CategoriePersoonlijk

Veerkracht

De mooiste definitie die ik tegenkom als ik ‘veerkracht’ google is deze: het vermogen om na te zijn uitgerekt of ingedrukt, weer de oorspronkelijke vorm of positie in te nemen’.

‘Veerkracht’ is het woord dat in mij opkomt als ik zojuist het interview terug hoor met Simone Kleinsma in De Wereld Draait Door. Maar ook het woord dat ik voel als ik de afscheidsbrief lees van burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan. Kleinsma is achterblijver van haar grote liefde, Guus Verstraete, Van der Laan gaat de tijd die hem nog rest, doorbrengen met wie hij achter gaat laten.

Oorspronkelijke vorm

Kleinsma staat dit weekend in het DeLaMar theater voor de première van Was getekend, Annie M.G. Schmidt. Zij zingt daar een lied over het doorgaan zonder partner zoals ook Annie M.G. Schmidt moest na het overlijden van haar man. Hoe doe je dat? Zingen over de pijn van een ander terwijl je eigen pijn zich nog in een stadium van ontluiken bevindt? Ik vermoed dat je pas weet wat veerkracht is als je zelf zo’n tragedie hebt meegemaakt in je leven. En je oorspronkelijke vorm terugvinden, kan dat? Het zal er verdacht veel op lijken en met een vluchtige blik zal het verschil niet te zien zijn. Maar de oorspronkelijke vorm is er niet meer, wordt uitgebreid met kleine inkepingen of uitstulpingen. De inkepingen die we allemaal in onze eigen vorm een plek proberen te geven.

Verlies is meer dan ‘zonder’

Ik weet niet of ik veerkracht heb. Er zijn van die dingen die je pas weet als je ze meemaakt. De vraag stellen maakt wel dat ik me meer bewust ben van de veerkracht van mensen om mij heen. Die iemand verloren zo dicht bij het hart dat er scheurtjes in ontstonden. Ik weet ook niet of het een kracht is die je zelf ontwikkelt of is die kracht er omdat je toevallig zo in elkaar zit. Dat je na verlies weer een glimlach ontdekt, je plotseling een melodie neuriet of een kindje wiegend in slaap sust. Wat maakt dat je doorgaat? Ik kan niets anders bedenken dan dankbaarheid voor wat je is overkomen aan liefde in je leven.

Zonder liefde ben ik in ieder geval weerloos.

Paraplu en schoensmeer: zomaar twee ergernissen

Geen optimistisch plaatje, ik weet het maar ik had ze nog veel somberder kunnen uitkiezen. Dus ‘regen in kleur’ valt nog wel mee toch? Dit is ongeveer het beeld van de laatste twee weken als ik vanuit een droge woonkamer naar buiten kijk.

En ik ben er niet aan toe maar waar kan je dat melden? September was de maand van de late beloften. De maand van de knipoog naar de zomer een uitdagend lachje naar de herfst. ‘Pak me dan als je kan’. September was feest terwijl je dacht dat het voorbij was, nieuw omdat alles weer begon. De maand waarin je alsnog terugkreeg wat je niet meer verwacht had te ontvangen. De gemiste zomerdagen in juli bijvoorbeeld. September maakte alles altijd weer goed.

Malloot

En welke malloot heeft bedacht dat we de maanden gaan husselen? Dat we de herfst gewoon een weekje of zes vervroegen? Zonder overleg. Het licht uitdoen terwijl we nog aan het spelen zijn. Ik ben het er niet mee eens, mijn lichaam hapert, mijn jassen zijn nog veel te dun.

Paraplu

Dan heb je een paraplu of vijf. Altijd wel ergens liggen maar als het erop aankomt, blijken ze spoorloos. En ze zijn heus niet klein. Die handige lichtblauwe stormparaplu bijvoorbeeld. Ik zie hem zo staan met mijn ogen dicht. Maar als ik grijp, grijp ik mis. De enige paraplu die nog werkt is zo’n kleine voor regen tijdens windstil weer. Maar ja. Windstil, kom daar maar eens om in een septemberherfst. Als dan nog het velletje van je duim tussen het vervelende open-mechanisme blijft hangen… dan pas is het echt mis.

