CategorieMedia (o.a. televisie)

Een zwak voor Frans Bauer

Foto: AVROTROS

We willen Studio Sport kijken en pikken daarom Frans Bauer in Amerika mee, dat daarvoor wordt uitgezonden. Niet een programma dat we zouden kiezen maar toch blijven we hangen. Ik sluit niet uit dat we de volgende keer bewust kiezen voor dit programma.

Eigenlijk doen de Bauers alles wat we zelf ook zouden doen als we voor het eerst in New York zijn. Zeggen we hetzelfde, stellen domme vragen of juist hele slimme. Nemen we een selfie met die prachtige skyline van New York als imponerende achtergrond.

Al die lichies

Als zij ‘s avonds over de Times Square wandelen, mompelt zij ‘al die lichies’. Frans zucht ook en herhaalt vele keren hoe bijzonder het allemaal is. Als zij een dag later voor Tiffany staan op New York 5th Avenue, trekt Frans zijn Mariska zachtjes mee. ‘Dat heb je toch niet nodig’, vraagt hij grappend zorgelijk en zij glimlacht terug.

Gewoon gebleven

Je hoort vaak zeggen over ‘beroemdheden’ dat ze zo lekker ‘gewoon zijn gebleven’. Vaak is het een dooddoener eerste klas want hoe gewoon kan je blijven met miljoenen op een bank en mensen die allemaal iets van je willen. Toch zijn de Bauers het voorbeeld van ‘gewoon gebleven’. Ik krijg steeds meer respect voor deze man juist omdat hij zich nergens beter voordoet dan hij is en juist daarom beter is dan vele anderen, mezelf incluis. Zijn blije, kinderlijke enthousiasme heeft hij weten te behouden en hoe heerlijk moet dat zijn.

Als ze op een boks-gala zijn uitgenodigd en zij te midden van grootheden aan tafel aan mogen schuiven, zie je het kleine jongetje in hem. Zijn ogen schitteren, haar ogen schitteren om hem en eigenlijk kan het niet anders dat je als kijker mee schittert.

Niet heel lang geleden vroeg Matthijs van Nieuwkerk hem welke muziek hij thuis draait. ‘Eerlijk’, vroeg Frans en zuchtte. ‘Ik luister naar mezelf, ik vind dat eerlijk gewoon de mooiste muziek die er bestaat’.

En je denkt: dat kan niet, dat mag niet, dat doe je niet. Maar het kan wel en hij doet het. Nergens veinst hij een betere man te zijn. Hij lacht om zijn eigen, soms flauwe, grappen, geeft eerlijk toe als hij iets niet weet of begrijpt en gooit er nog een reclame tegen aan over Chinees eten.

Zoveel beter te verdragen dan de Briljant reclame van die ene Froger, the Frog.

Je vous fais mes excuses


Mireille Knoll, in 1932 geboren in Parijs, ontsnapte tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de razzia van het Vél d’Hiv in juni 1942. Vrijdag 23 maart werd zij op beestachtige wijze vermoord. Juist omdat zij het overleefde.

Tijdens de razzia van Vél d’Hiv in juni 1942, werden meer dan 13.000 Joden uit Parijs en omgeving op verzoek van nazi-Duitsland gearresteerd en vastgehouden in een wielerstadion bij de Eiffeltoren voordat ze gedeporteerd werden. Knoll kon dankzij het Braziliaanse paspoort van haar moeder ontsnappen. En dan zijn er jaren en jaren later een paar gekken die deze 85-jarige dame met elf messteken ombrengen. Haar lichaam was door brandstichting in het appartement deels verkoold.

Antisemitische moord

Het Franse Openbaar Ministerie vermoedt dat een vrouw het slachtoffer was van een antisemitische moord. De hoofdverdachte is volgens parlementslid Meyer Habib een 35-jarige moslim die de woning naast het slachtoffer betrok en die zij al zou kennen sinds zijn geboorte. Een jaar eerder wordt een paar honderd meter verder op, de 65-jarige joodse Sarah Halimi uit het raam van haar appartement geworpen.

Hoe kan het bestaan

Het bericht is te afgrijselijk om te bevatten. Hoe kan er zoveel haat bestaan. Zoveel woede en frustratie met geloof als drijfveer en excuus om mensen te vermoorden. Een bericht in de krant waarvan mijn adem stokt. Die oude dame, dat lieve gezicht, die familie, de geschiedenis. De Telegraaf kopt: De duivel wachtte in Parijs.

