CategorieHond

Beesten en bazen

puppy-26670_640Je hoort het vaak als het gaat over beesten en bazen: niet het beest moet opgevoed worden, maar de baas. Wat een wijsheid, dacht ik, toen het nog niet over mij ging. Want ik zag al die mislukte opvoedpogingen met argusogen aan. Maar sinds Ami in mijn leven is slaat dagelijks de twijfel toe. Lees ik hondenboeken alsof het de bijbels der bijbels zijn en verdwaal ik vaak in mijn eigen vertwijfeling.

Pup onder de bank. Een leuk spel. Zij wint. Ik heb een lichaam dat zich niet meer in alle bochten kan en wil wringen en zij weet precies tot hoever mijn arm reikt. Ze kijkt me uitdagend aan. Ze lacht bijna. Als ik haar daarna met heel veel aandacht negeer (dat staat in de boeken) weet ze zich zo naar voren te schuiven dat ze me zachtjes in mijn enkel bijt. Ze piept en doet een poging tot blaffen om dit moment nog meer luister bij te zetten. Heeft ze mij even tuk.  Vriendin is van het afleiden. Ze roept en zingt bijna de naam van de pup, belooft gouden bergen en snoepjes. Het werkt.

Ami is in staat mij met allerlei emoties te confronteren. Van tederheid en ontroering tot boosheid en verdriet. De vragen die ik mezelf stel en waar nog geen antwoorden op komen. Komt het nog wel goed met onze bonding? Is dat normaal, die gekteaanval in de avond? Ja, ik moet opgevoed worden want die hond heeft niets aan mijn onzekerheid.

Als ik haar gistermiddag uitlaat, komen er twee meisjes van een jaar of twaalf op haar afgerend om kirrend Ami te omhelzen. ‘Oh, wat een cuty, dat lieverd, dag mooie meid’. De meiden demonstreren in korte tijd hoe wij, de volwassen voorbeelden, zich gedragen. Ze delen hun wijsheid met mij.
‘Bijt ze niet’, vraag ik bezorgd. ‘Ja’, zegt het meisje, ‘maar dat is alleen maar spel, het doet toch geen pijn’.

En ze heeft zo gelijk. Het doet geen pijn.

‘Want het is allemaal angst, allemaal angst, de allergrootste schreeuwers zijn dikwijls het bangst’. (Robert Long)

Ami spreekt (3)

amiklein

Zo, ik ben nu ruim drie weken bij De Dames in huis en het bevalt me steeds beter. Ik word ook best wel verwend. Zoals dit rode kussen. Omdat het zo leuk bij mijn velletje past, denk ik. Ik rol er alleen elke keer af omdat ik nog niet zoveel weeg. Als ik precies in het midden ga liggen, blijf ik liggen maar ja, ik ben ook maar een pup dus dat weet ik niet zo goed. Wel lastig, val ik in slaap op het hoekje, rol ik er van af. Lullig wakker worden.

Onze verstandhouding wordt steeds beter. Ik bijt niet meer continue in alles want elke keer ‘nee’ horen, word je ook een beetje moe van. En omdat ik me braaf voordoe mag ik soms ineens toch iets. Dus eigenlijk een win-win situatie. Overdag heb ik mijn ritme wel te pakken. Ik slaap gewoon nog heel veel en dan een stuk of vier keer naar buiten. En iedereen die maar aan me zit. Dat is goed, zegt Vrouwtje, voor mijn socialisatie.

De puppytraining zou ook goed zijn voor mijn socialisatie maar dat weet ik nog niet zo goed. Ik ga niet meer. Ik verdom het om nog een stap te zetten tussen al die idioten met hun snoepjes en goede bedoelingen. Ik leer toch wel. Heb ik heus niet zo’n training voor nodig. Beetje op commando gaan zitten… Ik ben wel een Shiba, ja. En die snoepjes komen me mijn neus uit. Alsof ik daar iets extra’s voor zou doen… Nee, je moet van goede huizen komen en creatief zijn om mij zo ver te krijgen. Maar dat zijn ze best wel, De Dames.

