CategoriePersoonlijk

Hoe een feest verloren gaat

Er was geen leuker feest te bedenken dan het sinterklaasfeest. Als kind en als volwassene heb ik het jaarlijks gevierd. Het sprookje dat niemand gelooft behalve op 5 december zelf. Dan bestaan Sinterklaas en Zwarte Piet echt.

Gisteren kwam ‘hij’ aan in Zaanstad. Het journaal bericht er over maar verder gaat het vooral over de rellen die ontstonden in andere steden waar ‘Piet-moet-blijven-mensen’ hun handjes niet bij zich konden houden.
Blijkbaar ook traditie. Het is een treurige vertoning. Ook de ‘Piet-moet-weg-mensen’ staan een beetje voor joker achter het hek langs de route. ‘Rascisme moet je niet afbouwen maar stoppen’, staat er op de borden. En natuurlijk ben ik het daarmee eens, maar moet het op die plek, op die dag?

Op het sinterklaasfeest maken grote mensen zich belachelijk door zich als mensen zonder verstand te gedragen. Zij maken een kleurrijk feest bijna tot een feest van ondergronds gevierd moet worden. Een feest met een donker randje.

Polderen

Nederland stond ooit bekend als het polderland bij uitstek. Beetje erbij, beetje eraf. Dat werkt alleen maar als er partijen meedoen die niet alles kunnen krijgen wat ze willen en dat weten.

Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat Zwarte Piet bij mij nooit symbool stond voor dom, voor minder, voor ‘slaaf’. Zwarte Piet was net zo belangrijk als witte Sint. Een sprookje van geluk, van geven, van verrassingen, van liedjes en van spanning. Ik weet dat het voor heel veel mensen zo is.
Maar ik vind ook dat je moet luisteren naar mensen die dit heel anders ervaren. Die verdriet hebben, woede omdat zij een geschiedenis met zich mee dragen die ik me, als blanke vrouw, niet eens kan voorstellen.

Maar nu hebben we al jaren last van tegenpolen die geen stap dichterbij komen. In tegendeel. Ze roepen en slaan steeds harder. Het feest dreigt zinkend onder te gaan omdat volwassen mensen het niet op kunnen brengen om te luisteren en te horen wat de ander zegt.

Luisteren, voelen en handelen

Sinterklaas moet worden gered. Het mag niet meer gaan over politie, over vechtpartijen, over domheid. Er zijn zo’n tien maanden per jaar om te praten met elkaar. Vanaf januari tot en met oktober kunnen mensen van alles doen te zorgen dat Sinterklaas gevierd kan worden zoals het bedoeld is. Dat betekent water bij de wijn doen. Met alleen maar schreeuwen ‘dat is onze traditie’ kom je er niet. Dat is geen argument, dat is dom.
Met alleen maar eisen dat Zwarte piet van het toneel verdwijnt en iedereen verantwoordelijk maken voor het slavenverleden/heden kom je er ook niet.

November en december moeten weer de maanden worden van verlangen, van de maan, van de winterwarmte, van samen.  En kan je het in tien maanden niet regelen samen, dan wordt het hoog tijd dat je bij jezelf te rade gaat.
Naar jezelf kijken levert dikwijls meer op dan naar een ander wijzen, het doet wel een beetje pijn misschien maar jij bent de enige die daar iets aan kan doen.

Grote ‘oeps’

Je hebt grote oepsen en kleintjes. Klein is bijvoorbeeld een boodschap vergeten, groot is een afspraak vergeten. Je hebt ‘oepsen’ die anderen raken, dat is ook vervelender dan dat het een eigen ‘oeps’ betreft.

We hadden die zondag heerlijk gegeten bij Casa Del Sol. Op de terugweg babbelen we na en vlak bij huis grijp ik in mijn tas op zoek naar mijn telefoon. Mijn vingers voelen van alles maar niet dat ding. Nogmaals proberen. Lichtje aan in de auto. De eerste grom. Schudden met de tas, nog een keer kijken, voelen. Grote grom.

Heel langzaam zie ik beelden terug van hoe ik aan anderen een foto laat zien. Hoe mijn telefoon wordt doorgegeven aan een ander. Dat zij het ook mooi vinden.

