CategorieHond

Iedereen verdient een Ami

shiba

Sinds wij een Shiba Inu hebben is ons sociale leven enorm verrijkt. Niet dat daar iets mis mee was maar de gewone blablabla-contacten waren voor mij niet weggelegd. Waar Vriendin met iedereen een babbel kan maken loop ik onverstoorbaar in mijn eigen wereldje rond.

Maar Ami heeft dat veranderd. Iedereen spreekt je aan: kinderen, ouderen, gezinnen. Iedereen knielt aan je voeten om te aaien wat daar aan het riempje beweegt.

Gisteren op Kijkduin was het raak. We hebben misschien wel met tien verschillende mensen gepraat over onze wonderhond Ami. Want tjonge wat is zij leuk en wat klopt zij van kruin tot staart. Eindelijk aan een tafeltje met een glas wijn voor ons, wordt Ami volkomen genegeerd door onze buren. Niet één blik gunnen zij haar. Totdat de man haar aankijkt en zegt: ‘Ik heb helemaal niets met honden maar deze is bijzonder. Wat is het er voor één?” Hij vertelt over zijn zus die een collie heeft, over enthousiasme en liefde. En ik geniet van de contacten. Natuurlijk is het leuk dat iedereen jouw hondje leuk vindt maar mij helpt het vooral om te praten en contact te maken. En ik ben niet contactgestoord of zo, maar niet zo van dat snelle. En Ami versnelt dat proces en op die manier kom je leuke mensen tegen.

Vandaar Iedereen verdient een Ami. Eenzame mensen, ouderen, zieken en lastige kinderen.
Ik ben bang dat over een jaar bij ons in de wijk en op het strand in Kijkduin de Shiba niet meer zo’n enorme verschijning zal zijn. Ik zal de fokker waarschuwen want haar adres is al kwistig rond gestrooid.

‘Je hebt een goeie nee’

neeZei gisteren een vriendin tegen mij. ‘Jij hebt een goeie nee, duidelijk, zeker’. Heb je ooit zo’n compliment gehad? Van alles is er ooit wel eens tegen me gezegd maar dat mijn ‘neen’ goed was?

Het heeft alles te maken met ‘nee’ zeggen tegen Hond. Ik was trots en zei het zelfs later nog tegen Vriendin dat J. gezegd had dat… Hoe erg kan het zijn met je.

Waarom was ik daar toch trots op dan?
Omdat ik niet bekend sta als het meisje met een goede nee. Daar zit ook gelijk de crux. Want hoe goed mijn ‘nee’ ook klinkt, het is maar een moment. Kijkt Ami mij even aan met die ogen van hiernaast dan is mijn nee vooral een poging om mezelf te overtuigen.

Standvastig kan je mij niet noemen, niet tegen Ami maar eigelijk is standvastigheid gewoon helemaal geen karaktertrek van mij. Neem kerstkaarten. Al zeker vijf jaar kondig ik aan geen kerstkaarten te versturen want onzin, want zonde, want gewoon. Maar als de eerste kerstkaart in de bus valt van iemand die we niet zo vaak zien dan begint het al te misten in mijn hoofd. Moeten we dan toch?
Ja, we moeten toch. Dus als een gek een versje maken, een kaartje maken, printen, zegels kopen waarvan we er al jaren teveel kopen en waarvan er dus ongetwijfeld nog tientallen in laatjes liggen (maar die gingen we pas na de kerst opruimen), adressen zoeken, schrijven, posten.

Dat onstandvastige van mij heeft ook een voordeel. Vriendin en ik hebben toch een paar dagen genoten van het vooruitzicht geen kerstkaarten te sturen. En uiteindelijk hebben we ook weer genoten van het toch wel doen.

Het uitlaten van een hond

IMG_5136Ik vraag me wel af hoeveel speelgoed ik nodig heb voor een hondje van 12 weken. De verveling slaat elke keer toe en de dingen die haar gelukkig maken, mag ze niet. Gelukkig slaapt ze een groot gedeelte van de dag. Ik besluit om haar uit te laten en zie dan pas dat ook de school pauze heeft. Een gejubel van kinderen komt me tegemoet.
‘Mevrouw, wat een leuk hondje, hoe heet ‘ie?”
‘Ami’, zeg ik.
‘Oh, is dat nu Ami, mijn nichtje vertelde over een leuk hondje, en nu ken ik haar ook’.