Heb ik al verteld over mijn dolle kwartiertje? Elke avond krijg ik het in mijn kop. Dan sprint ik de hele kamer door, pak vijf knuffels tegelijk, en ren, duik, spring, draai rondjes en dat heel vaak achter elkaar. Erg leuk.
Oja, De Dames hebben een nieuwe leren bank. Zou eigenlijk pas half december komen. Goed gepland dachten zij, dan is die kleine (ik dus) wat beter afgericht. Is de bank nu al geleverd. Haha.
Ik kan er onder. De Dames niet.

 

Eerdere blogs
Ami spreekt (2)

 

Ami spreekt (2)

ami-4novZo, tijd voor een update. Na mijn kennismaken met muizenkorrels moest ik dus naar de dierenarts. Alsof ik daar op zat te wachten. Ze hebben nu iets voor de smalle ingang gemaakt. Beetje jammer. Eigenlijk gaat het best goed met mij. Ik groei echt maar de domme buurman zei: ‘Nou ze groeit ook niet hard, heh?’ Ik hoorde het wel maar ik doe net alsof mijn neus bloedt.

Wat houd ik van de herfst. Het is net alsof er op alle bospaden kussens zijn neergelegd van geelbruin, knisperend herfsblad. Wat ik heel leuk vind is om dan met een sprong tussen de bladeren duiken. Achterelkaar, springen, beetje dollen en genieten. Ik heb ook heel veel honden, mensen en kinderen ontmoet. Iedereen wil me aaien. Voor grote honden kijk ik nog wel uit. Dan ga ik snel tussen de benen van mijn baasje staan. Maatje veertig, dat beschermt wel.

Ook mijn tweede inenting gehad. Ik kan er weer tegen. Mijn vrouwtjes af en toe niet. Soms draai ik door. Dan hang ik in de bank, in gordijnen en het gekke is dat ik eigenlijk niet weet waarom ik dat doe. Vrouwtje ging er iets over lezen en nu weet ze het, zei ze. ‘Ami krijgt te veel prikkels. Ze moet veel meer slapen’. Nou, dat heb ik geweten. Psychologie van de koude grond, vind ik. Te veel prikkels. Niets prikt.

Mijn vrouwtjes kregen goed en slecht nieuws. In plaats van half december komt nu maandag al de nieuwe, dure, leren bank. Goed nieuws omdat ze dat leuk vinden, slecht nieuws, omdat ik banken ook heel leuk vind. En zeker ruw leer. Ik verheug me er op. Nou, ik ga weer slapen op mijn nieuwe rode kussen. Lekker hoor, al ben ik nog een beetje te licht en rol ik er elke keer vanaf. Alleen in het midden niet. Balanceren schijnt dat te heten.

Ami spreekt (1)

 

Ami spreekt (1)

amiVoor wie het nog niet weet. Ik ben Ami, Shiba Inu en nu acht weken oud plus twee dagen. Mijn vrouwtje blogt wel eens over mij en ik vrees dat het wel eens vaak zal gaan worden omdat ik zo leuk ben… zegt ze. Het zal. Ik ben met haar overeengekomen dat ook ik regelmatig zelf zal bloggen om het verhaal van twee kanten te laten horen. Wel zo eerlijk lijkt me. Vandaag mijn eerste verslagje van mijn verblijf bij twee vrouwtjes in Den Haag.

Ze kwamen mij halen op een maandag en ik had echt geen idee wat we gingen doen. Heel lang in de auto gezeten, op schoot, dat wel gelukkig. Tjee, wat was ik moe. Zij dachten een rustig hondje te hebben maar dat valt in de praktijk wel mee (of tegen, het is maar net van welke kant je het bekijkt).