Schoensmeer dan maar

Heeft niets met elkaar te maken. Maar wat er gebeurt met schoensmeer wel. Zo’n flesje dat je altijd wordt aangeboden als je nieuwe schoenen koopt en jij dan zegt: ‘nee, niet nodig, ik heb er nog tien liggen’. En dan je dan je zwarte schoenen wil smeren en het spulletje opgedroogd blijkt. Dat het eigenlijk altijd maar 1 keer werkt: de eerste keer dat je het gebruikt. En dat je dan wel nieuwe wil kopen, maar het regent.

Ik pleit dus voor paraplu’s voor 1 dag en schoensmeer voor 1 keer. Dat ze er altijd zijn. Dat een onzichtbaar mannetje ‘s avonds bij iedereen langsgaat om te checken of het er nog is. Paraplu; check. Schoensmeer: check.

Dat zou mijn leven pas echt een boost geven. Maar nu eerst wandelen met het hondje, met mijn vale, zwarte schoenen en met zonder paraplu.

 

 

Bouwer, architect, makelaar: samen krijgen zij alles voor elkaar

Als je een huis vanaf papier koopt, krijg je ineens met hele andere dingen te maken dan wanneer je een huis koopt dat er al staat. Gisteravond was de zogenaamde aftrap voor nieuwe bewoners, in de schouwburg van Rijswijk.

En een voorstelling werd het. Op tafel liggen kaartjes en als je goed kijkt kun je dan zien wie je nieuwe buren gaan worden. Als de ze ontdekt hebt en denkt: ‘Nee, die wil ik niet’, dan mag je niet ruilen. Dat wist ik niet.

We mogen de zaal in. Er hangt een mega groot scherm met de afbeelding van wat het ooit gaat worden. De projectontwikkelaar staat met een hand in zijn zak en legt in drie zinnen uit hoeveel werk ze verzet hebben.

Lekker strak

Dan komt de architect met lekker strak achterover gekamd haar. Met een hand in zijn zak zegt hij dat het mooi gaat worden. Hij kondigt de bouwer aan. De bouwer laat ons een foto zien van een rode baksteen. We raken in vervoering. We roepen bis, bis, bis. Maar er is geen toegift. Hij kondigt de verkoopmakelaar aan die ook met een hand in zijn zak vertelt over het slopende jaar dat achter de rug is. Tenslotte staat er een vrouw op die ons vertelt wat we al weten. We hebben 25 minuten in de zaal gezeten en worden terug gedirigeerd naar de foyer waar de bitterballen wachten. Ik vergeet op slag mijn weightwatchersperikelen en stop er drie tegelijk in mijn mond. Ik wil nu al waar voor mijn geld.

Ontmoeten

We ontmoeten de boven- en benedenburen. Hebben van één mijnheer gehoord, minstens een keer of tien, dat hij zelluf in de verwarming zit en hij zich geen lus meer of minder aan laat smeren als het over vloerverwarming gaat. Hij zit namelijk in de verwarming. Oh, dat wisten we niet, wat interessant. Als ons dan drie keer verteld wordt dat we in de maling zijn genomen omdat de zon echt niet tot in de middag op het uithangende terrasje schijnt hebben we er genoeg van. De man van de garderobe ziet dat we willen ontsnappen en loopt snel met ons mee. Hij geeft ons de jassen en zegt ‘tot ziens’.

Thuis kijken we naar een aflevering van Scandal. En genieten daar veel meer van dan het ‘scandal in de Rijswijkse Schouwburg’. Boeven zijn het.

 

 

Code oranje

Woensdag was een stormachtige dag in Nederland. Code geel, toen code oranje. Ik loop naar de tramhalte en kan mijn paraplu net zo goed opbergen, het heeft geen zin. De wind speelt met mijn nep-veilige bescherming. Bij de tramhalte probeer ik me te verstoppen in het te kleine tramhokje waar de wind vrij spel heeft.

En terwijl ik daar met een onbestemd gevoel wacht op de tram, op binnen, op warm, op bescherming denk ik aan een storm die honderd keer erger is. Mensen die bidden dat het eindelijk stil wordt om hen heen. En ik denk, wat ben ik een bofkont.

Dat ik hier kan zeiken over het weer en me niet fijn voel. Het weer. Het weer doet raar en het maakt me bang. Het geeft mij een angstig gevoel dat het weer, de natuur, mij zo van slag kan brengen. Dat ik voel dat we zo nietig zijn in onze arrogante manier van denken over de wereld en hoe het verder moet.

