CategoriePersoonlijk

Dichter bij de dood (kan ik niet komen)

Gisteren, 2 november Aller Zielen, deed ik voor de eerste keer mee aan Dichter bij de dood. Een stemmige bijeenkomst op de begraafplaats Oud Eik en Duinen, waar zoveel kunstenaars, dichters, schrijvers liggen begraven. De bezoekers wandelden een met fakkels verlichte route en stonden stil bij de zeventien dichters die verspreid over de route, een voordracht hielden.

Voor mij een unieke ervaring om iets te vertellen over Jean Louis Pisuisse, die daar begraven ligt, en een eigen gedicht over de dood voor te dragen.
Maar het zat niet allemaal mee.

Stikdonker

Mijn plekje was stikdonker. Tot ik het lumineuze idee kreeg om een oliefakkel van een eindje verderop te verplaatsen naar mijn standplaats. Maar die was vast geplaatst door een krachtpatser van jewelste want hoe ik het ook probeerde, ik kreeg de fakkel niet in de grond. Stel je voor: donker, een zwevende fakkel met rond wakkerend vuur en een onhandige dichter die met de naderende voetstappen van de eerste bezoekers in het oor, een fakkel probeert te plaatsen. Uiteindelijk heb ik met twee handen mijn nagels kapot gegraven in de harde ondergrond. Zonder resultaat. Uiteindelijk het ding weinig respectvol op een grafzerk van een onbekende buurman geplaatst. Ik moest immers mijn handen vrij hebben om voor te kunnen lezen.
Niet echt een goede voorbereiding kan ik je verzekeren.

Mensen, mensen, mensen

Er was veel aanloop en voor een dichter die niet wekelijks in het openbaar spreekt, een goede oefening om de juiste toon en het juiste timbre te vinden. Omdat er zoveel groepjes langskwamen had ik de gelegenheid om dat te oefenen en kon ook steeds meer ‘zomaar’ vertellen. Mooie reacties, dankbaar publiek en een ludieke plek natuurlijk voor deze viering.

De meegekregen thermoskan met koffie was een lief gebaar. Maar heb je ooit in het pikkedonker een kopje koffie proberen in te schenken. Een kleine vloek, ook weer niet eerbiedig, liet ik toen de hete, zwarte vloeistof over mijn kapotte vingers stroomde.

Morgen meer over Jean Louis Pisuisse en de reden waarom ik hem heb gekozen.

De zeven zussen van Hill House

Ik heb niets met Haloween. Kijk met verbazing naar versierde huizen en spinnenwebben die aan deuren worden gehangen. Zie compleet verbouwde woningen waarbinnen zich, nu eens in het licht, duistere zaken afspelen.
Maar toch had ik mijn eigen Haloween.

Wat ik echt nog nooit heb ervaren is dat een afzonderlijk boek en serie zo veel op elkaar lijken dat de verhaallijnen door elkaar gaan lopen. In mijn hoofd dan. Dat maakt van een compleet onschuldig boek, een horrorleeservaring.

Serie en boek

De serie ‘ The Haunting of Hill House’ zie ik aangeraden worden door mensen die zeggen: ‘ook al houd je niet van ‘horror’, dit moet je zien’. Het gekke is, dat er in het begin van de serie niets gebeurt maar ik toch met een draaiende maag zit te kijken. Hoe dan? Geen muziek, stilte, filmische beelden van een groot en somber huis.
De boeken ‘De zeven zussen’ van Lucinda Riley download ik op goed geluk om er daarna achter te komen dat het een hit is. Geen diepzinnigheid maar vlot geschreven en uitnodigend om verder te lezen.

Verhaallijnen

De verhalen gaan over grote families. In Hill House een gezin met zo’n stuk of zes kinderen, in De zeven zussen zes zussen. Waarom er geen nummer zeven is, moet ik nog achter komen. In serie en in de film is er een groot huis, ver af van de bewoonde wereld. In Hill House een krakend en zuchtend kasteelachtige woning, in de Zeven Zussen een prachtig gelegen villa in een idyllische omgeving. Maar allebei groot en onbereikbaar.

Terwijl ik in de tram aan het lezen ben, blader ik terug want de vader was toch niet dood? Als ik een gewone passage lees over een vrouw die naar haar eigen souterrain gaat, houd ik mijn hart vast. Wat staat haar nu toch weer te wachten.