Ze nemen me overal mee naar toe en ik vind het best. Alleen dat verkeer, daar kan ik niet aan wennen. Maar verder, lopen in het bos met al die blaadjes die van de bomen vallen, echt geinig. Ik eet ze ook maar dat mag weer niet.

Eigenlijk mag ik heel weinig. Het eerste woordje dat ik hoorde was ‘nee’ en ik vrees dat dat nog wel even doorgaat. Opvoeden heet dat. Ze roepen ook continue: ‘Ami’. Wist ik veel dat ik dan blijkbaar iets moet. Ik heb nog niet helemaal door wat de bedoeling is maar als zij roepen en ik kom, krijg ik een snoepje. Mooie deal, lijkt me. Ik slaap in een bench, veel te groot voor mij maar ik zeg er niets van. Ik kan tenminste mijn kont keren. Er staat eten en drinken en er ligt heel veel speelgoed. Wel grappig, ik krijg zoveel cadeautjes en snoepjes, niet normaal. Dat zal wel een keer overgaan vrees ik.

Dat ene vrouwtje vindt mijn scherpe tandjes niet zo leuk terwijl ik echt heel zachtjes doe. Ze piept eigenlijk al voordat er iets aan de hand is. Flauw. Van die andere mag ik veel meer. Maar ik mag van allebei niet aan de bank bijten, in de tas snuffelen, in de gordijnen hangen, van de straat eten, in de schoenen bijten, veters trekken. Eigenlijk mag ik alle leuke dingen niet doen. Ik verzin elke keer wel weer wat hoor, maar het is wel vermoeiend.

Op dit moment is het ene vrouwtje trouwens met mij naar de dierenarts. Ik kon vanmorgen door een heel smal gangetje achter de keukenkastjes komen. Daar lagen snoepjes. En zij roepen en roepen en roepen. Nu blijkt dat die snoepjes voor muizen waren. Mag ik ook al niet. Ze maken zich druk om niets denk ik, want ik heb maar heel weinig op. Ze deden zo hysterisch dat ik dacht, ik ga maar eens even kijken. Nou ben ik de pineut.
Naar de dokter.

Een bull pit, nu begrijp ik hem

Ami, onze zeven weken oude pup, gaat voor het eerst op puppytraining. Nu is Ami gewoon klein. Maar aangekomen op de puppyverzamelplaats blijkt pas hoe klein en jong ze is. Zelfs een zuchtje wind kan haar omver blazen laat staan die pups van een paar maanden die gevaarlijk hijgend en trekkend om zich heen kijken. We tillen haar op en links en rechts wordt ze bewonderd om haar moed en zachte velletje. Ami wil nog niet veel weten van de andere viervoeters. Maar op veilige afstand doet ze mee met de oefeningen. En dat doet ze gewoon heel goed. Bij elke ‘goede’ daad hoort een snoepje als beloning en ik ben bang dat ze straks gewoon verzadigd is. Een maag kan maar zo veel hebben als er in kan, toch?

Ik leer vooral veel door te kijken naar de andere puppy’s. Een mevrouw met een pitbull heeft het moeilijk met haar dominante jong. De trainster laat haar kijken hoe het moet en probeert, de pup op haar zij te krijgen. Dat lukt gewoon niet. Het beest is zo sterk dat er minstens twee man voor nodig zijn om haar te leren wie de baas is. Uiteindelijk lukt het wel en toont de pup iets van respect voor de trainer maar nog niet voor haar eigen vrouwtje. Ook niet voor de veel grotere, stoere hond die naast haar staat. Met haar blik gefixeerd op het nieuwe slachtoffer laat ze zien wie de baas is en het werkt. De grote hond wordt klein.

Ik kijk naar het hoopje hond tussen mijn voeten. ‘Af’ is het volgende commando, van zitten naar liggen. Ze doet het nog ook. En ik vind het best zo. Als we in de auto zitten naar huis zit Ami op mijn schoot lief te zijn. Ze ligt tegen mij aan, de oogjes vallen dicht. Onze pitbull is moe gespeeld.