Hoe het verder moe

Ik weet het niet. Misschien hebben wij de regie wel helemaal niet. Is het één grote farce. De mens. Maar dat gevoel is niets vergeleken met mensen die orkanen doorstaan. Of het nu bij de buren is of verder weg. Als werkelijk alles onder je handen weggeblazen wordt, wat heb je dan nog, wie ben je dan nog?

Man

Ik zie een man die puin aan het ruimen is. Op Sint Maarten. Hij is vrolijk en zegt: ‘wij komen er wel weer bovenop hoor. Eerst dit even opruimen en dan komen we sterker terug dan ooit’. En dan geloof ik het ook weer. De mens, die man, die kracht. Door hem geloof ik weer in ons. Op de terugweg van het werk zie ik heel veel takken liggen. Afgerukt van de bomen. Maar de boom is net als die man. ‘Wij komen er wel weer bovenop’. Echt, ik hoorde het echt.

 

De betekenis van Irma is ‘allesomvattend’

Geweld is altijd beangstigend maar natuurgeweld maakt ons als mens nietiger dan nietig. Als pluisjes in de wind worden mensen en dingen door de lucht geblazen alsof we er niet toe doen. En misschien is dat in die hele grote wereld van natuurkrachten ook wel zo. En dat is beangstigend.

Orkaan Irma heeft huis gehouden, om maar eens een cliché te gebruiken. Maar niets drukt iets zo goed uit als een cliché. Huisgehouden op Sint Maarten en het Caribische eilandje Barbuda. Nooit van gehoord, Barbuda, maar negentig procent van het eiland is weggevaagd. Stel je eens voor.

Regen

Toen ik vanochtend wakker werd regende het. Het regent nu en straks en de hele dag als we het weerbericht moeten geloven. Ik laat Ami uit en we lopen beiden best chagrijnig door plassen en natte grasvelden te ploeteren. Geplast moet er worden door het beest. De lucht is donker, de wind best fors voor een gewone vrijdagochtend. Maar het is niets, niets, niets vergeleken met de donkerte van Irma. De betekenis van ‘Irma’ als Duitse naam voor een meisje is ‘allesomvattend’. Daar is geen woord van gelogen.

Plunderen

Stel je voor dat je hele stad, je land, je eiland is weggevaagd. Het dak van je huis als een kartonnen velletje door de wind wordt meegenomen. Auto’s als speelgoedautootjes vanzelf botsinkje spelen en er geen verschil meer is tussen water en land. Schande wordt er gesproken over mensen die nu plunderen. Wat kan je anders kunnen doen met dit weer? Opruimen? Als de inboedel van winkels voor het grijpen ligt, begrijp ik goed dat je gaat plunderen. En het zal vast niet alleen om voedsel en drinken gaan, zoals in de media ook lieflijk wordt gesuggereerd. Een televisie kan je niet eten maar wel bezitten en dan heb je tenminste nog iets als er ooit weer stroom is in jouw straat.
Ze plunderen maar raak.

Luisteren

Ik heb geen idee hoe orkanen ontstaan. Waar ze vandaan komen. Zijn het gevolgen van hoe wij met de natuur omgaan? Vast. Moeten we leren om respectvol om te gaan met krachten die groter zijn dan wijzelf. Natuurlijk. De natuur laat zich niet bespelen maar wij spelen gewoon het spel met onze ogen dicht. Maken we ons druk over mannen aan de macht die oorlogje willen spelen, over rechtse of linkse politici, over dertig euro extra ziektekostenverzekering per maand. Maken we ons druk terwijl er maar één echt de baas is over ons. Natuur. Als een woedende, briesende God reduceert Natuur ons in enkele uren tot wat we zijn. Dust in the wind.
Daar zouden we ons ook eens naar moeten gedragen.

 

Aan de ene kant…

Dan ben je een volwassen vrouw. Maak je een keuze, neem je een beslissing. Zit er in je hoofd dat kleine kind, die zeurt, niet wil, weg wil.

Deze week waren er een paar spannende dingen. Zo zou ik voor het eerst gaan lesgeven in Creatief schrijven en ging ik werken bij het AD.

