CategoriePersoonlijk

Moedernacht

Dit blijven bijzondere dagen. Gisteren was het de verjaardag van mijn moeder en vandaag is het de sterfdag van mijn moeder. Ik vind het een cadeautje dat twee zulke grote gebeurtenissen in iets meer dan 24 uur te vangen zijn.

Deze week las ik over een man van negentig jaar die overvallen werd, geslagen en gestompt. Hij zegt: ‘ik herinner me alleen maar dat ik ‘mama’ riep.
Die roep om een moeder. Ik had het deze week. Een beetje in mezelf op zoek naar antwoorden die ik niet vond, riep ik ‘och mama’. Een hulpvraag maar niet naar antwoorden maar naar bescherming en troost. De liefde die er zomaar is omdat jij haar kind bent, niet goed of slecht. Een liefde zonder oordeel en zwaarte.

De grote Moeder

Als ik aan ‘moeder’ denk, denk ik vooral aan het archetype van de Grote Moeder. Een soort ‘oerbeeld’ in optima vorm. De moeder die we ook allemaal in ons hebben ook al zijn we kinderloos gebleven. Of je vrouw of man bent, doet er niet toe. Die moeder roep ik dikwijls aan. Als kind hoorde ik mijn moeder roepen om haar moeder met een verlangen en een wanhoop waar ik toen geen weet van had. Het beangstigde mij want mijn moeder was de grootste, toch? Meer dan mijn moeder was er niet en als zij om haar moeder riep moest het wel goed mis zijn.

Nu ik zelf ouder ben dan zij toen zij dit riep weet ik beter. We blijven allemaal roepen als zoekenden in een woestijn, als kinderen die we blijven ook al zitten we verstopt onder jaren van kennis en groei. Maar het kleine meisje, de kleine jongen, ze zijn er nog.

Mijn moeder had vandaag 83 jaar geworden. Mijn moeder, haar liefde voor muziek, cabaret, haar zoektocht naar geluk, haar leegte en pijnen. Het zit allemaal in de vertolking van ’24 rozen’. Dat nummer is vergroeid met mijn herinnering aan haar.

Datteme en ditteme

Bij ons mini-appartementje hoort een schoonmaak-mevrouw. Een echte. Ik had haar bijna afgezegd want wat valt er schoon te maken in onze kamer waar we elkaar alleen kunnen passeren door ons aan de verkeersregels te houden?

Ze is stipt op tijd. Klop op de deur. Als ik open doe staat er een ferme dame voor de deur. Eentje van aanpakken zeg maar. Gewapend met emmers, dweilen en plastic tassen met van alles aan schoonmaakmateriaal monstert ze de kamer. ‘Zo, ik ga even lekker aan de gang’.

Sorry voor de rommel

Ik bied mijn excuses aan voor de rommel en zeg haar dat ze er maar omheen moet zuigen en dweilen. ‘Welnee, meid’, zegt ze, ‘ik pak alles gewoon even op hoor’. Ze loopt naar de slaapkamer, gooit deuren en ramen open en haalt in één keer het overtrek van het bed. ‘Zo, even lekker luchten’. Ze knuffelt Ami en Ami vertrouwt haar volledig. Ik ook. Als ik even weg moet zegt ze ‘laat haar maar hier hoor, gezellig’.

Als je nu eens…

Als ik terugkom zegt ze: ‘ik dacht als je nu eens datteme en ditteme, dan kun je daar je spullen kwijt. Ze wijst en heeft het allemaal op een rijtje. Ik werp een blik in de slaapkamer en daar ligt fris en fruitig ons bed te wachten op de avond. Glad getrokken zoals ik nooit voor elkaar zou krijgen. De vloer blinkt me tegemoet en de hele kamer oogt alsof er visite langs gaat komen.

Ieder zijn vak

Ik besef opnieuw dat schoonmaken een vak is. Organiseren, overzicht houden, prioriteiten stellen en aanpakken. Kwaliteiten die ik en Vriendin missen. Mijn moeder kon dat ook en ik heb het weleens vervloekt als ik als kind thuiskwam en alles overhoop stond voor de wekelijkse grote schoonmaak. Haar linnenkast was van binnen mooier dan van buiten. Bij ons kan je beter de deur dicht laten en zit het ‘plaatje’ vooral aan de buitenkant.

