CategorieMedia (o.a. televisie)

Eerst coming-in dan coming-out

We vieren vandaag de vrijheid. Onze mooie vrijheid. Een vrijheid om te zijn wie je bent en te kiezen met wie je dat bent. Ik woon en leef met mijn vrouw in een doorsnee wijk, in een doorsnee straat met doorsnee buren. En we wonen daar goed.

Marokko
Homo of lesbisch zijn in andere culturen is van een hele andere orde. Bij Pauw waren deze week Nassiri Belaraj en Souad Boumedien te gast. Een man, een vrouw. Geworsteld hebben zij met hun homo-zijn. Geworsteld met de consequenties die het heeft voor familierelaties. Het denken over zelfmoord om aan die pijn van verstoting te ontkomen. Nu zijn zij ambassadeurs van de Gaypride.

Coming-out
Het gesprek ging over coming-out. Souad moet erom lachen. ‘Typisch Nederlands’, zegt zij, ‘coming-out.’
Ik hoor haar iets zeggen over coming-in. Er wordt niet verder over gesproken maar bij mij blijft het hangen. Coming-in wil zeggen dat je eerst een wereld van veiligheid om je heen creëert, een wereld die jou neemt zoals je bent, een baan waardoor je zelfstandig kunt zijn, een huis waarin je kunt wonen en voorzichtige stapjes neemt op weg naar vertrouwen en liefde om je heen. Een kring van vrienden. Pas dan is er de coming-out naar de mensen die voor jou heel belangrijk zijn: familie, ouders, zussen en broers.

Moed
Ik kijk naar ze. Twee mooie mensen die een lange weg hebben afgelegd. Die nu open en trots op televisie vertellen over hun liefde en ik dacht alleen maar ‘wat moedig’. Was ik maar half zo moedig geweest in mijn leven.

De waarheid is dat er niet veel moed voor nodig was, voor mij. Dat mijn familie om me heen stond. Dat vrienden, vrienden bleven. En die enkele gek die mij naroept, al doet het soms pijn: het is niet mijn gek.

Dat is vrijheid. Laten we vieren en liefhebben.

 

Boer zoekt vrouw – En ze leefden nog lang en gelukkig

Heerlijk was het om de laatste weken te schrijven over de boeren en de vrouwen. Om de pijntjes en ongemakken te zien. De ‘dusjes’ te beschrijven, de opgelopen blauwtjes te aanschouwen.

Maar nu, de finale, nu is alles ineens goed. Als er iets fnuikend is voor een boek, een film of een televisieprogramma dan is het wel dat ‘alles goed is’. Oh, zeker heb ik gisteravond met plezier gekeken en ben ik blij geweest voor Olleke Bolleke maar dit had niet zes weken moeten duren.

Drama
Elke schrijver weet dat een boek niet gelezen wordt als alles alleen maar goed is. Wie wil er driehonderd pagina’s lezen dat ze verliefd zijn en van elkaar houden? Niet toch.
In het echte leven is het anders hoor. Daar wil ik wel driehonderd jaar alleen maar ‘goed en lief’. Mij hoor je dan niet.
Maar in dit blog vlieg ik nog even snel langs alle boeren en hun vrouwen. Als een soort vaarwel en de wens dat ze nog lang en gelukkig zullen leven.

Olke
Olke, de grote Fries, heeft uiteindelijk zijn lief gevonden dicht bij huis. Een leuke vrouw, een blije boer. Niets meer aan doen zou ik zeggen.

Mark
Was leuker met baard maar mag er nog steeds zijn. Net zoals de andere boeren is hij vooral zichzelf tegen gekomen en daarna zijn leuke dierenarts. Een leuk stel. Niets meer aan doen.

Herman
Hij weet nu wat liefde is en ik vermoed ook dat zij voor altijd bij elkaar blijven. Dat is ook goed. Herman was vooral blij dat hij helemaal mocht zijn wie hij was. Behalve dan dat hij eerst naar de kapper moest en wat kleding kon gaan kopen. Maar Herman, dat heeft je goed gedaan. En verder hoeft er niets meer aan gedaan te worden.

David
Leuke, olijke, bruinogige David. Blij met zijn meisje. Meisje blij met hem. Punt.

Riks
Dus. Ja, ook Riks heeft zijn meisje. Hij had haar eerder weggestuurd maar toen ineens realiseerde hij zich wat ze eigenlijk voor hem betekende. Hij pinkte een traantje weg.

De mooiste zin kwam van Olke. Op de vraag waarom het voor hen zo bijzonder was om mee te doen met Boer zoekt vrouw, zei hij: het mooiste was dat ik gewoon mocht kiezen.