Als oefening was het een hele goede geweest. ‘Beschrijf de innerlijke dialoog’ als je ergens vol spanning naar toe gaat’.  Ik was vergeten hoe erg dat kleine, bange meisje nog ergens in mij verstopt zat. Dus toen zij gisteren zei: ‘we kunnen toch gewoon niet gaan’, gaf ik haar wel gelijk. Maar dat duurde maar even. Weggaan is geen optie. Maar als iemand had kunnen zien en voelen hoe het kleine meisje, stampvoetend de hele wereld om haar heen super stom vond, dan had ik nooit ergens naar binnen gemogen.

Volwassen vrouw

Maar wie er naar binnen stapt, in dat werkelijke leven, is een volwassen vrouw die niet in het minst oogt naar een zenuwachtig onzeker meisje. Ze doet haar ding best redelijk goed en speelt haar rol met verve. De rol van de volwassen vrouw, van de zzp’er, van de docente.

Yoga

Het deed me denken aan de tijd dat ik yogalerares was. De opleiding gevolgd, mijn lichaam best in staat om rare houdingen aan te nemen, dus mijn lesgeven begon. Met yoga heb je een groot voordeel: je kunt te pas en te onpas zeggen: ‘sluit je ogen en haal eens diep adem’. Je doet zelf mee en het werkt. Als je het helemaal niet meer weet laat je ze liggen en doe je een ontspanningsoefening van een minuut of dertig… dat helpt ook. Anders is dat als je les geeft in een ander vak.

Als het bij je hoort

Maar met schrijven is het toch anders. Meer dan met yoga en daar kom ik nu pas achter, hoort schrijven bij mij als een veter in een schoen, als koffie in een kopje. Ik houd zo van dat getik, van dat verzin en geraak en de mogelijkheden die letters mij geven, dat ik dat graag wil delen met anderen. Ze zeggen vaak dat je de studenten krijgt die je verdient. Is het heel erg als ik zeg dat het een hele leuke groep is? Een stemmetje zegt: ‘wacht maar af, dit was pas les 1’.

Ging het perfect? Nee. Mijn hele zorgvuldige programma draaide ik bijna twee keer zo snel af als gepland. Zo had ik gedacht dat niet iedereen op tijd zou zijn maar eigenlijk begonnen we al voordat het werkelijk tijd was. Duurde opdrachten korter en was er zelfs een moment dat ik dacht: ik ben gewoon een uur te snel klaar. En in mijn hoofd en hart bleef het oorverdovend stil, geen andere leuke ideeën, stil.

Maar het kwam allemaal goed. En in mijn hoofd geen tweestrijd. Geen meerdere stemmen die het tegen elkaar opnemen, geen gevecht en gejank. Stil en dankbaar.

 

Hotel romantiek : gewoon lief

Het nieuwe televisie seizoen is weer begonnen. Veel nieuwe programma’s en voor het eerst ook gericht op de oudere medemens. Omroep Max scoort al jaren goed dus nu durven andere omroepen het ook aan.

Tijdens de promo zei Vriendin: ‘Goed idee, zo’n programma voor oudere mensen’. Ze zei het op een toon alsof het een hele speciale doelgroep betrof.
‘Over niet zo heel veel jaartjes passen wij er ook in’, herinnerde ik haar. We werden er beiden stil van. ‘Oud’, dat zijn anderen maar wij toch niet? En gelukkig hoeven wij niet op zoek naar romantiek maar we weten heel goed hoe dankbaar en blij je kunt zijn als je op oudere leeftijd weer een liefde ontmoet.

Gewoon lief

Dat is eigenlijk alles wat ik nu van het programma kan zeggen. Het gaf me een blij gevoel. Zo veel verschillende mensen, sommigen waar de diepe rimpels op het gezicht verhalen vertellen over toen, sommigen met hippe haren en kleding, mensen die gescheiden zijn of ineens na zestig jaar huwelijk: weduwe of weduwnaar. En dan de draad weer oppakken?

Vroeger keek ik naar tieten

Eén man bekijkt de foto’s van de vrouwen. ‘Lieve uitstraling’, zegt hij als hij wijst naar een foto van een blonde dame. ‘Vroeger keek ik alleen  naar tieten, maar nu niet meer, tieten….’. Hij zwijgt alsof hij wil zeggen: ‘wat zijn tieten nu helemaal als je gewoon een lieve vrouw kan treffen’.
Er is een stille, introverte man bij. Veertig jaar lang liep hij voor de fanfare uit. Een vrouw mompelt: ‘Ik vind het leuk als een man een hobby heeft’.