Als we hier weggaan ga ik onderhandelen met de eigenaar.
Ik wil haar hebben.

Binnen en buiten

Ik voel me net dominee Gremdaat want ik wilde schrijven: Binnen en buiten, daar moest ik deze ochtend aan denken, lieve lezers. Binnen en buiten.

Aan de binnenkant kan van alles aan de hand zijn terwijl aan de buitenkant niets te zien is. Ik realiseer me dat ik mijn blog altijd, op elke plek, onder welke omstandigheid dan ook, kan schrijven en dat jij, de lezer, niet hoeft te weten waar ik ben of wat ik heb meegemaakt. Ik zou nu in Timboektoe kunnen zijn of boven op de Eiffeltoren… het verandert niets aan mijn blog.

Verhuizen

Dat verhuizen een stressvolle aangelegenheid is dat weten we allemaal wel. Sinds twee dagen zitten wij tijdelijk in een appartement(je) in Scheveningen. Van onze grote drie lagen tellende woning naar een kamer van nog geen dertig vierkante meter. De eerste avond keken we naar onze kamer bezaaid met tassen, koffers en vuilniszakken op zoek naar een kast die er niet was. Intussen zijn de spullen weer richting auto verhuisd zodat het in ieder geval aan de buitenkant nog overzichtelijk is. Het gezicht van Vriendin stond op ‘binnen’ en dat zag er best treurig uit. Het mijne stond op ‘huilen’. We zoeken van alles zonder te vinden of zeggen: ‘in de opslag’.

Hondenleven

Ami schijnt het allemaal niet uit te maken. Ze snuffelt wat rond en alles is oké, want de baasjes zijn er. Als we gisteren in onze grote, lege, oude huis gaan schoonmaken en we haar kussen in de ‘balzaal’ van een woonkamer neerleggen, ploft ze erop neer. Het is allemaal goed. Ik kijk naar haar en naar mijn eigen vrouw en denk dan: ‘ja, het is allemaal oké, we zijn samen.

Strand

We lopen vanaf ons appartementje zo het strand op waar we ons uitlaten. Uitgestrekt en stil en we zijn blij. Van klein naar groots in vijf minuten tijd. Onderhand komen er verzoeken binnen voor wijzigingen aan websites die ik onderhoud maar de computer mist een kabeltje. Een paar uur later is het gefixt en tik ik weer lekker ouderwets mijn ding. Niemand heeft iets gemerkt van mijn binnenstebuiten.

Vriendin

Een vriendin deelt een droef bericht. Haar vader is plotseling overleden. Hartverscheurend verdriet. Een uur later krijg ik het zakelijk verzoek van haar om nieuwe prijzen op de website te zetten. Binnen en buiten. Klanten zoeken straks op hoe laat ze aan tafel willen en niemand weet dat er een begrafenis geregeld moet worden.

Heel soms komen binnen en buiten samen. Dat noemen we ‘leven’ geloof ik.

Paperassen

Zo zou het kunnen en moeten zijn en zo was het ook wel een beetje bij ons. Maar om dat ‘beetje’ gaat het nu net. Want  post vermeerdert zich vanzelf als je er niets mee doet. Dus al dagen wezen we zwijgend naar boven. Naar die werkkamer waar inderdaad van die keurige mappen staan maar waar ook de stapels ongeordende post zich bevond.

We hielpen elkaar de trap op en uren later lag de vloer bezaaid met doorgescheurde bankafschrijvingen, aanstellingsbrieven, pensioenoverzichten, hypotheekakten van weleer, banken die niet meer bestaan, regelingen die niet meer gelden, belastingaanslagen die betaald waren, ongeopende blauwe enveloppen omdat alles ook digitaal binnenkomt, verlopen postzegels, bijspijkerpensioenen, ziektekostenverzekeringen, kopieën van kopieën, gebruiksaanwijzingen , cijferlijsten… Kortom: ons papieren leven.

Een vuilniszak vol. Maar wat doe je er mee? In mijn hoofd speelt zich een film af waar enge mannen nachten lang bezig zijn om de puzzel van ons verscheurde leven weer aan elkaar te plakken om zo controle te krijgen over ons. We besluiten om een dezer dagen de open haard nog één keer te gebruiken.