Mijn telefoon en ik

En ik heb het niet over een verslaving aan mijn mobiel. Hoewel het dat ook is, is mijn mobiel gewoon mijn hele leven. Mijn wekker, mijn agenda, mijn herinneringslijstje, mijn to do lijstje, mijn afspraken, mijn vrienden, mijn familie, mijn werk, mijn gedachtespinsels, mijn krant, mijn tijdschrift, mijn boek, mijn pauzeermomentje, mijn lach- en huilmomentje, mijn zaklamp, mijn kompas, mijn routekaart, mijn kookboek en niet te vergeten: mijn telefoon.

Gelukkig had ik een dag later mijn leven weer in handen. En ik denk nu maar één ding: back up. Nu.

Vrouwenbubbel

Het zit er weer op. Het optreden van Vrouw & Co. Het samen toewerken naar een optreden is een hectisch gebeuren. Het is net als heel lang in de keuken staan om een heerlijke diner voor te bereiden en dat je gasten het na vijftien minuten verorberd hebben. ‘Het was lekker’.

Wat ik bedoel te zeggen: het werkelijke optreden vliegt altijd voorbij.
Ik zat deze keer in de zaal bij de techniek. Nieuw om niet tussen de coulissen te staan, mijn duim op te steken of heftig te gebaren als er iemand het podium afgaat die er helemaal niet af hoort te gaan.

Gisteren zag ik het vanaf ver gebeuren. Er stonden te weinig vrouwen op het podium. Het duurde niet lang. In het donker zag ik A weer terugkeren naar de groep. Alsof het er bij hoorde.

Trillen

Lang stil staan, voordat iedereen zit…

Bij een optreden is mijn rol grotendeels uitgespeeld. De teksten zijn klaar, het programma is klaar. Het enige dat ik hoef te doen is af en toe op een knopje drukken zodat er een juist achtergrondplaatje bij een lied verschijnt. Maar mijn hart klopt in mijn keel. Mijn hand trilt zo erg dat ik bang ben dat ik als een soort trillende malloot alle foto’s in 1 keer laat zien. Het gebeurt natuurlijk niet. Het gaat goed.
Niets is fijner als ‘artiest’, of je nou prof of amateur bent, om de eerste lach te horen uit de zaal. De klik, de chemie, gaat het werken?

Bijzonder

Na afloop is de sfeer altijd heel bijzonder. Je wilt samen zijn maar je wilt ook naar je publiek. Je wilt elkaar doodknuffelen en alleen maar stil lachend versmelten in het gevoel van… samen. Van samen iets maken, creëren. Die sfeer is zo bijzonder dat ik alleen daarom al iedereen zou willen aanraden om ‘samen’ iets te maken.
Onze groep is een groep van uitersten, van karakters die elkaar ook wel eens niet goed verdragen, met alle rollen die in groepen zo herkenbaar zijn. Maar op het podium is er nog maar één karakter. Het karakter van Vrouw & Co. Dat bereiken is mooi. Is iets om stil van te worden en te koesteren in de spotlight van het hart.

Zorgen om de zorg

Hand met pulsesignaal

Maak een vuist, ook als je niet in de zorg werkt

Ik ken enkele mensen die in de zorg werken. En stuk voor stuk zijn het lieve, betrokken, sterke mensen. Die doorgaan tot ze er zelf bijna bij neervallen. Eén van hen stuurde mij een tekst. Zomaar uit het losse handje geschreven. ‘Doe er maar iets mee’, zei ze’. Doe er maar iets mee? Oké.

Er hoefde geen lied van gemaakt te worden, het was het al. Ik hoefde maar weinig te sleutelen aan de tekst, want het was goed. Maar belangrijker, het is geschreven vanuit het hart. De tekst hoefde alleen maar afgedrukt te worden.

Deel dit. Zorg dat iedereen dit leest. De tekst is van Anja Roerade, verpleegkundig specialist maar vooral specialist in ‘zorg’.

Zorgen om de zorg

De kranten staan er vol van, ziekenhuizen vallen om
De zorg is onbetaalbaar en niemand weet waarom
Komt het door de vergrijzing, kiest niemand voor de zorg
Politici weten het beter maar zij staan niet meer borg

Bij campagnes weten zij het zo goed
Dat de zorg, vooral voor ouderen beter moet
Onze premies blijven stijgen, en niemand maakt kabaal
Het management, bestuurders, ze geven geen verhaal

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

BN-ers zorgen voor extra miljoenen, voor extra handen aan het bed
Anderen kozen voor ander werk, met beleid aan de zijlijn gezet
Ook jongeren kiezen voor een vak met meer salaris en gemak
Maar ik blijf steeds zeggen, de zorg is een prachtig vak.