Elvis-fan

Er zijn twee Elvis fans bij. Een vrouw met blond haar en rimpels als littekens op het gezicht. Het verdriet en teleurstelling over het leven sijpelen er nog net niet uit. En een man in zwart leer en lange haren. Een overjarige motorman. Ook hij houdt van Elvis. Ik weet zeker dat zij van elkaar gaan houden. En nu al gun ik het hun zo!

Intriges

Maar dit was de eerste aflevering. Je kunt op je vingers natellen dat na zonneschijn ook regendruppels zullen vallen. Dan steken al die menselijke karaktertrekken de kop op. Jaloezie, nijd, eenzaamheid, verdriet. Ik hoop dat er niemand uit de groep valt of alleen overblijft. Dat mag alleen als iemand zegt: ‘Goed dat ik heb meegedaan. Nu weet ik weer dat ik het heel goed heb in mijn eentje. Laten we het zo maar houden’.

Dan kan ik het aan.

Een gegoede speeltuin

Vriendin en ik winkelden in een leuke wijk van Den Haag: een wijk waar je gezien mag worden. De Fred, zeggen velen liefkozend als ze het hebben over de Frederik Hendrikstraat in het statenkwartier van Den Haag.

Best een trendy wijkje. Leuke winkeltjes, theehuisjes, terrassen en hippe, jonge mensen of ouderen, alternatief en duur. We wandelen langs een van de veel aangelegde speelparadijsjes voor kinderen die in steden wonen. Je kent ze wel, een stukje afgeschermd grond, afhankelijk van de wijk een tralie er om heen, maar ook soms open en vrolijk uitnodigend.

Vrijkaartjes

Het was belachelijk druk in de speeltuin. Niet met kinderen maar vooral met ouders. Het krioelde van de goed ogende mannen en vrouwen die verantwoordelijk aan het spelen waren met waarmee hun grut kwam aandragen. Wij werden van de sokken gereden door een blonde mevrouw die in haar gele bakfiets, twee meisjes vervoerde die ook wilde spelen. Het leek alsof er vrijkaartjes waren uitgedeeld voor het speeltuinspektakel bij de Fred.

De vaders vielen vooral op doordat voornamelijk zij aan het rennen en spelen waren. Met de kinderen uiteraard. Leuke vaders, vaders uit zo’n boekje, hip, lang haar, baard, katoenen broeken en wijde hemden. Van die vaders waarvoor niets te veel is met de juiste teksten uit verantwoorde, groene opvoedboeken.

Alles voor de kinderen

Beseffen zij dat ze daar met z’n allen, binnen de vrolijke belijning van die kleine speeltuin, een eigen sociale groep vormen die ook alleen maar past in deze speeltuin? Waar je rustig je thermosfles met venkelthee op het bankje kan laten staan omdat niemand er over peinst die ongevraagd mee te nemen.

Als ik later door mijn eigen wijk naar het winkelcentrum loop, wandel ik weer langs een speeltuintje in het groen. Ook hier is het druk. Weinig vaders. Heel veel kinderen van allerlei nationaliteiten, grote broertjes met een rits zusjes achter ze aan, moeders op de bank met een sigaretje in de mond en een hondje in hun decolleté,  dat nauwelijks nog hond genoemd kan worden. Veel gelach en geschreeuw van de kinderen.

Vooral de kinderen

Dan valt me op dat ik hier vooral de kinderen hoor. Zij spelen, lachen, praten, rennen en stoeien. Hoe anders was dat in het Fred Speeltuintje? Waren er eigenlijk wel kinderen?
Als volwassen vrouw, hoorde ik toch wel graag bij leuke, gezellige, linksdraaiende groepje op de Fred. Een speeltuin zonder hekken, met speelgoed dat niet kapot is, met een zandbak waar geen honden in gepiest hebben en met vaders die met liefde jouw schommel hemelhoog duwen. Die jou opvangen als je daarom vraagt en je troosten als je valt.
Een speeltuin voor grote mensen is het eigenlijk. Als alibi om daar te komen gebruik je wat kleinere versies van jezelf.