Die eerlijkheid vond ik mooi om te zien. Want hoeveel mensen, mannen en vrouwen, zouden dat ook niet willen. Kunnen kiezen en dan nog wat overhouden ook.

 

Ik ben een gelukszoeker

Ik kom er maar eerlijk voor uit. Ik ben een gelukszoeker. Nu heb ik wat dingen mee. Ik heb al geluk, ik wil alleen wat meer en ik woon in een land waar veel geluk te vinden is. En volgens mij zijn wij in Nederland allemaal gelukszoekers. In je gezin, met je kinderen, met je vrienden, met je vakanties, met je baan die op je lijf geschreven is of met een uitkering waar je toch iets voor kunt kopen. We hebben huizen, warmte, opvangnetten. We hebben vrijheid.

In tijden van geluk in eigen land, geen economische crisis, geen vluchtelingen die de dood willen ontlopen: dan zijn gelukszoekers best welkom. Maar nu zijn de tijden anders. Heb je gewoon pech als je in het verkeerde land geboren bent. Of nee, heb je geluk als je al in het goede land geboren bent.
We gaan straks in maart stemmen. En buiten dat we allemaal voor ons eigen geluk stemmen, doet de ene partij dat meer dan de andere.

De PVV is nu zo’n partij die stemt voor eigen geluk. Want veel ongelukkige mopperaars denken dat het geluk hun ontnomen is of ontnomen wordt door ‘anderen’. Dat het geluk straks op is. Maar er is een verschil tussen buitengeluk en binnengeluk. Zij die niets hebben willen eerst buitengeluk. Dat de buitenkant op orde is. Dat er muren staan die je beschermen, dat er dekens zijn om je warm te houden. Pas als je dat hebt ga je je eens druk maken om je binnengeluk.
Wij realiseren ons vaak niet hoeveel geluk we hebben dat we ons niet om die basale dingen druk hoeven te maken. Het is er gewoon. En misschien vind je dat je te weinig buitengeluk heb, is je auto te klein, je baan slecht betaald, je televisie te 2015. Maar dan moet je zelf iets gaan doen en niet anderen iets verbieden.

Ik ben ook angstig voor de wereld waarin we leven. Voor het gedraai om ons heen. Voor de dreiging van zoveel gekkies die allemaal op hetzelfde moment aan de macht zijn of komen. We kunnen ons opsluiten in ons eigen paradijs maar ik word daar zeker niet gelukkig van. Muren om ons land. Niemand meer vertrouwen. Jij en ik mijlenver van elkaar. Ik kies voor hoop, liefde, vertrouwen. Noem mij naïef. Ik kies daar bewust voor. Dat is mijn geluk.

Afdingen bij de Mediamarkt… ook een vak

Vriendin heeft een stoere bui. Bij de Mediamarkt kopen we alvast mijn verjaarscadeau: een koffieapparaat, je weet wel, met verse bonen en zo. Eindelijk hebben we een keuze gemaakt. We trekken de doos uit de stelling. Een vriendelijke verkoopster adviseert een paar ontkalkproducten en verzamelt ze voor ons. Vriendin heeft sterke verhalen gehoord van vrienden die het altijd voor elkaar krijgen om af te dingen en hoewel wij niet voor afdingen in de wieg zijn gelegd, neemt Vriendin het heft in eigen handen.

‘Krijgen we nu als extraatje een zak bonen cadeau’, vraagt Vriendin allerliefst. De verkoopster knippert niet eens met de ogen.
“Nee, dat doen we echt niet”. Vriendin voelt de bui al hangen.
“Oh, maar we horen juiste dat jullie juist altijd zo meewerken met dit soort aadigheidjes”.
De verkoopster schudt weer het hoofd. “Nee, sorry, dat doen we niet. Ja misschien als er iets heel duurs wordt gekocht, een televisie bijvoorbeeld…” (Wat moet je nu met bonen bij een televisie, of kan dat ook al tegenwoordig?).

Vriendin gaat het verliezen maar is geenszins van plan dit te accepteren. Het gaat nu alleen nog maar om ‘winnen’. Wij niet, jij ook niet. ‘Nou’, zegt Vriendin met de moed der wanhoop, ‘dan weet ik niet of wij het wel gaan kopen’.

Ik denk alleen maar, wat gaat ze nu toch doen, we hebben geen tijd voor dit gedoe, we hebben een mooie machine staan, we willen echte koffie, het is mijn cadeau’. Vriendin zoekt mijn steun terwijl ik haar toch in stilte wanhopig aankijk. Wat een moment om je gelijk te halen.