Van geboorte tot de dood en alles er tussen in
Vele specialisaties, opleidingsniveaus ik zit er middenin
Waarom gaat het van kwaad tot erger de 40 jaar die ik er werk
Weer de barricades op, worden we dan pas sterk?

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

rollators, scootmobiel, alles kon je krijgen
maar nu, als je niet lopen kan, moet je vooral zwijgen
Lieve mensen doe eens mee en kijk niet langer toe
De mensen in de zorg staan alleen, je weet niet half hoe

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

 

Rutte ‘in the house’

Gisteravond was minister-president Mark Rutte te gast in Bibliotheek Schilderswijk. Ik schrijf het zo formeel, met zijn functie erbij, omdat ik me nog meer realiseer hoe bijzonder het is. Dat een minister-president te gast is in een bibliotheek.

Kort daarvoor had ik de organisator gevraagd of hij trots was dat hij dit voor elkaar had gekregen. Zijn antwoord was mooi. ‘Trots? Ik ben trots dat dit kan in Nederland. In sommige landen is dit ondenkbaar. Daar ben ik trots op.’

Vitaliteit

Het is druk in de bibliotheek. Vooral Schilderwijkers zijn gevraagd te komen om in gesprek te gaan met Rutte. Er zijn ook veel jongeren aanwezig en heel veel pers. Vriendin en ik hadden ons afgevraagd hoe het zou zijn met de beveiliging. Mochten we zomaar naar binnen, moest je jezelf identificeren? Gek genoeg verliep dat proces ook best eenvoudig.
Een mengeling van mensen met verschillende culturen en achtergronden, waar ik blij van word. Dan komt Rutte gewoon binnengewandeld en het eerste dat ik zie is een brede, warme lach. Hij begroet en omhelst links en rechts mensen en valt vooral op door zijn hartelijkheid en vitaliteit. Hij is niet van mijn partij maar wat een positiviteit straalt hij uit. Oprecht en hartverwarmend.

Respect

Ik krijg steeds meer respect voor hem. Want hoe goed je zo’n avond ook voorbereid, er komen vragen naar voren die er niet thuis horen. ‘Wat vindt u er van dat de Hoefkade wordt afgesloten’, ‘Kan ik kwijtschelding krijgen van mijn lening’ en ‘mijn zoon heeft geen huis’.

Maar ook vragen als – ‘Waarom zijn de lagere scholen in onze wijk niet veel meer gemengd’, ‘hoe kunnen we zorgen dan onze jongeren blijven geloven in een mooie toekomst’ en ‘hoe houdt u de balans in dit drukke leven?’

Een Hindoestaanse mijnheer vraagt het woord. ‘Weet u dat het vandaag een bijzondere Hindoestaanse feestdag is? Hindoestanen hadden ook graag hier willen zijn maar niemand van de organisatie heeft er over nagedacht, dat dit geen goede dag is voor zo’n bijeenkomst. Wij voelen ons gediscrimineerd.’

Het valt even stil. Je organiseert ook niet op eerste kerstdag een bijeenkomst. Punt gemaakt. Maar met 150 nationaliteiten is er altijd wel een feestdag, grapt Rutte. Hij belooft om speciaal voor deze groep een nieuwe afspraak te maken en spreekt de hoop uit dat niet alle nationaliteiten nu aan zijn deur gaan kloppen. Mooi opgelost.

Schilderswijk

Wat opvalt deze avond is de manier waarop er gesproken wordt over de Schilderswijk. Met zoveel liefde en betrokkenheid dat het ontroerend is. Dat je denkt, ik wil ook in zo’n wijk wonen met mensen die om elkaar geven, die echt samen iets doen. Die trots zijn en helemaal niet weg willen uit ‘hun’ wijk.

Niet alleen Rutte heeft indruk gemaakt. Ook de vele vriendelijke mensen die in deze wijk wonen, werken en leven.

Dichter bij de dood – Jean Louis Pisuisse

Foto’s van Jean Louis Pisuisse: het begin, het midden, het einde. Voor de viering van Dichter bij de dood, Allerzielen, op begraafplaats Oud Eik en Duinen, mochten de dichters een bekende overleden kunstenaar ‘adopteren’. Ik koos direct voor Jean Louis Pisuisse. De naam zelf is al een plaatje.