Hoeveel duivels zijn er nog. Hoe bestrijden we duivels? Hoe herken je een duivel?

Madame Knoll: een vleugje hemel wens ik u.

 

The voice Kids bijna zonder ‘kids’

The Voice Kids. Kinderen zingen met allemaal grote wensen als beroemd worden en rijk. Willen zien dat hele stadions exploderen omdat jij daar staat te zingen. Gewoon maar wat ‘kleine’ wensen van kleine mensen.

Van alles komt voorbij. Meisjes van elf met de looks van meisjes van twintig. Met ouders die ook vinden dat hun meisje het mooiste is dat de wereld kon overkomen. Arrogante meiden soms, die het gewoon gaan maken omdat ‘ik gewoon heel goed ben’. Meiden die zo stuiteren van geluk dat het bijna pijnlijk is om te zien. Heel soms komt er nog een gewoon kind voorbij. Acht of negen jaar. Een kinderstemmetje dat zo helemaal hoort te zijn maar het niet mag zijn in deze kindercompetitie. En als kijker vraag ik me dan af wat je als ouders bezielt om jouw grootste schat voor de leeuwen te gooien. Want het is allang geen ‘cute kinderfeestje’ meer.

Jongetjes

En er komen ook jongetjes langs, dikwijls niet met de overdreven blijheid met zichzelf als bij de meiden. Ze kunnen rappen of bijna rappen. Of de te dikke jongetjes die nog niet uit de kast gekomen zijn en daar kwetsbaar staan te zijn in al hun eigen schoonheid.

Maar heel soms komt er iemand voorbij met een adembenemende schoonheid. Van binnen en van buiten. Kind nog. Tien jaar. Meisje. En ze is gewoon aardig en lief en praat zoals een kind moet praten als ze tien is. Maar ze straalt iets uit dat groter is en je weet dat er iets staat te gebeuren. En ze zingt, dat meisje van tien, ‘Ken je mij’. Een gedicht is het meer dan een lied, de inhoud zo groot, met meer lagen en betekenis dan je als luisteraar in één keer kunt bevatten. Maar het lijkt alsof zij precies weet waar het over gaat, wat het betekent om iemand te mogen kennen. Geen trucjes, geen verleidingen.
Soms komt er gewoon pure schoonheid voorbij. En daar kan zij niets aan doen en dat laat ze zich daarom ook niet aanleunen. Talent is een cadeau dat je kan ontvangen en ontwikkelen. Daar kan je heel groot overdoen maar je kan ook heel klein en dankbaar zijn.

Yosina Rumajauw

De essentie van leven is zo dichtbij

Presentator Beau van Erven Dorens brengt vijf dagen door in verschillende instellingen. Gisteravond zag ik zijn vijf dagen in een hospice. Een plek waar mensen naar toe gaan om uiteindelijk te sterven. Een indrukwekkende sfeer laat het achter waardoor ik de hele avond ook wat stiller ben.

Wat is het met de dood dat ons of mij eigenlijk zo raakt? Progamma’s als ‘over mijn lijk’ of ‘zolang ik leef’ en nu dit programma. De essentie is eigenlijk altijd dat het mensen laat zien die alles hebben los gelaten, noodgedwongen maar dan uiteindelijk toch met overgave. Zo dat het elke keer weer laat zien waar het eigenlijk om gaat in het leven: om jou en mij. Om mensen samen. Om zorg, warmte, liefde.
Jammer dat je tussendoor toch ergens nog moet leven.

Vergeten

Want hoe bijzonder een ervaring ook is, bij mensen zijn die afscheid nemen, het afscheid zelf, het besef van hoe het eigenlijk zou moeten zijn; het is niet het leven zoals we het kunnen leven. Daar raken we onszelf weer kwijt in de waan van alledag. In je druk maken over niets, boos worden over nutteloze dingen, jezelf weer zien in de ogen van de middelmatigheid.