‘Nee’, zegt Vriendin, ‘we denken er nog over na’ en loopt weg. De verkoopster en mij in stomme verbazing achterlatend. Als een trouwe echtgenoot loop ik een beetje beschaamd achter vriendin aan. Achter de stelling van gloeilampen kijkt ze mij ontzet aan en we schieten onbedaarlijk in de lach. Zo lief zoals ze dan zegt: ‘ik kon toch niet anders’. Ik leg niet eens uit wat ze ook al weet. Wij hebben verloren.

We willen toch die koffiemachine met bonen en ontkalktabletjes. We kijken stiekem om het hoekje waar het meisje gebleven is en kruipen dan op handen en voeten weer terug naar de koffiehoek. Vriendin sleurt de doos weer uit de stelling, ik weet mijn weg inmiddels naar de ontkalkprocedures en samen lopen we zo hard we kunnen naar de kassa. Buiten geef ik haar een knuffel en koop een pak bonen voor Vriendin. Ah, gossie.

De mooiste televisie is radio

Deze week weer ouderwets Serious Request. Ik vind het een feest. Niet alleen het goede doel en het feestje er om heen. Dat is ook genieten. Vooral omdat het niet die oranje gekte is waar je je voor moet schamen. We vieren het met jong en oud. Vaders met kinderen op de schouders. Idiote acties om maar zoveel mogelijk geld op te halen.

Ik geniet vooral van Gerard van Ekdom. Op de radio vind ik hem zo, zo. Maar op televisie als radiomaker is het een genot om naar te kijken. Zoals hij geniet van zijn werk, de gezichten die hij trekt als hij vanuit zijn tenen zowat elk lied letterlijk mee zingt. Zijn lach en ja, zijn stem natuurlijk ook. Respect voor zoveel passie.

Ik zal het missen als deze radioweek weer voorbij is.

COLUMN: Verstrooiing en televisie

Als je ‘verstrooiing’ opzoekt in het woordenboek, krijg je, naast de droevige vorm van (as)verstrooiing, de volgende synoniemen: aardigheid, amusement, blijdschap, divertissement, gein, jolijt. Dat televisie het medium blijkt om dit te bewerkstelligen lijkt mij juist.

Nu hebben woorden als aardigheid en jolijt, laat staan ‘gein’ niet voor iedereen dezelfde betekenis. Voor sommigen is het geinig om bushokjes kapot te slaan of een meisje te verkrachten. Voor anderen is gein een avondje Frans Bauer. De televisieproducers hebben het hier moeilijk mee. Hoe geef je inhoud aan verstrooiing als iedereen daar zo’n andere betekenis aan geeft?

Gisteravond vraag ik Vriendin: ‘komt er nog wat’. Komt er nog wat? Vriendin weet wat ik bedoel en ook wat ik bedoel met ‘wat’. ‘Wat’ is dat wat wij leuk, interessant, boeiend, amusant vinden. Vriendin noemt op: Sterren op het doek, Puberruil, Je zal het maar heben, Pownews, Cash op zolder, uitstel van executie, mijn huis vol dieren, Barbies baby, Zon, zuipen en ziekenhuis’.

Zomaar een gemiddeld avondje televisie op de Nederlandse buis. En ik zeg: ‘Filmpje kijken?”
Dat doen we niet. We blijven kijken. Naar bijvoorbeeld een huis vol dieren. Het is ontluisterend te zien hoe een vrouw haar huis, haar leven opoffert om voor dieren een goed huis te bieden. Ze slaapt zelf op de bank, tussen de honden in, waar ze met haar astmatische kwaal naar adem hapt en jeukend vlooien verwijdert van haar lijf en uit haar haren. De vrouw wordt geholpen door wijze mensen die haar vertellen dat het niet gezond is zo te leven. Eind goed al goed? Dat weten we niet. Ze zal nog maanden begeleidt worden, zegt de presentator.

Inmiddels is er weer bijna een avond voorbij aan onzinnigheid. Ik doe het allemaal zelf, blijven hangen waar ik niet wil blijven hangen. Onbenullige televisie over een baby van een Haagse Barby, dat is lachen…

Bij Pauw en Witteman wordt weer gesproken over Haren. Niets nieuws gehoord.
Wij hebben de beschikking over zo ontzettend veel zenders dat de hoeveelheid mij het bijna onmogelijk maakt om te kiezen. Onmogelijk is niet het goede woord. Het verpulvert de zin in ergens voor kiezen. Er is te veel.

Te veel van iets maakt onverschillig. Dat is niet alleen met televisieprogramma’s zo maar ook met geld, tijd, mogelijkheden, kansen, uitwijkmogelijkheden en regels.

Ik wil niet onverschillig leven. Ik weet niet of het woord bestaat: verschillig.
Maar ik wil het wel worden. Verschillig. Dat maakt pas verschil!