Een dame van tachtig die bij mij komt luisteren zegt: ‘Pisuisse, daar ben ik mee opgegroeid. Mijn ouders hadden het altijd over hem’.
Ik ben jonger maar de naam Pisuisse was mij ook zeer bekend. Als kind voelde ik me al bijzonder aangetrokken tot theater en cabaret. Zo verzamelde ik langspeelplaten met liedjes van lang geleden. Die liefde voor cabaret heb ik ongetwijfeld meegekregen van mijn moeder. Door haar leerde ik Toon Hermans, Wim Sonneveld, Wim Kan, Fons Jansen en Henk Elsink kennen. Zet bij ons een lied in van één van hen uit die tijd en wij, zussen, zingen het woordelijk mee.

Jean Louis Pisuisse

Tijdens Dichter bij de dood, vertelden de dichters over de artiest, lieten iets uit het werk horen en lazen tenslotte een eigen gedicht voor over de dood. ‘Mensch, durf te leven’ is zo’n bekend lied, vertolkt door Pisuisse. Hoe hij aan zijn einde is gekomen wist ik niet maar is het vertellen meer dan waard. Hij trouwde een meisje uit het cabaretgezelschap en scheidde daarom van Fie Carelse, een groot actrice in die tijd. Jenny, zijn nieuwe liefde, had natuurlijk eerdere liefdes gekend. Haar minnaar Tjakko Kuiper, was ook lid van het theatergezelschap. Tjakko kon het niet verkroppen dat zijn Jenny de relatie verbrak. Op 26 november 1927 schoot hij op het Rembrandtplein in Amsterdam zowel het echtpaar Pisuisse als zichzelf neer. Allen overleden.
Hoe theatraal wil je het hebben?

Grafrechten

Fie Carelsen, de tweede vrouw van Pisuisse, is oud geworden. Zij overleed in 1975, 48 jaar later dan Pisuisse. Hoe groot haar liefde voor hem was blijkt uit het feit dat zij in 1970 het eigendomsrecht verwierf van het graf van Jean-Louis Pisuisse en in haar testament liet opnemen dat ze in zijn graf wenste te worden bijgezet. Dat gebeurde ook na haar overlijden in 1975. Op Oud Eik en Duinen liggen dus naast elkaar Jenny en Jean Louis. In het graf van Jean Louis ligt ook Fie Carelsen. Een zoete wraak, zo’n vijftig jaar na dato.

Life is a cabaret.

Dichter bij de dood (kan ik niet komen)

Gisteren, 2 november Aller Zielen, deed ik voor de eerste keer mee aan Dichter bij de dood. Een stemmige bijeenkomst op de begraafplaats Oud Eik en Duinen, waar zoveel kunstenaars, dichters, schrijvers liggen begraven. De bezoekers wandelden een met fakkels verlichte route en stonden stil bij de zeventien dichters die verspreid over de route, een voordracht hielden.

Voor mij een unieke ervaring om iets te vertellen over Jean Louis Pisuisse, die daar begraven ligt, en een eigen gedicht over de dood voor te dragen.
Maar het zat niet allemaal mee.

Stikdonker

Mijn plekje was stikdonker. Tot ik het lumineuze idee kreeg om een oliefakkel van een eindje verderop te verplaatsen naar mijn standplaats. Maar die was vast geplaatst door een krachtpatser van jewelste want hoe ik het ook probeerde, ik kreeg de fakkel niet in de grond. Stel je voor: donker, een zwevende fakkel met rond wakkerend vuur en een onhandige dichter die met de naderende voetstappen van de eerste bezoekers in het oor, een fakkel probeert te plaatsen. Uiteindelijk heb ik met twee handen mijn nagels kapot gegraven in de harde ondergrond. Zonder resultaat. Uiteindelijk het ding weinig respectvol op een grafzerk van een onbekende buurman geplaatst. Ik moest immers mijn handen vrij hebben om voor te kunnen lezen.
Niet echt een goede voorbereiding kan ik je verzekeren.