Mooie mensen

In de aflevering van Van Erven Dorens zien we hoe hij met mensen in de hospice kennismaakt. Een oude man toont een foto van nog geen vijf maanden geleden. Een foto van een forse man, gezonde kop. In niets lijkt de foto nog op de zieke man die hij nu is. De boze tweelingzus die nog geen zestig is en woedend niet anders kan dan accepteren dat het afgelopen is. De hele lieve oude dame die alleen maar dankbaarheid toont. De kleinkinderen van een opa die hem dagen en nachtenlang vol liefde verzorgen. En de lieve, lieve mensen die er werken. Ik denk eerlijk gezegd dat het werken zelf, lief maakt. Het is toch een cadeau om te mogen werken in een wereld die echt is? Het vraagt alleen wat moed.

Een huilende Beau. Want de dood hakt er altijd in. Na vijf dagen gaat hij weg. Hoe neem je afscheid van mensen die voor altijd weggaan? ‘Tot ziens’?

Scheuren en schuren

Ik voel bijna de opluchting met hem mee als hij naar buiten loopt en zijn auto opent. En in gedachte loop ik mee. Open ik de ramen van de auto, schuif het dak open en zet keihard een muziekje op. Iets met snerpende gitaren. En dan keihard wegrijden en schreeuwen. Want tussendoor moet je nog ergens leven. Scheurend en schurend.

 

 

Dreamschool voor kinderen zonder dromen

Vorig jaar schreef ik er al over. Het fantastische progamma Dreamschool. In drie weken tijd gaan Lucia Rijker, voormalig kickboxer  en Eric van ‘t Zelfde, succesvol rector, met een groep drop-outs aan de slag. De tweede serie is van start gegaan.

Wat zien we? Jongeren die blowen, hangen, drinken, hangen, stappen, hangen, slapen, hangen. Grote bekken, desinteresse, korte lontjes, intense lontjes. Heel af en toe tranen. Maar fuck it, dat willen ze natuurlijk niet. In elke aflevering komen portretten voorbij van enkelen van hen. Vertellen ze hun verhaal. Altijd een verhaal waarin zij de dupe werden van ouders die het ook niet wisten. Die verslaafd waren, ziek, dood gingen of gek werden.

Pijn

De pijn is voelbaar, de littekens zichtbaar. Vanaf de eerste keer dat ze van school werden gestuurd gaat het alleen nog maar bergafwaarts met ze en neem ze het eens kwalijk. Rijker en Van ‘t Zelfde zijn fantastisch, soms een beetje te fanatiek wat mij betreft. Maar ze raken wel en ze raken de jongeren waar het hoort: in het hart.

Ongelijkheid

Ongelijkheid heeft in eerste instantie niet te maken met rijk zijn of armoede wat geld betreft maar rijkdom en armoede wat liefde betreft. Daar is geen geld voor nodig maar ‘parenting’ of ‘ouderen’. Wat een fantastisch werkwoord zou dat kunnen zijn: ouderen. Elk kind heeft recht op minimaal één ouder die er met zijn of haar volle verstand bij is want in ‘den beginne’ zijn al die kinderen helemaal oké. Totdat hun dromen de grond in worden geslagen en zij ook om zich heen gaan meppen.

Foto

Ik zocht een foto voor bij dit blog. Kom foto’s tegen van kinderen uit Syrië en wordt eigenlijk nog bozer. Kinderen daar die niets hebben, in puin leven, tussen dood en verderf, oorlog en geweld. Geen eten, geen toekomst. En wij, in dat land waar alles is, verpesten het leven van duizenden kinderen doordat we teveel hebben. Teveel tijd om in slaap te vallen. Begin eens met het onderwijs. Halveer de klassen zodat kinderen allemaal de kans krijgen om ten minste 1 leraar te treffen die hen wel ziet. Want ook deze kinderen uit Dreamschool zullen op een dag ouders worden zonder bagage. En dan begint alles weer van voren af aan. Te triest voor woorden toch.

Eerlijke armen

Wat elke keer raakt is de eenzaamheid van deze jonge mensen. Het verlangen dat ze niet eens meer kennen naar oprechte armen en liefde. Naar ogen die zien, oren die horen. Er zijn teveel gebroken kinderen.
Wat Partij voor de Ouderen? Partij voor het gewonde kind of Partij voor de toekomst. Ik zou er op stemmen.