Herinneringen

Herinneringen komen voorbij. De eerste loonstrook, de aanstellingsbrief, de brief waarin ik als waarnemend coördinator Printservice een toelage krijg. Ik waarnemend coördinator Printservice? Ondertekend door de burgemeester, dus het zal wel. Maar ook verslagen van Bedrijfsmaatschappelijk Werk waarin staat dat het na een heftige periode met veel leed, weer een stuk beter gaat met ‘mevrouw’.

Een assessment waarin naar voren komt dat de persoon in kwestie talent heeft voor woorden en taal.  ‘Zij is uitstekend gemotiveerd en werkt met voldoende nauwkeurigheid’. Zomaar een regel uit een functioneringsgesprek die ook zomaar elk jaar herhaald zou worden.

Mapje

Wat we over houden is één mapje. Met nog heel veel lege vakjes er in. Voor wat nog komen gaat. Ik word er blij van. Die avond zeulen we ook tassen met fotoalbums naar de afvalcontainer. Vergeelde foto’s van Eiffeltorens, boeken vol met plaatjes die het net niet zijn maar die wel een leven lang mee verhuisden. Nu niet meer. Het is genoeg.

Ik voel me opgeruimd.

 

Koudwatervrees bij boeren

Och, och, och. Die boeren toch. En dan vooral Marnix met zijn Janneke en boer Jaap en Marian. Wat een gepieker en gestuntel. Komen er plotseling achter dat het geen spel is, niet zomaar voor de leuk. Dat er misschien een leven komt na de laatste uitzending. En willen ze dat wel, een leven samen?

Stel, ik ben Janneke. Een vrolijke, goedlachse, positieve vrouw met pit. En ik val op de ondeugende ogen van Marnix. Maar kom er dan achter dat zijn gesprekken alleen maar gevuld zijn met slechte clichés en metaforen waar de honden en boeren geen brood van lusten…

Marnix en Janneke

“de vraag is, ga je stroomopwaarts of stroomafwaarts”
“kies je ervoor om te zwemmen of te watertrappelen”
“Poeh hé, zou Bobbie zeggen”

Stel ik ben Janneke en vergeet die ogen eventjes, dan zie ik een boer die geen man wil worden. Die zichzelf opsluit in de slachtofferrol van geofferd lam. Dan zou ik echt niet gaan knuffelen met het lam en hem schouderklapjes geven, dat het beter is zo, dan maar vrienden… Ik zou stoer weglopen, handen in mijn zakken en even nonchalant, zonder me om te draaien mijn hand en vinger opheffen. Dag Marnix, nix.

Jaap en Marian

Verliefd zijn ze, Jaap en Marian. Kusje hier, kusje daar. Kopen dezelfde truien in maatje xxl. Een relatie moet groeien natuurlijk. Zij is leuk, hij is ook wel leuk. En na al het geklef en gekleef deelt hij haar mee dat ze niet te snel van stapel moeten lopen. Achter haar rug om zegt hij tegen de camera dat ze niet ineens volgende week met haar koffer bij hem voor de deur moet staan…’stel je voor’, hakkelt hij.

Zegt de man die in het begin heel duidelijk maakte dat dat precies was wat hij wilde. Geen gelat, geen gemaar maar kiezen voor elkaar. Ze zitten naast elkaar en terwijl zij zich bijna verslikt in de wijn pakt hij haar liefdevol bij de kin en zegt (vier keer): “Ik twijfel helemaal niet hoor, maar we moeten wel met beide voeten op de grond blijven. Hier is alles heel mooi en romantisch maar thuis…, maar ik twijfel niet aan jou hoor”.

Van het potje en dekseltje

Dat op elk potje een dekseltje past bewijzen Steffi en Roel. Die zitten van de ochtend tot de nacht op het stenen muurtje, hun benen bengelen in harmonie. Zij zegt “ik vind jou leuk” en hij zegt “ik jou ook”. Geen spannende televisie maar de eerlijke eenvoud van liefde spat van het scherm.
Over Wim en Marit ben ik niet zeker. Een leuk stel om te zien. Maar Wim veinst diepgang waar die niet is, vrees ik. En daar komt zij natuurlijk achter. Want hij houdt niet van hiken, van bergbeklimmen, van reizen naar het onbekende. En als zij uitgehiked is op hem, wat dan?