Dit is echt Mindfuck. Het maakt beide, kijk- en leeservaringen, nog specialer. Hopelijk vraagt niemand mij ooit waar de Zeven zussen over gaat. Net als vroeger, omdat ik zo snel lees, krijg ik dan te horen: ‘Jij hebt dat boek helemaal niet gelezen’. Alleen deze keer heeft iedereen gelijk. Ik lees een heel ander boek.

 

Niets nieuws onder zon en hoe fijn dat eigenlijk is

We moeten er echt aan geloven. Bladeren die naar beneden dwarrelen, de wind om het huis, de regen die met bakken uit de hemel valt. De klok een uur terug. Wintertijd.

En met wintertijd komen ook de feestdagen er aan. Vragen we weer vertwijfeld aan elkaar ‘wat hebben we vorig jaar eigenlijk gedaan en bij wie’? Want als je al zoveel jaartjes mee loopt en kerstmissen heb gevierd bij de vleet, dan raak je het overzicht kwijt. Maar ook omdat de ene kerst inwisselbaar is met de andere. Er is familie, er is eten en drinken, er is gezelligheid. Waar maakt niet zoveel uit.

Lootjes trekken

Ik kreeg een melding van lootjestrekken.nl. Ze missen me. Ze hebben gelijk. Ik was toch dat sinterklaasmeisje dat direct al weer lootjes liet trekken voor ons jaarlijkse sinterklaas. Maar ik zag het mailtje voorbij komen en liet het voorbij gaan. Sinterklaas vieren we nu al jaren met de drie zussen en aanhang. Voor de meesten heb ik minstens vijf keer een gedicht geschreven. Alle eigenaardigheden zijn nu wel benoemd.

De sloddervos blijft slordig. De vergeetachtige blijft vergeten, de dichter blijft dichten. Hoe ouder we worden, hoe meer onze eigenaardigheden, aardigheden worden. Ze horen bij ons als een jas die je nooit meer weg wilt doen, gewoon omdat die past en lekker zit. Zelfs anderen zouden jouw jas missen.

Verrassen

Ik realiseerde me dat ik in een sinterklaasgedicht niemand meer de maat zal nemen, dat ik niet meer vilein uit zal halen of bij iemand het schaamrood op de kaken zal doen ontstaan door iets te vertellen wat niemand nog wist.
We zijn nog steeds getrouwd met dezelfde, de kinderen doen het goed, we werken, we lachen, we leven. We eten regelmatig samen en elke foto die daar van is lijkt op de vorige en volgende. Vakantiefoto’s maak ik niet meer. Idem. Idem van hetzelfde.

Saai of iets anders

Zijn we saai geworden, voorspelbaar. is de schwung er uit? Het was wel het eerste dat ik dacht maar als ik de tijd neem om er over na te denken is het heel anders. Zou ik een sinterklaasgedicht schrijven dan zou het er één van liefde zijn. Van dankbaarheid om samen te delen wat zo gewoon lijkt maar het helemaal niet is. Er is rust in de tent.

Dus misschien moeten we toch maar lootjes trekken. Ik zou voor iedereen hetzelfde gedicht kunnen schrijven. Over samen zijn. Er altijd weer zijn voor en met elkaar. Hoe we hebben leren leven met elkaars aardigheden. Bij iedereen weten waar de warmte zit en het bittertje.
Een jaartje ouder een pijntje meer. Een pensioenleeftijd die aankomende is bij één van ons, een tweelingverjaardag in het vooruitzicht met een te bereiken leeftijd om U tegen te zeggen.

Heerlijk, niets nieuws onder de zon.

 

Lege bedden, leeg gebouw

Ik wist niet eens dat het kon. Ziekenhuizen failliet. Maar het is gebeurd. Gisteren werden twee ziekenhuizen failliet verklaard. Voor mij kwam het uit de lucht vallen, hopelijk voor de patiënten niet.

Personeel ontslagen, patiënten ontslagen en niet omdat ze beter zijn. Ontluisterende beelden toch op televisie, busjes die af en aan rijden om te redden (lees: mee te nemen) wat er te redden valt. Artsen die verslagen lijken, verplegend personeel die het niet kan geloven.