Gevangen in je hoofd

In het programma Alles is hier Autistisch interviewt Filemon Wesselink mensen die autisme hebben en volgt hen in hun dagelijkse leven. Deze week bezoekt hij Samuel, een jonge man in Amerika. Zijn ouders kwamen er rond zijn zestiende jaar achter dat hij niet verstandelijk beperkt was maar dat hij ‘gevangen zat in zijn eigen hoofd zonder stem’.

Een serieuze jongen, deze Samuel. Een knap, zorgelijk gezicht, zijn mooie ogen naar binnen gericht. Wesselink heeft van te voren vragen gestuurd die Samuel via de computer heeft beantwoord. We horen een mannenstem die uiting geeft aan de woorden, de zinnen van Samuel. Zinnen met diepte en betekenis. Zinnen waarmee hij zich eindelijk gehoord weet en voelt.

Triest

Wat een trieste inkijk. Wat een geluk dat er toch een manier is gevonden waarop hij buiten zijn hoofd kan treden. Toen de ouders met een letterbord gingen werken kwamen zij er met verbijstering achter dat Samuel wel kon communiceren alleen niet op de manier die zij en wij kennen. Om na zoveel jaar te merken dat je zoon slim is, alles geleerd heeft op zijn eigen manier en er altijd ‘bij’ was, lijkt mij ontluisterend. Tegenwoordig studeert Samuel aan de universiteit en doet het uitstekend. Dat betreft dan het leren, het studeren en reproduceren. Maar hoe is het om in een groep te verkeren waarin je nog steeds anders bent dat de rest?

Zwaar

Samuel geeft aan dat het heel zwaar is. Dat hij zou wensen dat mensen meer tijd voor hem nemen. Kijkend naar Samuel besef ik dat hij nooit het plezier heeft gehad van onbedaarlijk lachen of onbedaarlijk huilen. Van liefde, van aanraking, letterlijk en figuurlijk. Besef ik hoe bevoorrecht wij ‘gewone’ mensen zijn.

Het programma besteedt ook aandacht aan speciaal onderwijs voor autistische kinderen. Wouter Staal, bijzonder Hoogleraar Autismespectrumstoornissen universiteit Leiden: ‘Iedereen zou gebaat zijn bij onderwijs gericht op of rekening houdend met autisme’.
Dus geen speciaal onderwijs maar ander onderwijs voor iedereen. Maar dat kost heel veel geld. Staal stelt dat als je de klassen halveert, het niveau van docenten omhoog brengt en het salaris ook flink aanpast, er een hele andere onderwijswereld ontstaat. Waardoor docenten ook de beste van de besten kunnen en willen worden en er ook niet zoveel kinderen hoeven uit te stromen naar bijzonder onderwijs, waar die randvoorwaarden er wel zijn.
Wat zou dat een mooie wereld zijn.

Bekijk hier een fragment over Samuel.

 

Mies

Foto uit ‘Margriet’

Je moet van een bepaalde generatie zijn om direct te weten wie ‘Mies’ is als er niets meer wordt gezegd dan ‘Mies’. Mies Bouwman is overleden en ik wil niet eens weten hoeveel blogs er over haar geschreven worden vandaag. Want Mies was een beetje van ons.

In een interview dat ze een tijd geleden gaf aan de Margriet staat als kop: ‘Ik lijd aan een rare vorm van nergens op gebaseerd optimisme’. Die zin doet mij beseffen dat dat haar grote kracht was. Haar optimisme. Haar vermogen om door het televisiescherm heen harten te raken en monden te doen glimlachen. En wat hebben wij, gewone stervelingen, af en toe behoefte aan nergens op gebaseerd optimisme.

Warm en gewoon

Als je gisteravond op televisie bnn’ers  hoort praten over haar dan zeggen ze allemaal: ‘ze was zo gewoon. Gebruikte geen dure woorden, was een soort moeder der moeder, een warm mens.’
Noem dat maar gewoon. Alles wat wij van haar ‘gewoon’ vonden is deze dagen eigenlijk heel bijzonder. Waren we allemaal maar iets warmer en gewoon. Bij Jinek zit de leuke schaatsster Esmee Visser en zij zegt geen idee te hebben wie Mies is. En ik denk alleen maar wat jammer dat er nu ook zoveel mensen, jongeren, zijn die nog nooit van Mies Bouwman hebben gehoord. Die niet de wereld van slow-televisie hebben gekend maar alleen maar in de snelle wereld van nu leven. Een ‘hop-on, hop-off’ leven.