Oh en dan Michelle en Maarten. Zij lacht net iets te veel haar pijn weg. Bitched hem alle kanten van de kwekerij op en eist op een meisjesachtige manier zijn aandacht op. Een dame die met haar op d’r tanden een bedrijf leidt maar in de liefde hopeloos klein is gebleven. Over Maarten maak ik me geen zorgen. Die weet precies tot hoever hij zich gek laat maken en dat is, vermoed ik zomaar, niet zo heel ver.

Volgende week zien we wat er overgebleven is van alle liefdes. Of was het toch allemaal boerenbedrog?

 

 

 

Grof afscheid

Dit is niet mijn grof afval maar het had gekund. Een andere stijl maar net zoals deze meubels nog herkenbaar als zodanig. Deze week hadden we ook een grofvuilafspraak. Hout en ijzer gescheiden. Jawel mijnheer, doen we.

Na maanden geleur met spullen is het grof vuil het laatste station. Tegen die tijd heb je al afscheid genomen van spullen waar jij nog alle schoonheid van inzag. Met een man of wat zetten we de spullen op straat. Zo klaar gezet dat elke willekeurige voorbijganger precies kan pakken wat nodig is. Alleen de gebruiksaanwijzing ontbreekt.

De buren komen kijken en slepen veel van wat wij neerzetten bij hun naar binnen. De buurman kijkt zorgelijk als zijn vrouw overal wel plekjes voor weet en ik denk: waarom heb ik niet eerder aangebeld bij de buren?

Overschot

Er blijft nog voldoende over om niet alsnog het grofvuil af te bellen. De volgende dag hoor ik heel vroeg de vuilniswagen stoppen. Ik werp vanaf boven een blik op de spullen en zie hoe complete kasten, een leren fauteuil, de hondenmand van onze Bas en ander spul de vrachtwagen ingaat. Het is geen hele grote wagen maar in de auto zit het grofvuilmonster verstopt. Hij hapt en slokt alles naar binnen, vermaalt tussen krachtige kaken spullen die onverwoestbaar leken. Maalt herinneringen tot gruis, hakt een relaxstoel terug naar de oorspronkelijke staat van toen het nog niets was, een teer roze zwembadje voor onze waterreus Ami breekt in duizenden stukjes plastic (sorry), de houten kerstboom met liefde door zwager in elkaar gezet, worden weer treurige plankjes zonder doel en nut.

Vijf minuten duur het hooguit. De mannen vegen de handen schoon aan hun overall en rijden weg. Het monster in de auto likt de lippen nog af en boert een ongezonde lucht van restafval. De straat is leeg. Spullen weg. Ik zucht. Wetend dat ik ze nog een keer ga bellen. Maar eerst de buren vragen natuurlijk. Als de buurman even niet thuis is.

 

 

Niet de muziek alleen, maar die liefde

We waren gisteren in Paard voor een optreden van Danny Vera. Voor velen onbekend en dat is vooral voor ‘velen’ jammer. Heerlijke America-muziek. Tikkie rock, tikkie country, tikkie balads. Wat een leuke avond.

Het is de eerste show van Danny Vera met band in een lange reeks. Bij binnenkomst is het angstvallig stil maar gelukkig druppelen er veel mensen binnen na het voorprogramma, dat ook zeer de moeite waard was.

Danny Vera staat als een huis en dat bedoel ik letterlijk. Een mooie man met twee voeten stevig op de buhne. Een vlotte babbel maar vooral heel veel bescheidenheid. Als hij zegt dat hij al ruim twintig jaar bezig is, meestal in de luwte, maar dat hij de laatste drie jaar bekend aan het worden is. Dat hij dankbaar is dat hij dit werk kan blijven doen. Hij dankt het publiek.