Een ander meisje.
‘Ik wil ook zo’n hondje, echt waar. Ik wil er alles van weten, hoeveel kost zo’n hond?”

Als we verder lopen worden we achtervolgd door een groep meisjes die de naam van Ami roepen. Ik stop. Ze kroelen en kriebelen en een van de meisjes zegt.
‘Ami is het buurhondje van Danil.’ Ze kijkt er trots bij.

Verderop staan een jongen en een meisje, iets ouder, meer aandacht voor elkaar dan voor de hond. Totdat Ami enthousiast tegen het meisje aanspringt. Ze aait hem
De jongen zegt teleurgesteld: ‘Deze vind je wel leuk’.’Deze is ook leuk’, zegt het meisje met overtuiging.
‘Mijn hondje is ook leuk’ probeert de jongen nog.
‘Vind jij’. Voor het meisje is dit einde discussie.
Het jongetje druipt af.

Een volgende groep verlaat de school. Onder begeleiding van de juf gaan ze naar het sportterrein. De juffrouw vindt Ami ook leuk maar wil graag dat iedereen doorloopt.
Twee meisjes blijven achter. ‘Juf, ik ben verliefd, dan kan ik niet meer verder lopen. Ik ben verliefd op deze lieverd’.

Als we thuiskomen gaat Ami als een gek door de kamer. Achter de gordijnen door, onder de bank, langs de muur, onder de kast. Ik begrijp dat wel. Er zijn grenzen aan aandacht.

‘T is maar een hond. Een hond.

ami5

Klein maar voor de duvel niet bang.

Ik twijfelde vanmorgen. Ga ik schrijven over de dreiging om ons heen? Over het voelbaar zijn van spanning, over vertrouwen en over angst? Of over een hondje? Ons hondje, die gisteren voor het eerst een dag in daycare was.

En ik weet het, heel veel mensen zullen denken, jeetje, alsof het een kind is… dat gedoe en dat getut. En ze hebben gelijk. We tutten wat af met z’n tweeen, drieën eigenlijk. En we genieten er van. Buitenschoolse opvang voor Ami. De eerste kennismaking met de jonge vrouw van de opvang, verliep buitengewoon goed. Ami was op haar best, draaide op volle toeren om de leuke F. te imponeren. Dat lukte. Toen F. bij ons wegging had Ami de hele avond nodig om weer in het gareel te komen. (Ons gareel natuurlijk). Gisteren werd ze opgehaald om de hele dag met ander jong grut te ravotten. F. houdt ons op de hoogte met foto’s en verhalen.
Ami doet het heel goed. Ami is enig. Iedereen houdt van Ami en is verliefd op ons moppie. Als trotse ouders lezen wij met gloeiende wangen over onze kleine heldin. Want zijn wij het niet die er voor gezorgd hebben dat Ami die leuke hond is die ze is? Zijn wij niet verantwoordelijk voor dat leuke, lieve bekkie?

Als we thuiskomen staat onze kleine uitslover ons vrolijk op te wachten. Ik aai haar en prijs haar voor de fijne dag die ze ons bezorgd heeft.
Ze bijt met haar piepkleine, scherpe tandjes in mijn hand. Ik duw haar koppie weg maar mijn hand is reuze lekker. Ze bijt nog een keer.
‘Kuthond’.

 

 

Ami spreekt (4)

ami4Vinden jullie het ook niet verdacht stil rondom mijn persoontje? De eerste week bleef zij maar schrijven over mij maar nu? Blijkbaar belangrijkere dingen te melden. Pff. Maar ja, feit is dat we wat gewend raken aan elkaar.

Ik aan hen en zij aan mij. Ze laten me nu ook soms alleen in de bench. Hebben ze een cameraatje op mij gericht om te zien of ik me gedraag. Nou, ik hoor precies wanneer zij kijken dus dan doe ik net of ik slaap.
Ik heb nog steeds mijn gekkigheidje elke avond. De Dames googelen zich suf, hoe dat dan komt. Overprikkeling denken ze. Dus nou moet ik heel veel rusten, lijk wel een bejaarde. Uurtje op, uurtje af. En helpt het? Neu. Gisteravond kwamen ze thuis, ik blij, kreeg ik lekker vlees. Daarna trok ik me terug onder de bank, helemaal tegen de muur aan. Gewoon even uitbuiken. Zie ik elke keer het gezicht van die ene, gaat ze kijken wat ik aan het doen ben. Ik ben helemaal niets aan het doen, laat me toch even.