En dan hebben we nog die andere grootheid. Sonja Barend. Eerlijk gezegd was ik nog meer fan van haar omdat ze dat randje had wat ook weer menselijk was. Toch zag ik dat randje ook bij Mies. Verborgen onder haar glimlach kon ze ook zeer vilein uit de hoek komen.

Terugblikken

En we worden doodgegooid met ‘in memoriam’, herhaling op televisie, de lopende band en de stoel. En meestal kan ik het allemaal aanhoren. Dit keer niet. Ik hoef het niet meer te zien of te horen en weet je waarom? Omdat het me echt een triest gevoel geeft. Omdat het echt over lijkt. De wereld van toen. De herinneringen aan ons gezin van samen voor de televisie zitten en in pyjama kijken naar ‘Een van de Acht’. Met limonade en chips. Met een moeder en een vader.

Mies Bouwman was meer dan een televisiepersoonlijkheid. Zij was het Nederland van toen alles nog zo gewoon leek.

Thuisland

We volgen Homeland. Een serie over de CIA en de conflicten in het Midden-Oosten. De beelden van de oorlog, de verwoesting, de drukte zijn zo heftig dat het me soms te veel wordt.

Want het lijkt op de beelden die ik in het nieuws zie. Beelden van compleet verwoeste steden, huizen die in puin liggen, mensen die rennen voor hun leven. Rennen waar naar toe? Ik lees een bericht over Muhammad Najem. Een vijftienjarige jongen. Hij maakt video’s van de oorlog in Oost-Ghouta, een buitenwijk van de Syrische hoofdstad Damascus en plaatst ze op sociale media. De wijk is al jaren in handen van rebellen, maar de Syrische president Assad wil de wijk heroveren. Elke dag vallen er velen doden.

Hij plaatst dit bericht op Twitter. Als je dit leest kun j eigenlijk alleen maar zwijgen.

Thuisland

En dan loop ik over de keurig bestraatte straten, langs keurig aangelegde plantsoenen in een bijna keurige wijk. Stap uit een tram die mij praktisch voor de deur afzet. Ik zwaai naar de buurvrouw en lach om twee kinderen die in het gras spelen. We vragen ons af wat we gaan eten en waar we gaan eten. We vragen ons nooit af of we gaan eten.

Dankbaar en bang

En ik weet dat wij hier in dat Nederland van ons kunnen zeiken en zeuren als de besten. Overal hebben we een mening over. Maar bij het zien van mensonterende beelden, van haat, van geloofsfanaten, van totale ontreddering en wanhoop denk ik steeds vaker: hou toch eens je mond. We zijn niet beter dan anderen, we hebben alleen zoveel meer geluk. Zoveel geluk dat we het ons kunnen veroorloven om bij de Rijdende Rechter te zeiken over een overhangende boom.

Bubbel

We leven hier in een bubbel van welbehagen. En nee, ik zou niet willen ruilen. Ik ben te bang, te angstig voor wat ik zou kunnen verliezen. Maar stel je voor dat je in een wereld leeft waar studie, werk, toekomst er niet meer toe doen simpelweg omdat het er niet meer is. Dan blijft alleen nog maar de essentie van het leven over. Leven.

 

Kramer versus Kramer

Gisteren postte ik een tweet: Kramer versus Kramer met een knipoog naar Kramer vs Kramer, die fantastische film met Streep en Hofmann. Maar gisteren bestond Kramer versus Kramer slechts uit één man: Sven Kramer. De enige waar hij van kon verliezen.

En dat deed hij ook. Mijn hart huilde een beetje mee met hem. Zo’n groot sportman, zoveel bereikt, behalve die gouden plak van de 10 kilometer. Gisteren moest het gebeuren en het gebeurde niet. Met elke ronde zag je de trekken rondom zijn mond verharden. Het lijden werd in ruim twaalf minuten in beeld gebracht: hard en meedogenloos.

Alles of niets

En het werd niets. Want natuurlijk gaat Sven niet op een lagere plek staan dan dat hij wilde. Dan maar helemaal geen medaille. Ik begrijp dat. Als een volwassen vent stond hij daarna de pers te woord. Het zat er gewoon niet in, zei hij, ‘ik was niet goed genoeg’. En we zagen het allemaal. We zagen allemaal hoe hij niet danste over het ijs, hoe hij niet huppelend de bocht doordolde. Maar winnen of verliezen, er moet iets van hem afvallen. Want over vier jaar zal hij er niet meer bij zijn, toch?