 

Een moppie, ons droppie

dog-35553_640Stel je voor. Je bent zeven weken oud. Je zit in een bench met je vier zusjes. Je moeder komt zo af en toe nog in je oortje bijten. Je ligt op elkaar, naast elkaar, in elkaar. Je stoeit, je eet, je drinkt wat. Naast je liggen nog zes jongere puppy’s die je nachtelijke rust verstoren. Eerlijk gezegd is het een beestenbende. Maar wel jouw beestenbende.

Dan komen er twee mevrouwen uit Den Haag. Met een witte auto. Ze nemen je mee. Je moet heel lang op schoot zitten. Je valt in slaap op de bank naast die ene mevrouw. Je snapt er niets van. Als je eindelijk ‘thuis’ bent, zeggen ze, nemen ze je in hun armen mee naar buiten. Buren komen links en rechs aan je snuffelen. Ze vinden je een knapperd. Je trilt van de ‘sjenuwen’. Dan ga je naar binnen. Wat zie je? Een bench. Die ken je wel. Je neemt een spurt naar binnen en gaat lekker liggen op het kussen. Een troep vind je het. Al die speeltjes waarmee die mevrouwen je proberen te verleiden. Mijn hemel, laat me met rust, denk je.

Ach arme Ami. Zo jong en dan dat gesjouw met jou. ‘s Middags lig je als een duf konijn wat voor je uit te staren. Geen beweging is er in je te krijgen. Wij vragen ons af of je gewoon een moe hondje bent of dat dit je karakter is. Niets ondeugd, niets slopen, je lijkt de braafheid zelf. Maar gelukkig. Na wat uurtjes slaap komt het beest in jou naar boven. Vind je onze pantoffels de lekkerste die er zijn. Ontdek je de tafelpoot van hout en weet je echt niet wat ‘nee’ betekent. Je speelt, je valt in slaap, je speelt, je slaapt.

Als ik vanochtend slaperig naar beneden kom, grom je lichtjes vanuit de bench. Ik begroet je en je veert op. Je staart slaat als een helicopterpropeller in het rond. Het is feest. Voor jou en voor mij.

De ‘underdog’

zes weken blauw (3)Vanaf maandag komt Ami in ons mini-gezin. Ami is dan zeven weken oud, een Shiba-Inu, een eigenwijze dame dus. Daar zijn er nog twee van in huis dus dat wordt lachen.
Wij mochten Ami niet uitkiezen. We waren de laatste op de lijst dus Ami was eigenlijk een ‘left-over’ hondje. Een underdog. Nu begrijp ik het woord ook beter. Al vanaf je geboorte bestempeld tot een categorie waar geen hond toe wil behoren. Niemand koos jou uit. Je bleef over en zo kwam je in het gezin van je dromen terecht. Het doet en beetje denken aan het ‘poten’ van vroeger op school. Voetje voor voetje naar elkaar toe lopen en wie het laatst een hele voet neer kon zetten mocht het eerste iemand kiezen voor haar of zijn team. Dan werd er daarna om beurten gekozen en bleef er altijd iemand over. ‘Nou, kom maar bij ons dan’, werd er lieflijk gezegd.

Wat was ik blij dat ik nooit daar bleef staan. Misschien was ik zelfs wel die arrogante kapsones-trut die tegen wil en dank iemand tolereerde in haar team.

Dat is mijn straf. Nu zit ik haar leven lang met een hondje dat niemand wilde hebben. A. opperde gisteren om haar Lefty-Ami te noemen maar dat gaat me te ver. Ik geloof trouwens in hele andere dingen. Zeker als ik de foto zie van Ami. Ze is mooi, ze is dik, ze is grappig. De meeste underdogs verrassen de wereld en niet eens zichzelf door te worden wie ze kunnen zijn als er maar voldoende back-up is. Dat gaan wij dus worden, Ami’s back-up. We kunnen niet wachten op onze upperdog.