaan ‘to slow’ (Nina Simone)

Ik schrijf al een paar dagen over rassendiscriminatie in de wereld. Door de rellen in Charlottesville, door de woede van Nina Simone. Gisteren zag ik de documentaire over haar leven en het zien van die beelden maakte mij stil. Stil uit onmacht en woede.

Het is zo makkelijk om als blanke vrouw, uit een land waar alles kan en mag, te roepen hoe lelijk de wereld is. Om je zelf er buiten te zetten en te wijzen naar anderen. Maar ik besef heel goed dat het ook bij mij begint. Hoe breed is mijn wereld en mijn leefomgeving?

Gesprek

Nog niet zo lang geleden sprak ik een Marokkaanse vrouw. Zij luisterde met twinkelende oogjes naar het liefdesverhaal van Vriendin en van mij. Onze ontmoeting, onze heilige overtuiging dat het zo had moeten zijn. Ze was zo blij voor ons en met een ondeugende blik in haar ogen stelde zij vragen die velen hadden willen stellen. Ik was verrast door haar reactie want eerlijk gezegd had ik deze open houding over ‘andere’ relaties, niet verwacht. Gebaseerd op niets eigenlijk maar wel een aanname die heel fout was. Een pijnlijke constatering om mijzelf ineens te zien in het licht van ‘iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Leren

Als je zelf iets niet kent is het moeilijk om een ander echt te zien. Je kunt niet verplaatsen in een moeder die haar kind verliest, als je zelf geen kind verloren hebt. Ik kan me niet verplaatsen in een man of vrouw die omwille van een huidskleur gedegradeerd wordt tot tweedehandsburger. Het is niet alleen het niet kunnen: ik mag me niet verplaatsen want dat recht heb ik niet. Die pijn ken ik niet, die vernedering heb ik nooit gevoeld.

Ik kan me ook niet verplaatsen in die witte mannen en vrouwen die schreeuwen dat alleen zij er toe doen. Ik kan er met mijn boerenverstand niet bij dat de kleur van je huid bepalend is voor welvaart en geluk. Dat we nu met z’n allen weer kijken naar beelden van haat en waanzin, beelden die we jaren geleden ook zagen en veroordeelden. Wat geeft jou het recht om jezelf groter te maken dan je bent?

Kleine man

Het doet me denken aan een kleine man die altijd op zijn tenen liep. Om groter te lijken. Om niet te voelen hoe klein hij werkelijk is. Al die arrogante blanke koppen van jonge mannen die schreeuwen dat de wereld van hen is. Zaadjes van haat die geplant zijn in de ontvankelijke hoofdjes van baby’s overal in de wereld.

Daar begint het en daar moet het ophouden.

Nina Simone spuwt bijna haar woede en haat uit naar haar publiek. Ze zingt een lied en zegt: ‘dit lied is alleen voor de 300 donkere mensen in deze zaal’. Maar als je haar verhaal hoort dan begrijp je dat zij alle recht had om ‘ons’ uit te sluiten.

Luister naar ‘Missisippie god dam.

 

 

Dat vette, witte leven

Deze dagen hebben Vriendin en ik een stappenteller gekocht. We stoeien met instellingen en zijn vastberaden elke dag 10000 stappen te gaan zetten, maar dat valt nog niet mee. Vriendin heeft, zonder er moeite voor te doen, bij het afleggen van dezelfde afstand, 1000 stappen meer. Niet eerlijk.
Futiliteiten

In de wereld van vandaag is het soms heerlijk om je druk te maken over dit soort futiliteiten. Niemendalletjes. Want de grote, boze wereld om ons heen is te groot en te abstract om er iets mee te kunnen. De gekken die landen leiden en elkaar de les lezen en dreigen met vuur en woede.

Rellen in Charlottesville

De rellen in Charlottesville. Waar extreem-rechts demonstreert en een auto inrijdt op tegendemonstranten. Ene mijnheer Trump die zegt: ‘Er gebeuren geweldige dingen in dit land, wat jammer nou toch…’. In een tweet schrijft Trump: ‘so sad’.
Wat is dit voor een minkukel, met zijn uitspraken gebaseerd op babygebrabbel. Het is ook geen wonder als je woordenschat niet groter is dan dat van een kleuter van vier, je niet anders kunt zeggen dan: ‘het is geweld van vele, vele kanten. Vele, vele kanten.’ Alsof je hiermee een diepzinnigheid het licht laat zien waardoor de wereld zijn adem inhoudt. Nou Trump, dat doet de wereld ook.
Zo’n uitspraak kan niet waar zijn als extreme idioten leuzen scanderen als ‘alleen witte levens doen er toe’.

Jij bent dat vette, witte leven wat ik niet wil. Ik zou de maskers van schijnheiligheid en zelfvoldaanheid van je gezicht af willen scheuren om iets terug te zien van een gewoon mens.

Genieten

Ik geniet deze dagen dus maar van kleine dingen om me heen. Twee hondjes om me heen die me vertederen, een spontaan gesprek op straat, buren die zwaaien, een heerlijk, schoon bed.

Ik koos de foto bij dit blog omdat het mij iets zegt over reflecteren. Niet over stappen tellen. Maar samen lopend proberen grip te krijgen op het leven en op de wereld. Zo zou ik politieke leiders ook willen zien lopen. Het hoofd de ene keer gebogen om beter naar de ander te luisteren. De andere keer het hoofd omhoog gericht omdat je een inzicht krijgt groter dan je eigen ego.

Misschien heet dat ook wel: stappen tellen.