Hoorde ik ze praten over wat er met mijn aan de hand was. Of ik misschien zo liet weten dat ik het niet leuk vind als ze weggaan? Al dat gepsychologiseer. Ik wilde gewoon rust. Niets meer en niets minder. Maar ja, toen dacht ik laat ik maar weer gek gaan doen, was het weer niet goed. Oh, oh, mensen. Praat me er niet van.

Vanavond komt er iemand met mij kennismaken. Van de puppyklas, waar ik maandag naar toe ga. Ik beloof nog niets. Laat ze maar even zweten. De Dames.

Beesten en bazen

puppy-26670_640Je hoort het vaak als het gaat over beesten en bazen: niet het beest moet opgevoed worden, maar de baas. Wat een wijsheid, dacht ik, toen het nog niet over mij ging. Want ik zag al die mislukte opvoedpogingen met argusogen aan. Maar sinds Ami in mijn leven is slaat dagelijks de twijfel toe. Lees ik hondenboeken alsof het de bijbels der bijbels zijn en verdwaal ik vaak in mijn eigen vertwijfeling.

Pup onder de bank. Een leuk spel. Zij wint. Ik heb een lichaam dat zich niet meer in alle bochten kan en wil wringen en zij weet precies tot hoever mijn arm reikt. Ze kijkt me uitdagend aan. Ze lacht bijna. Als ik haar daarna met heel veel aandacht negeer (dat staat in de boeken) weet ze zich zo naar voren te schuiven dat ze me zachtjes in mijn enkel bijt. Ze piept en doet een poging tot blaffen om dit moment nog meer luister bij te zetten. Heeft ze mij even tuk.  Vriendin is van het afleiden. Ze roept en zingt bijna de naam van de pup, belooft gouden bergen en snoepjes. Het werkt.

Ami is in staat mij met allerlei emoties te confronteren. Van tederheid en ontroering tot boosheid en verdriet. De vragen die ik mezelf stel en waar nog geen antwoorden op komen. Komt het nog wel goed met onze bonding? Is dat normaal, die gekteaanval in de avond? Ja, ik moet opgevoed worden want die hond heeft niets aan mijn onzekerheid.

Als ik haar gistermiddag uitlaat, komen er twee meisjes van een jaar of twaalf op haar afgerend om kirrend Ami te omhelzen. ‘Oh, wat een cuty, dat lieverd, dag mooie meid’. De meiden demonstreren in korte tijd hoe wij, de volwassen voorbeelden, zich gedragen. Ze delen hun wijsheid met mij.
‘Bijt ze niet’, vraag ik bezorgd. ‘Ja’, zegt het meisje, ‘maar dat is alleen maar spel, het doet toch geen pijn’.

En ze heeft zo gelijk. Het doet geen pijn.

‘Want het is allemaal angst, allemaal angst, de allergrootste schreeuwers zijn dikwijls het bangst’. (Robert Long)

Ami spreekt (3)

amiklein

Zo, ik ben nu ruim drie weken bij De Dames in huis en het bevalt me steeds beter. Ik word ook best wel verwend. Zoals dit rode kussen. Omdat het zo leuk bij mijn velletje past, denk ik. Ik rol er alleen elke keer af omdat ik nog niet zoveel weeg. Als ik precies in het midden ga liggen, blijf ik liggen maar ja, ik ben ook maar een pup dus dat weet ik niet zo goed. Wel lastig, val ik in slaap op het hoekje, rol ik er van af. Lullig wakker worden.

Onze verstandhouding wordt steeds beter. Ik bijt niet meer continue in alles want elke keer ‘nee’ horen, word je ook een beetje moe van. En omdat ik me braaf voordoe mag ik soms ineens toch iets. Dus eigenlijk een win-win situatie. Overdag heb ik mijn ritme wel te pakken. Ik slaap gewoon nog heel veel en dan een stuk of vier keer naar buiten. En iedereen die maar aan me zit. Dat is goed, zegt Vrouwtje, voor mijn socialisatie.