Hoe kan het

Ik vraag me alleen maar af hoe het kan. Op de een of andere manier beschouwde ik deze zorg als vanzelfsprekend, zoals onderwijs voor kinderen. De kille woorden van woordvoerders die hebben geleerd om het zakelijk te houden. ‘We gaan sluiten. Morgen moet het ziekenhuis leeg zijn’. Hoe dan, waar naar toe dan, wie zijn er nu nog om de patiënten te verzorgen. Operaties die gecanceld worden, afspraken afgezegd. Ingrijpende gebeurtenissen.
Het ziekenhuis is dus een gewoon bedrijf, dat verkeerd bestuurd kan worden. Waar te veel geld wordt uitgegeven aan duur ingevlogen personeel en slecht economisch beleid.

De minister blijkt er niet van te zijn. Dat is erg. Zorgverzekeraars zeggen ‘wij zijn er niet om een ziekenhuis overeind te houden’.
Bij Pauw is een chirurg als gast. Hij is ook verbijsterd maar vooral over de manier waarop dit gaat. Hij vraagt zich af waarom er niet netjes wordt afgebouwd,  zodat kwetsbare mensen niet in de kou buiten worden gezet. Ouderen die nog een gesprek met hun arts zouden hebben, die wachten op een uitslag of mensen die klaar waren voor een ingreep waar ze al weken mee bezig waren.

24 uur

24 uur was de naam van een serie waar een verhaal zich in een hele dag afspeelt. Dit lijkt er verdacht veel op. Hoe zal het er aan toe gaan, in die lange steriele gangen? Wordt er gehuild, gepraat, ingepakt. Vanmiddag zijn tenminste in één ziekenhuis de bedden leeg. De wachtkamers leeg, de receptie onbemand, de liften stil. Enkel nog wat witte jassen aan haakjes.

Ik vind dat een minister, onze regering, er wel van moet zijn.

Ieder z’n mening maar wat is een mening?

Een mening hebben suggereert dat je ergens iets van weet en dat je er daardoor iets van vindt. Hoe kun je anders een mening hebben. Er zijn veel definities van ‘mening’. Misschien dat er daardoor ook zo veel ‘meningen’ zijn.
Mening is manen

(bron: geneeskunde.net) Het werkwoord ‘menen’ waar het zelfstandige naamwoord ‘mening’ van is afgeleid, hangt samen met ‘manen’ en is gevormd uit het Gotische ‘munan’ en het Sanskriet ‘manas’, wat ‘denken’ beteken.

Een mening veronderstelt dus ‘denken’. Denken kan omschreven worden als een innerlijk of mentaal proces waarbij een beeld of voorstelling, herinnering, of idee wordt gevormd. Eigenlijk is het de bedoeling dat we nadenken over gedachtes die we krijgen. Kloppen de gedachtes? Hoezo dan wel of niet?

Waar komt die woede vandaan?

Je zult je afvragen waar dit getob toe moet leiden of waar het in hemelsnaam vandaan komt. Van de week trad bij Pauw een cabaretduo op, twee vrouwen met een lied over de ‘kleine, witte man’. Het ‘kleine’ zegt al genoeg. Ik was niet echt onder de indruk van het geheel maar dat doet er niet toe. Later lees ik hoeveel reacties er zijn van boze, witte mannen en vrouwen, op het duo en op de inhoud van de tekst. Wat ik nooit doe… ik klik op ‘bekijken van reacties’ en ben een half uur later nog steeds verbijsterd tot het bot.

Ontelbare ‘meninkjes’ van grof tot kwetsend, van lelijk tot haatdragend: de (dood)verwensingen vliegen je om de oren. En ik snap het werkelijk niet. Ik begrijp niet waarom mensen anoniem zoveel lelijkheid willen delen, zoveel schoppen uitdelen, zoveel minachting hebben voor andere mensen. Je kan een lied mooi vinden of niet, een vrouw knap of niet, je kan het eens zijn met een tekst of niet. Een gedachte is een onderdeel van een denkproces maar voor heel veel mensen is de gedachte het eindoordeel. Elke gedachte. En elke misplaatste  woede of verontwaardiging kan het begin zijn van een gedachte.