Als kind weet ik niet wat mijn voorkeur zou hebben. Best vervelend om grote mijnheren van hun step af te jagen.

 

Als het zo lekker is, waarom smaakt het dan niet?

Omdat de herfst dit jaar wat vroeger zijn intrede doet, had ik ineens zin in goulash. Van de Weightwachers natuurlijk want daar houden we ons een tijdje aan.

Met de ingrediënten was niets mis. Allemaal lekker. Ui, runderlapje, tomaatje, beetje bloem, water, kruiden, veel paprika, augurkje en als slot op de vuurpijl: zuurkool. Ik houd er van. Dus aan de slag ermee.

Pruttel, pruttel, pruttel

Het pruttelde allemaal lekker op het lage vuurtje. Alle tijd gaf ik het ook. Dat hoort ook. Met knorrende magen maakten Vriendin en ik van ellende toch maar de nog missende stappen van het tienduizendplan in de zeikende regen. Ami mee want zonder hond loop je toch een beetje voor gek met dit weer. En met elk extra blokje dat we maakten lonkte de beloning van een heerlijk goulash nog meer. Na 9800 stappen staakten we de poging. De rest lopen we er in huiselijke kring nog wel bij nietwaar.

Bordje

Op het bordje zag het er aardig uit. Vriendin en ik gaan er eens voor zitten. Zij neemt een hap. Ik neem een hap. ‘En?’ vraag ik. ‘Ik weet het nog niet’, zegt Zij. ‘En jij?’. ‘Ik weet het ook nog niet’, zeg ik.
Na de tweede hap weten we het allebei zeker. Niet echt lekker. Het is dat we honger hebben dus we eten door en vissen het meest lekkere eruit. We eten het brood er droog bij.
In de keuken staat de nog volle pan. ‘We kunnen wel voor drie keer invriezen’, zegt Vriendin blij.
Wat is het ook weer met kwaliteit versus kwantiteit?

Ze pakt drie diepvriesbakjes uit de kast en begint enthousiast te scheppen.
‘Gaan we dit nog drie keer eten’, vraag ik.

Dan weten we het zeker. Het was niet te vreten.

 

De Lama’s komen terug, lama, lamaar, laat maar

Humor is het vermogen om iets wat grappig, amusant of geestig is aan te voelen, te waarderen of tot uitdrukking te brengen.

Je kan mij geen gevoel voor humor ontzeggen. Ik lach om grappen, maak grappen, en er zijn mensen die ik echt heel erg leuk en humoristisch vind. Maar waar ik niets van begrijp, nooit begrepen ook, is de humor van de Lama’s en het succes dat ze hebben.

Jinek

Gisteren zaten ze ineens weer aan tafel want ze komen terug… Joepie. Ze gaan het theater in omdat de grappen nog zo goed kunnen en zij zo geweldig leuk en amusant zijn. Ze vinden elkaar ook zo geweldig. Er zitten oude mannen aan tafel die jongetjes nadoen van toen. En ik kan het niet aanzien. Maar ik weet dat ik een van de weinigen ben want heel Nederland ligt aan hun voeten.
Wat ergert me nu zo dat ik er zelfs een stukkie over schrijf, je kunt het ook negeren, toch?

Poep en pies

Ik zou het willen begrijpen. Waarom lachen zoveel mensen nog steeds om poep- en piesgrappen, om sexe-grappen, om grappen die makkelijk scoren omdat ze makkelijk zijn? Infantiele humor vind ik leuk als het privé is, als je onder elkaar bent en op de grond ligt van de drank, drugs of op eigen wijze verkregen verheerlijkt gevoel en daarom niet meer bijkomt van de grappen. In die volgorde begrijp ik het.

Maar waarom voel ik zoveel ergernis bij de Lama’s? Ik vind Tineke Schouten ook niet leuk maar ik erger me niet.
Bij de Lama’s voelt het een beetje alsof er een man binnenkomt op een feestje en dan roept ‘daar ben ik weer, dat wordt lachen’. Zo’n Gordon-gevoel. Waar je eigenlijk heel triest van wordt.

Voor mij krijgt humor waarde als het gekoppeld is aan kwetsbaarheid.

Ach, misschien ben ik gewoon jaloers op mensen die kunnen scheterlachen. Schateren om een scheet. Kan ik dat nog leren?