Mensen, mensen, mensen

Er was veel aanloop en voor een dichter die niet wekelijks in het openbaar spreekt, een goede oefening om de juiste toon en het juiste timbre te vinden. Omdat er zoveel groepjes langskwamen had ik de gelegenheid om dat te oefenen en kon ook steeds meer ‘zomaar’ vertellen. Mooie reacties, dankbaar publiek en een ludieke plek natuurlijk voor deze viering.

De meegekregen thermoskan met koffie was een lief gebaar. Maar heb je ooit in het pikkedonker een kopje koffie proberen in te schenken. Een kleine vloek, ook weer niet eerbiedig, liet ik toen de hete, zwarte vloeistof over mijn kapotte vingers stroomde.

Morgen meer over Jean Louis Pisuisse en de reden waarom ik hem heb gekozen.

De zeven zussen van Hill House

Ik heb niets met Haloween. Kijk met verbazing naar versierde huizen en spinnenwebben die aan deuren worden gehangen. Zie compleet verbouwde woningen waarbinnen zich, nu eens in het licht, duistere zaken afspelen.
Maar toch had ik mijn eigen Haloween.

Wat ik echt nog nooit heb ervaren is dat een afzonderlijk boek en serie zo veel op elkaar lijken dat de verhaallijnen door elkaar gaan lopen. In mijn hoofd dan. Dat maakt van een compleet onschuldig boek, een horrorleeservaring.

Serie en boek

De serie ‘ The Haunting of Hill House’ zie ik aangeraden worden door mensen die zeggen: ‘ook al houd je niet van ‘horror’, dit moet je zien’. Het gekke is, dat er in het begin van de serie niets gebeurt maar ik toch met een draaiende maag zit te kijken. Hoe dan? Geen muziek, stilte, filmische beelden van een groot en somber huis.
De boeken ‘De zeven zussen’ van Lucinda Riley download ik op goed geluk om er daarna achter te komen dat het een hit is. Geen diepzinnigheid maar vlot geschreven en uitnodigend om verder te lezen.

Verhaallijnen

De verhalen gaan over grote families. In Hill House een gezin met zo’n stuk of zes kinderen, in De zeven zussen zes zussen. Waarom er geen nummer zeven is, moet ik nog achter komen. In serie en in de film is er een groot huis, ver af van de bewoonde wereld. In Hill House een krakend en zuchtend kasteelachtige woning, in de Zeven Zussen een prachtig gelegen villa in een idyllische omgeving. Maar allebei groot en onbereikbaar.

Terwijl ik in de tram aan het lezen ben, blader ik terug want de vader was toch niet dood? Als ik een gewone passage lees over een vrouw die naar haar eigen souterrain gaat, houd ik mijn hart vast. Wat staat haar nu toch weer te wachten.

Dit is echt Mindfuck. Het maakt beide, kijk- en leeservaringen, nog specialer. Hopelijk vraagt niemand mij ooit waar de Zeven zussen over gaat. Net als vroeger, omdat ik zo snel lees, krijg ik dan te horen: ‘Jij hebt dat boek helemaal niet gelezen’. Alleen deze keer heeft iedereen gelijk. Ik lees een heel ander boek.

 

Niets nieuws onder zon en hoe fijn dat eigenlijk is

We moeten er echt aan geloven. Bladeren die naar beneden dwarrelen, de wind om het huis, de regen die met bakken uit de hemel valt. De klok een uur terug. Wintertijd.

En met wintertijd komen ook de feestdagen er aan. Vragen we weer vertwijfeld aan elkaar ‘wat hebben we vorig jaar eigenlijk gedaan en bij wie’? Want als je al zoveel jaartjes mee loopt en kerstmissen heb gevierd bij de vleet, dan raak je het overzicht kwijt. Maar ook omdat de ene kerst inwisselbaar is met de andere. Er is familie, er is eten en drinken, er is gezelligheid. Waar maakt niet zoveel uit.

Lootjes trekken

Ik kreeg een melding van lootjestrekken.nl. Ze missen me. Ze hebben gelijk. Ik was toch dat sinterklaasmeisje dat direct al weer lootjes liet trekken voor ons jaarlijkse sinterklaas. Maar ik zag het mailtje voorbij komen en liet het voorbij gaan. Sinterklaas vieren we nu al jaren met de drie zussen en aanhang. Voor de meesten heb ik minstens vijf keer een gedicht geschreven. Alle eigenaardigheden zijn nu wel benoemd.