Social media

Social media heeft veel mogelijk gemaakt. Mooie dingen, lelijke dingen. Dat ligt niet aan ‘social media’, dat ligt aan ons natuurlijk. Vroeger kon je jouw mooie of minder mooie gedachte delen met je vriendenkring. Door het hardop te zeggen. Werd je soms op je plaatst gezet of op je schouders geslagen.
De anonimiteit maakt van elke ‘loser een winner’. Zo zal het misschien wel voelen. Ik weet het niet, ik ken het niet.
Ik ben geen heilige, heb ook gedachtes die niet mooi of netjes zijn maar gelukkig herken en erken ik de meeste en zie ik ze vooral als onderdeel van mijn groeiproces, een proces om zuiver te zijn.

Heel even dacht ik om onderaan die hele lijst van tweets mijn verwondering en verbijstering uit te spreken. Maar ook dat zou weer een lawine aan reacties opleveren.

Sociaal is normaal. Dat is eigenlijk wat ik wil zeggen.
Maar conclusie?
Een zinloos blog schreef ik vandaag.

De laatste dans

Gisteravond waren zus en zwager op visite. En zoals afgesproken, zouden we eindelijk filmopnames bekijken van wat familieaangelegenheden. Beelden waarop mijn ouders te horen en te zien zijn. Sinds hun overlijden hadden we dat, ‘te heftig’, nooit meer bekeken.

Er is een film van het vijftigjarig huwelijk. Wij, de kinderen, hadden een feestavond georganiseerd met alle broers en zussen van onze ouders. De film start. Impressies van de mooie locatie. Een auto komt aangereden. De achterportieren gaan open en links stapt mijn vader uit. Mijn adem stokt. Een oude man, ziek al, gebogen, pet op zijn hoofd, dik aangekleed om elk koutje te vermijden. Hij loopt traag naar de andere kant van de auto om mijn moeder de helpende hand te bieden. Zij stapt uit, die keurige, vermoeide vrouw.

Zingen

De zussen van mijn moeder zitten later op de middag samen in een kring en zingen oude liedjes. Zussen: moeders en oma’s van vele (klein)kinderen. Zussen van het leven van hard werken, zorgen voor en zorgen maken. Ze zingen. Oude liedjes, ze pakken elkaars handen vast en lachen. De broers komen er bij. Onwillens in het begin om in die gekte mee te doen maar even later zingen ze net zo hard ‘een pikkentanesie gaat er altijd in’.

Niet meer

Beelden van alle gasten. En bij heel veel gasten concluderen we dat ze er niet meer zijn. Onze eigen ouders, schoonouders, tantes en ooms. We zien hoe mijn ouders ons cadeau uitpakken en werkelijk geen idee hebben wat het is. Beelden van mijn vader die vecht tegen de tranen want mannen huilen niet. Beelden van onszelf: ‘wat een dikke kop’, ‘dat haar!’, ‘toen was je nog met die’ en ‘oh, die snor’.

Dansen

Dan klinkt er langzame muziek. Zwoele muziek. De oudere paren dansen samen. Als verliefde stelletjes. We zien mijn vader en moeder dansen en weten hoeveel moeite het mijn vader moet kosten om te staan en te bewegen. Ze houden elkaar innig vast, haar hoofd tegen zijn kin. Ze kijkt op, ze kussen elkaar zacht.

Dat beeld. De tranen springen in onze ogen. Zij, moe van al het zorgen voor haar zieke man. Hij, moe van het ziek zijn en van het niet meer de man kunnen zijn die alles kon.
Hun laatste dans.

 

 

 

Dagje respect

Ik moest een dagje ziekenhuizen deze week. Een dag vol gepland met afspraken en vooral heel veel wachten. Wachten schept een band, ik ga er langzaam bij horen en zie dingen die je normaal niet ziet. De vrouwen achter de receptie bijvoorbeeld, gaan leuk met elkaar om. En patiënten zijn er in alle vormen en maten. Ook hele vervelende.

De balie is rechts voor keel-, neus- een oorproblemen, de balie links voor alle vormen van neurologie. Niet één bezoeker staat in de goede rij. De dames kunnen het eigenlijk van te voren al zeggen: ‘u moet een rijtje opschuiven’.