Ik gun hem zo dat hij dat idee kan laten varen. Met trost en opgeheven hoofd. Want hij verloor niet van Bloemen of van die enge Bergsma (die Kramer beschuldigde van hem dwars zitten met het omkoopschandaal van zijn coach). Kramer verloor van zichzelf. Verloor van het idee, het verlangen dat zo groot werd dat het als een molensteen om zijn nek ging hangen. Dan kom je niet vooruit, dan zak je steeds verder door het ijs.

Verliezen

Na het verlies pakten wij, supporters, de draad weer op achter onze computer of achter welke werkplek dan ook. De ban van het Goud van Oranje was doorbroken op het meest ongunstige moment. De man die wij het allemaal gunden. En dat is knap. Want welke winnaar houdt het in Nederland zo lang vol dat wij het iemand blijven gunnen om te winnen. Hoe vaak zeggen ‘wij’ niet dat iemand maar eens een lesje nederigheid moet leren? Niet bij Kramer. Omdat hij echt, by far, de grootste sportman/mens is die we mochten bejubelen.

 

 

Ontstemd door The Voice

Gisteravond was de halve finale van The Voice. Ik houd van het programma. Maar zodra alleen publiek gaat bepalen wie naar huis mag en wie mag blijven, gebeuren er schokkende dingen. Ik dacht altijd dat het bij The Voice om de beste stem ging maar het gaat gewoon om hele andere stemmen. Ontluisterend wat er dan gebeurt.

Er zijn twee toptalenten in deze serie: Jim en Kimberly. Ik ben fan van Haagse Samantha, maar ze hoeft van mij niet te winnen, gewoon omdat ze niet de beste is. Terwijl Kimberly al naar de top geschreeuwd is want zeer talentvol, zeer knap, zeer van alles, haalt Kimberly niet eens de tweede ronde van de halve finale. Ze mag naar huis. Het publiek heeft niet voor haar gekozen. Ik ben verbijsterd en gelukkig ik niet alleen. Anouk haalt uit naar het programma The Voice over het feit dat juryleden niet meer mee mogen stemmen. Anouk:

"Het is een idioot volk, they don't know. Dit is hetzelfde als je mensen het songfestivalliedje laat kiezen. Dat moet 
je aan mensen overlaten die er een beetje verstand van hebben. Ik vind het heel erg."
Stemmen

Ook jurylid Ali B is ontstemd. ‘Mensen moeten niet zeiken, als je wilt dat iemand blijft moet je stemmen, als je niet stemt, moet je gewoon je mond houden’. Klopt. Hij vergeet er bij te vermelden dat een stem bijna 1 euro kost. Dat is gewoon veel geld voor één stem. Als je zou willen dat een aantal mensen blijft, kost het je al snel een tientje. Zakkenvullerij voor RTL 4. Hoeveel stemmen worden er wel niet uitgebracht? Het hele concept van dit programma is gewoon corrupt. Een competitie die nergens meer over gaat. En ik weet heus wel dat ik niet bij de doelgroep hoor van The Voice maar in één keer heb ik er genoeg van.

Volk

Daarom ben ik tegen referenda, zelfgekozen burgemeesters en al die belangrijke dingen waar het volk mag kiezen. Het volk? De dwars(e) doorsnee van onze bevolking? De ontevreden medemens? Elk vakgebied heeft zijn of haar eigen meesters. Daarom kiezen we politici, die ons vertegenwoordigen. Daarom zijn er jury’s waar mensen uit het vak met kennis en kunde een prestatie naar waarde kunnen beoordelen.

Anouk

Wat een verademing dat Anouk gisteravond gewoon haar mond opendoet en een sneer uitdeelt aan het programma dat haar best redelijk betaalt. Zij kwam op voor talent. Een meisje die niet in haar team zit maar gewoon alle kwaliteiten bezit om het heel ver te schoppen. En natuurlijk zal het Kimberly ook zonder The Voice lukken. Maar nu gaat er iemand naar huis met een gevoel van falen dat qua impact groter is dan de euforie van winnen.
Gewoon omdat het niet eerlijk is.