Gitarist

Ik kijk van boven op het publiek dat in de zaal staat. Wat een lekker sfeertje altijd. Geroezemoes alsof iedereen elkaar jaren niet gezien heeft. Een lange, oer-Hollandse man die in z’n eentje danst of iets wat daarvoor doorgaat. Armen in de lucht, stelletjes die zoenen en overal blije mensen. Den Haag komt langzaam los.

Ik kijk naar de gitarist. Zijn solo’s, een gezicht dat meejankt met de snaren en ik denk, dat wil ik ook. Ik weet het zeker, als er een volgend leven komt, ga ik bij een band. Niet als topman of vrouw (ik weet niet wat ik dan zal zijn), maar als tweede man van de band: de gitarist. Die toch wel zijn solo’s pakt, die in zijn hoofd zingt wat de snaren zullen spelen.

Erotiek

Het is bijna erotisch. De blikken die de mannen wisselen met elkaar. De macho-mannen, want dat zijn ze, zullen dat niet eens beseffen maar wat zij doen is bijna intiemer dan de liefde bedrijven. De blikken van genot die ze wisselen met elkaar, het genieten van het samenspelen, de lachjes, de verrukkingen, het plezier. Hoe geweldig moet het zijn om zo met elkaar verweven te zijn in de liefde voor muziek, in iets wat je samen brengt.

Een tikkie jaloers ga ik naar huis.

Hoe een feest verloren gaat

Er was geen leuker feest te bedenken dan het sinterklaasfeest. Als kind en als volwassene heb ik het jaarlijks gevierd. Het sprookje dat niemand gelooft behalve op 5 december zelf. Dan bestaan Sinterklaas en Zwarte Piet echt.

Gisteren kwam ‘hij’ aan in Zaanstad. Het journaal bericht er over maar verder gaat het vooral over de rellen die ontstonden in andere steden waar ‘Piet-moet-blijven-mensen’ hun handjes niet bij zich konden houden.
Blijkbaar ook traditie. Het is een treurige vertoning. Ook de ‘Piet-moet-weg-mensen’ staan een beetje voor joker achter het hek langs de route. ‘Rascisme moet je niet afbouwen maar stoppen’, staat er op de borden. En natuurlijk ben ik het daarmee eens, maar moet het op die plek, op die dag?

Op het sinterklaasfeest maken grote mensen zich belachelijk door zich als mensen zonder verstand te gedragen. Zij maken een kleurrijk feest bijna tot een feest van ondergronds gevierd moet worden. Een feest met een donker randje.

Polderen

Nederland stond ooit bekend als het polderland bij uitstek. Beetje erbij, beetje eraf. Dat werkt alleen maar als er partijen meedoen die niet alles kunnen krijgen wat ze willen en dat weten.

Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat Zwarte Piet bij mij nooit symbool stond voor dom, voor minder, voor ‘slaaf’. Zwarte Piet was net zo belangrijk als witte Sint. Een sprookje van geluk, van geven, van verrassingen, van liedjes en van spanning. Ik weet dat het voor heel veel mensen zo is.
Maar ik vind ook dat je moet luisteren naar mensen die dit heel anders ervaren. Die verdriet hebben, woede omdat zij een geschiedenis met zich mee dragen die ik me, als blanke vrouw, niet eens kan voorstellen.

Maar nu hebben we al jaren last van tegenpolen die geen stap dichterbij komen. In tegendeel. Ze roepen en slaan steeds harder. Het feest dreigt zinkend onder te gaan omdat volwassen mensen het niet op kunnen brengen om te luisteren en te horen wat de ander zegt.

Luisteren, voelen en handelen

Sinterklaas moet worden gered. Het mag niet meer gaan over politie, over vechtpartijen, over domheid. Er zijn zo’n tien maanden per jaar om te praten met elkaar. Vanaf januari tot en met oktober kunnen mensen van alles doen te zorgen dat Sinterklaas gevierd kan worden zoals het bedoeld is. Dat betekent water bij de wijn doen. Met alleen maar schreeuwen ‘dat is onze traditie’ kom je er niet. Dat is geen argument, dat is dom.
Met alleen maar eisen dat Zwarte piet van het toneel verdwijnt en iedereen verantwoordelijk maken voor het slavenverleden/heden kom je er ook niet.