Je wordt geacht een ticket te scannen voordat je naar binnen gaat. Op dat ticket staat de wachtkamer waar je plaats kan nemen. Een enkeling daargelaten volgt het protocol maar tachtig procent holt als een kip zonder kop naar binnen. ‘Mevrouw, waar moet ik zitten?’
Mevrouw blijft uiterst vriendelijk. Loopt desnoods mee, zo’n keer of twintig in de tijd dat ik er zat, om het te laten zien. ‘Dan weet u het voor een volgende keer’.

Die hebben we al gehad

Beide receptiedames hebben die ochtend een lastige patiënt. Die dingen willen die daar niet kunnen. Een mevrouw komt met een rekening die ze weigert te betalen. Maar, legt de blonde achter de balie uit, u moet echt bellen met de financiële afdeling. Het gesprek eindigt met een cliënt die boos wegloopt, samen met een ontstemde heer van balie 1. Ik hoor de vrouwen tegen elkaar zeggen: ‘nou, de lastige hebben we voor vandaag al gehad’. Ik hoop het voor ze, het is nog vroeg.

Voor in de wieg gelegd

Voor sommige beroepen moet je zijn geboren. Deze vrouwen zijn dat. Met een lolletje, een kwinkslag, soms serieus, dan weer meevoelend, elke patiënt krijgt waar die om vraagt, al weten sommige mensen dat niet: what goes around comes around.

Vrolijk

Er zijn ook patiënten die vrolijker zijn dan hun aanblik doet vermoeden. In een rolstoel, snakkend naar lucht maar met een vrolijke noot maken ze een entree. ‘Dat moppie, daar ben ik weer’. Moppie lacht naar hem.

Regelmatig komt er iemand bij mij langs. ‘Gaat het nog’, ‘Wilt u koffie’, ‘lange dag heh?’. Ik ben eigenlijk verbaasd over zoveel vriendelijkheid. Als ik even later mag vertrekken en naar buiten loop is het een drukte van belang. Busjes met ouderenvervoer, verzorgers met mensen in een rolstoel, gipsen armen en benen en natuurlijk de rokende patiënten die met hun laatste adem nog een trek nemen.

Voor mij liep de dag best wel goed af. Maar met het besef dat hoe ouder we worden, hoe vaker we op deze plek zullen verkeren, ga ik toch een beetje mistroostig weg. Maar ik heb ook lichtpuntjes gezien. De vele mensen die er werken.

Dat schept een band

We hebben een prijs gewonnen in de Postcodeloterij. We ontvangen een Willem&Dreespakket. Gisteravond was het zover. De postbode belt aan en feliciteert ons.

Vriendin komt binnen met een grote, zware doos. Hoe bijzonder toch dat een pakket waarvan de inhoud onbekend is, mensen die alles kunnen kopen, blij kan maken. Het is het idee van een ‘cadeau’, ‘verrassing’. De dichte doos is vaker mooier dan de geopende doos want het kan immers nog alles bevatten.

Eten

De doos is afgeladen met groenteproducten waarvan ik de meesten wel ken maar waarvan er toch ook enkele exemplaren bij zitten die me nieuwsgierig maken. Compleet met een receptenboekje voor vier maaltijden slaken we verrukte kreetjes. Alsof we nog nooit zoete aardappelen hebben gezien. Een kerstpakket voor doordeweeks. Zo voelt het.

Samen eten

Als ik ‘s avonds, nog steeds vol van het leuke cadeau, de dichtgroep vertel over onze ‘prijs’, zegt iemand: ‘dus de hele wijk eet morgen pompoensoep’. Dat was nog niet tot mij doorgedrongen. Niet alleen wij maar al onze buren in een omtrek van pakweg één kilometer, zitten wel of niet met hun handen in de haren met het verse groentepakket.

Ik kan niet wachten om te gaan koken maar ik stel me zo voor dat in andere huizen misprijzend de artikelen op tafel worden gelegd. Naast de preien, de nootjes, het meel, de kromgegroeide paddenstoelen, de Chinese kool, wordt er koortsachtig gezocht naar chocola, chips, flessen wijn en zakjes gele beren.

Ik durf het me niet af te vragen maar vrees dat veel artikelen zomaar eens elders terecht kunnen komen.