De sloddervos blijft slordig. De vergeetachtige blijft vergeten, de dichter blijft dichten. Hoe ouder we worden, hoe meer onze eigenaardigheden, aardigheden worden. Ze horen bij ons als een jas die je nooit meer weg wilt doen, gewoon omdat die past en lekker zit. Zelfs anderen zouden jouw jas missen.

Verrassen

Ik realiseerde me dat ik in een sinterklaasgedicht niemand meer de maat zal nemen, dat ik niet meer vilein uit zal halen of bij iemand het schaamrood op de kaken zal doen ontstaan door iets te vertellen wat niemand nog wist.
We zijn nog steeds getrouwd met dezelfde, de kinderen doen het goed, we werken, we lachen, we leven. We eten regelmatig samen en elke foto die daar van is lijkt op de vorige en volgende. Vakantiefoto’s maak ik niet meer. Idem. Idem van hetzelfde.

Saai of iets anders

Zijn we saai geworden, voorspelbaar. is de schwung er uit? Het was wel het eerste dat ik dacht maar als ik de tijd neem om er over na te denken is het heel anders. Zou ik een sinterklaasgedicht schrijven dan zou het er één van liefde zijn. Van dankbaarheid om samen te delen wat zo gewoon lijkt maar het helemaal niet is. Er is rust in de tent.

Dus misschien moeten we toch maar lootjes trekken. Ik zou voor iedereen hetzelfde gedicht kunnen schrijven. Over samen zijn. Er altijd weer zijn voor en met elkaar. Hoe we hebben leren leven met elkaars aardigheden. Bij iedereen weten waar de warmte zit en het bittertje.
Een jaartje ouder een pijntje meer. Een pensioenleeftijd die aankomende is bij één van ons, een tweelingverjaardag in het vooruitzicht met een te bereiken leeftijd om U tegen te zeggen.

Heerlijk, niets nieuws onder de zon.

 

Lege bedden, leeg gebouw

Ik wist niet eens dat het kon. Ziekenhuizen failliet. Maar het is gebeurd. Gisteren werden twee ziekenhuizen failliet verklaard. Voor mij kwam het uit de lucht vallen, hopelijk voor de patiënten niet.

Personeel ontslagen, patiënten ontslagen en niet omdat ze beter zijn. Ontluisterende beelden toch op televisie, busjes die af en aan rijden om te redden (lees: mee te nemen) wat er te redden valt. Artsen die verslagen lijken, verplegend personeel die het niet kan geloven.

Hoe kan het

Ik vraag me alleen maar af hoe het kan. Op de een of andere manier beschouwde ik deze zorg als vanzelfsprekend, zoals onderwijs voor kinderen. De kille woorden van woordvoerders die hebben geleerd om het zakelijk te houden. ‘We gaan sluiten. Morgen moet het ziekenhuis leeg zijn’. Hoe dan, waar naar toe dan, wie zijn er nu nog om de patiënten te verzorgen. Operaties die gecanceld worden, afspraken afgezegd. Ingrijpende gebeurtenissen.
Het ziekenhuis is dus een gewoon bedrijf, dat verkeerd bestuurd kan worden. Waar te veel geld wordt uitgegeven aan duur ingevlogen personeel en slecht economisch beleid.

De minister blijkt er niet van te zijn. Dat is erg. Zorgverzekeraars zeggen ‘wij zijn er niet om een ziekenhuis overeind te houden’.
Bij Pauw is een chirurg als gast. Hij is ook verbijsterd maar vooral over de manier waarop dit gaat. Hij vraagt zich af waarom er niet netjes wordt afgebouwd,  zodat kwetsbare mensen niet in de kou buiten worden gezet. Ouderen die nog een gesprek met hun arts zouden hebben, die wachten op een uitslag of mensen die klaar waren voor een ingreep waar ze al weken mee bezig waren.

24 uur

24 uur was de naam van een serie waar een verhaal zich in een hele dag afspeelt. Dit lijkt er verdacht veel op. Hoe zal het er aan toe gaan, in die lange steriele gangen? Wordt er gehuild, gepraat, ingepakt. Vanmiddag zijn tenminste in één ziekenhuis de bedden leeg. De wachtkamers leeg, de receptie onbemand, de liften stil. Enkel nog wat witte jassen aan haakjes.

Ik vind dat een minister, onze regering, er wel van moet zijn.