De puppytraining zou ook goed zijn voor mijn socialisatie maar dat weet ik nog niet zo goed. Ik ga niet meer. Ik verdom het om nog een stap te zetten tussen al die idioten met hun snoepjes en goede bedoelingen. Ik leer toch wel. Heb ik heus niet zo’n training voor nodig. Beetje op commando gaan zitten… Ik ben wel een Shiba, ja. En die snoepjes komen me mijn neus uit. Alsof ik daar iets extra’s voor zou doen… Nee, je moet van goede huizen komen en creatief zijn om mij zo ver te krijgen. Maar dat zijn ze best wel, De Dames.

Heb ik al verteld over mijn dolle kwartiertje? Elke avond krijg ik het in mijn kop. Dan sprint ik de hele kamer door, pak vijf knuffels tegelijk, en ren, duik, spring, draai rondjes en dat heel vaak achter elkaar. Erg leuk.
Oja, De Dames hebben een nieuwe leren bank. Zou eigenlijk pas half december komen. Goed gepland dachten zij, dan is die kleine (ik dus) wat beter afgericht. Is de bank nu al geleverd. Haha.
Ik kan er onder. De Dames niet.

 

Eerdere blogs
Ami spreekt (2)

 

Ami spreekt (2)

ami-4novZo, tijd voor een update. Na mijn kennismaken met muizenkorrels moest ik dus naar de dierenarts. Alsof ik daar op zat te wachten. Ze hebben nu iets voor de smalle ingang gemaakt. Beetje jammer. Eigenlijk gaat het best goed met mij. Ik groei echt maar de domme buurman zei: ‘Nou ze groeit ook niet hard, heh?’ Ik hoorde het wel maar ik doe net alsof mijn neus bloedt.

Wat houd ik van de herfst. Het is net alsof er op alle bospaden kussens zijn neergelegd van geelbruin, knisperend herfsblad. Wat ik heel leuk vind is om dan met een sprong tussen de bladeren duiken. Achterelkaar, springen, beetje dollen en genieten. Ik heb ook heel veel honden, mensen en kinderen ontmoet. Iedereen wil me aaien. Voor grote honden kijk ik nog wel uit. Dan ga ik snel tussen de benen van mijn baasje staan. Maatje veertig, dat beschermt wel.

Ook mijn tweede inenting gehad. Ik kan er weer tegen. Mijn vrouwtjes af en toe niet. Soms draai ik door. Dan hang ik in de bank, in gordijnen en het gekke is dat ik eigenlijk niet weet waarom ik dat doe. Vrouwtje ging er iets over lezen en nu weet ze het, zei ze. ‘Ami krijgt te veel prikkels. Ze moet veel meer slapen’. Nou, dat heb ik geweten. Psychologie van de koude grond, vind ik. Te veel prikkels. Niets prikt.

Mijn vrouwtjes kregen goed en slecht nieuws. In plaats van half december komt nu maandag al de nieuwe, dure, leren bank. Goed nieuws omdat ze dat leuk vinden, slecht nieuws, omdat ik banken ook heel leuk vind. En zeker ruw leer. Ik verheug me er op. Nou, ik ga weer slapen op mijn nieuwe rode kussen. Lekker hoor, al ben ik nog een beetje te licht en rol ik er elke keer vanaf. Alleen in het midden niet. Balanceren schijnt dat te heten.

Ami spreekt (1)

 

Ami spreekt (1)

amiVoor wie het nog niet weet. Ik ben Ami, Shiba Inu en nu acht weken oud plus twee dagen. Mijn vrouwtje blogt wel eens over mij en ik vrees dat het wel eens vaak zal gaan worden omdat ik zo leuk ben… zegt ze. Het zal. Ik ben met haar overeengekomen dat ook ik regelmatig zelf zal bloggen om het verhaal van twee kanten te laten horen. Wel zo eerlijk lijkt me. Vandaag mijn eerste verslagje van mijn verblijf bij twee vrouwtjes in Den Haag.