Kerstpakket

Over kerstpakketten gesproken. Zo’n doos met gezond en goed zou toch een veel beter kerstpakket opleveren dan dat wat we doorgaans ontvangen. Goed voor het milieu, goed voor de buik, goed voor de boeren. Dus heel Nederland een gratis Willem&Dreespakket en wie het niet wil levert het af bij de voedselbank.

Maar morgen eerst met de buren aan één lange tafel genieten van de pasta en het zuurdesembrood.
De wijn neem ik zelf wel mee.

Herinnermoment

Gisteren was de laatste grote herdenking van het ongeluk in Oss, waarbij vier kinderen om het leven kwamen. ‘We moeten verder’. En dat moeten we ook. Zij die verder kunnen.

Ik zag een interview met de ouders van twee omgekomen jongeren bij de ramp met de MH17. Of het helpt, de nationale rouw? Ze zijn stil. Ze kijken elkaar aan want het is lief bedoeld allemaal. ‘Maar’, zegt de man, ‘niemand kan zich voorstellen hoe het werkelijk is als je het niet hebt meegemaakt’. En hij heeft natuurlijk gelijk. Zij vertelden wat hen werkelijk hielp tot op de dag van vandaag. Dat was de warmte, steun en gesprekken met familie en vrienden. Dierbaren om je heen, een warm bad van zorg en liefde.

Als wij zeggen ‘we moeten verder’ ben ik altijd bang om het te vergeten. In de waan van de dag, in de onbelangrijke momenten die ons leven weer zullen beheersen. Zelfs bij mensen dicht om ons heen vergeten we wel eens de pijn en de zorg die mensen nodig blijven hebben. Daarom maak ik herinnermomenten. Voor mezelf. Om niet te vergeten.

Een eerdere versie van dit gedicht publiceerde ik kort na het ongeluk. Iets herschreven. Herinnermoment.

Een hack in een hack in een hack


Tjonge. Wat een verhaal. Nederland was een keer met een succesverhaal in het nieuws. De Amerikanen, de Engelsen, Duitsers, zelfs de Russen spraken er over. Bij een spectaculaire operatie van onze eigen geheime dienst werden vier Russische spionnen ontmaskerd en het land uitgezet.

De hele avond volg ik het nieuws. Net als actualiteitenrubrieken van ons land. Wat vooral opvalt is de knulligheid van de operatie. Sowieso vind ik vier grote mannen in één auto al verdacht. Maar we zien beelden van een rommelige achterbak met apparatuur, veel oude telefoons, draden, accu’s en afval.

Is dit weer een grap van Lubach?

Ik kan er niets aan doen. Omdat het Nederland is? Omdat de persconferentie bijna een persiflage lijkt? Maar ik vermoed zomaar een grap van Lubach. Ik houd niet van Lubach dus dan zou het een slechte grap zijn.

Te makkelijk

Het lijkt allemaal te makkelijk te gaan. De heren worden opgehaald door iemand van de Russische ambassade. Wil je als hacker niet met minder tamtam het land binnenkomen? Ze hebben paspoorten met opeenlopende nummers. Er staan kiekjes op de telefoons die nog ander onheil voorspellen. Een taxibonnetje en treintickets naar een volgend land. Ik kom terug op mijn eerdere opmerking: het zou toch een goede grap zijn. Van Lubach. Met slechte acteurs. Ik miste alleen het dansje van Theresa May hierbij.

Rusland

In Rusland behandelen ze het zeker als een grote grap. We zien hoe de spot wordt gedreven met het hackersverhaal. Ik droomde vannacht hoe het echt zit. Ze hebben gewoon vier Russische mannen met een hackersverleden op pad gestuurd als een grote afleidingsmanoeuvre voor ‘the real thing’. Wat dat echte ding is, dat weten we nog niet natuurlijk. Die klap komt nog. Maar terwijl Europese leiders elkaar op de rug slaan vindt elders de grootste hack aller tijden plaats. Door vrouwen die er uit zien als Russische spionnen.

Of zijn dingen soms gewoon zo dom en stom dat het wel waar moet zijn? Diep in mijn hart hoop ik dat het zo is.
En dat ‘we’ werkelijk in staat zijn om tegenstand te bieden.