November en december moeten weer de maanden worden van verlangen, van de maan, van de winterwarmte, van samen.  En kan je het in tien maanden niet regelen samen, dan wordt het hoog tijd dat je bij jezelf te rade gaat.
Naar jezelf kijken levert dikwijls meer op dan naar een ander wijzen, het doet wel een beetje pijn misschien maar jij bent de enige die daar iets aan kan doen.

Grote ‘oeps’

Je hebt grote oepsen en kleintjes. Klein is bijvoorbeeld een boodschap vergeten, groot is een afspraak vergeten. Je hebt ‘oepsen’ die anderen raken, dat is ook vervelender dan dat het een eigen ‘oeps’ betreft.

We hadden die zondag heerlijk gegeten bij Casa Del Sol. Op de terugweg babbelen we na en vlak bij huis grijp ik in mijn tas op zoek naar mijn telefoon. Mijn vingers voelen van alles maar niet dat ding. Nogmaals proberen. Lichtje aan in de auto. De eerste grom. Schudden met de tas, nog een keer kijken, voelen. Grote grom.

Heel langzaam zie ik beelden terug van hoe ik aan anderen een foto laat zien. Hoe mijn telefoon wordt doorgegeven aan een ander. Dat zij het ook mooi vinden.

Mijn telefoon en ik

En ik heb het niet over een verslaving aan mijn mobiel. Hoewel het dat ook is, is mijn mobiel gewoon mijn hele leven. Mijn wekker, mijn agenda, mijn herinneringslijstje, mijn to do lijstje, mijn afspraken, mijn vrienden, mijn familie, mijn werk, mijn gedachtespinsels, mijn krant, mijn tijdschrift, mijn boek, mijn pauzeermomentje, mijn lach- en huilmomentje, mijn zaklamp, mijn kompas, mijn routekaart, mijn kookboek en niet te vergeten: mijn telefoon.

Gelukkig had ik een dag later mijn leven weer in handen. En ik denk nu maar één ding: back up. Nu.

Vrouwenbubbel

Het zit er weer op. Het optreden van Vrouw & Co. Het samen toewerken naar een optreden is een hectisch gebeuren. Het is net als heel lang in de keuken staan om een heerlijke diner voor te bereiden en dat je gasten het na vijftien minuten verorberd hebben. ‘Het was lekker’.

Wat ik bedoel te zeggen: het werkelijke optreden vliegt altijd voorbij.
Ik zat deze keer in de zaal bij de techniek. Nieuw om niet tussen de coulissen te staan, mijn duim op te steken of heftig te gebaren als er iemand het podium afgaat die er helemaal niet af hoort te gaan.

Gisteren zag ik het vanaf ver gebeuren. Er stonden te weinig vrouwen op het podium. Het duurde niet lang. In het donker zag ik A weer terugkeren naar de groep. Alsof het er bij hoorde.

Trillen

Lang stil staan, voordat iedereen zit…

Bij een optreden is mijn rol grotendeels uitgespeeld. De teksten zijn klaar, het programma is klaar. Het enige dat ik hoef te doen is af en toe op een knopje drukken zodat er een juist achtergrondplaatje bij een lied verschijnt. Maar mijn hart klopt in mijn keel. Mijn hand trilt zo erg dat ik bang ben dat ik als een soort trillende malloot alle foto’s in 1 keer laat zien. Het gebeurt natuurlijk niet. Het gaat goed.
Niets is fijner als ‘artiest’, of je nou prof of amateur bent, om de eerste lach te horen uit de zaal. De klik, de chemie, gaat het werken?

Bijzonder

Na afloop is de sfeer altijd heel bijzonder. Je wilt samen zijn maar je wilt ook naar je publiek. Je wilt elkaar doodknuffelen en alleen maar stil lachend versmelten in het gevoel van… samen. Van samen iets maken, creëren. Die sfeer is zo bijzonder dat ik alleen daarom al iedereen zou willen aanraden om ‘samen’ iets te maken.
Onze groep is een groep van uitersten, van karakters die elkaar ook wel eens niet goed verdragen, met alle rollen die in groepen zo herkenbaar zijn. Maar op het podium is er nog maar één karakter. Het karakter van Vrouw & Co. Dat bereiken is mooi. Is iets om stil van te worden en te koesteren in de spotlight van het hart.