Ze kwamen mij halen op een maandag en ik had echt geen idee wat we gingen doen. Heel lang in de auto gezeten, op schoot, dat wel gelukkig. Tjee, wat was ik moe. Zij dachten een rustig hondje te hebben maar dat valt in de praktijk wel mee (of tegen, het is maar net van welke kant je het bekijkt).

Ze nemen me overal mee naar toe en ik vind het best. Alleen dat verkeer, daar kan ik niet aan wennen. Maar verder, lopen in het bos met al die blaadjes die van de bomen vallen, echt geinig. Ik eet ze ook maar dat mag weer niet.

Eigenlijk mag ik heel weinig. Het eerste woordje dat ik hoorde was ‘nee’ en ik vrees dat dat nog wel even doorgaat. Opvoeden heet dat. Ze roepen ook continue: ‘Ami’. Wist ik veel dat ik dan blijkbaar iets moet. Ik heb nog niet helemaal door wat de bedoeling is maar als zij roepen en ik kom, krijg ik een snoepje. Mooie deal, lijkt me. Ik slaap in een bench, veel te groot voor mij maar ik zeg er niets van. Ik kan tenminste mijn kont keren. Er staat eten en drinken en er ligt heel veel speelgoed. Wel grappig, ik krijg zoveel cadeautjes en snoepjes, niet normaal. Dat zal wel een keer overgaan vrees ik.

Dat ene vrouwtje vindt mijn scherpe tandjes niet zo leuk terwijl ik echt heel zachtjes doe. Ze piept eigenlijk al voordat er iets aan de hand is. Flauw. Van die andere mag ik veel meer. Maar ik mag van allebei niet aan de bank bijten, in de tas snuffelen, in de gordijnen hangen, van de straat eten, in de schoenen bijten, veters trekken. Eigenlijk mag ik alle leuke dingen niet doen. Ik verzin elke keer wel weer wat hoor, maar het is wel vermoeiend.

Op dit moment is het ene vrouwtje trouwens met mij naar de dierenarts. Ik kon vanmorgen door een heel smal gangetje achter de keukenkastjes komen. Daar lagen snoepjes. En zij roepen en roepen en roepen. Nu blijkt dat die snoepjes voor muizen waren. Mag ik ook al niet. Ze maken zich druk om niets denk ik, want ik heb maar heel weinig op. Ze deden zo hysterisch dat ik dacht, ik ga maar eens even kijken. Nou ben ik de pineut.
Naar de dokter.

Een bull pit, nu begrijp ik hem

Ami, onze zeven weken oude pup, gaat voor het eerst op puppytraining. Nu is Ami gewoon klein. Maar aangekomen op de puppyverzamelplaats blijkt pas hoe klein en jong ze is. Zelfs een zuchtje wind kan haar omver blazen laat staan die pups van een paar maanden die gevaarlijk hijgend en trekkend om zich heen kijken. We tillen haar op en links en rechts wordt ze bewonderd om haar moed en zachte velletje. Ami wil nog niet veel weten van de andere viervoeters. Maar op veilige afstand doet ze mee met de oefeningen. En dat doet ze gewoon heel goed. Bij elke ‘goede’ daad hoort een snoepje als beloning en ik ben bang dat ze straks gewoon verzadigd is. Een maag kan maar zo veel hebben als er in kan, toch?

Ik leer vooral veel door te kijken naar de andere puppy’s. Een mevrouw met een pitbull heeft het moeilijk met haar dominante jong. De trainster laat haar kijken hoe het moet en probeert, de pup op haar zij te krijgen. Dat lukt gewoon niet. Het beest is zo sterk dat er minstens twee man voor nodig zijn om haar te leren wie de baas is. Uiteindelijk lukt het wel en toont de pup iets van respect voor de trainer maar nog niet voor haar eigen vrouwtje. Ook niet voor de veel grotere, stoere hond die naast haar staat. Met haar blik gefixeerd op het nieuwe slachtoffer laat ze zien wie de baas is en het werkt. De grote hond wordt klein.

Ik kijk naar het hoopje hond tussen mijn voeten. ‘Af’ is het volgende commando, van zitten naar liggen. Ze doet het nog ook. En ik vind het best zo. Als we in de auto zitten naar huis zit Ami op mijn schoot lief te zijn. Ze ligt tegen mij aan, de oogjes vallen dicht. Onze pitbull is moe gespeeld.